
Premium‘Door mijn handelen was onze oudste dochter ernstig ziek’ – Het pad naar morgen, bonusdeel 1
Leesverhaal
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Eva.
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Eva.
De 95-jarige Anna is gepensioneerd huisarts en woont in Amsterdam. In Het pad naar morgen blikt ze terug op haar veelbewogen leven. Auteur Rachel van Charante neemt je mee in dit bonusdeel van Anna’s zoektocht naar vrijheid en liefde.
De vorige keer in Het pad naar morgen:
Amsterdam, 5 januari 2026
Er staat een kille januariwind. Het parkeerdek van het ziekenhuis kleurt klinisch wit en onder de wielen van mijn rolstoel knerpt verse sneeuw.
Marion stond erop dat ik me per rolstoel laat vervoeren. Hoewel me dat tegenstaat – ik ben immers niet de patiënt – heb ik er zonder veel gesputter mee ingestemd. Mijn dochter en ik zijn te gespannen voor een discussie. Bovendien ben ik realistisch genoeg om te beseffen dat een wandeling van de auto naar de afdeling chirurgie achter mijn rollator niet erg realistisch meer is, met mijn vijfennegentigjarige lijf.
Zwijgend duwt Marion me naar de ingang van het AMC. We zijn te vroeg, de operatie is nog gaande. We kunnen niets anders dan wachten op het verlossende telefoontje van de oncoloog, maar op de een of andere manier voelt wachten in het ziekenhuis minder machteloos dan thuis.
Als de automatische deuren open zoeven, blaast warme lucht uit de ventilatoren ons tegemoet, evenals een zweem van ontsmettingsmiddel. De typische geur van hoop en angst, van dood en nieuw leven, die in elke kliniek hetzelfde is.
In de ontvangsthal wordt een kerstboom onttakeld. We volgen de borden naar de afdeling chirurgie, en onwillekeurig trek ik mijn schouders op. Ik ben een arts met een hekel aan ziekenhuizen. Zodra ik er een binnenkom, jengelt er een nerveuze spanning onder mijn middenrif en dringen zich herinneringen aan me op. Beelden die na decennia nog veel te scherp op mijn netvlies staan. Emma in haar ziekenhuisbed. De infuusslang, haar koude hand in de mijne. Haar van pijn vertrokken glimlach.
“Maak je geen zorgen, mam. Het komt goed hoor, echt.” Marion legt even een hand op mijn schouder.
“Ik weet het, lieverd.” Ik probeer overtuiging in mijn stem te leggen. Daarin slaag ik slechts ten dele.
We zijn hier al te vaak geweest. Je zou zeggen dat het went, maar dat doet het niet. Het was 1985 toen mijn oudste dochter baarmoederkanker kreeg. Emma was net tweeëndertig en zat vol toekomstplannen. Moeder worden was daar één van. De diagnose kwam niet geheel onverwacht, maar dat maakte de klap niet minder. Het is afschuwelijk als je kind ziek is, maar het is onverteerbaar als je er zelf schuld aan hebt.
Want dat had ik. Ik was zelf huisarts. Door mijn handelen was onze oudste dochter ernstig ziek, en haar toekomst in één klap onzeker.
Boston, december 1960
De in pasteltinten uitgevoerde gastenbadkamer van Michael en Jane Fraser was groot, zoals alles in Amerika minstens een maat groter was. Ik rommelde in onze toilettas en stalde mijn dagcrème, haarborstel, lippenstift en Bens scheerschuim en brillantine uit op het planchet.
“Emma slaapt al.” Ben stapte de badkamer in. “Ze kroop in het logeerbed en toen ik onze koffers had uitgepakt en me omdraaide, was ze al vertrokken.”
“Dat verbaast me niet,” grinnikte ik. “Zes uur tijdsverschil, de lange vliegreis en al die indrukken. In het vliegtuig heeft ze ook niet geslapen, alleen gebiologeerd uit het raam gestaard.” Voor Emma was vliegen het hoogtepunt van de reis, maar zelf was ik ook niet eerder Nederland uit geweest.
Opnieuw graaide ik in de toilettas. “We zijn tandpasta vergeten mee te nemen,” merkte ik op.
“Ik vraag Michael wel even om een tube,” riep Ben en hij verdween achter de badkamerdeur. Twee uur eerder waren we aangekomen bij Michael Fraser en zijn vrouw Jane in Boston; vrienden van Ben uit zijn tijd in Amerika. Na vorig jaar te zijn afgestudeerd en afgelopen zomer eindelijk een betrekking te hebben gevonden als assistent-huisarts, werd het hoog tijd voor onze eerste, echte, gezamenlijke vakantie. We besloten naar Amerika te gaan; Bens tweede thuis. Na vier dagen in Boston bij Michael en Jane zouden we volgende week doorreizen naar New York, om daar de Kerstdagen én ons zesjarig huwelijksjubileum te vieren.
Ik wierp een blik in de badkamerspiegel. Twee vermoeide maar gelukkige ogen keken terug. Regelmatig realiseerde ik me dat ik alles had wat ik me kon wensen. Een gelukkig en gezond kind. Een dito huwelijk met een man die dan niet Emma’s biologische vader was, maar voor wie dat wel zo voelde. Ik was afgestudeerd én ik had een fijne betrekking als assistent-huisarts in de wacht weten te slepen, wat als vrouw en met mijn achtergrond absoluut een unicum was. En hoewel Krijn, Emma’s biologische vader, de afgelopen jaren verschillende pogingen had ondernomen om ons op te sporen, was hij daar tot mijn opluchting nog nooit in geslaagd.
Ik trok mijn haarspeld los en haalde een borstel door mijn blonde krullen. Ik was zo belachelijk gelukkig, dat ik me soms afvroeg wanneer het lot zou beslissen dat het nu weleens welletjes was geweest met al die voorspoed. Ik haalde diep adem en draaide de kraan open. Het venijnige stemmetje dat me influisterde dat ik mijn jokers op een dag verspeeld zou hebben, stak zo nu en dan de kop op. Met een washandje haalde ik de laatste restjes make-up van mijn gezicht, alsof ik zo mijn surreële gedachten van me af kon spoelen. Op de gang klonken de stemmen van Ben en Michael.
Ik trok een bruinglazen potje uit mijn toilettas, haalde er een diethylstilbestrol uit en slikte de witte pil met een flinke slok water door.
De badkamerdeur zwaaide open. Michael verscheen in de deuropening en overhandigde me een enorme tube tandpasta. “Here you go, Anna. Listen, if you guys need anything, just…” Zijn ogen gleden naar het bruinglazen potje in mijn hand. Hij fronste. “Slik jij diethylstilbestrol?”
Iets in Michaels stem alarmeerde me. “Ja, al een tijdje. Hoezo?”
Diethylstilbestrol, kortgezegd DES, was een synthetisch oestrogeen dat werd voorgeschreven aan vrouwen die zwanger wilden worden of dat al waren, ter ondersteuning bij gecompliceerde zwangerschappen. Behalve het stimuleren van gezonde zwangerschappen zou het middel goed zijn tegen acné, haaruitval en tal van andere zaken. Hoewel dat laatste niet bewezen was, slikte ik DES puur ter preventie. Mijn zwangerschap van Emma, zeven jaar geleden, verliep niet zonder complicaties, waarop mijn huisarts me het middel voorschreef. Emma kwam als kerngezonde, volle baby ter wereld. Nu ik zelf een betrekking als assistent-huisarts gevonden had, dachten Ben en ik na over gezinsuitbreiding, en een paar maanden geleden besloot ik om uit voorzorg opnieuw DES te gaan slikken.
“Wie heeft je dit voorgeschreven?” informeerde Michael omzichtig.
Ben kwam naast me staan. Zijn blik kruiste de mijne.
Ik fronste. “Ikzelf. Wat is er dan?”
Michael perste zijn lippen op elkaar en liet zijn ogen door de badkamer dwalen, alsof hij in stilte afwoog wat hij wel en niet zou vertellen. “Wist je dat we dit middel in The States een paar jaar geleden hebben verboden in de veeteelt, waar het ook veel voorgeschreven werd?”
“In de veeteelt?” herhaalde ik.
Ben legde een hand op mijn schouder.
“I’m sorry, Anna. Ik wil jullie niet ongerust maken, maar als gynaecoloog en als vriend adviseer ik je om onmiddellijk te stoppen met deze troep. Recente onderzoeken vanuit dierstudies wijzen op verontrustende signalen. We’re seeing things we absolutely don’t like, to say the least.”
Plotseling voelde mijn mond kurkdroog.“Wat voor signalen?”
Ben kwam naast me staan en legde een hand op mijn schouder.
Ik wil jullie niet ongerust maken, maar als gynaecoloog en als vriend adviseer ik je om onmiddellijk te stoppen met deze troep
Michael krabde nadenkend aan zijn achterhoofd. Toen hief hij zijn handen en glimlachte verontschuldigend, alsof hij plotseling spijt had van zijn openheid. “De exacte onderzoeksresultaten zou ik moeten nalezen in de vakliteratuur. Ik moet je niet onnodig ongerust maken. Het gaat om een onderzoek van één of twee jaar geleden, dat gepubliceerd werd in de American Journal of Obstetrics and Gynecology. Ik heb een exemplaar in mijn werkkamer liggen. Het gaat enkel om dierstudies, en die zijn natuurlijk niet één op één toepasbaar op mensen. Tot we meer weten over de gevolgen van Diethylstilbestrol voor menselijk lichaam, neem ik het zekere voor het onzekere en schrijf ik het niet meer voor. Al doen verschillende collega-gynaecologen dat nog wel.”
“Dus DES is hier nog gewoon op de markt?” concludeerde Ben. Er klonk opluchting door in zijn stem.
“Ja,” beaamde Michael. “Tenminste, deels. Na dit onderzoek is DES direct verboden in de veeteelt, waar het ook veel werd toegepast. En mogelijk wordt dat verbod binnenkort uitgebreid.”
Ik voelde het bloed uit mijn gezicht wegtrekken.
Michael ving mijn blik en keek me doordringend aan. “Hé, misschien is er geen reden tot zorg, maar voor nu zou ik er toch maar mee stoppen. Gewoon voor de zekerheid.”
Ik knikte. “Mag ik dat vakblad morgen eens inzien?”
“Natuurlijk. Ik heb ergens in mijn werkkamer een exemplaar liggen. Ik zal morgenvroeg eens door mijn naslagwerk gaan. Sleep well, guys. Morgen gaan we Boston verkennen. And don’t worry too much, alright?” Hij knikte ons toe, draaide zich om en sloot de badkamerdeur.
Ik wierp een blik op het bruinglazen potje, en mikte het in de prullenbak.
Ik draaide me op mijn rug en trok de deken op tot aan mijn kin. Starend naar het plafond van de logeerkamer dreunden Michaels woorden na. We’re seeing things we absolutely don’t like, to say the least.
Het was even na drieën. De secondewijzer van de wekker tikte neurotisch. Naast me lag Ben zachtjes te snurken en vanuit de andere kant van de kamer klonk de gelijkmatige ademhaling van Emma, maar mijn vermoeidheid was totaal verdwenen. In plaats daarvan jengelde er een nerveuze onrust door mijn lijf, die met het verstrijken van de uren heviger werd. Ik had mezelf er helaas in bekwaamd om zorgen die bij daglicht lang zo groot niet waren, ’s nachts op te blazen tot enorme proporties. In een poging mezelf gerust te stellen dacht ik terug aan wat Ben zei, voordat hij in slaap viel. “Ik ken Michael. Hij is een fijne kerel, maar hij zoekt overal iets achter. Zo is ‘ie.”
“Michael is gynaecoloog. Hij roept dit natuurlijk niet zomaar,” wierp ik tegen.
“Hij is gynaecoloog, maar jij bent zelf ook arts. En je voelt je toch goed?” Ben zag nou eenmaal pas beren op de weg als er een hele file was ontstaan. Vaak was die opgeruimde levenshouding fijn, en soms ook frustrerend.
“Dat ik me goed voel, zegt niets. Ik heb gedurende mijn zwangerschap van Emma vijf maanden DES geslikt. Vijf maanden! Wie weet waaraan ik haar heb blootgesteld?”
“Maar lieverd, Emma is toch ook kerngezond? Als dat spul echt schadelijk was geweest voor mensen, dan was het van de markt gehaald. Die medicijnfabrikanten nemen daarin echt geen risico,” ging Ben door, nu overtuigender. “En als dat onderzoek echt zo alarmerend is, dan was dat in Nederland toch ook bekend geweest?”
Ik draaide me op mijn zij. Ben had gelijk; we waren in Europa niet van gisteren. Als DES een potentiële carcinogene werking op de menselijke foetus had, dan had zoiets bekend moeten zijn. De enige publicaties die er recent over het middel verschenen waren, was dat het positieve effect ervan mogelijk minder sterk was dan voorheen werd aangenomen.
Minder sterk, maar niet schadelijk. Desondanks werd diethylstilbestrol in Nederland nog steeds gezien als wonderpil. Zelfs in damesbladen werd het spul bejubeld. Daarom kreeg ik steeds vaker patiëntes op het spreekuur die zelf om DES vroegen. Vaak ter ondersteuning bij zwangerschappen, soms omdat ze hadden gelezen over de werking ervan als haargroeimiddel, of omdat ze zich een perzikhuidje wensten.
Vanuit de hoek van de logeerkamer klonk een vaag, onverstaanbaar gemurmel. Emma praatte in haar slaap, wat (gelukkig) één van de weinige eigenschappen was die ze van Krijn had geërfd.
Maanlicht piepte door de gordijnen en lichtte de contouren van de logeerkamer op. Ik gooide mijn benen over de rand van het bed en in het halfduister knielde ik even neer bij Emma. Streek een pluk blond haar van haar voorhoofd. Toen schoot ik in mijn duster en sloop de gang op.
Michaels werkkamer lag tegenover de logeerkamer. Ik opende de deur, voelde op de tast langs de wand en knipte het licht aan. Het rook hier vaag naar sigaren. In het midden van de ruimte stond een notenhouten bureau en een bruinleren bureaustoel, en daarachter een tot de nok toe gevulde boekenkast, die de hele wand besloeg. Zachtjes sloot ik de deur achter me. Even bekroop me het gevoel iets illegaals te doen, door in het holst van de nacht door Michaels naslagwerken te grasduinen. Maar ik wist ook dat ik geen oog zou dichtdoen voordat ik het onderzoek zelf had doorgespit.
Ik voelde me misselijk worden. Onwillekeurig schoot mijn hand naar mijn mond
Rijen vakliteratuur en medische publicaties stonden keurig op jaartal uitgestald. Ik pakte de uitgaves van de American Journal of Obstetrics and Gynecology van de afgelopen twee jaar van de plank. Vervolgens liet ik me op het koude leer van Michaels bureaustoel zakken en begon te bladeren. Het duurde niet lang voor mijn oog op een artikel viel dat kopte: Effects of Prenatal Exposure to Diethylstilbestrol on Reproductive Development in Experimental Animals.
“Hebbes,” fluisterde ik. Mijn ogen schoten langs de tekst, waarin uiteen werd gezet hoe drachtige ratten en muizen DES toegediend kregen, waarna het vrouwelijke én mannelijke nageslacht werd gevolgd tot na de puberteit. En juist bij dat nageslacht werden ernstige problemen geconstateerd. Bij deze dieren was er niet alleen massaal sprake van een verminderde vruchtbaarheid, maar ook van neoplastic changes; ernstige vergroeiingen van baarmoeder en geslachtsorganen. Alsof dat nog niet genoeg was, bleek er ook een sterk verhoogde kans op tumoren op latere leeftijd te zijn.
Ik voelde me misselijk worden. Onwillekeurig schoot mijn hand naar mijn mond. Ik dwong mezelf om verder te lezen over vervormingen aan geslachtsorganen en baarmoederkanker, maar er raasde een nerveuze angst door mijn maagstreek. Ik had Emma tijdens mijn zwangerschap blootgesteld aan een nachtmerrie in tabletvorm. Een moordpil.
En dat niet alleen. Sinds ik een half jaar geleden als assistent-huisarts bij dokter Van Dronten was gaan werken, had ik het middel ook voorgeschreven aan mijn patiënten. Zonder er ook maar één kritische vraag over te stellen, was ik domweg meegegaan in de hype. Hoeveel vrouwen had ik al met een recept DES naar de apotheek gestuurd? Vijf? Zes? Tien? Of meer?
Achter mijn oogleden brandden tranen. Ik zette mijn duim en wijsvinger tegen mijn neusbrug en haalde diep en trillerig adem, en nog eens. Toen schoof ik de bureaustoel naar achter en liep terug naar de logeerkamer.
Inmiddels scheen het eerste daglicht door de pastelgele gordijnen. Ik hurkte opnieuw naast een slapende Emma neer, en streek door haar blonde krullen. “Het spijt me zo, lieverd,” fluisterde ik.
Lees hier het allerlaatste bonusdeel.
Het pad naar morgen – deel 1
Na ruim negen maanden in een verpleeghuis keert mevrouw Maas terug naar huis. Tijdens haar laatste avond blikt ze terug op de Watersnoodramp van 1953, en het geheim dat ze al decennia met zich meedraagt.
Het pad naar morgen – deel 2
Als haar laatste avond in het verpleeghuis onverwacht oude wonden openrijt, vertelt Neeltje over haar vlucht uit een gewelddadig huwelijk – en op de allesbepalende keuze om haar eigen dood in scène te zetten.
Het pad naar morgen – deel 3
Neeltje keert terug naar haar appartement na maanden revalideren, maar de stilte en leegte maken haar onzeker. Haar herinneringen gaan terug naar 1953, toen ze met een nieuwe identiteit een veilig leven probeerde op te bouwen.
Het pad naar morgen – deel 4
Lena zwerft door de natgeregende straten van Amsterdam, uitgeput en zonder uitweg. Al dagen zoekt ze vergeefs naar werk en onderdak, terwijl de dreiging van Krijn steeds boven haar hoofd hangt. Zwanger en alleen begint de wanhoop haar te overmannen. Tot ze onverwacht iemand ontmoet die haar lot ingrijpend zal veranderen.
Het pad naar morgen – deel 5
Anna, vroeger Neeltje, blikt terug op haar leven terwijl haar kleindochter Charlotte door oude familiefoto’s bladert en vragen stelt over het verleden. Ze vertelt over haar ingewikkelde keuzes, een nieuwe identiteit, haar liefde voor Matthijs en de voorbereidingen op hun huwelijk en de komst van hun kind.
Het pad naar morgen – bonusdeel 1
Bij een bevriende gynaecoloog in Amerika krijgt Anna de schrik van haar leven. Het synthetisch oestrogeen dat ze al een tijdje slikt - Diethylstilbestrol, kortgezegd DES - blijkt heel gevaarlijk te kunnen zijn voor de gezondheid van haar eigen dochter.
Het pad naar morgen – bonusdeel 2
In dit allerlaatste deel van Het pad naar morgen wordt Anna's grootste angst waarheid. Door haar toedoen is haar dochter ernstig ziek. Maar Anna strijdt ook voor verandering en vrijheid.





