
PremiumLang leve het leven. Wat de Bijbel ons leert over de dood
Essay
2 oktober 2025 · 20:00| Leestijd:13 min
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Eva.
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Eva.
We praten er liever niet over. En als het toch ter sprake komt, zeggen we dingen als: “Zolang het maar pijnloos is” of “Hopelijk pas als ik oud ben”. De dood is voor de meesten van ons een ongemakkelijk onderwerp. En toch... hij hoort onlosmakelijk bij het leven. Hoe kun je omgaan met die gedachte, zonder je hoop te verliezen? De Bijbel biedt geen makkelijke antwoorden, maar wel troost en perspectief.
Hoort de dood bij het leven? Het is in ieder geval een van de weinige zekerheden die ik heb als sterveling: ooit zal ik overlijden. Sommige mensen hebben daar vrede mee, anderen zijn er letterlijk doodsbang voor. Maar het laat niemand van ons onberoerd. Iedereen mist wel een dierbare overledene, iedereen kent wel iemand die veel te jong is heengegaan en elke dag lezen we in de krant over oorlogen en rampen die vele levens eisen. Als het over dit onderwerp gaat, wordt zelfs de meest verstokte atheïst een klein beetje religieus. Want zou er echt geen ziel zijn, die ergens naartoe gaat na de dood? Is de dood echt het einde? Bestaat er, zoals de Bijbel suggereert, een liefde die sterker is dan de dood?
Het paradijs zonder dood
Om met de deur in huis te vallen: nee, de dood is uiteindelijk geen onderdeel van het grote plan van de Bijbelse God. De Bijbel begint met een paradijselijke situatie. Als lezer krijg je de indruk dat de dieren elkaar nog niet aten en dat de mensen geen dieren aten. Er stond een levensboom in die mooie tuin en de vruchten van die boom gaven de mensen, Adam en Eva, steeds weer nieuwe levenskracht. Je hoefde niet te sterven zolang je leefde in harmonie met de schepping, God, de ander en jezelf. Dat is Adam en Eva helaas niet voor altijd gelukt.
Adam en Eva wilden de grenzen overschrijden. Ze wilden nóg meer uit de schepping halen dan ze al kregen. Daarmee verstoorden ze de balans. Het verhaal is bekend: samen deelden de twee een vrucht van de enige boom in het paradijs die voor hen verboden was. Zo verspeelden ze ook meteen hun recht om van die andere boom te eten, de levensboom. Voortaan was de weg naar het leven voor hen afgesneden. Ze belandden in het onverbiddelijke stramien waarin wij nog steeds zitten: je wordt geboren, leeft een korte of lange tijd, en je sterft. “Stof ben je en tot stof zul je terugkeren”, wordt tijdens een begrafenisritueel vaak gezegd. Eigenlijk was dat de vloek die God over Adam en Eva uitsprak toen zij uit hun mooie tuin werden gezet.
Tekst gaat hieronder verder.
Gratis tegeltje ‘geloof, hoop en liefde’
Woorden die verbinden, houvast geven en ons herinneren aan Gods liefde. Geef deze woorden een mooie plek in je huis, of geef 'm cadeau! Vraag nu jouw gratis tegeltje aan!
De dood hoort erbij, maar had er niet moeten zijn
Want een vloek is het. We willen het niet. Natuurlijk niet. Hoe goed we er ook mee om proberen te gaan en over te praten, de dood zal nooit helemaal iets goeds of fijns of moois zijn. Daarom eindigt de Bijbel ook met een belofte. Net als in de eerste hoofdstukken schetsen de laatste hoofdstukken een paradijselijke situatie. Het gaat om een stad waar een rivier doorheen loopt met water dat leven brengt. Langs die rivier staan weer bomen – bomen die geneeskrachtige vruchten geven. De mensen in deze prachtige stad hoeven de dood niet meer te ondervinden: de dood, belooft de profeet die het boek Openbaring schreef, zal er niet meer zijn.
Deze twee Bijbelse gedachtegangen zijn goed om te onthouden. Ten eerste: aan het begin en het einde van het plan van God staat het eeuwige leven. Als mens mag je je dus realiseren dat het heel gezond en normaal is om in opstand te komen tegen de dood. Er boos van te worden. Te geloven dat je dan wel een sterveling bent, maar dat je niet als zodanig bent bedoeld. Je bent geschapen voor het leven. Ten tweede: de realiteit is al heel lange tijd dat we wel sterfelijk zijn. We leven niet meer in de hof van Eden en nog niet in de paradijselijke stad uit Openbaring. Als mensen van de tussentijd is het onze taak om verstandig om te springen met de realisatie dat we allemaal een keer zullen sterven.
Tekst gaat hieronder verder.
Als er een crisis komt in je overtuiging, wat dan?
In opstand komen tegen de dood
Laten we beginnen met manieren om opstandig naar de dood te kijken. Al sinds we uit het paradijs zijn gezet, zijn we als mensheid op zoek gegaan naar manieren om onsterfelijk te worden. Machthebbers doen dat door monumenten voor zichzelf te laten bouwen. Kunstenaars willen iets moois nalaten, iets wat hen nog lang zal overleven. In de Bijbel vinden mensen het heel belangrijk om veel kinderen te krijgen. Veel nageslacht voortbrengen is ook een vorm van onsterfelijk zijn: je naam blijft voortleven.
Er zijn goede en minder goede manieren om te proberen de dood op afstand te houden. Het kan iets arrogants hebben om te denken dat wij als mensen God te slim af kunnen zijn. De allerrijksten van onze aarde hebben de illusie dat zij, als ze maar genoeg investeren, wel de middelen zullen vinden om nooit te hoeven sterven. Ik geloof daar niet in. In series als Black Mirror wordt gespeeld met de gedachte dat stervende mensen hun brein kunnen laten uploaden in de cloud. Dan word je een eeuwig doorlevend abstract en digitaal bewustzijn zonder lijf. Maar is dat nou echt mens-zijn?
Tekst gaat hieronder verder.
Rituelen als reddingsboei: ‘Ik ben zelden zo gelovig als wanneer ik zing’
De ultieme overwinning van het leven
Gelukkig hebben we veel sympathiekere manieren om dapper te strijden tegen de macht van de dood. In de eerste dagen na de kruisiging van Jezus ging een groep moedige vrouwen gewapend met kruiden en oliën op weg naar zijn graf. Ze wisten dat Jezus dood was, maar ze wilden zo lang als dat ging de stank van de dood verjagen. Met dat wat ze hadden: kleine symbooltjes van schoonheid, zorg en liefde. Uiteindelijk werd hun bescheiden bijdrage groots beloond, want deze vrouwen mochten de eersten zijn die te horen kregen dat Jezus was opgestaan. Zij werden de brengers van het paasverhaal.
Dat paasverhaal is het belangrijkste protest tegen de alomtegenwoordigheid van de dood. Jezus stond op uit de dood en daarom mogen zijn volgelingen ook opstandig zijn. In weerwil van de realiteit waarin we nu leven, worden we uitgenodigd om de dood als overkomelijk te gaan zien. Daarbij helpt misschien een woord dat ik van filosoof Hannah Arendt heb geleerd: nataliteit. Te vertalen als ‘geboortelijkheid’. Want we zijn dan wel allemaal sterfelijk, maar wat is eigenlijk die andere zekerheid van alle mensen? Dat we allemaal geboren zijn. Waarom focussen we daar eigenlijk niet op? Op onze kracht om leven te brengen, leven te verbeteren en leven aangenamer te maken?
God van de levenden
Jezus was op dit gebied een grote wonderdoener. Toen zijn vriend Lazarus ziek werd en overleed, ging Hij met diens zussen naar het graf toe. Daar begon Jezus te huilen. Het is misschien wel het emotioneelste moment van Jezus in de Bijbel. Hij kon de dood niet aanzien en niet uitstaan. Daarom riep Hij Lazarus terug. Heel even greep Hij in de orde der dingen in. Nee, zei Hij, wat jullie zien als de dood, een onvermijdelijk eindpunt, zie Ik vanuit mijn goddelijke perspectief eigenlijk als slapen. En wie slaapt kan wakker worden.
In de blik van God en Jezus krijgt de dood iets relatiefs.
Er was voor Jezus sowieso een doorgaande lijn tussen de doden en de levenden. Zijn joodse medegelovigen waren op dit punt verdeeld. De ene groep dacht dat de doden dood zouden blijven en de andere groep geloofde in de opstanding van de doden. Die laatsten kregen gelijk van Jezus. “We noemen God ook wel de God van Abraham, Isaak en Jakob”, zei Hij. “En aangezien God een God van levenden is en niet van doden, leven Abraham, Isaak en Jakob ook nog voort.” In de blik van God en Jezus krijgt de dood iets relatiefs. Iets krachtelozers – de dood hoeft niet langer alles te bederven.
De slechte dood en de goede dood
In het Oude Testament wordt regelmatig over het dodenrijk geschreven. Dat zagen de mensen als een plek waar je een beetje wezenloos was. Het was er donker en saai. Geen enorm kwellende hel, maar meer de wachtruimte op een treinstation, zonder dat er ook maar iemand nog echt een trein verwacht. Naar dit dodenrijk zagen de Bijbelschrijvers natuurlijk niet uit. Ze wilden het vermijden. Maar er is iets opvallends aan de hand met dit woordgebruik.
Telkens als de Bijbel zegt dat iemand naar het dodenrijk gaat, gaat het om een voortijdige dood. Koning Hizkia, bijvoorbeeld, is in de kracht van zijn leven als hij doodziek wordt. Op dat moment is hij bang om naar het dodenrijk te gaan. Begrijpelijk: als koning heeft hij nog heel veel te doen en als persoon heeft hij ook nog niet het gevoel dat alles klaar is. Het voelt oneerlijk om onverrichter zake te sterven. Daarom spreekt Hizkia huiverend over het dreigende dodenrijk. Gelukkig krijgt hij van God nog vijftien jaar extra te leven. Daarna is het wél goed. Hij overlijdt op een geschikte (leef)tijd en gaat, zo zegt de Bijbel het, te ruste bij zijn voorouders.
Deze combinatie zie je vaker in de Bijbel terug. Jakob is een verdrietige man omdat zijn lievelingszoon Jozef hem ontvallen is. Elke keer als hij spreekt over zijn dood, heeft hij het over het dodenrijk. Er is nog iets niet af, er ontbreekt iets aan hem en daarom zal hij niet vredig kunnen sterven. Pas op het moment dat Jakob zijn zoon eindelijk weer ontmoet heeft, verdwijnt zijn weerzin tegen het dodenrijk. Dan wordt ook hij, zegt de Bijbel, verenigd met zijn voorouders. Er zijn dus twee manieren om te sterven: de negatieve dood, als je nog niet klaar was en je de dood echt als onwelkome gast ervaart. En de goede dood. De dood met een vredige gemoedstoestand.
Tekst gaat hieronder verder.
De prijs van haast: ‘Als we gestrest zijn, kunnen we nauwelijks een echt gesprek voeren’
Leven toevoegen aan de dagen
Goed sterven, dat is de letterlijke vertaling van de term euthanasie. In Nederland is euthanasie toegestaan als je volgens de dokter en jezelf uitzichtloos en ondraaglijk lijdt. In zo’n situatie is leven pijnlijker dan sterven en vinden veel mensen het een genadige ingreep om iemand die dood te gunnen. Misschien is dat voor God spelen. Maar is het niet ook voor God spelen om onze technologie oneindig in te blijven zetten om de duur van iemands leven te verlengen?
In zijn geweldige boek Slotcouplet vertelt longarts Sander de Hosson verhalen uit zijn praktijk. Sander heeft stervende mensen bijgestaan in alle levensfasen en vanuit allerlei verschillende posities in de maatschappij en situaties in het leven. Voor hem is dit een belangrijke richtlijn: je kunt soms beter leven aan de dagen toevoegen, dan dagen aan het leven. Dat lijkt me een grote wijsheid. Als volgelingen van Jezus kunnen we Hem de opwekking van Lazarus niet nadoen. Maar we kunnen wel in zijn geest werken en zien hoe we de dagen van onszelf en anderen met meer leven kunnen vullen.
Ik zal niet doen alsof het makkelijk is om deze mentaliteit vol te houden, maar voor de Bijbel gaat het in veel gevallen sowieso meer om kwaliteit dan om kwantiteit. Ooit werd ik erop gewezen dat de Bijbel, als het gaat om mensenlevens, vaker over dagen praat dan over jaren. Niet omdat iedereen zó jong werd, maar omdat het je focus verlegt. Je zegt niet meer: “Over tien jaar wil ik dit bereiken, over dertig jaar wil ik daar en daar zijn.” Je denkt eerder aan wat er vandaag mooier kan aan de wereld en je omgeving. En dan ga je slapen en denk je alvast over morgen na. Leven met de dag.
Tekst gaat hieronder verder.
Hoe kunnen we terugkeren naar meer sociale verbondenheid?
Gedenk te sterven
In een van Jezus’ scherpste verhalen vertelt Hij over een rijke man die veel oogst had binnengehaald. Meer oogst dan hij kon opslaan. En dus besloot de man om zijn voorraadschuren open te breken en te verruimen. Voortaan kon hij zijn rijkdom voor een tijdsduur van vele jaren opslaan. Dat zag de man wel zitten: op zijn lauweren rusten, genieten van zijn eigen welvaart en verder de boel de boel laten. Maar, zei Jezus, diezelfde nacht nog nam God het leven van die man weg. Daar lag hij dan tussen al zijn munten en spullen. Rijkdom waarmee hij in zijn levensdagen veel goeds had kunnen doen – maar het enige waaraan hij had gedacht was zijn zorgeloze en egoïstische meerjarenplan.
Op die manier vaardigde Jezus regelmatig een ‘memento mori’ uit. Gedenk te sterven, reken er niet op dat de dood aan jouw huis voorbijgaat. Dat lijkt in tegenspraak te zijn met Jezus’ grote focus op het leven en zijn opstand tegen de dood, maar die dingen horen bij elkaar. Jezus riep zijn leerlingen op om met de dag te leven en zich te realiseren dat de dood op elk moment kon toeslaan. Of je nou jong of oud, rijk of arm, goed of slecht was. Waarom hamerde Jezus daarop? Omdat Hij wil dat we vandaag, hier en nu, goed leven. We moeten leven toevoegen aan de dagen, en er gaandeweg op vertrouwen dat God dagen zal toevoegen aan ons leven. Dat is zijn werk.
We moeten leven toevoegen aan de dagen, en er gaandeweg op vertrouwen dat God dagen zal toevoegen aan ons leven.
Win-win
De apostel Paulus is van alle Bijbelschrijvers misschien wel de stoerste op het gebied van de dood. Hij durfde de dood te bespotten door te zeggen: “Dood, waar is je angel?” Dat kon hij doen omdat hij geloofde dat Jezus de macht van de dood definitief had overwonnen. Jezus is uit de dood opgestaan en wij mensen mogen Hem daarin volgen. Dat maakt van de dood een transitie in plaats van een eindstation. Voor Paulus zag het er zo uit: een stervende mens is als een zaadje in de grond. Het verdwijnt, breekt open en er komt iets zoveel mooiers voor in de plaats.
Zelf leefde Paulus permanent op het randje van de dood. Hij overleefde schipbreuk en gevangenschap, woedende menigtes en geniepige moordaanslagen. Paulus wist wat het was om elk moment te kunnen sterven. Daardoor wist hij ook dat het zaak was om zo veel mogelijk leven aan zijn dagen toe te voegen. Hij was niet bang voor de dood, want dan zou hij bij Jezus mogen zijn. Maar elke dag waarop hij nog niet dood was, ervoer Paulus als een geschenk. Waarom? Omdat hij die dag kon gebruiken om veel goede dingen te bereiken. Een win-winsituatie, vond Paulus zelf!
Van zijn houding kunnen we leren. De Bijbel roept ons op om respect voor het leven te hebben. Om het leven als winnende kracht te zien. Dan verliest de dood dat hele enge. Zo hoeven we niet meer krampachtig alles te doen om de dood te ontlopen of ontkennen. Maar we hoeven ons ook niet fatalistisch neer te leggen bij onze sterfelijkheid. Verlamd door het uitzicht van het aangekondigde levenseinde. We zijn sterfelijk, maar we zijn ook geboortelijk. We zijn geroepen om leven te brengen in elke dag die ons gegeven wordt. In geloof, hoop en liefde. Drie dingen die, volgens diezelfde Paulus, als allerlaatste zullen overblijven. Drie dingen die zelfs de dood kunnen overleven.
Tekst: Alain Verheij
Illustratie: Lisa den Teuling










