
Zo leerde CU-politica Mirjam Bikker om te gaan met kritiek: 'Ik check mijn social media niet als ik moe ben'
Leestijd: 12 minDoor Mirjam Hollebrandse
Ze vergelijkt haar politieke werk graag met de bouw van een kathedraal. Je bouwt jaren en jaren, misschien wel zonder ooit het eindresultaat te zien. “Maar,” zegt CU-fractievoorzitter Mirjam Bikker (43), “je weet wel dat je met iets moois bezig bent. Je sjouwt mee voor een volgende generatie – en soms pluk je er nu de vruchten van.”
De Kamer is al met reces als Mirjam dit interview geeft, maar zelf gaat ze nog een weekje door. Dan zit ook voor haar het politieke jaar erop. Ze kijkt uit naar de kampeervakantie, in het Franse Bretagne. “We houden allemaal van kamperen, dus met onze tenten vormen we een hele nederzetting. Niet te ver bij de zee en het strand vandaan, en dicht bij mooie oude stadjes.”
Je zult – ook op vakantie – vaak herkend worden…
“Klopt. Dat is het hele jaar door echt prima. Maar op vakantie hoop je dat het even wat minder is. Want vooral voor de kinderen vind ik het niet leuk – al gaan ze er heel goed mee om. Maar voor mezelf geldt net zo goed: als ik gezellig met het gezin op pad ben, wil ik niet steeds aangesproken worden op mijn functie. Kijk, dat ik word herkend, vind ik helemaal niet erg. Ook niet dat mensen boven op een berg met mij op de foto willen. Maar als ik op de camping de vaat sta te doen, heb ik even minder zin in een gesprek over hoe we sneller huizen kunnen bouwen in Nederland. Dan zeg ik gerust: ‘Zullen we het daar een andere keer over hebben?’ Vorig jaar waren we in Oostenrijk. Kwam er op de laatste dag een stel naar ons toe dat zei: ‘Succes met je werk, je doet het heel goed.’ Nou, perfect.”
Hartje Gouda
Voor dit interview koos Mirjam restaurant Brownies&downieS uit, een locatie in haar woonplaats Gouda. En niet zonder reden: “Afgelopen jaar stond voor mij in het teken van het voorkomen van de bezuinigingen op de gehandicaptenzorg. Omdat ik het belangrijk vind dat mensen volwaardig kunnen meedoen in de maatschappij en gezíén worden. Brownies&downieS is daarin wat mij betreft een voorbeeldplek. Ik kom hier graag. Het is een gezellige stek in het hartje van Gouda, waar mensen met een beperking volop meedraaien. Dat vind ik prachtig om te zien.”
Je ogen stralen als je het hierover hebt…
“Ik word hier inderdaad vrolijk van. Natuurlijk hadden we ook op mijn prachtige kantoor met systeemplafond in Den Haag kunnen afspreken. Dan liet ik je zien hoe de Kamer functioneert. Maar in de Kamer doen we ons werk voor mensen die hier in de stad en op allerlei plekken bijdragen aan het goede. Dus ik vind het veel leuker om juist op díé plekken af te spreken. Bovendien, Den Haag kan makkelijk een papieren werkelijkheid worden. Maar ik ben vólksvertegenwoordiger. Dus zo’n plek als deze geeft mij het vuurtje om mijn werk te doen.”
De rij van generaties
Mirjam draait zich even om en kijkt onder het zonnescherm door richting de Sint-Jan. Het is de kerk waar ze iedere zondag met haar gezin te vinden is, en waar ze haar ankerpunt vindt. “De Sint-Jan is geen kathedraal, maar het is wel zo’n kerk waar járen aan gebouwd is. Dat staat voor mij symbool voor mijn eigen werk: jarenlang bouwen, soms zonder zelf het eindresultaat te zien. En toch weten: we bouwen met elkaar iets moois op voor een volgende generatie.
Bovendien, als ik hier zondags zit, ervaar ik wat een voorrecht het is om in de rij van generaties te staan die God hebben gezocht op allerlei momenten in hun leven. Als het goed ging, maar ook als het tegenzat. Het mooie is dat je in zo’n kerkelijke gemeente die momenten met elkaar deelt én ze bij God brengt. Dat biedt je de wetenschap: Hij draagt je dit leven door. Dat is voor mij iedere zondag een heerlijk ankerpunt.”
Den Haag kan makkelijk een papieren werkelijkheid worden
Is Den Haag dan ver weg?
“Het zet de Haagse hectiek en de dagelijkse krantenkoppen in een ander perspectief. Als ik op zondag niet tot rust kan komen en een bezield thuis vind in de kerk, kan ik mijn werk niet doen. Knap hoe collega’s dat wel kunnen, maar voor mij zijn kerk en geloof een soort hartslag in het leven. Ik ben zondags bewust offline en je zult mij die dag ook niet in een praatprogramma zien. Ik wil echt even andere dingen doen.”
‘Nog stralend jong’
“Voor mij betekent het christelijk geloof achter Jezus aan gaan en op Hem willen lijken”, zegt ze, terwijl een van de serveersters twee koppen cappuccino op tafel zet. De serveerster – een dame met het syndroom van Down – draagt een button met ‘gefeliciteerd’ op haar T-shirt en als Mirjam belangstellend vraagt waarmee we haar mogen feliciteren, blijkt ze morgen 32 te worden. “Wat zie je er nog stralend jong uit!” complimenteert Mirjam haar.
“Maar dat niet alleen,” vervolgt ze even later, “geloven is weten dat God deze wereld in zijn hand heeft. Dus hoe ons leven ook gaat – of we het heel goed doen of dat we struikelen – we mogen bij Hem thuiskomen. Dat heb ik vanaf mijn vroege jeugd meegekregen en daar ben ik heel dankbaar voor. En natuurlijk loop je bij het volwassen worden deuken en butsen op in het leven. Ik heb in de Kamer de zorgportefeuille, dus ik ontmoet veel mensen in heel kwetsbare omstandigheden. Sommige mensen zijn echt in de knel geraakt. Maar welke perfecte wetten we ook maken, niet alles is op te lossen. Wat mij helpt, is de wetenschap dat er Eén is die onze tranen telt en dat er een beter koninkrijk op ons wacht. Dat kan ik nauwelijks uitleggen aan een collega van een andere partij, maar het geeft mij rijke troost.
Dus ja, ik werk voor een aards koninkrijk, maar ik verwacht een ander koninkrijk.”
Mirjam Bikker (CU): 'Ik blijf hopen op Gods koninkrijk'Mirjam Bikker (CU): 'Ik blijf hopen op Gods koninkrijk'
Na een korte stilte: “Het mooie is: we krijgen soms nu al voorproefjes van dat koninkrijk. Neem nou die ontzettend leuke mevrouw van daarnet. Zij viert morgen haar verjaardag. Als ik dan die twinkeling in haar ogen zie, voel je iets van een feest dat nog komen gaat. Het helpt mij in mijn werk enorm om daar regelmatig bij stil te staan. Nee, niet als een goedkoop ‘stil maar, wacht maar’, maar als een gelovig weten dat we bij de Vader echt thuis zijn.”
Je wijdt je met hart en ziel aan de politiek. Voel je je daar helemaal thuis?
“Ik kan er een deel van mijn talenten goed in kwijt, en dat doe ik inderdaad met hart en ziel. Tegelijkertijd is de politiek een plek van voorbijgangers; je bent volksvertegenwoordiger voor een tijdje. Dat relativeert.
En ja, ik zoek graag actief naar mogelijkheden om dingen in dit land te verbeteren. Er is veel loos en er is veel behoefte aan juist het christelijk gedachtegoed van omzien naar elkaar. Dus ik hoop goede dingen in beweging te krijgen.
Maar ik weet ook: bouwen aan de samenleving kan op heel veel plekken. Dus politiek is voor mij een middel, geen doel.”
Je had begin 2023 niet per se fractievoorzitter hoeven worden?
“Nee, helemaal niet. Dat is meer op mijn pad gekomen dan dat ik ernaar verlangd heb.”
Wie is Mirjam Bikker?
Mirjam Bikker woont in Gouda, is getrouwd en heeft drie kinderen in de leeftijd van 16, 14 en 9.
Geen perfecte heilige
Mirjam is de eerste vrouwelijke fractievoorzitter van een christelijke partij, wat ze ervaart als “een pittige verantwoordelijkheid”. Er is veel waar je over na moet denken, zegt ze, en mensen verwachten dat je over alles hebt nagedacht. Ze schiet in de lach: “Meteen maar een teleurstellende mededeling: die perfecte heilige ben ik niet en is denk ik ook nog niet gevonden. Maar laten we het niet zwaarder maken dan het is: vóór mij hebben mensen dit gedaan, en na mij zullen anderen dit werk weer doen.”
Je voorganger Gert-Jan Segers ervoer zijn tijd in de Kamer als tropenjaren. Wist je waar je aan begon?
“Gert-Jan was heel goed in het anderen meenemen in zijn werk. Toen bekend werd dat hij afscheid zou nemen, ben ik een keer met mijn man bij hem en zijn vrouw op de koffie geweest. Wat mij raakte, was dat zijn vrouw vertelde hoe zij juist in de pittige jaren had ervaren dat de Here God voor hen zorgde. En precies dat is de basis die we binnen de ChristenUnie aan elkaar meegeven: we doen dit niet alleen.
En ja, Gert-Jan had gelijk: dit zijn niet de meest makkelijke jaren. Kabinetten vallen tegenwoordig helaas snel, en bij elke verkiezingscampagne begin je weer met nul zetels.”
Had je het gevoel dat je je moest meten met hem?
“Nee, omdat ik ook weet dat we natuurlijk heel verschillend zijn. Sowieso omdat hij man is en ik vrouw, en iedereen doet het op zijn eigen manier. Wat ik natuurlijk wel merkte, was dat hij heel bekend was. Dat helpt in de politiek. Ik moest die bekendheid nog opbouwen. Al kon ik daar ontspannen mee omgaan, en gelukkig was ons team daar ook heel nuchter in.”
Denk je weleens: waar ben ik aan begonnen?
“O, geregeld! Al is het maar omdat ik het voor dit land heel goed zou vinden als we echt eens een aantal dingen op gaan knappen, in plaats van dat politici in talkshows alleen maar aan het kissebissen zijn. Bovendien merk ik dat de verharding en polarisatie enorm zijn toegenomen. De berichten die ik in coronatijd kreeg – toen ik nog Kamerlid was – óók van christenen… poeh! Zeldzaam hard.
Tegelijkertijd weet ik: als je dit werk overlaat aan mensen met alleen een harde mening, wordt het land nog steeds niet opgebouwd. De brutalen hebben de halve wereld, zeggen we dan. Maar die andere halve wereld is wel de plek waar veel goeds gebeurt. En daar geef ik graag stem aan.”
Vieze treinen
“Ik heb geleerd niet mijn social media te checken als ik moe ben”, antwoordt Mirjam op de vraag hoe ze omgaat met kritiek, maar ook met de vuiligheid die ze online soms over zich heen krijgt. “Daar word ik verdrietig en somber van. Maar als het terechte kritiek is, moet je daar wel mee aan de slag. Toen de ChristenUnie langer in de regering zat, kregen we soms het verwijt dat we gingen wennen aan het compromis. Dat is terechte kritiek.
En als ik in de trein een conducteur ontmoet die mij vertelt hoe de treinen steeds viezer worden en dat het hard werken is om de trein veilig te houden, heeft hij een heel terecht punt. Dat mag hij gewoon bij me aankaarten, ook als ik moe op de terugweg ben vanuit Den Haag. Het leuke is: collega Pieter Grinwis is daarmee aan de slag gegaan. Dat vind ik nou het mooie van Kamerlid zijn: je bent niet alleen maar druk met stukken lezen – dat is ook belangrijk – maar veel belangrijker is het dat je je oor te luisteren legt en opmerkt waar mensen tegenaan lopen.”
Hoe groot is de verleiding om te denken dat Mirjam Bikker het ver geschopt heeft?
“Haha, als je politicus bent, krijg je over het algemeen zo veel feedback, dat je dat niet snel denkt, hoor. Kijk maar op mijn tijdlijn. Nee, het is maar net met welke bril je kijkt. Als ik met de bril van het hemels koninkrijk naar mijn eigen functie kijk, denk ik dat een medewerker in de ouderenzorg het verder geschopt heeft dan ik. Als ik zie hoe mensen in de zorg elke dag liefdevol hun cliënten wassen, en zonder mopperen nóg eens iemand naar de wc brengen als er een ongelukje is gebeurd… Dat is totaal wat anders dan kopjes koffie drinken en gesprekken voeren, zoals politici doen. Dus heb ik het ver geschopt? Ik vind juist de mensen die in de zorg werken de echte helden.”
Mirjam over 'thuiskomen'
Voel jij je snel ergens thuis?
“Bij mij hangt dat meer af van de mensen dan van de omgeving. Ik ervaar snel een klik met mensen, en ik vind het leuk om met anderen te praten en te horen wat hen bezighoudt. Dat kan in Gouda of Den Haag zijn, maar ook over de grens. Al merk ik dat je in gemeenschappen waarin je elkaar kent, bijvoorbeeld de kerk, op een andere manier thuiskomt dan wanneer je iemand maar eenmalig ontmoet. Als je langer met elkaar oploopt, kun je je ook thuis voelen als het tegenzit.”
Heb je je weleens ergens totaal niet thuis gevoeld?
“Toen ik een jaar of 14, 15 was, ging ik naar een politieke jongerenbijeenkomst waar iedereen minister-president wilde worden. Toen dacht ik: nee, dit is echt niks voor mij. Ik was vooral bezig met de vraag: hoe kunnen we goed voor de natuur zorgen en voor de mensen om ons heen? En veel minder met mijn carrière.”
Ga je na een vakantie graag weer naar huis, of stel je het moment van thuiskomen het liefst zo lang mogelijk uit?
“Ik vind het altijd lekker om thuis te komen in mijn eigen vertrouwde omgeving. Al weet ik dan ook dat dan het volle leven weer begint en dat de heerlijke momenten van vertragen voorlopig echt voorbij zijn.”

Gert-Jan Segers blikt terug op Dit is de week: 'Soms droeve dagen vol digitaal antisemitisme'
Auteurs

Meest gelezen
- Hoe overleef je als christen de buurtbarbecue? ‘Zelfs als buren vloeken, kun je beter niet met het vingertje wijzen’

Onder de zon
Hoe overleef je als christen de buurtbarbecue? ‘Zelfs als buren vloeken, kun je beter niet met het vingertje wijzen’
- Ook de Netflixversie van ‘Het kleine huis’ biedt fijne huifkarromantiek

Filmrecensie
Ook de Netflixversie van ‘Het kleine huis’ biedt fijne huifkarromantiek
- Ds. Barth is groot natuurliefhebber: ‘Ik speur met een laken en blauwe lamp naar nachtvlinders’

De hobby van de dominee
Ds. Barth is groot natuurliefhebber: ‘Ik speur met een laken en blauwe lamp naar nachtvlinders’
Lees ook
- Vakantievrienden? Jorieke denkt er het hare van: 'Misschien zijn ze juist zo mooi omdat ze niet langer dan een paar weken duren'

Column
Vakantievrienden? Jorieke denkt er het hare van: 'Misschien zijn ze juist zo mooi omdat ze niet langer dan een paar weken duren'
⭐Premium - Margje over dromen die in duigen vallen: 'Een mens is meer dan zijn grootste succes'

Column
Margje over dromen die in duigen vallen: 'Een mens is meer dan zijn grootste succes'
⭐Premium - Patrick Baris zoekt jarenlang naar houvast in drugs en criminaliteit, totdat hij aanklopt bij een christelijke opvang

Interview
Patrick Baris zoekt jarenlang naar houvast in drugs en criminaliteit, totdat hij aanklopt bij een christelijke opvang
⭐Premium