
Oud-zendingswerker en GZB-directeur Martijn van den Boogaart: 'Zending is geen roeping van een individu, maar van een gemeente'
Interview
Leestijd: 12 minDoor Gert-Jan Schaap
Dat hij ooit zendingswerker - en later zelfs directeur van de GZB - zou worden, had Martijn van den Boogaart (1973) nooit kunnen bedenken. Toch woonde hij jarenlang met zijn gezin in Malawi. “Wij dachten dat die deur naar zending dichtzat. Maar toen we erop duwden, tuimelden we naar binnen.”
Zending
“In ons eerste jaar in Malawi kreeg onze Thomas – destijds 3 – een enorme zwelling in zijn hals”, vertelt Martijn op het kantoor van de GZB (Gereformeerde Zendingsbond) in Driebergen. “Mijn vrouw Anneke kon het als arts niet goed duiden. Dit was niet normaal bij een kind. Ze was bang dat het tuberculose was. Daarom gingen we naar een christelijk ziekenhuis in de hoofdstad Lilongwe. Daar troffen we een oudere Amerikaanse kinderarts op zijn laatste dag in Malawi. Hij onderzocht Thomas en schreef een volwassenen-dosis antibiotica voor. Dat hadden andere artsen niet zomaar aangedurfd, maar daarna zagen Anneke en ik die zwelling letterlijk voor onze ogen wegtrekken. Hoe zou het zijn gelopen als we een dag later naar Lilongwe waren gegaan?
Weet je wat je op zo’n moment heel diep beseft? Zending wordt gedragen door de gebeden van betrokken mensen, van wie je soms niet eens wéét dat ze voor je bidden. De grondtoon van zending is gebed.”
Talloze herinneringen
Het is een van de talloze herinneringen die Martijn van den Boogaart heeft aan de acht jaar die hij met zijn vrouw en hun drie kinderen in het Afrikaanse land doorbracht. Achter Martijns opgeruimde bureau hangt een grote, kleurrijke foto van een stenen kerkgebouw in Ekwendeni, de plaats in Malawi waar ze woonden en werkten. “Het is gebouwd door Schotse zendelingen. Een klassieke ‘missiepost’ in Schotse stijl.”
In mijn hoofd was ‘het buitenland’ toen nog vooral Amerika
Hoe Martijns weg naar Malawi en uiteindelijk naar deze directeursstoel in Driebergen begon, is een verhaal vol verrassingen. In gedachten gaat hij terug naar een borrel met een grote groep medestudenten, toen ‘wereldkerk’ en ‘zending’ voor hemzelf nog tamelijk abstracte begrippen waren.
“Anneke en ik kenden elkaar niet, maar net als zij was ik lid van de reformatorische studentenvereniging CSFR. In januari 1998, tijdens een midwinterweekend van de CSFR, raakten we aan de praat op een bomvolle studentenkamer. Het was meteen zo’n fascinerend gesprek, waarbij we de tientallen andere aanwezigen helemaal vergaten. We hadden slechts oog en oor voor elkaar. Ik studeerde elektrotechniek, Anneke geneeskunde. Op een gegeven moment stelde ze mij een verrassende vraag: of ik ooit in het buitenland zou willen werken. Ik zei meteen volmondig ja.”
Verrassend. Waarom?
“Ik was net terug uit Ohio, Amerika, waar ik als student vier maanden had verbleven. Een vormende tijd in een compleet nieuwe omgeving, waarin ik mezelf opnieuw moest uitvinden. In mijn hoofd was ‘het buitenland’ toen nog vooral Amerika. Pas later ontdekte ik dat Anneke aan iets heel anders dacht, namelijk Afrika. En aan zending. Zij was opgegroeid in Zuid-Afrika, als zendingskind. Mijn eerdere Amerika-ervaring had de drempel voor mijzelf wel een stuk lager gemaakt om later met haar mee te bewegen richting het zendingsveld.”
Je eigen bril afzetten
Na hun huwelijk – ze trouwden in 2001, in de Oude Kerk van Delft – vroegen Martijn en Anneke zich biddend af welke weg God met hen wilde gaan. Terwijl Anneke haar coschappen liep, maakte Martijn carrière bij KPN in Den Haag. “Al snel daarna kwam ik via een oud-studiegenoot in de consultancy terecht. Achteraf was dat een belangrijke leerschool in contextualisatie: snel leren aanvoelen hoe een organisatie of cultuur werkt, en je eigen bril afzetten. In de zending is dat in wezen niet anders.”
Hiv-pandemie
Anneke en Martijn merkten dat het buitenland bleef trekken. In 2004 besloten ze de proef op de som te nemen: ze gingen voor vier maanden naar Malawi. Anneke voor haar laatste coschappen, Martijn als vrijwilliger. “Iemand van de GZB gaf ons een contactadres, zodat we daar een balletje konden opwerpen. We waren van harte welkom in een plaatselijk ziekenhuis.”
Anneke werkte er als zaalarts op de vrouwenafdeling, terwijl Martijn onder meer hielp met het installeren van zonnepanelen. “Ik mocht dan wel een hoogopgeleide techneut zijn, feitelijk was ik het hulpje van een lokale elektricien in het ziekenhuis. En dat vond ik prima: ik heb er heel veel van geleerd en had zelf nog nooit zonnepanelen gelegd. Voor mij was het een les in bescheidenheid, en in goed luisteren.”
Hoe hebben jullie die korte Afrika-periode ervaren?
“Aan de ene kant was het best een confronterende tijd. Sowieso omdat we kennismaakten met bittere armoede. En we waren er midden in de rauwe werkelijkheid van de hiv-pandemie, toen er in Malawi nog geen aidsmedicijnen beschikbaar waren. Bijna iedereen die daar in het ziekenhuis lag, overleed in korte tijd en na een pijnlijk ziekbed. Toch was het juist deze ervaring die bij ons de doorslag gaf om, naderhand, serieus na te denken over zending. We zagen in Malawi dat we allebei echt iets konden betekenen voor anderen. Al wisten we ook dat er wel een heldere roeping moest zijn voor ons beiden.”
Drie maanden te vroeg
Het onderwerp zending kwam op een veel lager pitje te staan door de geboorte van hun eerste kind, Thomas, in 2005. Hij werd drie maanden te vroeg geboren. “Wekenlang hebben we aan zijn couveuse gezeten. Een heel heftige tijd, maar uiteindelijk ging het gelukkig heel goed met hem, ondanks die moeizame en onzekere start.”
In Malawi heb ik veel meer oog gekregen voor het vrije werk van de Geest
In 2006 kwam die ‘heldere roeping’ voor de zending alsnog?
Martijn knikt. “Op een manier die we zelf niet hadden voorzien. Anneke en ik redeneerden: als we straks bij onze kerkenraad aankloppen met een andere organisatie, vragen ze vast of we ook al met de GZB hebben gepraat… In onze hervormde gemeente was dat dé logische zendingsorganisatie. We gingen ervan uit dat de GZB wel ergens plek zou hebben voor een arts als Anneke, maar niet voor mij: een consultant die elektrotechniek heeft gestudeerd. Dus het was vooral uit een soort plichtsbesef dat we in 2006 toch contact opnamen met de GZB.”
En?
“We dachten dat die deur naar zending dichtzat, maar” – hij schiet in de lach – “toen we erop duwden, tuimelden we naar binnen: tot onze grote verbazing bleek al snel dat ze voor ons beiden mogelijkheden zagen. Het grappige was trouwens dat we eerder al in contact waren met noodhulporganisatie ZOA. De recruiter daar stelde een verrassende vraag: ‘Jullie zochten toch een organisatie die meer met de lokale kerk doet? Moeten jullie niet bij de GZB zijn…?’”
Lang op je handen zitten
Lang verhaal kort: er was plek voor Anneke en Martijn in het land dat ze al kort hadden leren kennen: Malawi. Anneke zou als tropenarts aan de slag kunnen gaan in Ekwendeni Hospital, Martijn als adviseur op synodaal niveau van de Presbyteriaanse Kerk in Noord-Malawi.
Er werd een thuisfrontcommissie gevormd, voor gebed en financiële ondersteuning. Ook volgden ze vooraf nog intensieve training bij Bijbelschool All Nations in Engeland. “Daar werd het thema ‘contextualiseren’ er echt ingehamerd: lang op je handen zitten, luisteren voordat je iets gaat doen. Intense weken, maar we namen heel waardevolle lessen mee naar Malawi.”
Wie is Martijn van den Boogaart?
Daarna werkte hij mee aan Focus, een project rond missionaire gemeenteopbouw van collega-organisatie IZB. Sinds 2020 is hij directeur van de GZB. Martijn en Anneke hebben drie kinderen en wonen in Delfgauw.
Worstelen met de overgang
Terwijl Martijn en Anneke met vallen en opstaan steeds beter hun draai vonden in Malawi, zagen ze de 3-jarige Thomas enorm worstelen met de overgang naar deze nieuwe situatie. “Anneke en ik wisten ons echt geroepen om te gaan, maar onze kinderen hadden geen keuze. Dus voor ons was dit een grote zorg. Gelukkig ging het na dat lastige eerste jaar opeens veel beter met Thomas, en begon hij er bijvoorbeeld zelf over dat hij graag naar school wilde. Dat was voor ons een gebedsverhoring.”
Martijn heeft het als “mooi en waardevol” ervaren om zijn gaven en talenten in te zetten in een ander land, en zo lokale (vaak kleine) kerken en gemeenschappen te ondersteunen en te dienen.
Wat is een belangrijke les die je meeneemt vanuit die acht jaren in Malawi?
“In Nederland praten, vergaderen en structureren we graag. In Malawi heb ik veel meer oog gekregen voor het verrassende, vrije werk van de heilige Geest. Ooit reisde ik met enkele andere kerkelijk werkers naar een afgelegen, stoffig dorpje, Chafisi, voor een toerusting rond discipelschap en hoe je geestelijke groei in je lokale gemeenschap kunt bevorderen. Op het allerlaatste moment stelde een Malawiaanse collega opeens voor om de mensen daar in groepjes uiteen te laten gaan, zodat ze met elkaar van gedachten konden wisselen. Normaal gesproken kijkt iedereen naar de meest senior persoon om als spreekbuis te fungeren als er een vraag wordt gesteld. De openheid die tijdens deze groepsgesprekken ontstond, was volgens mijn collega’s ‘niet normaal’ in de toch wat formelere Presbyteriaanse Kerk. ‘Dit was de heilige Geest aan het werk’, zeiden ze naderhand. Durven wij in Nederland nog te benoemen dat de Geest werkt, of houden we het – in situaties zoals deze – op: ‘Het was een mooi proces…’?”
Wat mis je nu vooral als je terugdenkt aan de kerk in Malawi?
“De koorzang! De zangcultuur is daar heel sterk. In elke dienst was er minimaal één koor, soms wel drie of vier. De vreugde spatte er echt vanaf als die koorleden zongen. Fantastisch. Het tilde me elke zondag als het ware op. Ook dat kunnen we in Nederland leren van het wereldwijde lichaam van Christus: vreugdevol geloven met je hele lichaam. Niet alleen maar met je hoofd.”
Wat ze ook vraagt, we gaan niet huilen
'We speelden mooi weer'
Toen de Van den Boogaarts in 2016 terugkeerden naar Nederland, betekende dit niet dat ze mentaal direct thuiskwamen. Integendeel, vertelt Martijn. “Bij de nazorg die de GZB aanbood, hoorde een gesprek met een psycholoog. Ik weet nog dat Anneke en ik erheen reden, en onderweg tegen elkaar zeiden: ‘Wat zij ook vraagt, we gaan niet huilen.’ Zo van: met ons gaat het goed, we zetten de schouders eronder en we gaan weer door. Maar eerlijk gezegd: we speelden mooi weer.”
Waarom hielden jullie bij die psycholoog de schijn op?
“Achteraf gezien was het een overlevingsmechanisme. We waren volop aan het doorstarten in een maatschappij waarin we onze weg weer moesten vinden. Maar de emoties zaten hoog: je hebt afscheid genomen van een stuk van je leven, en bent nog niet opnieuw geworteld. Thuis en in de kerk lieten we de tranen trouwens wel zien. En tegenwoordig adviseer ik terugkerende zendelingen altijd: sta jezelf toe om die verlieservaring te benoemen. Gun jezelf die tranen. Want je bent dan wel terug, maar nog niet echt thuis. Dat kost tijd.”
Geen zendingswerkers meer
Collega-organisaties De Verre Naasten en Kerk in Actie kiezen er inmiddels principieel voor geen zendingswerkers meer uit te zenden. “Wij wel”, reageert Martijn. “Overigens mede op verzoek van onze partners. Zij vragen vaak om mensen met specifieke expertise vanuit allerlei vakgebieden, zeker niet alleen theologen.”
Die collega-organisaties wijzen onder meer op het gebrek aan wederkerigheid in de zending, als reden waarom ze geen zendingswerkers meer uitzenden.
“Dat is inderdaad een risico. We vinden het bijvoorbeeld heel normaal om een Nederlands stel naar Costa Rica te sturen, om daar de taal en de cultuur te leren, te gaan ‘wortelen’. Maar omgekeerd vinden wij het vaak heel ingewikkeld om iemand vanuit daar hierheen te halen om onze kerken te dienen. Zijn wij soms niet bereid van anderen, als volstrekt gelijkwaardige mensen, te leren? Wij moeten daarom in Nederland leren hulp en advies te vragen vanuit de wereldkerk. Dat levert vaak verrassende inzichten op.”
Kun je daar een concreet voorbeeld van noemen?
“Het begint er vaak mee dat partners je anders leren kijken naar jezelf. Een Costa Ricaanse voorganger die aan een groep Nederlandse voorgangers vraagt: ‘Hoeveel schapen hebben jullie? Ik heb er honderdduizend. Alle mensen in mijn stad...’ Of een Franse predikant die vertelt dat in zijn kerk van soms maar tien oudere kerkgangers toch het verlangen ontstond om een buurtcafé te beginnen. ‘Want de kerk is er niet voor zichzelf, maar voor het dorp.’ Dat helpt mij om heel verwachtingsvol te kijken naar wat kan gebeuren in kleiner wordende gemeenten in Nederland.”
De GZB bestaat 125 jaar. Wat is jullie grootste zorg?
“Het vervullen van zendingsvacatures. Onze doelstelling is zes uitzendingen per jaar, maar op dat niveau zitten we al een tijd niet meer. Ik pleit ervoor dat gemeenten in onze achterban in ieder geval hardop tegen iedereen – jongeren en ouderen – zeggen: ‘Als je je geroepen voelt, weet dan dat we je hoe dan ook zullen steunen.’ Dat kan een extra stimulans zijn om de stap te zetten. Ik zeg dit omdat zending – als beweging van hoop – geen roeping is van een individu, maar van een gemeente.”
‘Halfhartige discipelen’
Martijn kijkt weer naar de kleurrijke foto van de kerk in Ekwendeni. “Zending heeft niets te maken met een houding van ‘wij weten het beter’. Het is dienen en vreugdevol iets delen van wat je zelf uit Gods hand hebt ontvangen. Ten diepste zijn we allemaal, ikzelf ook, ‘halfhartige discipelen’, zoals een partner uit Nepal het onlangs raak verwoordde… Of we nu hier in Driebergen zitten, of ergens in een stoffig dorpje in Malawi: we lopen allemaal ook maar wat achter Jezus aan, hopend dat het écht waar is wat we geloven. Uiteindelijk verlangen we er allemaal naar onderweg telkens weer verrast te worden door Jezus’ aanwezigheid, zodat ons hart – net als bij de Emmaüsgangers – weer in vuur en vlam staat. Dat is de ultieme vorm van vreugde die we als volgelingen van Jezus in deze wereld mogen verspreiden, dichtbij én ver weg.”
Op zaterdag 4 juli 2026 viert de GZB zijn 125-jarig jubileum op landgoed Heerlijkheid Mariënwaerdt in Beesd, met een feestelijk evenement met verhalen, muziek en activiteiten voor jong en oud.

Elvis vertrok vanuit Nigeria naar Amsterdam om aanbidding te leiden: 'Ik kwam aan op Schiphol en dacht: waar is al het zand?'
Auteurs

Meest gelezen
- Voormalig EO-presentator Menno Helmus (64) overleden. ‘Christus leeft in mij, wat er ook gebeurt’

Voormalig EO-presentator Menno Helmus (64) overleden. ‘Christus leeft in mij, wat er ook gebeurt’
- Het favoriete Opwekkingslied van Elbert Smelt: 'Dit nummer gaat over taalgrenzen heen'

Opwekking
Het favoriete Opwekkingslied van Elbert Smelt: 'Dit nummer gaat over taalgrenzen heen'
- Als een wonder uitblijft: Jurjen over ziekte, gebed en de vraag of God iedereen kan genezen

Luistertip
Als een wonder uitblijft: Jurjen over ziekte, gebed en de vraag of God iedereen kan genezen
Lees ook
- Jorieke moet even wennen: 'Jaren wilde ik even géén geluid om me heen, nu weet ik niet wat ik met mezelf aan moet'

Column
Jorieke moet even wennen: 'Jaren wilde ik even géén geluid om me heen, nu weet ik niet wat ik met mezelf aan moet'
⭐Premium - De blinde vlek van zending: voor je het weet, ben je drammerig

Essay
De blinde vlek van zending: voor je het weet, ben je drammerig
⭐Premium - Hoe gaat het met voormalig EO-presentator Paulien Zeeman? 'Ik werd gegroet op straat, dat vond ik benauwend'

Hoe is het nu met?
Hoe gaat het met voormalig EO-presentator Paulien Zeeman? 'Ik werd gegroet op straat, dat vond ik benauwend'
⭐Premium