
Op bomentocht met Wim Eikelboom: 'Een goed verhaal geeft een oude boom meerwaarde'
Reportage
Leestijd: 10 minDoor Pieter-Jan Rodenburg
“Groet eens een boom”, adviseert Wim Eikelboom (58). “Het zal je goeddoen.” De bomen-ambassadeur neemt Visie mee langs een paar monumentale exemplaren met elk zijn unieke verhaal. “Deze koning van het woud is eigenlijk een watje.”
Bomen
“Moet je kíjken man, schítterend toch?” Wims hand glijdt over de ruwe bast van een imposante zomereik, midden in de uiterwaarden van Deventer. Als een grote bol torent de eik uit boven de weilanden langs de IJssel. Zijn takken waaieren breed uit. Als Wim op zijn tenen gaat staan, kan hij de onderste bladeren nét aanraken. “Zo zie je ze niet vaak meer”, glundert de bomenman uit Zwolle. “Meestal moeten die laagste takken eraf, zodat auto’s, vrachtwagens en landbouwvoertuigen eronderdoor kunnen. En in het ergste geval moeten ze helemaal het veld ruimen, om plaats te maken voor schaalvergroting en intensivering van de landbouw.”
Het zijn precies déze plekken die het hart van Wim sneller laten kloppen. Niet voor niets noemt hij dit groene palet van weilanden, heggen en bomen “een heimweelandschap”. Want deze afwisseling van begroeiing en platteland zie je zelden meer.
Als schrijver zoekt en vertelt Wim verhalen over iconische bomen. Vandaag is Visie met hem op stap om een paar van die verhalen op te diepen, en deze zomereik is onze eerste stop.
Het was wel een onderneming om bij deze boom te komen. We ploeterden door een pas ingezaaide akker, en de rivierklei kleeft nog aan Wims bruine sneakers. Maar eenmaal oog in oog met deze groene makker is alle leed vergeten. Bewonderend kijkt hij nog een keer omhoog. “De eik staat bekend als een stoere boom”, zegt hij. “Mannelijk ook, de boom van Wodan en Donar, oorlog en donder. Maar deze koning van het woud is eigenlijk een watje, hoor. Hij heeft anderen nodig om zich voort te planten. Zijn eikels worden door dieren verspreid, met name door de gaai. Al zijn de meeste eiken die in Nederland staan, door mensen geplant.”
In topconditie
Deze eik mag indrukwekkend zijn, volgens Wim is het nog maar een puber. “Eiken kunnen wel duizend jaar worden, maar ik vermoed dat dit exemplaar zo’n twee eeuwen oud is. De eerste driehonderd jaar groeien ze, de tweede driehonderd jaar zijn ze stabiel en daarna worden ze een veteraan: dan krimpen ze langzaam en sterven ze beetje bij beetje af.” Wim kijkt naar de dichtbebladerde takken boven zich. “Deze is nog in topconditie”, concludeert hij, wijzend naar het frisse groen. En die enkele dode tak? “Die hoort erbij.”
Wims liefde voor en kennis van bomen komen tot uiting in een vrijwel eindeloze reeks feiten, verhalen en associaties. Hij vertelt over de honderden soorten dieren die een thuis vinden in de boom – van de kleinste insecten tot forse vogels. “Iedere boom is een gemeenschap van leven.” Hij klopt op de stam van de zomereik: “Deze is bijvoorbeeld hol. Dat is vrijwel iedere eik van een bepaalde leeftijd, maar dat vindt een boom helemaal niet erg. Het molm in de boom is voedsel voor allerlei diertjes, die op hun beurt weer voedsel zijn voor anderen.” Zijn oog valt op een gat in de bast: “Daar zou zomaar een uil of kauw in kunnen huizen.” En, wijzend naar de hulst die in de schaduw van de eik groeit: “Dat is een vaste partner van de eik. Een miskende boom – veel mensen denken dat het een struik is.”
Levende monumenten
Zo’n eenzame gigant op het platteland kun je met een gerust hart monumentaal noemen. Daar zit dan ook de expertise van Wim: monumentale bomen. Voor de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed én de Bomenstichting is hij betrokken bij de vraag: hoe kunnen we oude bomen beter beschermen? “Gebouwen kunnen, als ze vijftig jaar worden, een monumentale status krijgen. Waarom bomen dan niet?” Het antwoord op die vraag blijkt ingewikkelder dan gedacht: “De wet voorziet niet in levende monumenten. Want hoe kun je die ooit in oorspronkelijke staat houden, zoals je met een monument moet doen? Een boom gaat zijn eigen gang.” Wim werkt daarom aan een landelijke richtlijn om monumentale bomen wel te kunnen beschermen. Bijvoorbeeld door cultuurhistorische verhalen beter voor het voetlicht te brengen. Ook werkt hij aan een lijst van bijzondere bomen in Nederland met een verhaal. “Een goed verhaal of een naam geeft een oude boom meerwaarde. Daardoor zijn we er zuiniger op.”
En daarom vertelt Wim, waar hij maar kan, bomenverhalen. Tijdens lezingen, in groepen, op festivals – deze zomer is hij te horen op het Gracelandfestival.
Pokdalige stam
De tweede stop van onze bomentocht is een boom met zo’n goed verhaal, én een naam: de kozakkenlinde, een kleine zeshonderd meter bij de eik en de IJssel vandaan. “De op één na oudste lindeboom van Nederland”, weet Wim. Ze (de linde wordt gezien als vrouwelijk) zou volgens hem zomaar vijfhonderd, zeshonderd jaar oud kunnen zijn. Wat je haar niet zou geven; ze staat wat verscholen op een dijk. De omliggende bomen zijn hoger en lijken een stuk indrukwekkender dan deze wat in elkaar gedoken, grillig gevormde Hollandse linde. Uit de pokdalige, metersdikke stam met een omtrek van zo’n 6,5 meter groeit een handvol boomdikke takken naar boven. Van onder tot boven prikken jonge, verse twijgen de lucht in. “Ze is eeuwenlang geknot, vandaar de vorm”, legt Wim uit.
Is het niet curieus dat we ooit bevrijd zijn door de Russen?
Als we ons eenmaal door de braamstruiken hebben geworsteld die de linde omringen, stuiten we op een bordje met informatie over de boom. “Volgens overlevering meer dan 400 jaar oud”, lezen we. Wim grijnst. “Bij deze oudjes weet je nooit precies de leeftijd.” Die metersdikke stam blijkt, nu we dichterbij zijn, grotendeels vermolmd. Je kijkt zo het binnenste van de boom in. Maar rond die houtpulp groeien allerlei nieuwe takken en kronkelen jonge wortels vanuit de grote stammen naar beneden. “Die nieuwe wortels noem je adventieve wortels”, zegt Wim. “Mensen zeggen weleens dat lindes het eeuwige leven hebben: ze maken telkens nieuwe wortels en vernieuwen voortdurend. Waar het ene stuk afsterft, groeit even verderop weer iets nieuws. En deze linde is nog springlevend. Je zou het niet zeggen, als je die holle stam ziet, maar ze doet het uitstekend!”
Rakker op leeftijd
Het is overigens niet alleen de leeftijd die deze boom interessant maakt, stelt hij. “Het verhaal gaat dat de kozakken – de Russen die ons in 1813 bevrijdden van de Franse bezetters – deze boom gebruikten als uitzichtpunt en ontmoetingsplek. Is het niet curieus dat we ooit bevrijd zijn door de Russen? We zouden het zo vergeten.
Deze boom heeft de geschiedenis aan zich voorbij zien trekken!
Maar,” vertelt Wim, “ook toen Napoleon hier langsreed op zijn paard, was ze al een rakker op leeftijd. Want honderden jaren geleden stroomde de IJssel hier vlak langs, en waren lindes als deze een soort vuurtoren. Die waren op de dijk geplant als markeringspunt. Deze linde heeft het zo lang volgehouden doordat ze op zo’n dijk stond – had ze geen last van overstromingen. Kortom, deze boom heeft de geschiedenis aan zich voorbij zien trekken!”
Symbolische kracht
“We kunnen leren van bomen te hóúden”, zegt Wim, als we even later een moment uitrusten. “Ik zit hier nu met jou, als interviewer, maar ook met de linde naast ons. Zij is net zo goed ons medeschepsel. In jou herken ik iets van onze Schepper, maar in haar ook! Bomen maken verbinding tussen de aarde – waarin ze geworteld zijn – en de hemel, waar ze naartoe reiken met hun takken. Dat is een vorm van aanbidding.”
Die symboliek raakt Wim. “Natuurlijk weet ik dat die boom naar het licht groeit en daarom zijn takken omhoog werpt. En dat een vogel die mooi fluit, zijn territorium verdedigt of een partner zoekt. Maar tegelijkertijd is deze boom een symbool van juichen voor God, van je uitstrekken naar Hem. En daarom kan ik – zoals de heilige Franciscus de zon aanspreekt als ‘mijnheer broeder zon’ – de bomen groeten als broeders en zusters. Groet eens een boom. Dat kan ik iedereen aanraden.”
Oprechte aandacht voor bomen heeft zijn geloofsleven veranderd, zegt Wim. “Ik heb veel meer oog gekregen voor de symbolische kracht van de natuur. Kijk naar zo’n linde. Wij zien de molm en denken: dat is hopeloos. Maar vanuit die hopeloosheid komt er tóch weer groei. Daar herken ik God in. En vanuit die hoop kan ik weer verder. Een boom leert me oud te worden en tóch fier overeind te blijven staan. Iedere keer dat ik me krakkemikkig voel, geeft-ie mij een seintje: ‘Kop op, Wim! Ik loop ook weer uit!’”
Pokdalige beuk
Van de Kozakkenlinde rijden we naar Deventer, naar de oude begraafplaats aan de Diepenveenseweg. Die ligt verscholen in een parkje, midden in een heel gewoon wijkje: een rijtje oude huizen, wat lage flats, een basisschool. Pas als we even het park in zijn gelopen, zien we een kapelletje en de ingang van de begraafplaats. Daar heeft de natuur de regie van de mensen overgenomen. Al sinds 1918 worden hier geen mensen meer begraven, maar mogen bomen, struiken en planten grotendeels hun gang gaan. Vrijwilligers houden de begraafplaats bij.
Langzaam lopen we het terrein op over een bemoste laan, omringd door schots en scheef groeiende beuken. Het was in het begin van de twintigste eeuw modieus om een beuk op een graf te planten, weet Wim. Naast een fiere berk pronkt een grillige beuk vol zwammen. “Deze kun je met recht pokdalig noemen”, grinnikt hij. “Kijk naar de dode en hangende takken. Hij maakt het niet lang meer. En het mooie is: die kan hier gewoon zijn einde halen. Hij hoeft niet omgehakt te worden, want hier krijgen ook bomen de ruimte om te sterven.”
Kijk eens, wat een schoonheid!
De vele bladeren filteren het licht tot een vriendelijke, groene schemer, waarin je bijna vanzelf gaat fluisteren. Onder het bladerdak pakt Wim een boekje uit zijn tas. Leven als de bomen, een dichtbundel van Hans Bouma. “Als ik over bomen vertel, neem ik vaak deze bundel mee. Omdat het mijn liefde voor bomen verbindt met mijn christelijke levensovertuiging.” Hij slaat het open en begint voor te dragen: “‘Ga naar binnen. Nu je hier toch bent, jij, al zo lang onderweg, jij, nooit heb je tijd. Zeg alles af. Luister naar de bomen (…) De bomen verwachtten je al.’”
Een tijdje is het stil, op het windgeruis tussen de bladeren door na. Hier hebben de bomen het voor het zeggen.
Ultra-bejaard
Zo rustig als het op de begraafplaats is, zo levendig is het aan de oever van de IJssel, tegenover de stad Deventer. Dagjesmensen wachten op het pontje naar de stad, wandelaars en fietsers starten er hun route en op een terras geniet een enkele toerist van koffie. Vlak bij dat terras staat een enorme populier. Ook een uitzonderlijk oude, weet Wim: geplant in 1822.
Hier, aan de voet van deze 35 meter hoge ‘Reus van De Worp’ – vernoemd naar het stadspark dat zich in de schaduw van de boom uitstrekt – eindigt onze tocht. “Deze is geplant als bakenboom”, vertelt Wim. “Als de IJssel buiten zijn oevers trad, wisten schippers hoe ze moesten navigeren over de rivier. Deze ene boom vertelt een hele geschiedenis. Denk aan het beroemde gedicht ‘Herinnering aan Holland’, van Hendrik Marsman, waarin hij ‘rijen ondenkbaar ijle populieren’ ziet staan. Want die werden twee eeuwen geleden massaal geplant, ze groeien namelijk lekker snel. De klompenindustrie maakte er veel gebruik van. Maar omdat-ie niet zo oud wordt, is de populier op z’n retour. Deze is met z’n tweehonderd jaar ultra-bejaard. Maar kijk eens wat een schoonheid! Als ik deze zie, gun ik Nederland meer trotse populieren.”

Vijf bomen met een verhaal: 'Ik gaf Anne Frank een stukje vrijheid'
Auteurs

Meest gelezen
- Voormalig EO-presentator Menno Helmus (64) overleden. ‘Christus leeft in mij, wat er ook gebeurt’

Interview
Voormalig EO-presentator Menno Helmus (64) overleden. ‘Christus leeft in mij, wat er ook gebeurt’
- Nagenieten van het Grootste Worshipconcert van Nederland in Ahoy: bekijk hier de hoogtepunten

Inspiratie
Nagenieten van het Grootste Worshipconcert van Nederland in Ahoy: bekijk hier de hoogtepunten
- Elisa Krijgsman, Ad de Boer en anderen reageren op het overlijden van Menno Helmus: ‘Wat was hij enthousiast’

Achtergrond
Elisa Krijgsman, Ad de Boer en anderen reageren op het overlijden van Menno Helmus: ‘Wat was hij enthousiast’
Lees ook
- Krachtiger dan haar beperkingen: Roos Botman straalt, ondanks rolstoel en beademing

Interview
Krachtiger dan haar beperkingen: Roos Botman straalt, ondanks rolstoel en beademing
⭐Premium - Zangeres Eline van Dijk leerde leven met verlies: 'Benoemen dat het goed gaat, schuift de pijn niet van tafel'

Interview
Zangeres Eline van Dijk leerde leven met verlies: 'Benoemen dat het goed gaat, schuift de pijn niet van tafel'
⭐Premium - Waarom René en Riske eten en kleding uitdelen in de buurt: 'Het bord soep is geen springplank voor evangelisatie'

Interview
Waarom René en Riske eten en kleding uitdelen in de buurt: 'Het bord soep is geen springplank voor evangelisatie'
⭐Premium