
Wat we kunnen leren van reizigers in de Bijbel. 'Zij gingen niet op vakantie, dat was een absurd idee'
Leestijd: 8 minDoor Alain Verheij
De zomer is een seizoen vol reizigers en de Bijbel is een boek vol reizigers. Ideale combinatie, zou je denken. Toch zien de Bijbelse reizen er net wat anders uit dan de gemiddelde vakantie van een doorsnee Nederlandse familie. Wat kunnen we hieruit leren voor ons eigen leven?
Vertrekken
Toen ik tiener was, boekten mijn vader en moeder een keer in de winter een gezinsvakantie zonder aan mij en mijn zus te vertellen wat de bestemming was. Ze gingen zo ver met deze verrassing, dat zij onze koffers inpakten, zodat wij niet zouden weten of het een wintersport- of een strandvakantie zou worden. Stapje voor stapje kwamen we erachter. De auto reed richting een vliegveld, dus concludeerden we dat het een verdere bestemming zou worden. Maar welke bestemming? Dat ontdekten we pas toen we met onze paspoorten in de hand in de rij gingen staan om in te checken. Het werd een Canarisch eiland.
In deze vierdelige serie zoeken we naar lessen over reizen. Het eerste deel gaat over het begin van een reis: vertrekken. Voor mijn zus en mij hing vertrekken nauw samen met vertrouwen. We moesten er maar van uitgaan dat vader en moeder een fijne ervaring voor ons hadden georganiseerd. Dat konden we ook, op basis van alle eerdere ervaringen. Daarom was het avontuur spannend op een leuke manier. Toch zit er in élk vertrek iets van vertrouwen. Want ook mijn ouders, die alles hadden geregeld, moesten zich toevertrouwen aan de piloot, de weersomstandigheden, het eventuele reisbureau, een goede gezondheid voor ons allemaal en ook dat we het thuisfront veilig en wel konden achterlaten. Vertrekken is onzekerheden toelaten in je leven. Dat maakt afhankelijk.
Wat mij betreft kan bijna niemand de wiebelige melancholie van de reiziger zo goed weergeven als Gerard Reve in zijn bekende reisgebed:
O God.
Ik sta op het punt, op reis te gaan.
Ik weet niet, of het misschien mijn laatste reis is.
Ik wil U liefhebben.
Ik hoop, dat ik onderweg niemand enig ongeluk of
ander kwaad zal berokkenen.
Ik wil proberen niet, of veel minder, te drinken.
Ik sta voor U.
Ik weet dat ik, of ik veilig zal aankomen,
dan wel onderweg verwonding, ziekte of dood zal vinden,
altijd U toebehoor.
Want in leven en sterven zijt Gij in mij en ben ik in U.
Ik ga nu weg.
Vaarwel, o God.
Op vakantie gaan was in Bijbelse tijden een absurd idee
Geen ANWB
Als vakantiegangers in onze tijd al zo’n spanning kunnen voelen vlak voor vertrek, moet het voor Bijbelse reizigers wel heel wat heftiger zijn geweest. In Bijbelse tijden ging je niet op vakantie. Dat was een absurd idee; je zomaar in het territorium van andere stammen en volken wagen. De wegen trotseren die geen ANWB, geen hulpdienst en geen asfalt kenden. Reizen deed je omdat je moest leven van de handel, óf omdat je gedwongen werd. Op de vlucht voor oorlog en honger, of verbannen en gedeporteerd door een partij die machtiger was dan jij. Als het niet hoefde, ging je niet te ver op reis. Je keek wel uit.
Des te bijzonderder is het dat we in de Bijbel voortdurend meeleven met reizigers. Het woord Hebreeër betekent zoiets als oversteker. De allereerste zin die God tegen Abram spreekt is: “Trek weg uit je land.” Dat zal Abram geen vrolijke kriebels in zijn buik hebben bezorgd, zoals mijn zus en ik die hadden toen we nog net niet geblinddoekt in de auto van mijn ouders stapten. Het zal hem bang en verdrietig hebben gemaakt. Wat moest hij allemaal achterlaten? Zijn vaderland en familie, zegt God. Waar ging de reis dan naartoe, als Abram dan zonodig weg moest? “Naar het land dat Ik je zal wijzen.” Abram en Saraï werden de vader en moeder van alle gelovigen door ja te zeggen tegen die levensgrote opdracht.
Eindeloos ver
Op weg zijn is namelijk een kern van hoe mensen in de Bijbel hun geloof leven. Hanna Lam dichtte het geliefde lied: “Zomaar te gaan met een stok in je hand, zonder te weten wat je zult eten. Zomaar te gaan met een stok in je hand; eindeloos ver is ’t beloofde land.” Dat hebben Abram, Saraï en hun nakomelingen geweten. Het zou eeuwen duren voordat er veel zichtbaar werd van de beloften van God. Dat er een groot volk uit dit echtpaar zou voortkomen, zouden ze zelf niet te zien krijgen. En voordat dit volk in het door God beloofde land zou komen te wonen, moest het nog veertig jaar door de woestijn zwerven.
Als je erop gaat letten, speelt vertrekken en onderweg zijn een hoofdrol in de Bijbel
Als je erop gaat letten, speelt vertrekken en onderweg zijn een hoofdrol in de Bijbel. Tot en met Jezus, die altijd rondtrok, nergens een plek had om zijn hoofd te ruste te leggen, en zijn eigen leerlingen ook op missie stuurde. Zoals in Lucas 10, waarin Hij tweeënzeventig van zijn volgelingen de paden op en de lanen in zond: “Neem geen geldbuidel, geen reistas en geen sandalen mee, en groet onderweg niemand. Als jullie een huis binnengaan, zeg dan eerst: ‘Vrede voor dit huis!’” Weinig comfort, weinig vertrouwds, weinig voorbereidingen. Met in je bagage eigenlijk niet veel meer dan de vrede van Christus, die welbeschouwd natuurlijk meer is dan al het andere wat je waar dan ook mee naartoe kunt nemen.
Drie lessen
Vanwaar deze nadruk, waarom is de Bijbel zo’n reisboek? Laten we proberen er de volgende drie lessen uit te trekken voor ons eigen leven.
Ten eerste: elke reis in de Bijbel is een revolutie. De heersende cultuur ging ervan uit dat elk land toebehoorde aan een andere godheid. Dat verschillende groepen en volken vooral moesten oppassen voor elkaar en elkaar niet te veel moesten vertrouwen. Jij in jouw klein hoekje, en ik in ’t mijn, en we bemoeien ons maar niet te veel met elkaar. Dat Abram en zijn nakomelingen op reis worden gestuurd door een God die blijkbaar voor hen uit trekt, doorbreekt die impasse. Blijkbaar ontmoeten we hier een God die niet gebonden is aan een standplaats, maar die hemel en aarde gemaakt heeft. Een God die contact wil, niet alleen met z’n eigen volkje, maar met al zijn schepselen. Een God met een belofte die ver reikt: een vrede die uiteindelijk de hele hemel en aarde zal doortrekken en vernieuwen.
Goed reizen is je beperkte blik laten verruimen. Begrijpen dat jij verrijkt kunt worden door de ander. Dat er aan de andere kant van de aardbol ook mensen leven die God liefhebben en door God worden liefgehad. Dat de schepping veel groter is dan jouw dagelijkse leefwereld; en dat God nog weer veel groter is dan die schepping. Niemand kan God vatten in zijn broekzak of in zijn hersenpan. Goed reizen is onderdeel worden van Gods universele verhaal, dat al onze begrenzingen te boven gaat.
Zorgzaamheid voor vluchtelingen
Ten tweede: God kiest reizigers als hoofdpersonen van de Bijbel, opdat wij als Bijbellezers begrip zouden houden voor alle andere mensen op drift. Iedereen die het beloofde land betrad, moest van God eerst belijden: “Mijn vader was een zwervende Arameeër” (Deuteronomium 26:5). Daaruit vloeide deze houding voort: “Vreemdelingen mag je niet uitbuiten. Jullie weten immers hoe het voelt om vreemdeling te zijn, omdat jullie zelf vreemdelingen zijn geweest in Egypte” (Exodus 23:9). De bedoeling was dat Abrams nakomelingen nooit zouden vergeten waar ze vandaan kwamen. Ook als ze op een dag gesetteld waren, welvarend en veilig, zou er ergens het besef moeten blijven dat dit niet vanzelfsprekend was. Dat ze ooit moesten zwerven en dat ze misschien ooit weer zouden moeten zwerven. Als het goed is, leidt zoiets tot empathie en zorgzaamheid voor vluchtelingen en anderen die op reis zijn en overgeleverd aan de goodwill van de medemensen op hun pad.
Loslaten van valse zekerheden
Ten derde: we moeten weer leren vertrouwen. Als ik als tiener op reis durfde aan de hand van mijn lieve maar menselijke en feilbare ouders, hoeveel te meer zouden we dan moeten kunnen vertrouwen op de God die ons liefheeft en vasthoudt? De roeping van Abram en de latere woestijnreis van zijn nakomelingen is een oproep tot vertrouwen. Tot het durven loslaten van valse zekerheden. Het durven herzien van vastgeroeste identiteiten. De sprong durven wagen, weg van onze luxe, richting nieuwe avonturen, nieuwe ontmoetingen, en niet te vergeten nieuwe beloften. Want dat is de ultieme reden waarom al die mensen in de Bijbel maar hun ene voet voor de andere bleven zetten: de beloften van God waardoor de bestemming altijd aantrekkelijker is dan de plek die je achterlaat.

Waarom Arjen ten Brinke krijgsmachtpredikant werd (bij de marine): 'Golven van negen meter hoog: geen idee of ik daar straks tegen kan'
Auteurs

Meest gelezen
- Arjan Lock neemt afscheid van de EO: 'Ik durf de omroep met een gerust hart los te laten'

Achtergrond
Arjan Lock neemt afscheid van de EO: 'Ik durf de omroep met een gerust hart los te laten'
- Waarom heeft God de mug gemaakt? 'Sta ik weer machteloos te hannesen met klamboes'

Achtergrond
Waarom heeft God de mug gemaakt? 'Sta ik weer machteloos te hannesen met klamboes'
- Bidden op de middenstip en Bijbelstudie in de kleedkamer: is dit het meest christelijke WK ooit?

Interview
Bidden op de middenstip en Bijbelstudie in de kleedkamer: is dit het meest christelijke WK ooit?
Lees ook
- Waarom Arjen ten Brinke krijgsmachtpredikant werd (bij de marine): 'Golven van negen meter hoog: geen idee of ik daar straks tegen kan'

Interview
Waarom Arjen ten Brinke krijgsmachtpredikant werd (bij de marine): 'Golven van negen meter hoog: geen idee of ik daar straks tegen kan'
⭐Premium - 'Geen gedoe met een stofzuigerslang bij het plassen': wat een ruimtereis Elbert Smelt leerde over thuis

Column
'Geen gedoe met een stofzuigerslang bij het plassen': wat een ruimtereis Elbert Smelt leerde over thuis
⭐Premium - Loïs mist haar opa enorm: ‘Vlak voor zijn dood schreef hij nog één zin op’

Het laatste woord
Loïs mist haar opa enorm: ‘Vlak voor zijn dood schreef hij nog één zin op’
⭐Premium