
Wat we volgens Alain Verheij kunnen leren van de ontmoetingen in de Bijbel: 'Deze mensen hebben God heel dichtbij'
Leestijd: 8 minDoor Alain Verheij
Als kind op vakantie kon ik het wekenlang volhouden om met een koptelefoon op naar mijn muziek te luisteren en mijn boekenkoffer gestaag leeg te lezen. Niet de meest extraverte manier van reizen. Maar zelfs dan ontkom je er niet aan: je ontmoet meer nieuwe mensen dan tijdens het gewone leven thuis.
Ontmoeten
Mijn vader, een socialer mens dan ik, is makkelijk in staat een nieuwe vriend te maken tijdens een vliegreis. Mijn zusje vond vaak ook wel iemand om mee te spelen op de camping of het strand. Wat moet je ook anders, met zo’n saaie broer.
Tips en praktische hulp
Het lijkt wel of we tijdens een reis meer openstaan voor de ander. Dat komt deels doordat je in een omgeving zit waar nog geen sleur is ingetreden. Alles en iedereen is nieuw en daardoor kun je je naasten met een opener blik beschouwen. Deels komt het ook doordat je niet verder hoeft met de mensen die je op reis ontmoet. Het heeft iets aantrekkelijks om kort maar intensief contact te hebben met een voorbijganger in je leven, je hoeft minder terughoudend te zijn omdat je verleden noch toekomst met diegene hebt. Ten slotte kom je er op reis ook des te meer achter hoezeer je je medemens eigenlijk nodig hebt. Je weet de weg nog niet zo goed en bent zeer gebaat bij de tips, praktische hulp en gezelligheid van degenen die nu toevallig in je buurt zijn.
Dat laatste punt, dat we elkaar hard nodig hebben, is een les uit Jezus’ populaire verhaal over de barmhartige Samaritaan. Daarin introduceert Hij een hoofdpersoon die een reis maakt tussen twee steden in. Die reiziger ontmoet drie soorten medemensen. Als eerste komt hij struikrovers tegen die hem alleen maar willen mishandelen en misbruiken. Daarna volgen er mensen van zijn eigen volk, professionele gelovigen zelfs, die hem echter niet helpen. Ze lopen met een boog om hem heen. Gelukkig komt er daarna nog iemand voorbij: een Samaritaan, iemand die totaal niet lijkt op de gewonde reiziger, maar hem wél komt helpen. Daar heb je een voorbeeld van naastenliefde, zegt Jezus. Maar ook een voorbeeld van hoezeer het erop aankomt wie je precies tegenkomt in je leven. Vooral als je op reis bent.
Een reis is ook een vergrootglas dat op de reiziger zelf gericht staat
Aangevallen in de rug
In deze zomerserie denken we elke week na over de woestijnreis van de Hebreeërs die met Mozes waren meegetrokken, weg uit Egypte en richting het Beloofde Land. Dit volk had ook vele ontmoetingen. Ze werden bijvoorbeeld, net als de man uit Jezus’ verhaal, plotseling in de rug aangevallen door kwaadwillenden (Exodus 17). Ze ontmoetten volken en heersers die niet gastvrij waren en hun geen doortocht of eten gunden. Waarschijnlijk hebben ze ook rondreizende handelaars ontmoet, vriendelijke nomaden bij oasen. En personen als Jetro – de wijze schoonvader van Mozes – die zelf niet Hebreeuws was. Maar twee ontmoetingen in die woestijn waren het allerbelangrijkst: die met zichzelf en die met God.
Iedereen die het Bijbelboek Exodus en vooral ook Numeri heeft gelezen, weet wat ik met dat eerste bedoel. Het volk dat met Mozes meetrekt, komt zichzelf voortdurend tegen. Wat zijn ze vaak ondankbaar, wat zijn ze vaak bang en wat zijn ze hardleers. Als lezer van die boeken raak je regelmatig gefrustreerd over de mate waarin de Hebreeërs alles lijken te doen om daar in die woestijn de plannen van God te frustreren en zijn beloften te verspelen. Alsof hun lelijkste kant ineens naar boven komt tijdens die veertig jaren in de woestijn. Alle grieven van de jaren ervoor moeten er nog uit, alle onzekerheid over wat er gaat komen zet hen onder hoogspanning.
Nóg een dimensie
Het is een cliché, maar het klopt nog altijd als een bus: waar je ook gaat, je neemt altijd jezelf mee. Als je reist, kun je je eigen karakter niet thuislaten. Al je zorgen neem je mee, je littekens, je trots, je angsten. In mijn ervaring kent elke vakantie dan ook wel minstens één dag waarop dat allemaal naar buiten komt en extra zichtbaar wordt. De dag dat je misschien eigenlijk liever thuis had gezeten. Want de vreemde omgeving maakt dat wat veel te vertrouwd is, gek genoeg onontkoombaar en monstrueus. Een reis is heel veel dingen, maar het is ook een vergrootglas dat op de reiziger zelf gericht staat.
Deze man had een jeugd waarin we niets horen van ontmoetingen met God
Gelukkig is dat niet het enige wat we leren van de woestijnreis van Mozes en zijn volk. Het grote wonder in die veertig jaar is immers dat deze mensen God heel dichtbij hebben. Juist terwijl ze zelf ontheemd zijn, is Hij aanwezig en openbaart Hij zich meer dan in vele perioden ervoor en erna. Waar we allemaal wel weten dat een reis een gelegenheid is om medemensen te ontmoeten en een onontkoombare ontmoeting met jezelf, geldt dit als belofte. Er is nóg een dimensie. Er is nóg een ontmoeting mogelijk. Een ontmoeting die alle andere ontmoetingen in een nieuw licht zet.
Mozes zelf komt het dichtstbij. Hij zet de reis nog ietsje verder door en beklimt een berg. Daar verblijft hij lange tijd, terwijl de andere Hebreeërs beneden op een afstand blijven. Zij zijn nog niet allemaal klaar voor een ontmoeting met God. En op dat moment, in Exodus 34, trekt God zelf aan Mozes voorbij en stelt Hij zich voor aan de profeet met woorden die ik in elke kerkdienst wel een keer noem: “De HEER! De HEER! Een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig.” Het is een kernmoment in de Bijbel en kennelijk kon dit noch in Egypte (het startpunt) noch in het Beloofde Land (de bestemming) gebeuren. Het gebeurt onderweg.
Geen incident
Dit is geen incident, het is een patroon in de hele Bijbel. Het duidelijkst zie je dat bij Jakob, de stamvader van het Bijbelse volk Israël. Deze man had een jeugd waarin we niets horen van ontmoetingen met God. Misschien geloofde Jakob nauwelijks, dat weten we niet. Maar heel spiritueel zal zijn leven niet zijn geweest. Dat stond vooral in het teken van rivaliteit met zijn broer Esau. Een broer die hij uiteindelijk zou bedriegen en bestelen van de vaderlijke zegen. De vertelling in de Bijbel schetst geen fraai beeld van zijn persoonlijkheid en ook niet van de thuissfeer in Jakobs jonge jaren.
Download gratis de nieuwe Visie-app en lees Visie waar en wanneer je wilt!Download gratis de nieuwe Visie-app en lees Visie waar en wanneer je wilt!
Nadat hij zichzelf compleet onmogelijk heeft gemaakt in zijn familie, moet Jakob wegtrekken. Op zoek naar een nieuwe familie, een nieuwe streek waar men nog niet weet van Jakobs streken. Precies op dat moment, als hij ergens op een plek die hij niet kent uit armoede maar een steen als hoofdkussen gebruikt, ontmoet hij God. “Hij zag een ladder die op de aarde stond en helemaal tot de hemel reikte, en daarlangs zag hij Gods engelen omhooggaan en afdalen. Ook zag hij de HEER bij zich staan” (Genesis 28 vers 12-13). Zwervend, zonder thuis en zonder uitzicht, is Jakob eindelijk klaar om in te zien dat God er al die tijd al was en er altijd zal zijn.
Urenlang gevecht
Jakob zal het nog vaker gaan meemaken. Niet elke Godsontmoeting is altijd direct even troostrijk voor hem. Er komt een berucht moment waarop hij ’s nachts voor een rivier staat waar hij doorheen wil waden. Daar wordt hij tegengehouden door iemand die met hem vecht, urenlang. Als de zon opkomt, weet Jakob niet meer of hij nou met zichzelf, een medemens (zijn broer?) of God heeft gevochten. Met allemaal tegelijk, waarschijnlijk. Na dit cruciale punt op zijn levensreis concludeert Jakob dat het niet goed is om vechtend de wereld door te gaan. Je kunt zoveel meer doen met de ander. Omhelzen, dansen, verzorgen.
Zo heftig als het ging bij Jakob en Mozes’ volk, gaat het waarschijnlijk niet bij de gemiddelde lezer en schrijver van Visie. Toch kunnen we er iets van herkennen en leren. Over de grensmomenten in het leven. Het punt waarop je weg bent uit de sleur, niet precies weet waar je naartoe gaat, vrijwillig of onvrijwillig openstaat voor nieuwe invloeden. En dan slaat het toe. De confronterende ontmoeting met een ander, met jezelf, met die Ene. De uitnodiging en uitdaging om ons leven te laten verrijken, om echte zegen te proeven, om niet weg te vluchten en af te weren, maar ons toe te vertrouwen.

Waarom dwaalde Mozes' volk veertig jaar lang door de woestijn? 'Ze hadden heimwee naar een leven zonder God'
Auteurs

Meest gelezen
- Hoe ziet de ideale zomerdag van Mirjam Bouwman eruit? 'Begin de dag met een kopje koffie bij de stacaravan'

Visie op het weekend
Hoe ziet de ideale zomerdag van Mirjam Bouwman eruit? 'Begin de dag met een kopje koffie bij de stacaravan'
- Hoe overleef je als christen de buurtbarbecue? ‘Zelfs als buren vloeken, kun je beter niet met het vingertje wijzen’

Onder de zon
Hoe overleef je als christen de buurtbarbecue? ‘Zelfs als buren vloeken, kun je beter niet met het vingertje wijzen’
- Ook de Netflixversie van ‘Het kleine huis’ biedt fijne huifkarromantiek

Filmrecensie
Ook de Netflixversie van ‘Het kleine huis’ biedt fijne huifkarromantiek
Lees ook
- TimZingt wil op vakantie helemaal niets: 'Ik ben toch een beetje beroepschristen'

Column
TimZingt wil op vakantie helemaal niets: 'Ik ben toch een beetje beroepschristen'
⭐Premium - Jan Pool: 'Als christen hoef je het leven niet minder lief te hebben'

Essay
Jan Pool: 'Als christen hoef je het leven niet minder lief te hebben'
⭐Premium - Ex-moslim Hatice belandde in een geloofscrisis na de bekering van haar broer: ‘Hij liet me de Bergrede van Jezus lezen’

Interview
Ex-moslim Hatice belandde in een geloofscrisis na de bekering van haar broer: ‘Hij liet me de Bergrede van Jezus lezen’
⭐Premium