
Mag je als christen van het leven houden? 'Geniet met open handen, klamp je niet vast'
Essay
Leestijd: 9 min
Mag je als christen van het leven houden? Evangelisch voorganger en schrijver Jan Pool is er nuchter onder. “Alsof liefde voor het hier en nu automatisch ten koste gaat van je gerichtheid op God.” Zijn advies: “Geniet met open handen – en weet dat er nog een geweldige toekomst vóór je ligt.”
Ik vertrek
Van 1973 tot en met 1978 woonde ik in Amsterdam vanwege mijn studie aan de Academie voor Fysiotherapie. Het waren jaren van doelloosheid, eenzaamheid en somberheid. Voor de buitenwereld kon ik de schijn ophouden van een ‘leuk leven met drank en vrouwen’, maar vanbinnen was er een enorme leegte. Ik hield niet van het leven!
Op mijn 25e gebeurden er twee dingen die mijn bestaan radicaal veranderden. Ik kwam tot geloof, en ik werd verliefd op de prachtige vrouw die mij over Jezus vertelde. Die twee gebeurtenissen liepen wonderlijk synchroon. Ik leerde Jezus kennen, en ik leerde Marijke kennen.
Plechtig en formeel
Korte tijd later zat ik bij haar thuis aan tafel en maakte ik kennis met haar ouders. Haar vader bad vóór het eten altijd het Onze Vader. En na de maaltijd volgde steevast nog een tweede gebed. Dat ging zo: ‘O Heer’, wij danken U van harte, voor nooddruft en voor overvloed. Waar menig mens eet brood der smarte, hebt Gij ons mild en wél gevoed. Doch geef, dat onze ziele niet aan dit vergank’lijk leven kleev’, maar alles doe, wat Gij gebiedt, en eind’lijk eeuwig bij U leev’.’
Als jonge gelovige, zonder kerkelijke achtergrond, vond ik het een wat plechtig en formeel gebed. En eerlijk gezegd begreep ik het ook niet helemaal. Vooral die ene zin bleef hangen: ‘Doch geef, dat onze ziele niet aan dit vergank’lijk leven kleev’.’
Niet kleven aan dit vergankelijke leven? Na jaren van innerlijke leegte en eenzaamheid had ik Jezus ontmoet! En ik zat daar verliefd aan tafel. Er stond goed eten. Ik proefde de warmte van een nieuwe familie. Er lag een toekomst voor me open. En ik dacht: Heer, dit leven is toch juist geweldig?
Toen klonk het als een waarschuwing, nu hoor ik er bevrijding in
Ongemakkelijke vraag
Mag je als christen eigenlijk van het leven houden? Voor sommige gelovigen is dat misschien een wat ongemakkelijke vraag, omdat er ergens een spanning voelbaar is. Alsof er een grens is aan hoeveel je mag genieten. Alsof liefde voor het hier en nu automatisch ten koste gaat van je gerichtheid op God. We kennen immers allemaal de teksten waarin we worden opgeroepen de wereld niet lief te hebben. Johannes schrijft daarover, onder andere in zijn eerste brief: “Heb de wereld en wat in de wereld is niet lief. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem, want alles wat in de wereld is – begeerte, inhaligheid, pronkzucht –, dat alles komt niet uit de Vader voort, maar uit de wereld. De wereld met haar begeerte gaat voorbij, maar wie Gods wil doet, blijft tot in eeuwigheid” (1 Johannes 2:15-17).
Bevrijding van kramp
Als jonge gelovige wist ik niet goed wat ik met dat soort teksten moest. De ‘wereld’, waar Johannes voor waarschuwt, was voor mij geen donkere plek van verleiding. Het was het leven dat eindelijk opbloeide. Ik genoot intens van de goede dingen van het leven. Moest ik daar afstand van nemen? Moest ik mijn hart losmaken van alles wat zo tastbaar goed was? En als ik te veel genoot van mijn leven, van Marijke, van wat ik bezat, zat ik dan verkeerd?
Pas later begon ik te begrijpen dat de Bijbel niet oproept tot minachting van het leven, maar tot bevrijding van kramp. Niet: geniet niet. Maar: klamp je niet vast. Niet: veracht het tijdelijke. Maar: verwissel het niet met het eeuwige.
Als christen mag je zeker van het leven houden en genieten van alles wat God geeft. Het leven met God is niet bedoeld als een beperking, maar als een uitnodiging om met dankbaarheid te genieten van de goede dingen, zoals eten, drinken en relaties. Salomo schrijft dan ook: “Dus eet je brood met vreugde, drink met een vrolijk hart je wijn. God ziet alles wat je doet allang met welbehagen aan. Draag altijd vrolijke kleren, kies een feestelijke geur. Geniet van het leven met de vrouw die je bemint. Geniet op alle dagen van je leven, die God je heeft gegeven” (Prediker 9:7-9).
Liefde voor het ‘aardse’ en genieten van het leven is dus op zichzelf geen probleem. Wat is dan wel het probleem?
Genieten of kleven?
Dat oude tafelgebed raakt iets wezenlijks: geef dat onze ziel niet aan dit vergankelijk leven kleeft. Het woord kleven is sterk. Het suggereert vastzitten. Alsof je identiteit, veiligheid en hoop volledig samenvallen met wat tijdelijk is. We kunnen genieten van een mooi huis of een succesvolle carrière, maar het kan ook onze waarde bepalen – en dan zitten we eraan vast.
Genieten zegt: wat is dit goed, dank U wel. Kleven zegt: dit mag ik niet verliezen, anders ben ik niets. Daar zit het verschil.
Ja, je mag zeggen: wat is dit leven kostbaar
Geniet met open handen
Als ik nu terugdenk aan het gebed van mijn schoonvader, hoor ik het anders dan toen ik 25 was. Toen klonk het als een waarschuwing. Nu hoor ik er bevrijding in. Het zegt niet: geniet minder. Het zegt: geniet, maar laat je ziel niet gevangen raken.
Misschien is dat het antwoord op de vraag of een christen zich mag hechten aan de wereld. Ja, je mag genieten van het leven! Ja, je mag zeggen: wat is dit leven kostbaar. Maar geniet met open handen. Klamp je niet vast. En houd je blik voorbij de horizon van vandaag.
Anders liefhebben
Het wordt misschien nog spannender als het niet gaat om spullen of succes, maar om mensen. We hechten ons niet alleen aan huizen of carrières, maar vooral aan onze partner, aan vrienden, aan kinderen en kleinkinderen. Daar raakt het ons hart. Een jaar geleden kreeg ik te horen dat ik een ongeneeslijke ziekte heb. Een zware weg volgde, waarin ik diep ervoer dat God mij draagt. Tegelijkertijd word ik ook gedragen door mijn gezin – een ongelooflijk liefdevol gezin dat in deze fase krachtig om mij heen staat.
Ik heb altijd veel gehouden van Marijke, van onze kinderen en kleinkinderen. Maar in deze periode lijkt die liefde nog dieper te gaan. Het raakt me op een nieuwe laag, intenser dan ooit. Dat is kostbaar, soms pijnlijk, maar tegelijk ook ongelooflijk mooi.
Mag je als christen zó van je partner houden dat je je geen leven zonder hem of haar kunt voorstellen? Mag je hart overstromen van liefde voor je kinderen of kleinkinderen? Natuurlijk mag dat. Liefde is niet het probleem; liefde is een gave van God. Maar zodra een mens de plaats van God inneemt als ultieme grond van je bestaan, verandert liefde ongemerkt in kramp. Dan wordt verlies ondenkbaar. Dan verandert liefde in bezit.
We moeten niet minder liefhebben, maar anders liefhebben. Niet vanuit angst om te verliezen, maar vanuit vertrouwen.
Angst om te verliezen
Ik moet eerlijk zeggen dat ik een periode heb gekend waarin ik bang was om Marijke, onze kinderen en kleinkinderen te verliezen. De gedachte dat ik in de hemel zou zijn zonder hen, was voor mij bijna onverdraaglijk. En het idee dat ik hen in verdriet zou achterlaten, brak mijn hart. Wie zou er voor hen zorgen? Wie zou hen dragen als ik er niet meer was? Mijn ziel was met hen verkleefd.
Ik wist dat ik hen moest loslaten – niet emotioneel, maar existentieel. Dat was een van de redenen dat ik er vorig jaar voor koos om van Pasen tot Pinksteren vijftig dagen de woestijn in te gaan.
We noemen de woestijn vaak een plek van stilte, en dat is ze ook. Maar de woestijn is niet de plek waar God zwijgt; het is de plek waar Hij zacht spreekt. Niet tot je hoofd, maar tot je hart. Om die stem te horen, moet je kiezen voor stilte. En in die stilte kun je je eenzaam voelen, onthecht, zonder houvast. Alles in je wil dan terug naar wat vertrouwd is: naar mensen, naar werk, naar activiteit. Maar als je blijft, als je niet vlucht, als je de leegte niet ontloopt, kan God je daar ontmoeten.
Download gratis de nieuwe Visie-app en lees Visie waar en wanneer je wilt!Download gratis de nieuwe Visie-app en lees Visie waar en wanneer je wilt!
In die periode liet Hij mij zien hoeveel Hij van Marijke, van onze kinderen en kleinkinderen houdt. Hij nam mij liefdevol bij de hand en hielp mij hen één voor één bij Hem te brengen. Hij liet mij zien dat Hij hun Vader is, dat zijn zorg verder reikt dan de mijne, en dat zij veilig zijn in zijn handen – ook als ik hen zou moeten loslaten.
En daarna kwam er ruimte. Mijn zorg werd lichter. Mijn angst om hen te verliezen, verloor zijn greep. Mijn liefde werd niet minder – ze werd dieper en vrijer. Ik verlang er nog steeds naar om lang bij hen te zijn, maar tegelijk groeide er in mij een nieuw verlangen: Hem van aangezicht tot aangezicht te ontmoeten.
Poort naar het volle leven
Ja, ik houd van het leven hier op aarde. Ik geniet van wat mij gegeven is. Maar ik weet ook dat er nog een geweldige toekomst voor me ligt. De dood is geen muur, maar een poort naar het volle leven. Sterven is thuiskomen. Het is het definitieve terugkeren naar onze Geliefde. En dat leven is niet vaag of abstract – het is een leven in de nabijheid van Jezus.
De dood is niet het einde van het verhaal. Voor wie in Christus is, begint daar het echte leven. C.S. Lewis noemt de dood “hoofdstuk één van het Grote Verhaal – een verhaal dat niemand op aarde ooit gelezen heeft; een verhaal dat eindeloos doorgaat, waarin elk hoofdstuk beter is dan het vorige”.
Ik geloof dat met heel mijn hart. Maar ik ben nog niet zover. Ik hoop nog een tijdje te mogen blijven. Ik verlang naar meer jaren met Marijke, met onze kinderen en kleinkinderen. Maar deze zekerheid is een diepe bron van rust. Want het mooiste hoofdstuk moet nog beginnen.
Tekst: Jan Pool

Deze Nederlandse pensionado’s overwinteren én kerken in Benidorm. 'Zonder deze gemeente zou ik niet naar Spanje gaan’
Meest gelezen
- Wat vieren we met Hemelvaart? Waarom vieren christenen het 'afscheid' van Jezus?

Achtergrond
Wat vieren we met Hemelvaart? Waarom vieren christenen het 'afscheid' van Jezus?
- 'The Devil Wears Prada 2' een vermakelijke vrijdagavondfilm? Komisch of grensoverschrijdend?

Filmrecensie
'The Devil Wears Prada 2' een vermakelijke vrijdagavondfilm? Komisch of grensoverschrijdend?
- Voor 'Hel of Hotel' ging Tommie Christiaan de gevangenis in: 'Ik schrok toen ik ineens mijn dealer weer zag'

Voor 'Hel of Hotel' ging Tommie Christiaan de gevangenis in: 'Ik schrok toen ik ineens mijn dealer weer zag'
Lees ook
- Opwekking-directeur Lourens du Plessis: 'Ik vroeg me af of God wel om me gaf'

Interview
Opwekking-directeur Lourens du Plessis: 'Ik vroeg me af of God wel om me gaf'
⭐Premium - Jorieke ziet Opwekking als teruggaan naar de kerk: 'Ik moet er niet aan denken, tegelijk voel ik heimwee'

Column
Jorieke ziet Opwekking als teruggaan naar de kerk: 'Ik moet er niet aan denken, tegelijk voel ik heimwee'
⭐Premium - Zeven vragen over de heilige Geest – de ongrijpbare kant van God

Essay
Zeven vragen over de heilige Geest – de ongrijpbare kant van God
⭐Premium