
Wat Jezus ons leert over de illusie van maakbaarheid
Ook wie gelooft, krijgt te maken met pech, pijn en verlies
Leestijd: 13 minDoor Alain Verheij
In onze maatschappij geldt een bepaald geloof, zegt theoloog Alain Verheij. Het geloof dat alles maakbaar is. Dat je gelukkig zult zijn, als je het maar graag genoeg wilt en er hard genoeg voor werkt. Geïnspireerd door Jezus en zijn eigen geboortekaartje zet Alain hier iets tegenover: een geloof in ontvankelijkheid. Want al het goede wordt ons gegeven.
Toen ik geboren was, lieten mijn ouders deze dichtregels drukken op het kaartje: ‘Niemand weet wat leven is, alleen dat het gegeven is.’ Ikzelf kwam daar pas een jaar of 36 later achter, maar het is een wijsheid die in de loop der jaren steeds beter bij me is gaan passen. De tekst stuurde mij deze wereld in met het besef dat er heel veel dingen zijn waarop je geen invloed hebt. Dingen die je ontvangt, goedschiks of kwaadschiks, zonder dat je er iets voor of tegen hebt kunnen doen.
Dat begint al bij die geboorte zelf. Heb ik ervoor gekozen om geboren te worden? Natuurlijk niet. Het waren mijn vader en moeder die elkaar ontmoetten, van elkaar gingen houden en een kinderwens kregen. Het was een chronische ziekte die het eerst nog spannend maakte of mijn moeder wel een zwangerschap aan zou kunnen. Het was een betrokken arts die dat proces vakkundig begeleidde. Allemaal andere mensen zonder wie ik er niet was geweest. En dan is er nog, geloofden mijn ouders en geloof ik, een God die over elke levensadem beschikt.
Niemand weet wat leven is, alleen dat het gegeven is
Als ik probeer na te denken hoe het verderging vanaf het moment dat dat geboortekaartje werd gemaakt, zie ik mezelf nog jarenlang afhankelijk voor me. Of, misschien mooier gezegd, ontvankelijk. Voeding werd mij gegeven, zindelijk was ik nog niet, mijn kleding werd me aangetrokken. De lijst gaat oneindig door: een jong kind komt volledig onzelfstandig uit de baarmoeder en heeft een lange tijd nodig om letterlijk op eigen benen te kunnen staan (laat staan figuurlijk, dat duurt nog veel langer!). Je kunt het niet alleen, zou de les kunnen zijn van elke prille jeugd. En in een gezond functionerend gezin leer je er gelukkig ook bij dat je het niet alleen hóéft.
Maakbaarheidsgeloof
Wie volwassen wordt, krijgt een nieuwe levenshouding aangereikt. Naast de ontvankelijkheid en afhankelijkheid van de babytijd ontstaat er een nadruk op maakbaarheid en zelfredzaamheid. Je eigen broek leren ophouden. Werken voor je eten. Zorgen dat je niet meer op je ouders en/of andere verzorgers hoeft te leunen om een fatsoenlijk leven te kunnen leiden. Die zelfstandigheid hebben we nodig om een individu te worden. Verantwoordelijke keuzes te maken en later iemand te worden op wie ánderen kunnen bouwen. Bij opgroeien hoort iets van loskomen en iets onafhankelijker worden.
De maatschappij kan daar vrij radicaal in zijn. Een van de belangrijkste verhalen van onze westerse cultuur is de American Dream. Die vertelt je dat alles te bereiken is, als je het maar graag wilt. En als je er maar hard je best voor doet. Op die manier kun je van krantenjongen tot miljonair opklimmen, is de belofte. En inderdaad, er zijn altijd wel voorbeelden te vinden van mensen die dat is gelukt. Hun biografieën liggen tussen de bestsellers op die ene prominente tafel voor in elke boekhandel. Succes is nu eenmaal aanstekelijk en aantrekkelijk. We willen allemaal wel het een of het ander bereiken en trekken ons op aan voorbeeldfiguren.
Tekst gaat hieronder verder.

Acteur Waldemar Torenstra: ‘Ik probeer zo veel mogelijk te lachen’
Twee richtingen dus, voor elk opgroeiend mens. De richting van vertrouwen en ontvangen versus de richting van zelf doen en iets opbouwen. Volgens mij is het noodzakelijk dat we een balans bewaren tussen beide richtingen. Dat is moeilijk in een samenleving die maar blijft hameren op autonomie. Die ons eigenlijk probeert aan te sporen om het kwetsbare kind in onszelf te vergeten en alleen maar sterk en onafhankelijk te zijn. Terwijl Jezus zijn volwassen volgelingen juist voorhield dat iedereen het vermogen moet hebben om te zijn als een kind. Levend met open handen, beseffend dat je het niet allemaal zelf kunt en hoeft.
Eigen schuld, dikke bult?
Maakbaarheidsdenken brengt namelijk enorme risico’s met zich mee. Het eerste risico is dat we er een asociale cultuur van worden. Want stel je voor dat het klopt dat geluk maakbaar is. Wat zou dat dan zeggen over alle mensen die ongelukkig zijn? Die pech hebben gehad in de liefde, met hun carrière of qua gezondheid? Zij zullen een geloof in maakbaarheid ervaren als een grote trap na. Een samenleving die zegt dat iedereen succesvol kan zijn als je het maar hard genoeg probeert, veroordeelt mensen zonder succes. Zij hebben in dat narratief niet genoeg hun best gedaan. Hun verdriet komt door hun eigen falen.
Een samenleving die zegt dat iedereen succesvol kan zijn als je het maar hard genoeg probeert, veroordeelt mensen zonder succes
Zo worden we een ‘eigen schuld, dikke bult’-cultuur. Dit heeft grote gevolgen. Wie niet kan meekomen met de snelheid van de maatschappij, moet zelf voor de kosten ervan opdraaien. Ben je ziek? Jouw probleem. Zit je in de schulden? Je lost het maar op. Is je man bij je weg? Misschien had je meer in je huwelijk moeten investeren. En ga zo maar door. Als alles maakbaar is, houd je twee groepen over. Een groep die het niet gemaakt heeft en een groep die veroordelend met de vinger wijst naar die onfortuinlijken.
Jezus ging op de tegenovergestelde manier door het leven. Hem zie je in de Bijbel niet met zijn vinger wijzen naar mensen in de marge. Hij nodigt juist iedereen uit die “vermoeid en belast” is en gaat vriendschappen met hen aan. Dit roept nog weleens weerstand op bij degenen die het wél hebben gemaakt in de samenleving. Religieuze leiders en geleerden vinden het maar niks als Jezus met “hoeren en tollenaars” omgaat of op de verplichte rustdag een ziek persoon geneest. Maar Jezus heeft een goed weerwoord voor hen: dat ze niet moeten oordelen, omdat er anders ook over henzelf zal worden geoordeeld.
Brood en vis voor iedereen
In de top 10 van populairste Bijbelverhalen in ons land staat het verhaal van de vijf broden en twee vissen. Jezus is met de boot naar een afgelegen plek gegaan, maar er zijn een paar duizend mensen achter Hem aan gelopen. Hij onderwijst en geneest hen. Maar dan wordt het lunchtijd en blijkt dat niemand iets te eten bij zich heeft, behalve Jezus’ eigen leerlingen. Zij hebben netjes gezorgd voor hun eigen proviand. Wel zo verstandig, in die oud-oosterse middagzon. Waarom zijn alle anderen vertrokken zonder iets mee te nemen? Niemand vraagt het zich af in de Bijbel, maar Jezus’ leerlingen raden Hem aan om de mensen tijdig weg te sturen. Dan kunnen ze zelf ergens een lunch gaan regelen.
Jezus zie je in de Bijbel niet met zijn vinger wijzen naar mensen in de marge
Jezus geeft zijn leerlingen de opdracht om hun eigen lunch uit te gaan delen. Dat is een absurd idee, want ze hebben vijf broden en twee vissen bij zich. Daarmee voed je geen duizenden mensen. Toch gebeurt het wonder: uiteindelijk blijkt iedereen meer dan genoeg te hebben. Ik vind dit een bijzonder verhaal. De overvloed van Jezus spreekt ons allemaal aan. Maar de genade van Jezus en zijn leerlingen vind ik nog indrukwekkender. Want hoe dom is het eigenlijk dat al die mensen op weg waren gegaan zonder iets mee te nemen? Je weet toch dat je in de hitte naar een afgelegen plek gaat? Sommigen zullen inderdaad dwaas zijn geweest. Anderen hadden überhaupt geen inkomen en eten. Alle duizenden hadden hun eigen verhaal. Jezus stelt hun geen vragen en maakt geen onderscheid: Hij voedt hen.
Stil en nederig
Terwijl ze daar gevoed worden door Jezus, veranderen al die mensen eigenlijk weer in kinderen. Hun hand ophoudend, vertrouwend op hun Vader voor hun levensonderhoud. Tweehonderd jaar geleden gaf de Duitse theoloog Friedrich Schleiermacher eens een definitie van wat het is om te geloven: een absoluut afhankelijkheidsgevoel. Iets daarvan zie je terug rond het midden van de Bijbel in Psalm 131:
HEER, niet trots is mijn hart,
niet hoogmoedig mijn blik,
ik zoek niet wat te groot is
voor mij en te hoog gegrepen.
Nee, ik ben stil geworden,
ik heb mijn ziel tot rust gebracht.
Als een kind, de borst ontwend,
stil op de arm van zijn moeder,
zo is mijn ziel in mij.
Deze verklaring van nederigheid is de ultieme Bijbelse vorm van volwassenheid. Er staat boven dat het lied van David is. David gold in de wereld niet als sulletje. Hij was een knappe herdersjongen die goed was in musiceren én vechten en uiteindelijk uitgroeide tot koning. Als hij zegt dat hij zijn ziel bij God tot rust brengt zoals een kind zich in de armen van een moeder vlijt, wil hij ons iets leren. Dat al het goede ons gegeven wordt. Wat we onszelf en elkaar ook vertellen over maakbaarheid. En dat we in relatie tot God ergens altijd dat jonge kind blijven dat het zelf niet redt. Het zelf niet hóéft te redden.
Tekst gaat hieronder verder.

God op de bergtop: Bestaan 'dunne plaatsen' echt?
Niemand krijgt garanties
Daar is een leerschool voor nodig. Velen van ons groeien op met een sinterklaasgeloof. Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe. Op welk gebied dan ook. Zelf heb ik er onbewust ook in geloofd. Een van de eerste barsten in mijn maakbare wereldbeeld ontstond op de middelbare school. Een geliefde leraar van een jaar of 40, het type dat fit was, gezond leefde en met de leerlingen mee kon voetballen, werd ineens ernstig ziek. Binnen een paar weken was hij dood. Daar spatte in mij voor altijd de illusie uit elkaar dat je ziekte en dood bij je weg kunt houden, als je het maar graag genoeg wilt. Natuurlijk maakt het uit hoe gezond je leeft, maar niemand van ons krijgt enige garantie op een lang leven.
Een andere illusie die in mij bleek te leven, was de maakbaarheid van het huwelijk. Ik trouwde jong en kende ook wel de statistieken van echtscheiding in ons land. Dat zou mij echter nooit overkomen. Ik praatte veel met mijn echtgenote. We maakten niet zoveel ruzie. We pasten goed bij elkaar. Nee, scheiden was iets, zo dacht ik onbewust, voor mensen die hun relatie welbewust verkwanselen. Of gewoon te stom zijn om die gezond te houden. En toen kwam het moment dat ik voor het eerst in mijn leven het woord ‘echtscheiding’ moest googelen. Omdat ik moest weten hoe dat in zijn werk ging en wie je ervoor nodig had… want mijn eigen huwelijk was spaak gelopen.
Nu ik zelf de 40 nader, heb ik allerlei vormen van rampspoed om me heen gezien
Nu ik zelf de 40 nader, heb ik allerlei vormen van rampspoed om me heen gezien. In mijn vriendengroep en familie of in de iets bredere kennissenkring. Dan blijft er weinig over van enig geloof in een maakbare levensloop. Want ja, iedereen kan ineens zwaar depressief worden. Nee, je hebt niet zelf in de hand hoe je kind zich ontwikkelt. Ja, je kunt je meest dierbare mensen plotseling verliezen aan de dood of het leven. Nee, jou blijft niet alle onheil bespaard als je netjes naar de kerk gaat, Bijbelleest en bidt. Ja, ieder huisje heeft zijn kruisje, dus ook dat van jou en mij.
Geen feelgood
Dit is voor mij de belangrijkste reden om tegengas te geven aan absoluut maakbaarheidsdenken: het bereidt ons zo slecht voor op tegenslag. En wie niet klaar is voor tegenslag, kan er slechter tegen. Dat is een stukje verwachtingsmanagement. Als je verwacht dat jou nooit iets zal overkomen zolang je je netjes gedraagt, zul je alle kanten op schieten op het moment dat het onheil toeslaat. Boos worden en in opstand komen tegen God, het leven en de mens. Panisch om je heen gaan slaan, uit wanhoop rare keuzes maken. Mensen die niet weten dat ze afhankelijk zijn van God, geluk en de medemens, zijn fundamenteel hulpeloos.
Voordat Jezus afscheid nam van zijn leerlingen bereidde Hij hen voor op het ergste. Mij volgen is je kruis dragen, zei Hij. Nou, dat klinkt niet vrolijk. Mij volgen betekent dat ze jou zullen vervolgen, zei Hij ook. Geen feelgood reclameboodschap voor het christendom. Maar door dit soort dingen steeds te zeggen, heeft Jezus zijn vrienden wel het eerlijke verhaal voorgeschoteld. Bij Hem geen addertjes onder het gras. Hij wilde dat wij allemaal voorbereid zouden zijn op het échte leven. Met soms meer downs dan ups. Dat deed Hij zelf dan ook voor in de Bijbel door gehaat en mishandeld te worden. Ook al was Hij de Zoon van God.
Jezus’ verhaal is van geboorte tot dood een getuigenis van de rafelranden van het leven
Jezus’ verhaal is van geboorte tot dood een getuigenis van de rafelranden van het leven. Nergens springt Hij op een magisch vlot om ongeschonden over het lijden heen te zweven. Het evangelie is geen zelfhulpboek met zeven stappen die je moet volgen om een succesvol, zorgeloos bestaan te krijgen. Het evangelie is een verhaal vol pijn en juist dat maakt het zo betekenisvol voor ons, échte mensen. De maakbaarheid wordt gepasseerd, de kwetsbaarheid wordt tot norm verheven. Want niemand weet wat leven is, alleen dat het gegeven is. Anders gezegd: het leven is niet iets wat wij zelf even kunnen fixen. En dat hoeven we ook niet.
Dankbaarheid
Wat staat ons dan te doen, hoe moet je weer ‘als kinderen’ worden? Deze boodschap van Jezus behelst niet dat we in een buggy gaan zitten wachten totdat iemand ons eten komt brengen. Het betekent wel dat we, hoe volwassen we ons ook voelen, mogen beseffen dat we voor altijd kinderen van God zijn. Dat we alles wat ertoe doet ontvangen van God: van elke zonsopgang en alle zuurstof in de lucht tot onze persoonlijke liefde, veiligheid en gezondheid. We hebben er niet méér recht op dan anderen. We hebben er geen enkele garantie op en elke dag dat we leven zou dus een oefening in dankbaarheid moeten zijn.
Vervolgens kunnen we de sociale conclusie trekken. Al die anderen om ons heen zijn óók kinderen van God. Sommigen van hen hebben iets nodig, of het nou eten, aandacht of liefde is. Jezus zou hun zonder onderscheid genadig tegemoet treden. Zoiets vraagt Hij ook van ons. Anderen zijn gewond, hebben minder geluk gehad in het rad van fortuin dat in onze cultuur een maakbaarheidsmasker draagt. Van ons wordt gevraagd dat we hen niet veroordelen. Niet met de vinger wijzen en zeggen dat ze dan maar beter hun best hadden moeten doen. Nee, al het goede wordt ons gegeven. En het is onze taak om alle andere schepselen op deze planeet te gunnen dat het hun daadwerkelijk wordt gegeven. Want Gods omhelzing is breed genoeg voor ons allemaal.

Annegré (36) leert leven met een bipolaire stoornis: ‘Ik wil een stabiel onderdeel zijn van mijn gezin’
Auteurs

Meest gelezen
- Weg met de meetlat op school: ‘Ik had twee ongekend blije tieners dit jaar. Dat gun ik veel meer jongeren’

Column
Weg met de meetlat op school: ‘Ik had twee ongekend blije tieners dit jaar. Dat gun ik veel meer jongeren’
- Sanne Akkerman: ‘Ik denk niet dat ik ooit van mijn ziektevrees afkom’

Interview
Sanne Akkerman: ‘Ik denk niet dat ik ooit van mijn ziektevrees afkom’
- Bas: ‘Geef je om de aarde? Krijg dan júist kinderen’

Column
Bas: ‘Geef je om de aarde? Krijg dan júist kinderen’
Lees ook
- Genieten van ouder worden? Volgens Wies Verbeek (62) kan dat echt: ‘Laat je niet belemmeren door onzekerheden’

Gezondheid
Genieten van ouder worden? Volgens Wies Verbeek (62) kan dat echt: ‘Laat je niet belemmeren door onzekerheden’
⭐Premium - Binnen bij Judith (45) : 'Het liefst zou ik permanent in mijn camper wonen'

Binnen bij Judith (45) : 'Het liefst zou ik permanent in mijn camper wonen'
⭐Premium - Matthijn Buwalda: ‘Mensen projecteren op mij wat ze willen zien, maar dat is niet wie ik echt ben’

Matthijn Buwalda: ‘Mensen projecteren op mij wat ze willen zien, maar dat is niet wie ik echt ben’
⭐Premium