
Annegré (36) leert leven met een bipolaire stoornis: ‘Ik wil een stabiel onderdeel zijn van mijn gezin’
Levensverhaal
Leestijd: 15 min
Tot haar 30e leidt Annegré (36) een energiek en kleurrijk leven. Maar na de geboorte van haar eerste kind kantelt alles. Wat begint met somberheid, groeit uit tot een diagnose die haar leven ingrijpend verandert: een bipolaire stoornis. Meerdere keren wordt ze opgenomen en kan ze niet meedraaien in haar gezin. Lang worstelt ze met de vraag: mag je als christen een psychische stoornis hebben? Of moet je daarvan worden ‘bevrijd’?
Hoe zag je leven eruit voor je klachten kreeg?
“Ik was een vrij doorsnee, enthousiast, christelijk meisje en groeide op in een liefdevol gezin. Ik vond het belangrijk om mijn geloof in praktijk te brengen en van betekenis te zijn. Op mijn 16e begon ik aan de opleiding tot apothekersassistent. Als mensen antidepressiva ophaalden, dacht ik: die hebben toch gewoon Jezus nodig? Ik geloofde niet zo in pillen, meer in gemeenschap als iemand eenzaam was en therapie wanneer iemand beschadigd was. Dat ik toch pillen stond uit te delen, begon te wrikken. Dus besloot ik te stoppen met dat werk.
Als mensen antidepressiva ophaalden, dacht ik: die hebben toch gewoon Jezus nodig?
Ik ging een jaar naar Bonaire om vrijwilligerswerk te doen met mensen met een verslaving. Dat paste supergoed bij mij en zo kwam ik op de opleiding Social Work terecht. Rond die tijd zette ik voor Navigators ook Netwerk Ede op, een soort vereniging voor studenten en jonge werkenden. Dat groeide enorm en ik werd – na een korte carrière in de jeugdzorg – staflid bij Navigators in de omgeving Amersfoort. Geweldig vond ik het om met studenten over God te praten en hoe een leven met Hem eruit kan zien. Ik leefde op dat moment van giften van een grote groep mensen, die ik op de hoogte hield van het reilen en zeilen in mijn leven.”
Je werd in die tijd moeder, hoe was dat?
“Mooi, maar ook intens. Door Navigators kwamen ontzettend veel mensen op kraambezoek. Toch dacht ik de eerste maanden: het moederschap wordt overschat. Zo moeilijk is het niet. Een baby is als een handtas. Je neemt ’m overal mee naartoe en kunt gewoon je eigen leven blijven leiden! Ik zat op een roze wolk.”
Hoe was het om weer te gaan werken na je zwangerschapsverlof?
“Eenmaal aan het werk, barstte ik midden in gesprekken met studenten en collega’s in huilen uit. Ook voelde ik me erg somber. Alles was een grote opgave. Ik dacht: misschien zijn dit de hormonen door het afbouwen van borstvoeding. Toen het bleef doorzeuren, stapte ik naar de huisarts en die concludeerde dat ik misschien een beetje overspannen was. Ik koppelde hoe ik me voelde aan het werk, dus stopte ik met mijn baan – waar ik voorheen zoveel plezier in had. Daarna banjerde ik weer verder en raakte al vrij snel zwanger van een tweede kindje. Tijdens die zwangerschap begon ik te denken: was dit wel zo’n goed idee? Ik vond het zwaar en had heel veel slapeloze nachten.”
Eenmaal aan het werk, barstte ik midden in gesprekken in huilen uit
Wanneer ging het echt mis?
“Na de geboorte van mijn tweede kind sloeg het om. Ik belandde in een hypomanie (een mildere vorm van een manie). Dat uitte zich in ontzettend druk zijn. Ik praatte veel, was moeilijk te bereiken en had enorme plannen waar ik iedereen in meetrok. Er moest een landgoed gekocht worden in de Achterhoek, met pipowagens om te verhuren, een theetuin en een plek voor mijn moeder. We praatten zelfs met een makelaar daar. Toch ging dat plan niet door.
Ik kocht in mijn hypomanie heel veel spullen. Altijd was ik op pad, rusteloos, zonder rem. Ging nog even een kerstboom halen en voor een piek langs bij de Ikea, en ook even naar de Prénatal. Mijn man belde me een keer tijdens zo’n tochtje bezorgd op over ons zoontje: het ging niet goed, hij dronk niet en ademde moeilijk. Ook dat ging langs me heen. Ik kwam in een soort waas naar huis, hop, baby in de auto en even langs de huisarts, die ons weer doorstuurde naar het ziekenhuis waar hij werd opgenomen ter observatie. Het kwam gelukkig vrij snel goed met hem. Op één of andere manier maakte ik mij niet druk over die situatie, het was alsof ik in een andere realiteit zat.”

Caatje en Marie maken een podcast over mentale gezondheid: ‘Hoe struikelen we met z’n allen een beetje leuk door het leven?’
Wat gebeurde er toen?
“Na drie maanden pieken draaide ik helemaal door. Ik begon ineens met schreeuwen: ik kan dit niet meer, ik wil dit niet meer, ik wil dood! Ik sloeg met een telefoon op mijn hoofd om mezelf terug in de realiteit te krijgen. Al snel waren er psychiaters bij ons thuis – omdat ik moeder was van jonge kinderen, handelden ze snel. Ze gaven me medicatie waar ik voor mijn gevoel nog gekker van werd. Zo knielde ik voor een boom en had ik liggend in mijn bed de ervaring dat er gieren boven mij cirkelden. Ik voelde me zo verloren, was helemaal de weg kwijt. In de spiegel zag ik slechts een schim van mezelf, dun en bijna levenloos. In die tijd is een dik dossier over mij volgeschreven. Ik heb het bij het afsluiten van het traject opgehaald, maar ik wil het niet lezen.”
Ze gaven me medicatie waar ik voor mijn gevoel nog gekker van werd
Waarom niet?
“Ik vind het te confronterend. Ik was altijd de sociaal werker die dat soort dossiers opstelde, nu is er een dossier over mij opgetuigd. Ik voelde door mijn ervaring als hulpverlener een verantwoordelijkheid om het zelf op te lossen, want juist ík moest toch weten hoe ik hieruit moest komen? De psychiater zei: je kunt jezelf niet aan je eigen haren het moeras uittrekken, Annegré. Jij hebt iets nodig dat jou eruit trekt.’ In mijn geval was dat ‘iets’ een pil: antipsychotica, een stemmingsstabilisator.”
Tekst gaat hieronder verder.

Steeds meer vrouwen slikken ADHD-medicijnen: ‘Zonder raak ik enorm overprikkeld’
Wat was de verklaring van de psychiaters voor je aanvallen en wanen?
“Ze zeiden dat ik een depressie met psychotische trekken had. Die depressie was onderdeel van een bipolaire stoornis, concludeerden de psychiaters, omdat ik ook in een hypomanie had gezeten. De diagnose ‘bipolaire stoornis’ vond ik verschrikkelijk en vocht ik aan met een second opinion.”
Waarom vocht je zo tegen deze diagnose?
“In mijn ogen klopte de diagnose niet. Ook hield me vast aan het idee dat ik een post-partumdepressie had. Dat is namelijk iets tijdelijks en oplosbaars. Om te voorkomen dat het ooit nog gebeurde, zou ik kunnen besluiten om geen kinderen meer te krijgen. Daarnaast had ik vooroordelen over mensen met een bipolaire stoornis, namelijk dat deze mensen eng en heel gek zijn.
Ik had dacht dat mensen met een bipolaire stoornis eng en heel gek zijn
Wat me hielp was dat ik later een interview in Eva las met actrice Hanna Verboom, waarin zij open sprak over haar bipolaire stoornis. Ik dacht: met zo’n mooie, succesvolle vrouw wil ik wel geassocieerd worden. En ook een interview met zangeres Sifra Bekx, over paniekaanvallen die zij kreeg na haar bevalling, gaf me het gevoel dat ik niet alleen was in mijn lijden. Dat zulke creatieve en succesvolle mensen open zijn over hun paniekaanvallen of psychische variaties, helpt me om te accepteren dat ik dat ook heb.”
Je bent meerdere keren opgenomen geweest. Hoe was dat voor je?
“De eerste keer dat het zo slecht ging, rukte ons hele netwerk uit om te voorkomen dat ik opgenomen moest worden. Toen het een jaar later weer erg slecht ging, was dat netwerk uitgeput en werd ik voor het eerst opgenomen. Ik zat zes weken bij een groep mensen die het leven niet zagen zitten.
Hoe kon ik zo diep gezonken zijn?
Het meest beschamende vond ik dat daar op de afdeling een jongen werkte die ik nog kende vanuit mijn studentenwerk bij Navigators. Hij verstrekte mij verstrekte mij ’s nachts medicatie, wanneer ik niet kon slapen. Ik voelde mij op zulke momenten zo kwetsbaar en schaamde me. Hoe kon ik zo diep gezonken zijn?”
Had je het idee dat de opname goed voor je was?
“Integendeel! Ik voelde me daar vreselijk. Al snel deed ik alsof het goed met mij ging. Ik werd ontslagen. Thuis ging het helaas meteen weer mis. We zochten naar een externe plek waar ik kon verblijven en zo kwam ik terecht bij een vriendenstel van Navigators. Daar kwam ik meer tot rust en kon ik in kleine stapjes opbouwen tot een terugkeer naar huis. Ook kreeg ik andere medicatie waardoor ik begon op te knappen. Daarna ben ik een langer dan een jaar stabiel geweest.”
Lees hieronder verder.

Hanna Verboom: ‘Iedereen heeft ups en downs. Bij mij kunnen ze extremer zijn’
Een droom werd vervolgens werkelijkheid: jullie verhuisden naar de Achterhoek. Hoe dat zo?
“De droom om ruimer te wonen hadden we al langer, maar toen ik langdurig ziek werd en afhankelijk was van een WIA-uitkering, kwam een groter huis in de Randstad (we woonden toen nog in Amersfoort) financieel buiten ons bereik te liggen. De Achterhoek trok aan ons en we vonden daar een huis met een grote tuin, die we met onze overwaarde konden kopen. Wel moest er ongeveer alles aan gebeuren, maar die verbouwing zagen we toen wel zitten. Het ging immers goed met mij.”
Bracht de verhuizing naar de Achterhoek de rust die jullie zochten?
“Niet helemaal. Toen we net verhuisd waren en nog midden in de verbouwing zaten, werd ik weer hieperdepieper. Ik riep: mijn woongeluk is van een 4 naar een 10 gegaan! Ik kon alleen maar juichen en stuiteren. Mijn zoontje werd aangereden met zijn fietsje, en we belandden met hem in het ziekenhuis, en weer kwam het niet binnen bij mij. Ik zag alleen maar schaapjes die geboren werden en was helemaal blij.
Ik was een gevaar voor mijzelf
Nadat we naar Duitsland gingen om keukens te bekijken, was er weer een kantelpunt. De stress bouwde zich op in mijn lijf en ik voelde dat ik weer ging ‘vallen’. De rand van de afgrond was al buiten beeld, ik had geen grond meer onder mijn voeten en kon ook niet meer terug. Ik moest opnieuw worden opgenomen. De geagiteerde depressie sloeg nog erger toe dan de twee keren hiervoor: ik was een gevaar voor mijzelf. De psychiater zei: je gaat aan het lithium. Dat is het ‘nummer 1-medicijn’ voor mensen met een bipolaire stoornis. Ik snap niet precies waarom ik dat niet eerder heb gekregen, misschien omdat het een heel ingewikkeld middel is. Mijn suïcidale neigingen verdwenen al snel als sneeuw voor de zon toen ik lithium begon te slikken.”
Wat doet het slikken van medicatie met je zelfbeeld?
“Ik ben 25 kilo aangekomen door de medicatie. Laatst zei een vriend: je hebt echt een prednisonhoofd, zo bol. We lachten erom, maar ergens vind ik dat stom natuurlijk. Tegelijk denk ik: liever dik en stabiel, dan dun en instabiel. Ik draag veel zwarte kleding, terwijl ik altijd kleurrijke kleding droeg. En op familiefoto’s zul je me niet vaak zien staan, we lijken wel een eenoudergezin. De energie die ik had is weg. Ik heb afgewogen wat meer kwaad kan: de bijwerkingen of compleet in de war raken? De conclusie is dat ik onder de streep toch maar pillen blijf slikken.”

De reis naar binnen is geen luxe − het is noodzaak. ‘Het leven wordt zoveel vriendelijker’
Hoe hielden jullie het gezin draaiende in jullie nieuwe woonplaats? Je werd weer opgenomen, maar had daar misschien nog geen netwerk dat kon helpen.
“Ik had één vriendin en die had weer een kennis uit de kerk. Die kennis heeft tijdens mijn laatste opname een enorme kookketting op touw gezet. Elke avond, acht weken lang, stond er een pan met eten op onze stoep. Dat vond ik zo bijzonder. We konden zelf niet eens nadenken over eten koken, dus het heeft ons enorm geholpen. Het is ook confronterend dat allemaal wildvreemde mensen eten voor je deur zetten. Want je denkt: o, ik wil helemaal niet in die positie zitten. Ik wil juist iets voor een ander doen!
Elke avond, acht weken lang, stond er een pan met eten op onze stoep
Na mijn opname was de verbouwing van ons huis nog in volle gang, dat geboor en gehamer kon ik niet aan. Al snel kon ik terecht bij mensen die hadden gebeden wat ze moesten doen met de kamers die ze over hadden in hun huis. Allemaal geregeld door de kerk. Er werd zo goed voor ons gezorgd door het dorp, en we hebben er nu zoveel lieve vrienden en kennissen door gekregen. Een van de kerkleden tegen mij: ‘Als één lid lijdt, dan lijden wij ook!’ Dat heeft me zo geholpen, het idee dat we er niet alleen voor staan. Dat ik onderdeel ben van een Lichaam, in al mijn kwetsbaarheid. En de delen die het kwetsbaarst zijn, zijn het hardst nodig, dat staat toch ergens in de Bijbel? Ik heb talenten, zoals mijn fijngevoeligheid, woorden geven aan moeilijke dingen, waarmee ik er voor anderen kan zijn. Ook nu kan ik mijn talenten inzetten.”
Wat is de impact van de stoornis en opnames op je relatie?
“De impact is enorm. Soms denk ik: hoeveel kan een relatie aan? Daarom volgen we de afgelopen vijf jaar systeemtherapie waarin we oog hebben voor patronen in ons huwelijk en de impact die mijn ziek-zijn heeft op ons gezin. De therapeut helpt ons woorden geven aan ons gevoel en oog te hebben voor elkaars behoeften.”
Tekset gaat hieronder verder.

Wat is de invloed van depressie of burn-out op je seksleven?
Hoe ziet je leven er momenteel uit?
“Ik leef enorm bij de dag, deels omdat ik kleine kinderen heb, en deels omdat een stukje onbevangenheid over de toekomst is weggegaan. Ik ben aan het leren om te leven met een bipolaire stoornis, daar volg ik een cursus voor, net als voor mijn ADHD. In september 2025 was mijn laatste opname, ik ben nog niet zo lang stabiel. Het is ook nog maar een jaar geleden dat we verhuisd zijn naar deze plek. Ik moet mijn leven hier nog een beetje vormgeven, maar dat komt wel goed. We verwonderen ons dagelijks over de prachtige omgeving, het groen en de rust.”
Hoe kijk je naar de rol van geloof als het gaat om psychische problemen?
“Toen ik mijn eerste depressie had, met psychotische kenmerken, zocht ik mijn houvast volledig in het geloof. Zo las ik een christelijk boek, dat ik van meerdere mensen cadeau kreeg, waarin depressie wordt benaderd als een geestelijke strijd waarvan ik bevrijd kon worden. Ik bad veel en herhaalde obsessief: ‘Ik kies voor het leven, ik haal de bolwerken in mijn hoofd neer.’ Het hielp niet. Ik werd wanhopig en erg onzeker. In een boekhandel heb ik zelfs een keer geroepen: ‘Waarom dan, God?’ Daar werd natuurlijk raar naar mij gekeken. Ik vroeg overal om gebed, in de kerk en bij Opwekking. Hoe meer, hoe beter, dacht ik. Als het echt slecht gaat, ben ik zo’n christen die naar voren rent om voor zich te laten bidden. Wanhoop maakt dat je alles aangrijpt wat hoop geeft.
Als het echt slecht gaat, ben ik zo’n christen die naar voren rent om voor zich te laten bidden
Later besefte ik: dat was niet alleen geloof, het was ook een vlucht. Ik heb moeten leren dat een depressie niet alleen iets is waar je tegen vecht, maar ook iets wat je moet verdragen. Dat is misschien nog wel het moeilijkste, dat verdragen. Ik geloof nog steeds in gebed, maar ik zie nu ook dat God niet altijd ingrijpt met een wonder. We leven in een gebroken wereld. Net zoals iemand met diabetes insuline nodig heeft, heb ik medicatie nodig.
Soms wordt er in christelijke kringen gedacht over psychische klachten in termen van ‘geestelijke strijd’, waarvan je ‘bevrijd’ moet worden. Maar ik weet: ik ben een enthousiaste volgeling van Jezus, en tegelijk heb ik een ziekte waar ik door geteisterd word. Die twee kunnen naast elkaar bestaan. Voor mij zit de weg nu in acceptatie en zorg dragen voor stabiliteit: therapie, medicatie en gezond leven. En ja, natuurlijk ook gebed. Ik houd onwijs veel van mijn man en kinderen en wil dolgraag een stabiel onderdeel zijn van mijn gezin – en daar zijn pillen voor nodig. Grappig hè, waar ik ooit in de apotheek nog anti-pil was, ben ik nu echt pro-pil!”
Luistertip

Een psychose zette Nienkes leven op haar kop: ‘Stond ik daar verward op Schiphol’
Meest gelezen
- Lauren Verster ontmaskert schoonheidsbeloftes: ‘Ik zal weinig vrienden overhouden in die industrie’

Interview
Lauren Verster ontmaskert schoonheidsbeloftes: ‘Ik zal weinig vrienden overhouden in die industrie’
- Aissy (35) heeft een passie voor de zorg: ‘Het gaat erom dat je elkaar ziet’

Link in bio
Aissy (35) heeft een passie voor de zorg: ‘Het gaat erom dat je elkaar ziet’
- Hoe zit het met jouw zondaggevoel op vakantie?

Hoe zit het met jouw zondaggevoel op vakantie?
Lees ook
- Matthijn Buwalda: ‘Mensen projecteren op mij wat ze willen zien, maar dat is niet wie ik echt ben’

Matthijn Buwalda: ‘Mensen projecteren op mij wat ze willen zien, maar dat is niet wie ik echt ben’
⭐Premium - Suzanne helpt nabestaanden bij afscheidsrituelen: ‘Mogen mensen ook nog verdrietig zijn?’

Suzanne helpt nabestaanden bij afscheidsrituelen: ‘Mogen mensen ook nog verdrietig zijn?’
⭐Premium - Vakantiestress: ‘Ik heb dagenlang overgegeven en uiteindelijk aan een infuus in het ziekenhuis gelegen'

Maatschappij
Vakantiestress: ‘Ik heb dagenlang overgegeven en uiteindelijk aan een infuus in het ziekenhuis gelegen'
⭐Premium