
PremiumWaarom Martin Brand verdween uit de schijnwerpers: ‘Ik sprak overal, maar wie zorgde er voor mij?’
Interview
30 december 2025 · 10:10| Leestijd:12 min
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Visie.
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Visie.
Hoor ik erbij? Ben ik niet te gevoelig? In zijn jeugd waren dit voor Martin Brand (45) terugkerende vragen. Op het podium voelde hij zich thuis: spreken, zingen, koren leiden. Nu heeft hij een volgende stap gezet, minder in de spotlights, meer in de buurt. “Het was tijd voor een nieuw seizoen.”
“Al die jaren op het podium, het was heel cool, leuk en nuttig. Ik geloof ook dat het deel was van Gods koninkrijk. En ik ben daar dankbaar voor, maar het was uit balans. Voor mij persoonlijk was het dus nodig deze stap te zetten. Ik ben nu gelukkiger dan ik ooit in mijn leven ben geweest.”
In een openhartig gesprek vertelt Martin Brand over de moeilijke momenten die hij meemaakte en hoe hij daardoor groeide. Niet alleen over zijn hartstilstanden, zijn echtscheiding en zijn stap terug uit de publiciteit, maar vooral over de mens achter de naam ‘Martin Brand’. Hoe een gevoelig jongetje in de schijnwerpers kwam te staan, maar zich nu meer thuis voelt in een doorsnee wijk in Lelystad.
De schijn tegen
“Martin? Die zit nog te eten”, zegt een buurtbewoner die naar buiten loopt. In de buurthuiskamer van het Leger des Heils in Lelystad rondt Martin Brand net de lunch af, met een aantal vaste bezoekers van dit wijkproject. In zijn uniform is hij duidelijk herkenbaar als officier van het Leger des Heils.
Een kantoor heeft hij hier niet, maar in een zijkamer staan, tussen de collectebussen en andere materialen, twee stoelen. Martin ploft neer.
Hij vertelt hoe zijn ouders al jong trouwden en in Utrecht gingen wonen. Hij was de oudste, maar er volgden nog een broertje en een zusje. Op zijn 7e verhuisde het gezin naar de Noordoostpolder. Hij beschrijft de familiecultuur als nuchter, niet knuffelig. Ze zongen graag aan tafel, meerstemmig, Nederlandstalig. “Het Nederlandse lied. Je zou het volks kunnen noemen; een gezellige sfeer.”
- Download gratis de nieuwe Visie-app en lees Visie waar en wanneer je wilt!
Download gratis de nieuwe Visie-app en lees Visie waar en wanneer je wilt!
Martin kon maar moeilijk aarden in de polder. “Niet alleen omdat ik een ander accent had, ook omdat ik een gevoelig jongetje was: bezig met verhalen vertellen en schrijven, met fantaseren en dromen. Terwijl iedereen op voetbal zat, hield ik van toneelspelen en muziek. Dan heb je de schijn tegen.”
Lijntje met God
Het geloof kreeg Martin niet actief mee, al zaten zijn ouders wel op een gospelkoor, waar ze zongen over de liefde van God. “Haar ‘lijntje met God’ noemde mijn moeder dat.” Toen Martin als volwassene eens door Andries Knevel werd geïnterviewd, vroeg die hem: “Dus jij komt uit een ongelovig nest?” en Martin beaamde dat. Zijn moeder waardeerde dat niet. “Wie was ik om te bepalen of iemand gelovig was of niet? Dat lijntje met God was belangrijk voor haar.”
Dat muzikale zat er dus al vroeg in, bij jullie thuis?
“Ja, ik was 11 toen ik mijn eerste liedje schreef. Het ging over een echte vriend.”
Hij kent de tekst nog uit zijn hoofd, het klinkt als een smartlap: “Nooit had ik iemand waar ik echt op bouwen kon; tot aan de dag dat onze vriendschap begon.”
Hij vertelt het lachend. “Het is een beetje rijmelarij. Maar goed, ik was 11.”
Een gemiddelde volkszanger zou zich daar niet voor schamen, toch?
“Vast niet, maar ik ben inmiddels wel verder gegroeid in het schrijven. Hoe dan ook: ik gaf die tekst aan de dirigent van het gospelkoor en hij was enthousiast. Hij heeft er muziek op gemaakt en vanaf toen werd dat nummer in de lokale kerk gezongen.”
Was het bedoeld als christelijk lied?
“Nee, ik schreef helemaal niet over God. Maar die man zei: ‘Die vriend, dat kun je met een hoofdletter schrijven.’ Ik vond het best. Ergens voelde ik wel wat hij bedoelde. Ik was geen christen, maar wel geïnteresseerd in het geloof. We lazen thuis niet in de Bijbel en gingen niet naar de kerk, maar ik bad weleens. Ik was als kind soms angstig. Ik kende het Onze Vader, dat bad ik achter elkaar totdat ik rustig werd.”
Een ander lijntje met het geloof waren Martins opa en oma, die actief gelovig waren. “Mijn oma gaf mij een cassettebandje met liedjes van Elly en Rikkert, voor als ik onrustig was.”
Een christelijk lied schrijven, bidden en Elly en Rikkert luisteren. En je was nog niet eens 12. Wanneer ging het geloof voor jou leven?
Martin grinnikt. “Ik moest eerst door de puberfase. Nadat ik als kind was gepest, werd ik als tiener harder: ik sloot mijn hart af, uit zelfbescherming. Ik wilde mezelf bewijzen, succesvol worden.”
Vlaag van verstandsverbijstering
Hij beschrijft hoe hij met een bandje ging zingen op schuurfeesten. Toen hij ging studeren aan de theaterschool, wist Martin: het podium, daar hoor ik. “Ik voelde me daar vrij. Zoals veel artiesten dat ervaren: een zaal is soms minder spannend dan een verjaardag.”
Christelijke jongeren, met hun WWJD-armbandjes, daar lachte hij schamper om. “Mijn oma zei: ‘We blijven bidden dat je op een dag zal zingen voor Jezus.’ Mijn reactie was: blijf lekker bidden, maar dat gaat vast niet gebeuren.”
En toch zong je een paar jaar later over Jezus.
“Vrienden van de middelbare school nodigden mij uit voor een jeugdavond in hun kerk. In een vlaag van verstandsverbijstering zei ik ‘ja’. Ze vertelden daar om de beurt hoe zij God in hun leven hadden ervaren. Daardoor werd die oude interesse in mij weer aangewakkerd. Ik werd nieuwsgierig en ben zelf op zoek gegaan.”
Onderdompeling in de liefde
Een paar weken later ging Martin in zijn studentenkamer letterlijk op zijn knieën en bad God om een teken. “Ik heb toen een heel overtuigende ervaring gehad. Het voelde als een diepe onderdompeling in de liefde, alsof ik van mijn tenen tot mijn kruin werd volgegoten. Ik heb gehuild, iets wat ik al jaren niet meer had gedaan. God begon mijn harde hart weer zacht te maken.”
Martin beschrijft hoe die avond de pijn, de afwijzing en de onzekerheid uit zijn jeugd begonnen te smelten. “Voor het eerst voelde ik: ik mag er zijn zoals ik ben.”
Later schreef hij hierover het lied ‘Jezus nooit gezien’, dat hij daarna talloze keren zong tijdens optredens. Op Spotify is dit nog steeds zijn meest beluisterde nummer.
Hoelang duurde het nadat je tot geloof was gekomen voordat je op het podium stond?
“Dat ging hard. In de kerk waar ik tot geloof kwam, werd ik gedoopt. Binnen no time speelde ik in de muziekgroep en deed ik de zangleiding. En dan zegt iemand: ‘Ik zie echt dat God jou een bediening heeft gegeven.’ Nou, dat klonk wel gaaf. Voor je het weet, voel je je als 20-jarige heel bijzonder.”
Niet gewoon ‘Martin’
Martin was steeds vaker op het podium te vinden. Voor Youth for Christ, voor Operatie Mobilisatie, als christelijke artiest en als spreker. “Het begon met mijn getuigenis, later kwamen daar liedjes bij. Nederlandstalig, makkelijk mee te zingen.”
Ik heb wel op het podium gestaan terwijl ik ontzettend worstelde met dingen in mijn privéleven
Uiteindelijk heeft hij dit vijftien jaar fulltime gedaan. “Ik vond het heerlijk om mensen mee te nemen in concerten en verhalen. Ik herinner me nog goed dat iemand mij voor het eerst vroeg: ‘Ben jij Martin Brand?’ Ik realiseerde me: ik ben voor hen niet gewoon ‘Martin’.”
Voelde je je toen nog thuis in die rol?
Hij zwijgt even, denkt na. “De keerzijde van dat leven was dat ik me nergens echt thuis voelde. Ik sprak overal, maar wie zorgde er voor mij? Bij wie kon ik mijn hart uitstorten? Ik heb wel op het podium gestaan terwijl ik ontzettend worstelde met dingen in mijn privéleven. Die parkeer je dan, want daar komen mensen niet voor.
Wie is Martin Brand?
Is dat onoprecht? Ik denk van niet. Wat ik daar vertelde, meende ik. Het enthousiasme kwam alleen niet vanzelf. Of je nu voor in een kerk of in een theater staat, het publiek hoopt toch dat je dat liedje gaat zingen dat ze zo mooi vinden. Dat is het artiestenleven.”
In 2012 kreeg je een hartstilstand en moest je worden gereanimeerd. Dit kwam groot in het nieuws, omdat je daardoor niet kon spreken op de EO-Jongerendag. Hoe levensveranderend was die gebeurtenis?
“Mensen denken soms dat ik in die periode God heel bijzonder heb ervaren. Of dat ik in een bijna-doodervaring misschien Jezus heb ontmoet. De realiteit is dat dit niet het geval was.”
Desondanks waren zijn hartstilstanden – er volgden er nog enkele, voordat Martin werd geopereerd – niet slecht voor zijn bekendheid. “De zalen zaten daarna voller dan ooit. Mensen zeiden: ‘God heeft echt nog een plan met jou.’”
Ervoer je dat zelf ook zo?
“Integendeel. In die periode werd mijn oudste zoon geboren en tijdens de zwangerschapsgym had ik een andere aanstaande vader leren kennen: Arno. Hij was katholiek. Toen ik mijn hartstilstand kreeg, heeft hij met zijn gezin voor mij gebeden en ik werd beter. Een paar weken later kreeg hij zelf de diagnose uitgezaaide kanker. Een jonge ondernemer, net een dochter gekregen. Echt een topgozer. Ook voor hem is gebeden, hij is gezalfd en er zijn kaarsjes voor hem gebrand. Maar hij overleed wél.”
Toen de kist binnen gedragen werd, riep zijn jonge dochter: ‘Papa, papa.’
Martin – zelf net uit het ziekenhuis – was op zijn begrafenis en zong daar ook een lied. Toen de kist binnen gedragen werd, riep Arno’s jonge dochter door de kerk: ‘Papa, papa.’
Martin: “Op zo’n moment breekt je hart. Als ik dat vergelijk met mensen die tegen mij zeggen: ‘God was nog niet klaar met je’, dan sla ik dicht. Ik vind dat te simpel gezegd, juist vanwege dit soort dingen die heel onrechtvaardig voelen. Dat knijpt dan mijn keel dicht over mijn eigen getuigenis.”
Uit balans
In de jaren die volgden, veranderde er veel. Martins huwelijk liep op de klippen. Maar ook knaagde in deze periode de vraag of hij qua werk nog wel op de juiste weg zat. Het drukke bestaan eiste zijn tol. “Mijn leven was uit balans. Het was tijd voor een nieuw seizoen.”
Een nieuwe weg opende zich toen hij in 2018 optrad tijdens een vrijwilligersdag van het Leger des Heils. “Het ging over geloven in de buurt: over de droom van het Leger om midden in de wijken aanwezig te zijn, voor gelovigen en voor niet-gelovigen. Plekken waar mensen elkaar ontmoeten en daarin God tegenkomen. Mijn hart ging in vuur en vlam bij dit verhaal. Ik wist: dit is het begin van iets bijzonders.”
Was dit vergelijkbaar met je bekeringservaring?
“Minder intens, maar wel een vergelijkbaar gevoel. Ik merkte: dit is de Here God.”
Martin kwam in dienst bij het Leger des Heils. Eerst op het hoofdkantoor, maar hij kreeg steeds meer het verlangen om zelf in de wijk actief te zijn. Hij volgde de route om officier (voorganger, leidinggevende) te worden. Zo is hij nu betrokken bij het huiskamerproject in Lelystad, waar mensen hem alleen kennen als ‘Martin’. Optreden doet hij een stuk minder. Zijn laatste album dateert uit 2019.
Mis je het podium?
“Ik ken te veel verhalen van christelijke figuren die, om welke reden dan ook, van het podium af gevallen zijn. De kans op scheefgroei is gewoon groot. Mensen die jou zien als de gezalfde des Heren, of die vragen of jij voor hen wilt bidden, omdat ze denken dat dat meer effect heeft… Het draagt allemaal bij aan de mythe dat je heel wat bent. Het is goed dat ik niet meer in die positie zit.
Je bent hier gewoon aan het werk en je baan is: de gemeenschap dienen
Bij het Leger des Heils werkt het anders. Zoals een oudere officier zei: ‘Martin, als officier ben je geen dominee en je bent hier niet de spreekbuis van God die het de mensen gaat vertellen. Je bent hier gewoon aan het werk en je baan is: de gemeenschap dienen.’”
Martin vertelt hoe hij hier de buurtbewoners centraal stelt. Zowel doordeweeks als tijdens zondagse diensten. Hij noemt als voorbeeld een van de mensen met wie hij vandaag heeft geluncht in de buurthuiskamer. Al maanden bezoekt zij de samenkomsten. Waar ze eerst terughoudend en kritisch was over christelijke vormen als gezamenlijk bidden, draagt ze nu steeds actiever bij aan de vieringen. “Afgelopen zondag heeft ze de kaars aangestoken en een zegen uitgesproken. Mensen waren daardoor ontroerd. Omdat zij dat durfde, durven anderen ook weer nieuwe stappen te zetten”, vertelt Martin. “Er gebeuren hier mooiere dingen als ik niet spreek, dan als ik wel in het middelpunt sta.”
Je liedjes worden nog steeds veel geluisterd. Kunnen we nog nieuwe muziek verwachten?
Martins ogen beginnen te glimmen. “Laat ik zeggen dat ik een droom heb. Het lijkt me mooi om voor Kerst 2026 een klein album uit te brengen met smartlappen met een kerstboodschap. Ik heb hierover al contact met een bevriende Nederlandstalige zanger.
Het past goed in de traditie van het Leger des Heils om met de kerstboodschap de straat op te gaan. Ik zie een kroegentocht door Nederland voor me, met muziek die het levenslied en de Bijbelse boodschap van Kerst verbindt. En dat het gospelpubliek en de kroegtijgers daar gezamenlijk naar luisteren en elkaar ontmoeten.”
Dus toch de smartlappen, waarmee je als 11-jarige je carrière begon?
“Ja, dan zou de cirkel rond zijn. Maar dat ervaar ik tegenwoordig regelmatig. Weet je wie er inmiddels ook zingt in het gospelkoor, hier in de buurthuiskamer? Juist, mijn moeder. Haar lijntje met God is nog steeds intact.” .
Mijn oma zei: ‘We blijven bidden dat je op een dag zal zingen voor Jezus’







