
PremiumVoormalig EO-presentator Menno Helmus kreeg een terminale diagnose: ‘Ik voelde verzet diep vanbinnen’
Interview
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Visie.
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Visie.
Hij leeft met uitgezaaide kanker, maar Menno Helmus (63) werkt, denkt en gelooft gewoon door. Over hoe hij droomt van een scan zonder kanker, maar zich ook voorbereidt op dat wat onvermijdelijk lijkt. “Ik ben terminaal, zeggen de artsen. Maar zijn we als mensen niet allemaal terminaal?”
Hij merkt het aan zijn handen, tijdens het gitaarspelen, vertelt hij aan het einde van het gesprek. “Sinds mijn eerste chemokuur heb ik last van beschadigde zenuwen in mijn vingertoppen. Daardoor snijden de snaren van de gitaar voor mijn gevoel verschrikkelijk. Gitaarspelen is daardoor niet meer wat het was.”
Hoe is het nu met?
Zomaar een voorbeeld van hoe Menno Helmus telkens weer wordt stilgezet bij de ziekte die doorwoekert in zijn binnenste. Hij heeft het er liever niet over, maar als je ernaar vraagt, krijg je antwoord. “Ik ga er niet omheen draaien."
Menno, getrouwd met Marian en vader van vier kinderen, heeft in zijn huiskamer net een sterke bak koffie ingeschonken, als hij gaat zitten voor het interview. Het plan: terugblikken op zijn tijd als EO-presentator en de lezer bijpraten over hoe het tegenwoordig met hem gaat. Op het oog ziet hij er wat ouder uit dan destijds op tv bij Helpdesk Live, en misschien een tikje vermoeid.
- Carla verloor haar man, haar gezondheid en haar baan: 'Ik dacht dat ik overleefde, maar ik brak’
Carla verloor haar man, haar gezondheid en haar baan: 'Ik dacht dat ik overleefde, maar ik brak’
Hoe zit je erbij?
“Naar omstandigheden goed. Sinds kort leef ik van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, omdat ik uitgezaaide prostaatkanker heb. Ze kunnen de ziekte niet genezen, maar wel beteugelen. Ik ben daar al een aantal jaren mee in gevecht, maar het meeste kan ik nog doen. Ik werk nog op therapeutische basis voor Vineyard, de kerk waar ik al jaren bij betrokken ben.
Intussen geniet ik van elke dag die me geschonken wordt. Echt last heb ik er nu niet van, behalve dat zitten soms pijnlijk is. Als ik dus even opsta, is dat geen stille hint dat je weg moet; dan wil ik gewoon even mijn benen strekken.”
Zijn we als mensen niet allemaal terminaal?
De ziekte is dus uitgezaaid, maar beheersbaar?
“De artsen spreken over afremmen. Binnenkort begint daarvoor mijn tweede chemokuur. Maar voor deze soort kanker is er nog geen behandeling die kan leiden tot genezing. In die zin ben ik dus terminaal. Maar, zijn we als mensen niet allemaal terminaal? Het is voor ons allemaal onvoorspelbaar hoeveel toekomst we hebben in dit leven.”
Heb je een idee hoe lang je nog te leven hebt?
“Nee, mijn oncoloog waagt zich daar niet aan. Hij heeft één keer gezegd dat het hem ‘niet zou verbazen als…’ en toen noemde hij hoeveel jaar ik misschien zou hebben. Die datum ligt alweer achter ons. Dus: nee, ik weet het niet.”
Maar je leeft er dus al een tijd mee?
“Ik weet het nu sinds 2022. Eerst voelde ik er nauwelijks iets van. Ik wist rationeel dat ik ziek was, maar lang vond ik het moeilijk om daar emotioneel bij te komen.”
Profiteren van een praatpaal
Menno vertelt dat hij hier hulp voor zocht. Als leider van de Vineyard-beweging in de Benelux, heeft hij ingesteld dat de voorgangers van zijn kerk toegang kregen tot geestelijke begeleiders. “Ik heb het altijd belangrijk gevonden dat voorgangers ook een praatpaal hebben, iemand die hen geestelijk ondersteunt. Daar mocht ik nu zelf van profiteren.”
Wat heeft die begeleiding je gebracht?
“Ik leerde mijn gevoelens – of vooral: het ontbreken daarvan – onder woorden te brengen. Ik heb tijdens mijn eerste chemokuur een serie Ignatiaanse oefeningen gedaan, de zogeheten 19e annotatie. Dat is een programma van maanden, met dagelijks Bijbellezen, bidden en stil zijn bij God, plus wekelijkse gesprekken met een begeleider.”
Lastige vragen
Menno ontdekte tijdens deze momenten dat zijn optimistische aard – “het glas is bij mij al snel halfvol” – het voor hem soms moeilijk maakte de gevolgen van zijn ziekte onder ogen te zien. “Ik moest leren accepteren dat er iets van mijn houvast aan het wegvallen was, waarmee er een aantal lastige vragen op mijn weg kwam. En dat ik in dit proces worstel met eenzaamheid, die ik moeilijk met andere mensen kan delen.”
- Beleef de veertigdagentijd met Visie: elke dag een meditatievideo en lied in de app
Beleef de veertigdagentijd met Visie: elke dag een meditatievideo en lied in de app
Tegen welke vragen liep je aan?
“Vragen over sterven. Over hoe het verder moet met Marian, de kinderen en kleinkinderen. En ik realiseerde me: ik wil dit helemaal niet. Ik voelde verzet diep vanbinnen. En vragen aan God: hoe ga ik hier goed mee om? Hoe verhoudt dit zich tot uw koninkrijk? Waar mag ik op hopen? Waar kan ik voor bidden? Daar kom ik nu langzaam, stap voor stap, aan toe.”
En? Waar durf je God om te bidden?
“Dat blijft een moeilijke vraag. Ik droom stiekem van de dag dat ze in het ziekenhuis bij een scan niets meer kunnen vinden, omdat de Heer mij heeft aangeraakt en de kanker weg is. Misschien is het escapisme, maar waarom zou ik daar niet voor bidden? We dienen een God voor wie niets onmogelijk is.
Soms is er genezing, soms blijft die uit
Tegelijkertijd realiseer ik me: mijn leven is gekocht en betaald door het bloed van de Heer Jezus en mijn toekomst is in zijn handen. Hij zegt zelf: wie in Mij gelooft zal nooit meer sterven. Het geeft me troost en kracht dat ik met Christus gekruisigd ben en Hij in mij leeft, wat er ook gebeurt. Maar het heeft me wel tijd gekost voordat dat werkelijk landde.
In onze kerk spreken we van de koninkrijkstheologie: we verwachten de doorbraak van Gods koninkrijk, maar leven ook met de spanning tussen het ‘nu’ en het ‘straks’ van dat koninkrijk. Het is er pas ten volle als Jezus terugkomt. Dat mysterie zie je ook in de praktijk: soms is er genezing, soms blijft die uit.”
Ben je door je ziekte veranderd in je rol als voorganger?
“Een van de gevolgen van zelf in deze positie zitten, is dat ik meer compassie en medeleven voel in pastorale situaties. Als pastor probeerde ik altijd naast mensen te staan in hun nood, maar er was toch altijd een stemmetje van: ‘Gelukkig treft het jou, en niet mij’ – hoe cru dat ook klinkt.
Nu ik zelf ziek ben, is elk lijden van de ander een spiegel van mijn eigen situatie; ik kan me daar niet meer aan onttrekken. Tegelijkertijd wil ik ervoor waken dat het in de kerk alleen nog maar over mijn ziekte gaat. Ik heb laatst een update geschreven voor de gemeente. Daarin heb ik mensen gevraagd er niet steeds naar te vragen. Het continu praten over mijn ziekte berooft me van mijn levensvreugde, merk ik.”
Zullen wij het dan nu maar even ergens anders over hebben?
Glimlachend: “Graag.”
Want de meeste mensen kennen jou als EO-gezicht. Je werkte vanaf 1992 achttien jaar als programmamaker en presentator, onder meer bij ‘Man-Vrouw’, ‘Omega’ en ‘Helpdesk Live’. Welk programma paste het best bij je?
“Ik denk Omega, een praatprogramma over wat God deed in de levens van mensen. Het ging daar vaak over het koninkrijk van God, een thema waar ik graag over spreek. Maar ook Helpdesk Live vond ik een mooie uitdaging. Mensen konden live inbellen in dat programma en dan bespraken we hun levensvragen, vanuit christelijk perspectief.”
Toch besloot je in 2010 dat je tijd bij de EO er opzat.
“Aanvankelijk keken er nog best wat mensen, maar elk jaar werd het soort programma’s dat ik maakte door de NPO verder naar de randen van het uitzendschema verplaatst. Net zolang totdat we alleen midden in de nacht nog dit soort verkondigende televisie mochten maken.
- Wim Grandia over verlies, roeping en eindtijd: ‘God was er in de zwartste nacht’
Wim Grandia over verlies, roeping en eindtijd: ‘God was er in de zwartste nacht’
Op een gegeven moment besloot de EO daarom met het programma te stoppen en was er voor mij als presentator en programmamaker geen werk meer.
Toen heb ik ervoor gekozen de omroep te verlaten. Eerst heb ik anderhalf jaar in de Tweede Kamer als voorlichter bij de ChristenUnie gewerkt, maar daarna ben ik me helemaal gaan richten op de Vineyard-gemeenten. Ik ben daar nog steeds actief.”
Je werkt daar nu vanwege je ziekte op therapeutische basis, vertelde je.
“Ja, ik was voorganger van gemeenten in Amersfoort en Wageningen, en directeur van het kerkgenootschap in de Benelux. Die taken ben ik geleidelijk aan het overdragen. Ik weet niet hoeveel jaren me nog gegund worden, maar ik hoop in elk geval nog zo lang als mogelijk een goede vader te zijn voor mijn kinderen en een leuke opa voor mijn kleinkinderen. En intussen blijf ik graag actief in de kerk, er is altijd wel iets te doen.”
Dikke snaren, minder pijn
Menno vertelt over zijn tijd op het conservatorium, waar hij ooit klassiek gitaar en compositie studeerde. Extra schrijnend dus, dat juist gitaarspelen voor hem nu vanwege zijn behandeling te pijnlijk wordt. Toch heeft hij hiervoor een oplossing gevonden. “Ik wil me niet laten verlammen door mijn diagnose en blijven zoeken naar wat ik wél kan. Ik ben dus overgestapt op basgitaar. De snaren daarvan zijn dikker, dus heb ik minder last van mijn vingers.”
Hij grinnikt. “Het goede nieuws? Er is in onze kerk een tekort aan basgitaristen, dus ik voel me nog nuttig ook.”
Je kunt dus ook als basgitarist in het koninkrijk aan de slag?
“Misschien is dat wel wat deze periode me heeft geleerd: dat Gods koninkrijk écht overal kan doorbreken, juist ook in het lijden en in de beperkingen van een ziekte als deze.”









