
Vlak voor zijn overlijden gaf Gerja’s broer haar nog één advies mee. ‘Dat spookt nog altijd door mijn hoofd.’
Het laatste woord
Leestijd: 7 minDoor Esther Tims-Van Helden
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Visie.
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Visie.
Gerja Wolf (59) was altijd gek op haar zes jaar oudere broer, Jaap. Deze eigenzinnige kunstschilder overleed veel te jong, op 53-jarige leeftijd. Zijn laatste woorden aan haar waren zowel mysterieus als troostend. ‘Het raakt aan geloof, maar ook aan zelfvertrouwen.’
Het laatste woord
Warme thuisbasis
Gerja groeide op in een gezin met vier kinderen. Ze heeft twee oudere broers en een jonger zusje. “Een warm gezin, waar ik mooie herinneringen aan heb,” vertelt ze. Jaap, haar oudste broer, was zes jaar ouder. Als kind trok ze naar hem toe en keek ze tegen hem op. “Ik was altijd wel verliefd op een van zijn vrienden”, lacht ze. “Toen hij zijn eerste verkering kreeg, dacht ik: hé, hoezo ga jij er met mijn broer vandoor? Afblijven! We hadden een hele goede band.”
Jaap had een groot talent voor tekenen. Met zijn werk won hij regelmatig wedstrijden; een ballonvaart met Nini Boesman en een splinternieuwe fiets. Daar profiteerde het hele gezin dan van.” Zijn ouders stimuleerden zijn creativiteit en zo ging Jaap na zijn middelbare school door met tekenen en schilderen.
Vrij schilderen
Het werd de kunstacademie in Breda. In eerste instantie koos Jaap op aandringen van zijn ouders voor de richting grafisch ontwerp, waarmee hij de meeste kans op een goede baan had. Maar al snel koos hij zijn eigen koers. “Na een half jaar kwam hij thuis met het verhaal dat hij was geswitcht en vrij ging tekenen en schilderen.” Hij bleef trouw aan zichzelf, ook als dat financiële onzekerheid betekende. “Als hij wel eens inkomen tekortkwam, nam hij een tijdelijk baantje in een snoepjesfabriek, achter de lopende band. Tot hij weer wat grote werken verkocht. Liever dat dan dat hij niet meer kon schilderen wat hij wilde. Zijn zelfvertrouwen was bewonderingswaardig.”
Vrijheid was voor hem heel belangrijk. Als ik het nummer ‘Laat me’ van Ramses Shaffy hoor, moet ik altijd aan hem denken
Laat me
Jaap had een prachtig atelier in de binnenstad van Breda: een mooie, grote ruimte waar hij experimenteerde met verf. “Hij werkte met aquarel op aluminium platen. Eigenlijk was de verf daar helemaal niet geschikt voor, maar het gaf een heel apart effect. Zeker als het licht er mooi op viel, herinnert Gerja zich. Voor haar ouders maakte hij eens een prachtig landschap. Zij moedigden hem aan om er meer te maken, zodat hij ze kon verkopen. “Maar nee, dat wilde hij niet. Dan kwam het niet uit hemzelf. Vrijheid was voor hem heel belangrijk. Als ik het nummer ‘Laat me’ van Ramses Shaffy hoor, moet ik altijd aan hem denken. ‘Ik blijf nog lang en liefst nog langer, maar laat me blijven wie ik ben’.”
De klap: een tumor
Jaap kreeg de eerste gezondheidsklachten tijdens een fietstocht met een vriend. Elke maandag was dat vaste prik. Maar dit keer verliep de tocht anders. “Hij begon plotseling wartaal uit te slaan.” Op aandringen van zijn vriend ging hij naar de huisarts. Onderzoek volgde en de diagnose kwam hard aan: een hersentumor.
“Eerst leek het nog hoopvol. Het zat op een goede, operabele plek. Door hoe hij erover praatte, raakten wij niet direct in paniek. We waren vooral blij dat er iets aan gedaan kon worden.” Hij werd geopereerd. En toen de tumor terugkwam: nog eens. Maar de tumoren bleef terugkeren. “De artsen gaven aan dat het om zo’n agressieve vorm ging, dat opereren steeds lastiger werd.”
Jaap gaf niet op. Hij zocht naar aanvullende behandelingen en greep alles aan. Gerja herinnert zich dat ze een keer met hem meeging naar een alternatieve behandeling in Amsterdam. “Daar moest hij met zijn hoofd in een soort magnetron met straling. En dan was hij weer 500 euro lichter.” De familie vroeg zich af of het zin had. “Dan volgde hij weer een streng dieet. Hij wilde alles aangrijpen om niet dood te gaan.” Die wilskracht maakte indruk, maar de ziekte was genadeloos.
Als er iemand naast hem kwam zitten en hij had daar geen zin in, zei hij gerust: ik zit liever alleen
Het laatste halfjaar woonde Jaap in een verpleeghuis, als man van middelbare leeftijd tussen de (veelal) ouderen. “Ik merkte dat zijn karakter veranderde. Waar hij zich eerder conformeerde aan mensen, viel dat in het verpleeghuis weg. Als er iemand naast hem kwam zitten en hij had daar geen zin in, zei hij gerust: ik zit liever alleen.” Als familie zochten we hem zoveel mogelijk op. Ondanks de verslechtering, bleef Jaap optimistisch. Hij wilde koste wat kost leven. En zei dan ook nog wel dingen als: ‘Volgende maand als ik weer in mijn atelier ben, dán…’ Wij zagen dat niet meer gebeuren, maar het leek wel alsof hij daar echt niet aan wilde.”
Een kort gebed
Gerja komt uit een gelovig gezin. Jaap was niet kerkelijk, maar geloof speelde wel mee in zijn leven. “Op een gegeven moment ging ik mee met hem naar het ziekenhuis en vroeg ik of hij het fijn vond als ik voor hem zou bidden. Dat vond hij. Het was een kort gebed, simpel. En hij vond dat wel heel fijn.” In de laatste fase werd een ander gebed voor hem heel belangrijk, het aloude Jezusgebed: ‘Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij.’ Hij vroeg dan of mijn vader of moeder dat hardop wilde zeggen en dan prevelde hij het mee.”
In de laatste fase werd een oud gebed voor hem belangrijk: ‘Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij’
De laatste woorden
Toen Jaap door zijn ziekte alleen nog maar op bed kon liggen, luisterde hij graag naar muziek. “Ik zette dan een cd van Simeon ten Holt op, met Canto Ostinato. Dat is klassieke muziek waar je je helemaal in kunt verliezen. Het deed hem goed; hij viel erbij in slaap.”
“De laatste keer dat ik hem zag, wist ik niet dat het de laatste keer zou zijn. Het was een donderdag; hij overleed de zondag daarop, op Moederdag. Ik nam afscheid zoals altijd. Ik boog me over zijn bed. Door de morfine was hij al in een comateuze toestand. Maar ineens deed hij zijn ogen open en zei: ‘Heb vertrouwen’.
Gerja probeerde die woorden te plaatsen. Waarop moest ze vertrouwen? Maar Jaap zei niets meer. Hij sloot zijn ogen en liet zich terugvallen in het kussen. Achteraf bleken dit zijn laatste woorden aan haar.
Heb vertrouwen
Sindsdien keren die woorden regelmatig terug, vooral op momenten dat het leven schuurt. Gerja voelt dat ze op meer dan één manier te begrijpen zijn. “Het raakt aan geloof, maar ook aan zelfvertrouwen. Jaap kende mij goed; hij wist dat ik niet altijd veel zelfvertrouwen heb. Maar het raakt ook aan mijn geloof: durf ik te vertrouwen dat God voor me zorgt, in welke omstandigheid dan ook?”
Jaren later komen die woorden nog altijd op het juiste moment in haar gedachten. “Ze zijn me heel dierbaar.”
Wilma moest afscheid nemen van haar vader: ‘Zijn laatste woorden werden voor mij een nieuw begin’Wilma moest afscheid nemen van haar vader: ‘Zijn laatste woorden werden voor mij een nieuw begin’
Auteurs





