
Zo bid je voor een niet-gelovige naaste: 'Voor je het weet, leg je de lat te hoog'
Achtergrond
Leestijd: 5 minDoor Jurjen ten Brinke
Bid voor vijf personen in je omgeving die Jezus nog niet kennen. Dat is de opdracht achter het initiatief ‘Uw koninkrijk kome’ in de tijd tussen Hemelvaart en Pinksteren. Het thema van dit jaar is ‘God met ons’.
Voor dag en dauw
Dat God met ons is, beschouw ik als een van de grootste zegeningen van het christelijk geloof. En dan niet alleen dat je altijd tot Hem kunt spreken, maar vooral dat Hij de keus maakte om in de persoon van Jezus naar deze aarde te komen en onderdeel te worden van ons gebroken bestaan.
Dat is goed nieuws, omdat het in onze hectische, veeleisende wereld een ander perspectief schetst. Ik hoef niet naar Hem te klimmen, Hij daalt af naar mij. Immanuel wordt Hij genoemd. God met ons.
Hoge lat
Het initiatief ‘Uw koninkrijk kome’ is ooit gelanceerd door de Anglicaanse Kerk, vanuit de gedachte om gedurende tien dagen (van Hemelvaart tot Pinksteren) voor niet-gelovige naasten te bidden. Als we het thema van dit jaar toepassen op ons gebed voor anderen, betekent dit dat we vooral mogen bidden om een ontvangende houding bij mensen die Christus niet kennen. Ik realiseer me dat ik maar al te vaak bid dat mensen ‘gaan geloven’. Of dat zij ‘gaan zien dat het evangelie goed nieuws is’. Voor je het weet, leg je daarmee de lat te hoog voor mensen die al van alles ‘moeten’ in hun leven. En dus bid ik dit jaar vooral: “Here God, doe hen zien dat U zich naar hen uitstrekt. Dat U naar hen toe komt. Dat ze U alleen maar hoeven te ontvangen, met lege handen. Doe hen ervaren dat U kwam om te zoeken en te redden wat verloren was.”
Wachten met terugkomen
Waarom zou je als christen meedoen aan een initiatief als dit? Met de IZB verzamelde ik een aantal reacties die binnenkwamen op een enquête. Zo vertelde een predikant dat zijn kerk tien dagen lang elke dag open was voor een kort gebedsmoment tussen 19.30 en 20.00 uur. Elke avond kwamen er acht mensen. Ze vertelden hoe God in die tien dagen aan het werk was, soms specifiek met iemand die op het gebedslijstje stond. “Je bent erg betrokken op de mensen voor wie je bidt”, zei iemand uit de gebedsgroep. “Er ontstonden dan ook allerlei ontmoetingen en kansen, die wij in het dagelijks leven gauw als toevallig bestempelen. Maar als je zo intensief aan het bidden bent voor mensen uit je omgeving ga je ook anders kijken en ontmoetingen anders interpreteren.”
Iemand anders vertelde dat door regelmatig te bidden “zijn verwachting dat God kan ingrijpen bij de buren” weer terug is.
En nog iemand anders zei: “De uitspraak ‘Uw koninkrijk kome’ raakte me. Want eigenlijk wil ik dat Jezus nog even wacht met terugkomen, omdat mijn vier volwassen kinderen (nog) niet geloven. Maar toen volgde de opmerking dat hun ommekeer óók de komst van het koninkrijk is. Het één hoeft niet los te staan van het ander. Dat was heel bemoedigend.”
Als je intensief aan het bidden bent voor mensen uit je omgeving ga je ontmoetingen ook anders interpreteren
Bidden is iets wonderlijks
Kortom: samen bidden werkt beter dan alleen. Kerken zoeken naar manieren om een initiatief als dit regelmatig voort te zetten, want bidden willen ze niet meer missen. Het is het enige, maar ook het krachtigste wat kerken kunnen doen. Bidden is iets wonderlijks. Immers: God heeft ons gebed niet nodig, maar gebed bepaalt wel degelijk de richting waarin bidders kijken: naar omhoog.
Als we bidden, beseffen we dat we de bekering van mensen niet in eigen hand hebben en doen we een beroep op God. En dan kan het zomaar gebeuren dat plaatsvindt wat een kerk in het midden van het land zag gebeuren: “Met de gehele kerk hebben we voor het tweede jaar gebeden. We zagen verschillende mensen tot geloof komen.”
Voorbeeld van het gebedsinitiatief
Een echtpaar bad voor de mensen in hun straat en kreeg opnieuw contact met een buurvrouw. Haar man was erg ziek en in zijn laatste levensfase. De buurman wilde al jaren niks meer met geloof en kerk te maken hebben. Na eerdere gesprekken had het stel dit onderwerp dan ook steeds gemeden.
Nu zochten ze hun doodzieke buurman op en zaten ze ineens aan zijn sterfbed. Op het tafeltje naast het bed lag ‘toevallig’ een kaart in een envelop. Het gemeentelid vroeg of ze de kaart mocht openen en voorlezen. Op de kaart stonden naast een groet en bemoediging de woorden: “De Heer is mijn herder”. Bij het horen van deze woorden beaamde de zieke man dat: “Zo is het!” Er ontstond een kans om daarover door te praten. Een aantal dagen later kreeg het stel uit de gemeente het bericht van overlijden. Bovenaan de kaart stond: “De Heer is mijn herder.”
Meedoen met de gebedstiendaagse?
Op zondag 10 mei wordt in het programma Nederland zingt op zondag (NPO 2) aandacht besteed aan het initiatief ‘Uw koninkrijk kome’.
Op vrijdag 15 mei komt de vraag ‘Hoe bid ik voor mijn niet-gelovige vrienden?’ aan bod in de podcast Vraag het Jurjen.

Leen Stam is veearts met een boerenhart: 'Op de nieuwe aarde ben ik werkeloos'
Auteurs






