
PremiumPiet en Leunie delen het geheim van 73 jaar huwelijk: 'Ook op je 97e wil je elkaar nog even vastpakken'
Interview
gisteren · 10:42| Leestijd:10 min
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Visie.
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Visie.
Ze mogen dan 73 jaar huwelijkservaring op de teller hebben, elke dinsdag organiseren Piet en Leunie van ’t Hoog-van Baalen een vaste huwelijksavond voor hen samen, thuis op de bank. Al knaagt de tand des tijds ook aan hun levensboom. “Het voelt alsof we steeds meer takken moeten loslaten.”
“Zeg maar gewoon Piet en Leunie, hoor.” Met een warme handdruk stelt Piet van ’t Hoog (97) zich voor. Hij staat in de deuropening van hun seniorenzorgflat in het Gelderse Wapenveld, geflankeerd door zijn vrouw Leunie (96). Zij is een stuk kleiner dan hij en leunt zwaar op haar rollator.
Ze vindt het interview een beetje eng, zegt ze. Want iedereen leest tenslotte straks hun verhaal. Niet veel later zit ze op haar “troon” – zoals Piet de zetel van zijn vrouw eerbiedig noemt – en vertelt ze met haar benen op een krukje over haar leven van bijna een eeuw. Ondertussen haakt ze een lange sjaal. Die is voor Joden in Israël, het land dat ze een warm hart toedragen. “Ik heb nog maar één oog, maar dit kan ik gelukkig nog.”
Wie zijn Piet en Leunie van ’t Hoog?
Piet werkte als economie- en wiskundedocent bij Bartiméus, het blindeninstituut in Zeist. Na zijn vervroegde pensionering werkten hij en zijn vrouw zeventien jaar als staflid voor Jeugd met een Opdracht. Ook waren ze actief bij Stichting Boete en Verzoening, die onder andere werkt op Joodse begraafplaatsen.
Piet en Leunie wonen in Wapenveld, onder de rook van Zwolle.
Dovigheid
Piet heeft geluk vandaag: hij mag naast Leunie zitten. “Als ik lief ben, mag dat”, zegt hij met pretoogjes, en hij legt zijn hand op die van Leunie. “Ik zit graag naast haar.” “Ja, vanwege onze dovigheid”, lacht Leunie. “En soms vergeet ik dingen, want ik ben al wat ouder, hè?”
Piet, schaterlachend: “Hou toch op, dan ben ik het ook! Onze dochter kwam mij deze zomer feliciteren en zei: ‘Pa, nu ben je honderd min drie geworden.’ Honderd min drie! Kun je het je voorstellen?”
Rode draad
“Ik heb de sabbatkaarsen aangestoken”, vervolgt hij, wijzend naar de rode kunstkaarsen op de salontafel. “Het is nog wel geen sabbat, maar gewoon voor de gezelligheid. O wacht…” Eerst wil Piet een gebed uitspreken. Hij heft beide armen ten hemel en dankt God voor de ontmoeting. Ook vraagt hij of ze goede antwoorden mogen geven op de vragen die ze krijgen. “En dat het alles mag zijn tot eer en glorie van uw naam.”
Precies dat laatste loopt als een rode draad door het leven van dit echtpaar. Ze willen hun verhaal vertellen in de hoop dat ze tot zegen mogen zijn voor anderen, zelfs op hun leeftijd. Piet: “We zijn zo rijk gezegend. We kregen zes kinderen en ons gezin is inmiddels uitgebreid tot meer dan tachtig mensen, maar we hebben nog niet één begrafenis gehad.”
Denk erom, als je aan je moeder komt, kom je aan mij
Spiekbriefje
Het geheim van hun ruim 73 huwelijksjaren? Piet buigt opzij en grist een spiekbriefje van het tafeltje naast de bank. “Ik heb daar wat over opgeschreven. Het eerste is: houd elkaar in ere. Ik wilde niet dat onze kinderen iets lelijks tegen hun moeder zeiden. Meerdere malen heb ik gezegd: ‘Denk erom, als je aan je moeder komt, kom je aan mij.’” Met een glimlach: “En dat weten ze nog goed, hoor!
Het tweede is: geef elkaar ruimte. Je kunt elkaar niet dwingen tot dingen die de ander niet kan opbrengen. En het derde: wees vergevingsgezind. Dat geldt voor ons nog steeds. Als ik weer eens een uitglijder heb gemaakt, vraag ik Leunie: ‘Schat, wil je me vergeven?’
En verder heb ik nog staan dat we geleerd hebben elkaar complimentjes te geven. Beter bij leven dan op een begrafenis.”
Wat is het laatste compliment dat u Leunie gaf?
“Dat zij een geweldige bemoediger is. En dat heb ik heel hard nodig, want ik ben nogal onzeker van mezelf. Regelmatig zegt ze tegen mij: ‘Ik vond dat je dat zo geweldig goed zei of deed.’ Om een voorbeeld te geven: van tevoren zag ik een beetje op tegen dit interview; ik ben nu eenmaal wat pessimistisch van aard. Maar Leunie zei: ‘Je kunt het ook positief bekijken: het mag tot Gods eer zijn en daar hoef je niet voor weg te kruipen.’”
- Download de app
Nieuw: de gratis Visie-app!
Of je nu op de bank zit, onderweg bent in de trein of op vakantie in het buitenland: met één tik op je scherm duik je in hoopvolle verhalen, inspirerende interviews en alle digitale edities van Visie
Een stap terug
Een belangrijke sleutel voor een goed huwelijk is wat Leunie betreft het erkennen van het leiderschap van haar man. Ze legt uit: “Ik ben ervan overtuigd dat God de man de gave van leiderschap heeft gegeven. Een van de lessen die ik in ons huwelijk heb geleerd, is om dat ook toe te staan en te bevorderen. Dus ik schuif hem heel bewust naar voren – en complimenteer hem voor hoe hij de dingen oppakt.”
Als zijn vrouw zet u dus bewust een stap terug?
“Inderdaad. Maar dat geeft niet, want hij is door God als leider aangesteld. Dat leiderschap moet ik niet willen terugpakken. Ik zie in veel gezinnen dat de man zijn verantwoordelijkheid niet pakt. Of dat de vrouw haar man dat leiderschap niet gunt. Dat levert vaak veel ruzie op.
Toen ik aan het begin van ons huwelijk het besluit nam een stap terug te zetten, veranderde onze relatie. We waren geen concurrenten meer van elkaar, maar werden een team.”
Fruitige seksualiteit
Er staat nog iets op Piets spiekbriefje, wat daar volgens hem goed bij aansluit: hulpvaardigheid. “Ik zeg altijd: wees bereid elkaar te helpen en wacht niet tot je iets gevraagd wordt. Wacht niet tot je vrouw vraagt of je de vuilnisbak even buiten wilt zetten, maar signaleer dat de bak vol zit en bied aan om ’m buiten te zetten. Of nog beter: dóé het gewoon.
En tot slot: een fruitige seksualiteit vinden we ook belangrijk. Soms pak ik Leunie gewoon nog even beet als ze langsloopt. En dan wil ik haar toch even een paar kusjes geven. Ja hoor, ook als je 97 bent!”
Tijdens die huwelijkscursus hebben we geleerd over seksualiteit te praten
Een huwelijkscursus
Voorzichtig reikt Piet zijn vrouw haar kopje koffie aan, als hij vervolgt: “We hebben twee keer een huwelijkscursus gevolgd, waarbij het onder meer over seksualiteit ging. Tijdens die cursus hebben we geleerd daarover te praten. En dat doen we nog steeds: elke dinsdagavond is onze vaste huwelijksavond. Dan gaan we lekker naast elkaar op de bank zitten en nemen we de tijd om te praten. Over de dingen van het leven, over de Bijbel, het geloof, de kinderen, onze moeiten en zorgen. En dan bidden we samen.”
Leunie knikt. “De Bijbel zegt: werp al je zorgen en bekommernissen op Mij, want Ik kan het aan. Dat is een grote troost. En weet je, ons huwelijk is inniger geworden, omdat we meer en meer zijn gaan beseffen dat het huwelijk een afbeelding is van hoe God met ons wil omgaan.”
‘Oude liefde roest niet’
Hun allereerste ontmoeting staat Piet nog helder voor de geest. Ze woonden allebei in Weesp (“wij zijn Weesper moppen”) en Piet was 7 toen hij bij de toen 6-jarige Leunie in de klas kwam. “Toen ik haar zag, vond ik haar meteen een leuk meisje.” “Ik zie hem nóg voor me”, reageert Leunie. “Een knulletje in een blauwe spencer, z’n zwarte haartjes netjes gekamd. Maar”, zegt ze, terwijl ze opkijkt van haar haakwerk, “ik zag toen nog niets in hem, hoor.”
Pas rond het vijfde schooljaar kreeg Leunie een oogje op Piet. Op de mulo verloren de twee elkaar een tijdje uit het oog, en bovendien ontmoette Piet daar “een ander leuk meisje”. Rond hun 18e vonden Piet en Leunie elkaar toch weer. Piet grijnst. “‘Oude liefde roest niet’, zei mijn vader toen ik vertelde dat ik weer terug was bij Leunie.”
Goede band
In maart 1948 kregen Piet en Leunie verkering, en na Piets militairediensttijd trouwden ze op vrijdag 29 augustus 1952. Het kersverse stel woonde een aantal jaar in onder andere het Zeeuwse Sint Philipsland, waarna ze voor Piets werk naar Zeist vertrokken. Daar kwamen ze vlak bij Dick van Keulen te wonen, een charismatische predikant uit de Gereformeerde Kerken. Met hem bouwden ze een goede band op. Gesprekken met hem zorgden zelfs voor een grote verandering in het leven van Piet en Leunie.
Geen polonaise
“Op een avond”, vertelt Piet, “vroeg Dick plompverloren: ‘Houden jullie ook zo veel van Jezus?’ Nu dachten wij dat we heel goede christenen waren – we gingen immers al van jongs af aan naar de gereformeerde kerk – maar op die vraag konden we geen ‘ja’ zeggen. Waarop Dick vroeg: ‘Weten jullie dat je de heilige Geest nodig hebt?’ Nee, dat wisten we niet, en we zagen daar eigenlijk ook de noodzaak niet echt van in. Volgens Dick was het heel belangrijk, maar ik zei: ‘Ik ga al bijna veertig jaar elke zondag twee keer naar de kerk, en ik heb nooit gehoord dat je de heilige Geest nodig hebt.’ ‘En toch is het belangrijk’, hield Dick vol.
Op een bepaald moment had hij het over de doop met de heilige Geest. Nou, wat een gekkigheid was dát. ‘Staat in de Bijbel’, zei Dick. ‘Nooit gelezen’, antwoordde ik, waarop hij zei: ‘Dan moet je beter lezen.’ En hij wees ons op Johannes, die heeft gezegd dat na hem iemand zou komen die zou dopen met de heilige Geest. Dat kon ik natuurlijk niet ontkennen. Maar gedoopt worden met de heilige Geest? ‘Aan mijn lijf geen polonaise’, zei ik.”
Twaalf jaar geleden zijn we gedoopt door onderdompeling
Stille tijd
Tot een half jaar later. “Toen kon ik, na veel strijd en bevestiging van anderen, zeggen: ‘Jezus, doop mij met uw heilige Geest.’ Dat is de grootste verandering geworden in mijn leven. Nog steeds begin ik elke ochtend mijn stille tijd met hetzelfde gebed: ‘Vader, ik wil vandaag weer gedoopt worden met uw heilige Geest. Wilt U mij helemaal onderdompelen en mij veranderen naar de bestemming die U mij gegeven heeft.’ Er staat namelijk in Romeinen 8 vers 29 dat we bestemd zijn tot gelijkvormigheid aan het beeld van Jezus. Vroeger dacht ik: dat haal ik toch nooit, dus daar hoef ik geen inspanning voor te doen. Nu strek ik mij daarnaar uit en wil ik graag elke dag een klein beetje meer.
Maar het mooiste komt nog: twaalf jaar geleden – ik was 85, Leunie 84 – zijn we allebei gedoopt door onderdompeling. Dat we dat samen hebben kunnen doen, was voor ons een heel bijzondere ervaring.”
Maak je nog toekomstplannen als je bijna 100 bent?
Piet: “In 2 Timoteüs 4 vers 6 zegt Paulus dat zijn verscheiden aanstaande is. Oftewel: zijn overlijden staat voor de deur. Dat spreekt mij aan. Dus we houden rekening met het feit dat we nog maar een korte tijd vóór ons hebben. Een jaar? Twee jaar? Drie misschien? Soms vraag ik: ‘Lieve Heer, heeft U geen haast?’
Je wilt je geen zorgen maken, want dat helpt geen zier. Maar je moet wel steeds meer inleveren. Ik voel me soms een boom die steeds meer takken moet loslaten. En we vragen ons natuurlijk weleens af hoe het allemaal moet als bijvoorbeeld een van beiden alleen komt te staan.”
Leunie: “Ik denk weleens dat we nog een taak hebben. Dat klinkt misschien een beetje eigenwijs en hoogmoedig, maar ik zeg dat in alle nederigheid. Al weet ik niet precies hoe en wat. En ook hiervoor geldt: wij hoeven geen eer of roem voor ons werk. Wij citeren graag Psalm 115: ‘Niet ons, o Heer, niet ons, maar uw naam komt toe alle lof en eer.’”
- 5 verfrissende date-ideeën die je relatie versterken
5 verfrissende date-ideeën die je relatie versterken








