Yancey is een van mijn helden: een schrijver die mijn leven blijvend beïnvloed heeft. Zijn glasheldere, onverschrokken, genadevolle stijl (met ruimte voor twijfel, vragen en menselijk tekort) maakt zijn boeken uniek. Ik heb bijna alles van hem gelezen en (her)lees nu zijn fantastische boek Hoe mijn geloof de kerk overleefde. Is dat nu allemaal voorbij?
Ik heb al vaker geschreven over gevallen christelijke grootheden: mensen die op een voetstuk zijn gezet en aanbeden worden als een onmenselijk soort christenen die domweg niet kunnen falen. Hoe groot is dan de verbijstering en de ontreddering als zulke leiders ‘in zonde vallen’ (wat meestal niet betekent dat ze stiekem erg ongeduldig of onvriendelijk waren). Iedereen loopt weg, niemand wil bij een seksuele zondaar horen.
Voordat Yancey in ongenade valt, houdt hij de eer aan zichzelf. In een verklaring erkent hij zijn misstap. First things first: hij moet zijn huwelijk redden. En terecht. Hij moet puinruimen en werken aan herstel. Maar dat hij definitief stopt met preken en schrijven, vind ik echt zonde (en misschien wel letterlijk Zonde). Door helemaal te stoppen, bevestigt hij het idee dat alleen feilloze mensen zijn werk mogen doen. En zo blijft het ongenadige beeld van het onmenselijke soort christenen bestaan.
Natuurlijk is er zoiets als walk your talk: enige consistentie tussen woord en wandel is wel fijn. Maar juist Yancey schreef over de gebrokenheid, het tekort. Hij schreef juist over zondaars die ondanks (of soms dankzij) hun fouten grote voorbeelden werden. Misschien vond ik hem daarom zo’n geweldige schrijver: de genade droop van de pagina’s. Als God zo werkt, dan is er ook hoop voor mij.
Ik hoop dus vurig dat hij over een poosje wél weer gaat schrijven. Misschien wel over zijn ervaring met overspel en ontrouw en hoe genade dan werkt. Ik heb al een titel: Hoe mijn geloof mezelf overleefde. Ik ga hem zeker lezen.