
De Joodse Natascha van Weezel kiest voor verbinding: 'De schreeuwers mogen niet winnen'
Leestijd: 13 minDoor Pieter-Jan Rodenburg
Toen ze vijftien jaar geleden een Palestijnse jongen in de ogen keek, wist de Joodse Natascha van Weezel (39) dat ze wilde kiezen voor ontmoeting. Sindsdien pleit ze in haar boeken, documentaires en columns voor verbinding. “Maar ik denk regelmatig: had ik niet beter sportjournalist kunnen worden?”
Ontmoeten
Hoe heb jij je vriend ontmoet?
“Toen ik elf jaar geleden in een theater werd geïnterviewd, zat hij in de zaal en vroeg hij: weet jij wat de oplossing van het Israël-Palestina-conflict is? Ik heb hem twintig minuten lang uitleg gegeven, daarna scheidden onze wegen. Vijf jaar later kwamen we elkaar weer tegen op een dating-app. Ik was vergeten dat we elkaar al eerder hadden ontmoet, hij wist het nog wel. Toen bleek ook dat hij de vraag vooral gesteld had om mij te leren kennen, en minder om het antwoord te horen.”
Welke bizarre ontmoeting is je altijd bijgebleven?
“Dat was ook tijdens een date. Mijn toenmalige date en ik gingen naar het Concertgebouw en dronken daarna nog een drankje op een terras. Dat ging allemaal heel netjes en goed, tot ik een sigaretje opstak – in die tijd rookte ik af en toe. Mijn date flipte en schreeuwde: “Ik ben geriater en zie nooit rokers! Weet je waarom? Omdat ze allemaal dood zijn! Ik dacht dat jij discipline had, maar je bent laf!” Let wel, dit was onze eerste date! Ik ben weggelopen. Ik weet dat roken niet goed is, maar om zó te reageren...”
Wat is jouw favoriete ontmoetingsplek?
“Café Wildschut in Amsterdam-Zuid. Ik kom daar al mijn hele leven. Het is een prachtig art-decocafé, waar schrijvers, journalisten, kunstenaars, maar ook studenten en zakenmensen komen. En het heeft een heerlijk terras!”
Zodra Natascha gaat zitten op een terras in Amsterdam-Zuid – we hadden bij haar thuis afgesproken, maar de ventilator is uitgevallen en het is bloedheet – vallen haar sieraden op. Een ketting met een davidster om haar hals, een vredesteken in haar oren. Zonder woorden schetst de schrijver, columnist en film- en documentairemaker daarmee al wie ze is. En wie ze wil zijn.
‘Vieze Jaffa-sinaasappel’
De eerste keer dat ze een davidster droeg, herinnert ze zich nog goed. “Ik was in Israël geweest, waar familie woont, en had een ketting met een davidster gekregen. Daar was ik als meisje van 6 heel trots op. Mounir, een jongetje uit mijn klas, beet me toe: ‘Vieze Jaffa-sinaasappel. Mijn moeder zegt dat alles uit Israël stom is!’ Dat doet natuurlijk iets met een jong meisje. Ik durfde mijn ketting niet meer om naar school.
Mijn moeder is naar de juf gegaan, en zij heeft – heel proactief – een landenfestival met de school geïnitieerd. Iedere klas kreeg een ander land toegewezen; mijn klas werd Israël.” Lachend: “Dat zou nu misschien niet meer kunnen, maar het waren de jaren negentig. We leerden dansjes, Mounir werd mijn danspartner en we werden vriendjes. En sindsdien droom ik ervan dat we als samenleving zo kunnen zijn: allemaal verschillend, maar wel allemaal samen.”
Broodnodig
En precies dáár maakt Natascha zich hard voor. In haar wekelijkse column in Het Parool, in haar boeken, essays, documentaires en maatschappelijke projecten pleit ze ervoor ‘de ander’ te blijven zien en spreken. “In deze tijden van polarisatie en oorlog is ontmoeting broodnodig. Niet altijd makkelijk, maar ja… dan maar niet makkelijk.” Want, stelt Natascha, we zitten in een nieuwe verzuiling, een verbubbeling, waar mensen elkaar steeds slechter weten te vinden.
Hoor je zelf bij een bubbel?
“Helemaal niet. Al wens ik soms dat ik bij een bubbel hoor. Al mijn hele leven. Maar ik kan me niet conformeren aan de regels binnen een groep. Ik krijg het benauwd van al die verwachtingen van anderen. Ik ben natuurlijk Joods, maar hoor niet helemaal bij de Joodse gemeenschap. Ik ga bijna nooit naar de synagoge, doe weinig met religie en heb altijd al veel niet-Joodse vrienden gehad. Qua politieke voorkeur ben ik links-progressief, maar lid van een partij ben ik niet. Het lastige is dat ik nooit ergens helemaal bij hoor, het fijne dat ik overal een klein beetje bij hoor. Ik kan zelf kiezen.”
Heb je geprobeerd bij een bepaalde groep te horen?
“Altijd! Dat is het voortdurende gevecht: ergens bij willen horen, omdat het overzichtelijk en veilig is, maar dan niet kunnen of willen voldoen aan de voorwaarden.
Toen ik begin 20 was, heb ik me een periode fanatiek met het zionisme beziggehouden. Ik was mijn Joodse identiteit aan het ontdekken, en Israël hoorde daarbij. Ik kreeg vrienden die zich daar ook heel erg mee identificeerden. Voor mijn gevoel ‘mocht’ ik eindelijk echt bij een groep horen. Mijn familie, die daar helemaal niet zo fanatiek in was, noemde me gekscherend ‘ons kleine zionistje’. Ik ging er zo in op, dat Palestijnen steeds meer de vijand voor me werden. Ik werd bang voor ze. Want mensen in mijn omgeving zeiden telkens: ‘Pas op, Palestijnen willen je dood hebben!’”
Mijn vader zei: ‘Ik ga wel plassen als het vrede is’
Maar je bent ook uit die bubbel gestapt…
“Ik ben er te nieuwsgierig voor, denk ik. Ik was in Israël, Tel Aviv, op een strandvakantie met vriendinnen, toen ik besloot naar de Westelijke Jordaanoever te gaan. Ik hoorde er van alles over, maar wilde het als mens en journalist zelf zien.”
Bolle buik
Ze omschrijft de ontmoeting die ze er had met een Palestijnse jongen bij een checkpoint. Hij stond aan de andere kant van het hek, wees naar haar en wenkte. Hij gebaarde een bolle buik en stak vijf vingers op. In het Arabisch zei hij iets. Iemand vertaalde het naar het Engels: “Hij vindt je mooi en wil graag vijf kinderen met je maken.” Natascha moet er nog steeds om lachen: “Ik was vooral opgelucht. Dit was mijn eerste ontmoeting met een Palestijn, en het bleek een heel gewone jongen te zijn. Ook later zag ik dat de Palestijnen die ik ontmoette, me helemaal niet dood wilden hebben. Natuurlijk is Israël daar een lastig onderwerp, en is het niet overal in de Palestijnse gebieden verstandig te zeggen dat je Joods bent. Maar je ontmoet vooral ménsen.”
God zoeken in de natuur? Zo helpt een bos, berg of strand je om stil te worden en Hem te ontmoetenGod zoeken in de natuur? Zo helpt een bos, berg of strand je om stil te worden en Hem te ontmoeten
Die heel eenvoudige, eerste ontmoeting daar aan die grenspost vormde voor Natascha een keerpunt. “Ik ging nog steeds met de groep enthousiaste Israël-fans om, maar had iets gedaan wat zij bijna als landverraad beschouwden: ik had Palestijnen ontmoet die mij niet dood wilden. Ik had wat van de cultuur daar geproefd. En ik zag de bezetting, die écht en rauw is. Toen ook al. Daarmee kreeg ik twijfels bij iets waar we niet aan mochten twijfelen: hoe fantastisch Israël is.”
Was ik maar niet naar de Westelijke Jordaanoever gegaan, dacht ze weleens. Dan was de wereld overzichtelijk geweest en had ze een duidelijke mening kunnen houden: zij zijn fout, wij zijn goed. “Maar als je iets gezien hebt, kun je het niet níét meer zien. Ook niet als die waarheid niet in jouw straatje past.”
Wie is Natascha van Weezel?
Natascha woont met haar partner en twee zoons in Amsterdam.
Meeluisteren
Een tafeltje verderop strijkt een jong gezin neer. Even kijkt Natascha onderzoekend naar het stel. Ze verschuift haar kraag iets en scant met haar ogen de straat naast het café. “Ik ben me voortdurend bewust van mijn omgeving”, zegt ze desgevraagd. “En ik weet heel goed dat de mensen naast ons mogelijk meeluisteren met dit gesprek. Soms is dat spannend. Maar hier niet. In deze buurt voel ik me veilig, dit is thuis.”
In 2014, tijdens een vorige oorlog tussen Israël en Gaza, ervoer ze de spanning van die oorlog ook in Nederland. “Het was toen al gevoelig, alsof je óf voor Israël óf voor Palestina moest zijn. Een soort prelude op de oorlog nu.”
In die tijd merkte ze ook dat het antisemitisme toenam. “Ik werd kort na de start van de oorlog voor het eerst bespuugd op straat, omdat iemand mijn davidster zag. En mensen draaiden in de tram hun rug naar me toe.”
In die beladen tijd werd ze gevraagd in het tv-programma Hollandse Zaken iets te zeggen over de spanning rond het Israël-Palestinaconflict. “Ik was 28, maar koos toen al de rol die ik nog steeds op me wil nemen: die van verbinder. Laten we naar beide partijen luisteren. Niet zo doordacht als nu trouwens, en me nog niet zo bewust van de gevoeligheden.” Ze begint te lachen: “Nu denk ik regelmatig: waarom is dit mijn thema? Had ik niet beter sportjournalist kunnen worden? Want het is een wespennest waar ik me in begeef.”
Download gratis de nieuwe Visie-app en lees Visie waar en wanneer je wilt!Download gratis de nieuwe Visie-app en lees Visie waar en wanneer je wilt!
Gekielhaald
Daar, aan die talkshowtafel, noemde Natascha zichzelf ‘kritisch zionist’. “De term zionist zou ik nu niet meer gebruiken, want die is erg beladen geworden. Ik heb zelf ook moeite gekregen met de manier waarop sommige anderen zionisme gebruiken – als excuus om Palestijnen te onderdrukken of te verdrijven. Maar ik ben nog steeds vóór het bestaansrecht van Israël, én kritisch op het beleid van Netanyahu. Dat zei ik aan die talkshowtafel. En dat ik zag hoe fout en verschrikkelijk de bombardementen van Israël op Gaza waren. Toen ook al!”
Natascha deinst naar achteren, haar handen afwerend omhoog: “Zo… toen werd ik gekielhaald! Door beide kanten. ‘Smerige zionist!’ ‘Fascist!’ En, van de andere kant: ‘Landverrader!’ ‘Vuil Palestijnenvriendje!’ Eigenlijk alles wat ik nu ook hoor, maar dan milder. Ja, serieus, het is harder geworden. Mijn vader, die toen nog leefde, zei: ‘Als beide extreme kanten kwaad op je zijn, doe je het precies goed.’ En nog steeds zeg ik dit regelmatig tegen mezelf. Als ik dat niet doe, word ik gek.”
Hitte in de keuken
Haar vader, Max van Weezel, was vooral bekend als politiek journalist. “Toen hij dat in 2014 tegen me zei, moest ik huilen. ‘Ik kan dit niet!’ reageerde ik. Toen antwoordde hij: If you can’t stand the heat, stay out of the kitchen. Als je de woede en de reacties niet aankunt, doe het dan niet. Kan ik die reacties aan? Die vraag ben ik me blijven stellen. Want de hitte in de keuken is alleen maar toegenomen.”
Waar merk je dat aan?
“Aan de verwensingen die ik naar mijn hoofd krijg. Aan de reacties die ik op mijn davidster krijg. Nu het mooi weer is, vraag ik me voortdurend af óf en waar ik ’m moet dragen. Iemand vroeg me onlangs: ‘Draag jij ’m nog in het openbaar? Ik werd bespuugd in de tram.’ Die ervaring herken ik. Laatst was ik bij de bakker. De dame achter de toonbank zag mijn davidster, legde het brood terug en liep naar de volgende klant. Ze wilde me niet helpen.
En dan zijn er nog de aanslagen op Joodse doelen. En wat denk je van de vele doodswensen die ik in de mail en op social media krijg. ‘Jammer dat Hitler zijn werk niet heeft afgemaakt.’ ‘Ik hoop dat je familie heeft geleden in de gaskamers.’ Of, meer op microniveau: ‘Natuurlijk is dit allemaal erg, maar ik begrijp het wel, want Israël doet verschrikkelijke dingen.’ Sinds 7 oktober 2023 is de toon van de reacties echt veel heftiger geworden.”
Heb je overwogen te stoppen met het pleiten voor nuance? Met je column, je mediaoptredens?
“Ik ben even gestopt, toen mijn zoontje van toen 1 bedreigd werd, kort na 7 oktober. Kijk, als je aan mij komt, is dat vervelend. Ik heb een tijd beveiliging gehad als ik een lezing gaf. Dan moest er een bodyguard meelopen als ik naar het toilet ging. Ook de scheldpartijen op mijn mailadres kon ik wel hebben. Niet te veel bij nadenken, dacht ik dan. Tot iemand op social media zei: ‘Je wilt toch niet dat dat lieve zionistische zoontje van jou iets overkomt?’ Toen brak er iets. Van mijn kinderen blijf je af. En een paar dagen later wist ik het zeker: ik ga iets anders doen. Maar ik zag het nieuws. Hoorde het gescheld en de extreme meningen in talkshows – en heel diep vanbinnen voelde ik: de schreeuwers mogen niet winnen!”
Kashif liet zijn gezin achter en vluchtte uit Pakistan: ‘Ik had geen andere keuze’Kashif liet zijn gezin achter en vluchtte uit Pakistan: ‘Ik had geen andere keuze’
Maar de schreeuwers krijgen wel de aandacht. Heb je hoop dat jouw verbindende toon een verschil maakt?
“Toen mijn vader in 2019 op sterven lag, gebeurde er iets heel ontroerends. Hij kreeg veel morfine en hallucineerde regelmatig. Toen ik op een dag bij hem was, zei hij dat hij moest plassen. Ik moest hem helpen met lopen, omdat hij zo verzwakt was. ‘Maar ik durf niet,’ zei hij, ‘want ze staan in de gang op elkaar te schieten.’ Ik wist dat je nooit tegen een hallucinatie in moet gaan, dus ik vroeg: ‘Wie?’ ‘De Israëli’s en de Palestijnen.’ Blijkbaar waren de herinneringen uit zijn tijd als journalist in Israël weer teruggekomen.
Toen antwoordde ik: ‘Rustig maar, zal ik met ze praten?’ Dus ik ging naar de gang, kwam even later terug en zei: ‘Ik heb met ze gepraat: ze doen niks en ze beloven dat ze stoppen met schieten.’ Ik probeerde hem te overreden toch naar het toilet te gaan. Maar hij liet zich terugvallen in de kussens en zei: ‘Ik ga wel plassen als het vrede is.’
Het is een heel kleine anekdote, maar toch…”
De weergave van Spotify vereist jouw toestemming voor social media cookies.
Toestemmingen aanpassenEven zwijgt Natascha. Dan slaat ze ritmisch met haar vuist op tafel: “Ik. Mag. Niet. Stoppen. Met. Hopen. Ik heb dit kwetsbare moment als een opdracht opgepakt. Want het is zó symbolisch. Het was mijn vaders grootste wens dat er vrede zou komen. Hij zou er kapot van zijn als hij wist wat er sindsdien gebeurt. Hij zou doodsbang zijn voor het antisemitisme. En toch, zoals hij me leerde: Tascha, houd je hart zacht.”
‘Dóé iets!’
Het werd de titel van haar boekessay: Hoe houd je je hart zacht. “Niet door je ogen dicht te doen. Ik heb gezien wat Israël in Gaza doet. De uithongering, het gruwelijke geweld, de achteloze haat van de militairen. En ik heb gezien wat Hamas heeft gedaan. Je hart zacht houden betekent voor mij kiezen voor verbinding. Niet om het onrecht te ontkennen, maar om voor iets beters te kiezen.”
Ze vertelt over de reacties op haar lezingen, overal in het land. Over de kleine initiatieven die ontstaan: gespreksgroepen tussen moslims, christenen en Joden. “Mijn boodschap is: begin op je eigen vierkante centimeter met het ontmoeten van de ander. Ben je bang voor vluchtelingen? Ga vrijwilligerswerk doen bij een azc. Dóé iets! Want dat vreselijke gevoel van onmacht, dat we bijna allemaal hebben, is verschrikkelijk. Als je dat niet goed kanaliseert, kan het in verbitterdheid of haat uitmonden. Dus blijf ik schrijven. En blijf ik aanschuiven bij talkshows op tv of radio. Dat geeft me energie om door te gaan, om mijn hart zacht te houden. En als ik ook maar één persoon op een zolderkamer inspireer de ontmoeting te zoeken, is mijn missie geslaagd.”

Natascha van Weezel is soms bang om haar davidsterketting te dragen: 'Toch blijf ik zoeken naar verbinding'
Auteurs

Meest gelezen
- Een rondwandeling door Strijen: 'Mozart is ooit nog in zijn koets door dit dorp gereden'

Reportage
Een rondwandeling door Strijen: 'Mozart is ooit nog in zijn koets door dit dorp gereden'
- Naar een christelijke camping, waarom zou je? 'Durf ook eens uit je eigen bubbel te stappen'

Onder de zon
Naar een christelijke camping, waarom zou je? 'Durf ook eens uit je eigen bubbel te stappen'
- 'Mijn stiefvader dreigde me te verdrinken’: hoe Mona al jong leerde leven met angst en dreiging

Kijktip
'Mijn stiefvader dreigde me te verdrinken’: hoe Mona al jong leerde leven met angst en dreiging
Lees ook
- Aan deze vraagt irriteert Jorieke Eijlers zich elk jaar weer: 'Mijn hoofd werkt zo niet'

Column
Aan deze vraagt irriteert Jorieke Eijlers zich elk jaar weer: 'Mijn hoofd werkt zo niet'
⭐Premium - Esther: ‘Aan het sterfbed van mijn opa zei ik: opa, ik vergeef je’

Het laatste woord
Esther: ‘Aan het sterfbed van mijn opa zei ik: opa, ik vergeef je’
⭐Premium - Elbert schrijft zijn laatste column voor Visie: 'Ik neem de telefoon op en sta even met mijn mond vol tanden'

Column
Elbert schrijft zijn laatste column voor Visie: 'Ik neem de telefoon op en sta even met mijn mond vol tanden'
⭐Premium