
Hagar: de vrouw die eindelijk gezien werd
Een essay van Alain Verheij
16 juli 2025 · 09:00| Leestijd:7 min
Lees nu gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Visie.
AanmeldenLees nu gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Visie.
Sommige Bijbelverhalen zijn zo schrijnend, dat je ze liever zou overslaan. Het verhaal van Hagar is er zo één. Toch is het onmisbaar. Want juist in haar vernedering, vlucht en wanhoop laat God zich van zijn meest verrassende kant zien: als de Ene die hoort, en die iedereen opmerkt die zich ongezien voelt.
Het is niet fijn om het verhaal van Hagar te lezen. Waarschijnlijk is deze Egyptische vrouw in slavernij geboren. Vrijheid heeft ze nooit gekend. Hagar zal in het paleis van de farao hebben gediend, tot hij haar als geschenk meegaf aan een rondreizend Hebreeuws echtpaar. Abram en Sarai, die zich de uitverkorenen noemden van een onzichtbare god.
Als wisselgeld
Voortaan moest Hagar met hen meereizen, op reis naar een land dat die godheid aan hen zou hebben beloofd. Wat moest Hagar daarvan vinden? Wat zou ze ervan geloven?
Het enige wat zij wist, is dat haar medemensen haar niet als vrouw zagen, maar als bezit. Soms zelfs als wisselgeld. En als anderen je maar lang genoeg zo zien, ga je jezelf ook zo zien.
Hun kinderwens
Die vreemde god had heel veel nakomelingen beloofd aan Abram en Sarai. Toch waren haar meester en meesteres al erg oud én kinderloos.
Hagar en de andere knechten in het gevolg van Abram praatten daar soms meewarig over. “Hebben ze het nou nog steeds over hun kinderwens? Zou dat verdriet ooit slijten? En wanneer verruilen ze hun grote geloof eens voor een beetje realisme?”
Deze praatjes verstomden op de dag dat Abram en Sarai inderdaad pragmatisch begonnen om te gaan met de beloften van God. Maar dat ging niet op een manier die prettig was voor Hagar.
Hagar had hier helemaal niet om gevraagd
‘Dan helpen we God een handje’
“Nu het duidelijk is dat ik niet meer zwanger van jou kan worden,” zei Sarai tegen haar man, “moet je maar naar bed gaan met mijn slavin uit Egypte. Als zij zwanger wordt, zal ik het kind wel adopteren. Dan helpen we God een handje met het waarmaken van zijn beloften.”
Abram vond het direct een goed idee. Aan Hagar werd niets gevraagd. Zij was maar een buitenlandse slavin, zonder recht van spreken. En dus moest ze naar zijn slaapkamer komen om daar inderdaad in verwachting te raken van het kind van haar eigenaar.
Jaloers op haar
Na dat misbruik (want dat was het) werd het leven alleen maar minder leefbaar voor Hagar. Haar meesteres was jaloers. Ergens begrijpelijk, maar ook ontzettend eigen schuld, dikke bult – want het was door toedoen van Sarai zelf dat Hagars buik maar bleef groeien. Hagar had hier helemaal niet om gevraagd. Als ze al respect had voor de mensen die haar meenden te mogen bezitten en gebruiken, was dat nu helemaal weg.
Die verandering merkte Sarai op. Ze klaagde erover bij haar man. “Het is jouw slavin,” zei Abram alleen maar, “doe met haar wat je goeddunkt.”
Er volgden vreselijke pesterijen. De arme Hagar werd zo slecht behandeld door Sarai, dat ze geen andere uitweg zag dan de woestijn in te vluchten.
Als je dat risico neemt als alleenstaande, zwangere vrouw zonder enige rechtspositie, ben je wel heel wanhopig. Zo naar moet het zijn geweest om in haar schoenen te staan.
God met een hoofdletter
Ergens in dat niemandsland vond Hagar een bron, waar ze wezenloos voor zich uit staarde. En toen werd ze verrast. Ze werd opgezocht door de god van Abram en Sarai, die nu ook haar god bleek te zijn – en op dat ogenblik openbaarde Hij zich aan haar als God met een hoofdletter.
God zei dat Hagar haar kind Ismaël – ‘Hij hoort’ – moest noemen, omdat Hij wel degelijk had gehoord hoe zwaar zij het had. Ineens vielen er allerlei kwartjes bij Hagar. “U bent niet alleen een God van het horen, maar ook van het zien”, zei ze enthousiast.
Ze noemde de plek waar zij deze ontmoeting had Lachai-Roï: ‘Bron van de Levende, die mij ziet.’ God deed haar net zo’n belofte als Hij aan Abram deed: “Ik zal je heel veel nakomelingen geven, zo veel dat ze niet te tellen zullen zijn.”
Voor het eerst in haar leven wist Hagar dat er al die tijd Iemand was geweest die haar had opgemerkt.
Op vakantie met Abraham: is de reis belangrijker dan de bestemming?
Op vakantie met Abraham: is de reis belangrijker dan de bestemming?
Dertien jaar later
God stuurde Hagar terug naar Abram en Sarai. Misschien om hen te dwingen verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen gedrag. En voor het opgroeien van Ismaël. Nu Hagar wist dat ze ten diepste een geliefd kind van God was, kon ze het hopelijk iets beter volhouden onder dat echtpaar. Maar gezellig werd het nooit.
Toen Sarai zelf eindelijk (dertien jaar later) ook haar beloofde kind kreeg, zorgde dat opnieuw voor wrevel. De oudste broer had een andere moeder dan de jongste. Dan krijg je gekonkel, concurrentie en broedertwist. Opnieuw liep het uit de hand. En opnieuw moest Hagar het onderspit delven. Haar meesters stuurden haar definitief weg, wéér die woestijn in.
Zo emotioneel
Zelden spreekt het eerste Bijbelboek Genesis zo emotioneel als in deze fase. Zodra de waterzak op was en de droogte toesloeg, huilde Hagar bittere tranen. Ze ging op een afstandje zitten om niet aan te hoeven zien hoe haar tienerzoon omkwam van de dorst. De jongen lag te kermen. Een hartverscheurende scène – totdat God weer ten tonele verschijnt. Hij bracht water aan Hagar en Ismaël en beloofde hun voorspoed, bescherming en een groot aantal nakomelingen. Vanaf nu zouden ze nooit meer iemand hoeven te dienen. Niemand behalve de God die hen had gehoord, gezien en gered.
Het is een prachtig wonder dat Hagar niet uit de Bijbel is weggepoetst
Niet wegpoetsen
Na deze geruststelling vertelt de Bijbel ons niet hoe het verderging met deze twee. Ze waren in goede handen.
Voortaan reizen we weer verder met Abraham en Sara, die met nieuwe namen en hun nieuwe zoon Isaak de toekomst ingaan. Een frisse start, zou je kunnen zeggen. Maar zo werkt het niet helemaal. Hun daden en keuzes hebben permanente invloed gehad op hun medemensen. Doordat zij zó graag hun verlangens vervuld wilden zien worden, gingen ze over alle grenzen heen. Van fatsoen, van Hagar, van God zelf. Dat feit kun je niet wegpoetsen.
Een prachtig wonder
Het is dan ook een prachtig wonder dat Hagar niet uit de Bijbel is weggepoetst. Ga maar na: het verhaal had zonder haar ook vloeiend kunnen lopen. Dan was Isaak gewoon Abrahams eerste zoon geweest en had Hagar zogenaamd nooit bestaan. Dan had Sara zich niet hoeven schamen om de manier waarop ze met een andere vrouw was omgesprongen.
Gelukkig is de Bijbel geen boek dat de zaken mooier voorstelt dan ze zijn. Als geestelijke nakomelingen van Abraham, de vader van alle gelovigen, moeten we ons eerlijk realiseren dat deze man veel fouten heeft gemaakt. Dat hij en zijn echtgenote het misverstand hadden dat er binnendoorweggetjes bestaan die Gods beloften veranderen in menselijke maakbaarheid. Deze funeste houding maakt brokken, ook vandaag de dag nog.
Mensen zoals Hagar
Dat de Bijbel ons Hagars verhaal uitgebreid laat meebeleven, leert ons iets cruciaals over God. Hij is bij uitstek Iemand die ziet wie niet gezien wordt en luistert naar wie nooit gehoord wordt. Mensen zoals Hagar. En daar zijn er zoveel van. Degenen die als grofvuil worden behandeld en het idee hebben dat niemand hen écht opmerkt.
Iedereen die wil leven in de geest van God, doet er goed aan met open zintuigen te leven – en met een open hart. .