
PremiumBidden voor zieken: waarom geneest niet iedereen?
Essay Alain Verheij
24 januari 2026 · 12:00| Leestijd:8 min
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Visie.
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Visie.
Als Jezus zijn leerlingen op pad stuurt, krijgen ze een eenvoudige maar confronterende opdracht mee: wens mensen vrede toe en genees de zieken. Dat klinkt helder, maar roept meteen spanning op. Want wat betekent die opdracht in een wereld waarin ziekte vaak blijft?
Op een dag wees Jezus tweeënzeventig leerlingen aan (Lucas 10). Zij moesten alvast naar alle steden gaan waar Hij ook nog naartoe wilde. De eerste opdracht was: een huis binnengaan en de mensen die daar leefden vrede toewensen. Waren ze welkom in dat huis, dan konden ze er eten en drinken wat hun werd voorgeschoteld. Daarna volgde opdracht twee: de aanwezige zieken genezen en zeggen dat het koninkrijk van God hen had bereikt. Het is niet de enige keer dat Jezus zijn leerlingen een genezingsopdracht geeft. Ook aan het einde van het Marcusevangelie zegt Hij dat de gelovigen ‘zieken weer gezond zullen maken door hun de handen op te leggen’.
Verlegen
Voor de eerste volgelingen van Jezus was het dus klip en klaar: gebed om genezing hoort bij de kerk. Niet alleen omdat Jezus van het begin tot het einde als geneesheer bekendstond. Ook na Jezus’ dood en opstanding schreef zijn broer Jakobus: ‘Laat iemand die ziek is de oudsten van de gemeente bij zich roepen; laten ze voor hem bidden en hem met olie zalven in de naam van de Heer. Het gelovige gebed zal de zieke redden, en de Heer zal hem laten opstaan’ (Jakobus 5:14-15). Dat zijn nogal grote woorden, en veel christenen zijn er verlegen mee geweest in de loop van de kerkgeschiedenis.
Ziek naar de kerk
Laten we om te beginnen beseffen wat de eerste betekenis is van deze focus van Jezus en het Nieuwe Testament. Als je zegt dat christenen zieke mensen moeten opzoeken en dat zieke mensen naar de kerk moeten (kunnen) komen, erken je allereerst dat die zieke mensen er zijn. In een wereld die niet van ziekte houdt, is dat geen vanzelfsprekendheid. Denk maar aan de quarantaines tijdens de coronatijd: wie ziek was, sloot zichzelf op en buiten. Dit mechanisme geldt voor heel veel ziekten.
Toen ik een boek over dit onderwerp schreef, kreeg ik een e-mail van een vrouw die niet naar de kerk kon komen vanwege ernstige migraines. Haar medekerkgangers veroordeelden haar, alleen maar omdat ze nooit meer in de kerkbankjes werd gesignaleerd. Een andere vrouw, een actief kerklid dat in een rolstoel zat, zei hoe lastig ze het vond om naar de kerk te gaan. Het toilet was daar namelijk niet toegankelijk voor haar. Voordat ze op weg ging naar de kerk, moest ze zeker weten dat ze de komende uren niet naar de wc hoefde. Op zulke subtiele en openlijke manieren worden mensen die ziek zijn uit de maatschappij geweerd.
Genezing is een wonderlijke uitzondering
Precies andersom
In Jezus’ wereld was dat precies andersom. Waar Hij ook maar kwam, lagen zieke mensen op hun draagbedden midden op het plein van dorp en stad (Marcus 6). En dit gold niet alleen voor Hem, maar later ook voor zijn eerste kerkleider Petrus (Handelingen 5). Terwijl er een mooi feest bezig was in Jeruzalem, maakte Jezus een omweg om een badhuis te bezoeken waar allemaal zieken bij elkaar lagen (Johannes 5). Het christelijke oog voor zieke mensen is een genezingsmissie, maar begint als zichtbaarheidsmissie. Gelovigen die zelf gezond genoeg zijn, moeten een signaal afgeven aan zieken: we zien je en zijn bij je, we zijn niet compleet zonder jou en we zijn niet bang voor jouw ziekte. Je hoort bij ons en andersom.
Kickstart van het koninkrijk
Als hedendaagse (en misschien zelf ook wel zieke) gelovige zou je nu de kritische vraag kunnen stellen: maar hoe komt het dat niet iedereen door gebed geneest, terwijl het Nieuwe Testament dat wel suggereert? Daar zijn verschillende antwoorden op. Sommige uitleggers menen dat er in Jezus’ tijd veel meer wonderen gebeurden omdat het koninkrijk van God toen een ‘kickstart’ nodig had. Anderen menen dat er vandaag nog net zoveel wonderen zouden gebeuren, als we maar meer geloof hadden. En dan is er ook nog de groep die zegt dat wonderbaarlijke genezingen altijd meer uitzondering dan regel zijn geweest. Zelfs in de tijd van Jezus.
Ik zit op die laatste lijn. Als Jezus in de plaats Kafarnaüm rondliep en daar veel zieken genas, was Hij niet tegelijkertijd ook in Bethlehem of Jeruzalem. Zelfs als je tegelijkertijd met Jezus in het Bijbelse Israël woonde, moest je Hem dus maar net zien te treffen. Uit de sfeer van de evangeliën kun je opmaken dat mensen die door Jezus wilden worden aangeraakt, elkaar een beetje verdrongen en met de ellebogen moesten werken om in zijn buurt te komen. Zelfs Hij genas dus niet alle zieken in zijn volk. In sommige omgevingen kon Hij maar nauwelijks wonderen doen. Er waren ook situaties waarin het Hem wel, maar zijn leerlingen niet lukte (Matteüs 17:16). En om nog nuchterder te zijn: alle mensen die wél door Jezus werden genezen, zijn vroeg of laat alsnog stuk voor stuk overleden.
Ongrijpbaar wonder
Ervaringen van wonderbaarlijke genezingen: het is goed en mooi om ervoor te bidden als je dat wilt en durft, maar ze zijn een gezegende uitzondering. Dat constateert ook Dick Kruijthoff, de huisarts die onderzoek deed naar zulke ervaringen en die we elders in dit nummer spreken. Uit zijn onderzoek blijkt dat maar een klein percentage van de mensen die bidden om een wonder, daadwerkelijk zo’n wonder beleeft. Bij de mensen die wél zo’n wonder ervaren, kan de medische wereld dit wonder zelden of nooit bevestigen. Soms tonen de scans nog gewoon een ziektebeeld, terwijl de ‘patiënt’ zich jarenlang goed blijft voelen. Zo blijft het wonder ongrijpbaar. Niet alleen voor de dokter, maar ook voor de kerk: uit Kruijthoffs onderzoek blijkt dat mensen die een wonder hebben ervaren, hier vaak moeilijk over kunnen praten met hun medekerkgangers die er niet voor open staan. Zonde!
Aanwezig zijn
Ziekte en gezondheid zijn namelijk existentiële thema’s, die ons in het diepst van onze ziel kunnen raken. Ze moeten juist in de kerk met alle onderlinge begrip en in alle kwetsbaarheid ter sprake kunnen komen. Als íémand oog had voor wat ziekte met de hele mens doet, was het Jezus. De genezingen die Hij doet, gaan vaak niet alleen over het lichaam. Jezus geneest de hele persoon. Een bloedvloeiende vrouw mag weer voluit meedoen in de samenleving, een verlamde man kan weer lopen, maar gelijktijdig worden zijn zonden vergeven. De genezing van een blindgeboren man legt bloot dat de échte blinden al die tijd degenen waren die Hem over het hoofd hadden gezien – en ga zo maar door. Jezus’ genezingen laten ons iets zien over wat het betekent om mens te zijn.
Daarom is het goed als er juist in de kerk ruimte is voor welzijn in de breedste betekenis van dat woord. Daarbij hoort niet alleen een gebed om genezing, maar zeker ook zorg voor de zieken die niet genezen. “Ik was ziek en jullie bezochten Mij”, zegt Jezus in Matteüs 25 – daarbij gaat het nog niet eens om bidden, maar simpelweg om bezoeken. Aanwezig zijn waar mensen lijden. En vervolgens eventueel de handen uit de mouwen steken. Want verzorgen kan ook een vorm van bidden zijn en medisch genezen mag ook een wonder heten.
Ziekte en gezondheid moeten juist in de kerk ter sprake kunnen komen
Geen financiële winst
Zo zijn er verschillende historici die betogen dat het eerste openbare ziekenhuis een christelijke uitvinding was. (Kijk bijvoorbeeld op de Wikipediapagina ‘History of Hospitals’ voor meer literatuurverwijzingen en informatie.) Bisschop Basilius de Grote (geboren in 330) bouwde, geïnspireerd door zijn christelijke geloofsovertuiging, een nederzetting waar mensen die ziek waren, verzorgd werden. Ook en juist als er geen hoop op genezing was, ook en juist als die medische zorg geen financiële winst opleverde. Omstreeks dezelfde tijd kwamen er op veel andere plekken in de christelijke wereld zulke ziekenhuizen tevoorschijn. Ook dat is een manier om gehoor te geven aan de oproep van Jezus om de zieken te genezen. Theoloog Stefan Paas merkte ooit op dat een moderne arts in zijn of haar leven meer mensen beter maakt dan Jezus kon doen in de drie jaar dat Hij op aarde rondliep. Zo werkt de Geest door.
Medisch genezen mag ook een wonder heten
Werk aan de winkel
Jezus’ ultieme missie was het bewerkstelligen van harmonie. Tussen mensen onderling, tussen mens en God en ook binnen de psyche en het lichaam van elk individu. Hij wil dat wij heel zijn. Daar mag en kan gebed aan bijdragen. Daaraan moet de complete structuur van hoe we kerkzijn bijdragen. Daaraan moet onze prediking bijdragen, onze zondagse viering en de manier waarop we doordeweeks gelovig zijn. We moeten oog hebben voor elkaar in ziekte en gezondheid en niemand buitensluiten. We moeten streven naar elkaars heelheid en die bevorderen op elke manier die we voorhanden hebben.
Dat is makkelijker gezegd dan gedaan in een wereld vol ziekten – in Nederland is meer dan de helft van de mensen chronisch ziek, volgens de gegevens van huisartsen. Er is en blijft dus veel werk aan de winkel. Maar dat vind ik het mooie aan het verhaal van die tweeënzeventig gelovigen die erop uit werden gestuurd: ze werden voor Jezus uit gestuurd. Nadat zij een stad hadden bezocht, zou Jezus er zelf ook nog komen. Om op zijn tijd alsnog genezing te brengen waar het hen (en ons) niet lukte.






