
Alain Verheij: De Messias die lijdt – geen glorie zonder littekens
Essay
Leestijd: 8 minDoor Alain Verheij
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Visie.
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Visie.
We houden van een God die verrast met licht en hoop. Maar elk jaar opnieuw schuift de kerk ons iets anders toe: het lijden van Jezus. Dat voelt ongemakkelijk. Waarom hoort pijn zo nadrukkelijk bij het verhaal van de Messias? En waarom blijft dat ons steeds weer schokken?
Het zou leuk zijn om in deze valentijnsweek iets te schrijven over de vrolijke verrassingen van God in de Bijbel en het alledaagse leven. Twee grote christelijke schrijvers, C.S. Lewis en N.T. Wright, hebben beroemde boeken geschreven met de titels Verrast door vreugde en Verrast door hoop. Het is miljoenen, zo niet miljarden mensen overkomen dat er ineens, of geleidelijk aan, een knop omging waardoor ze ongedachte hoeveelheden geloof, hoop en liefde door zich heen voelden stromen. In de Bijbel worden complete volken die in onderdrukking leven, tégen alle verwachtingen in uit hun uitzichtloze bestaan bevrijd. Het verrassingselement is een hoofdkenmerk van Gods genade.
Pijnlijke passages
Maar het is niet alleen de week van Valentijnsdag, het is ook de periode waarin de lijdenstijd begint. Ruim veertig dagen lang leven we mee met Jezus, die uiteindelijk zal worden gekruisigd. Dat is zwaardere thematiek, maar die hoort er evengoed bij. En zoals alle mensen kunnen worden verrast door de positieve verhalen van God, kunnen we ook worden verrast door de pijnlijke passages in het geloof. Elk jaar weer valt het rauw op mijn dak. Nog geen twee maanden geleden vierden we de geboorte van Jezus, en nu moet Hij alweer door een hel heen gaan. Moet dat nou echt zo grimmig? Kon het niet blijven bij Jezus’ mooie wonderen en wijsheid?
De volgende verrassing
Zoiets vroeg Jezus’ prominente leerling Petrus zich ook af. Bijbeluitleggers zien het als een keerpunt in de evangeliën als Petrus ronduit tegen Jezus zegt: “U bent de Messias” (Marcus 8, Matteüs 16). Petrus verrast vriend en vijand met deze grote geloofsbelijdenis. Vóór die tijd dacht iedereen dat Jezus óf een dwaalleraar was, óf de reïncarnatie van een grote profeet. Maar de Messias? Dat verandert alles. Aan Petrus de eer om dit als eerste te hebben gezien. Hij wordt hiervoor beloond met een belangrijke rol: Petrus wordt de rots waarop Jezus zijn kerk zal gaan bouwen. Maar direct daarna gaat het ineens faliekant mis.
- Download gratis de nieuwe Visie-app en lees Visie waar en wanneer je wilt!
Download gratis de nieuwe Visie-app en lees Visie waar en wanneer je wilt!
“Vanaf die tijd begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel zou moeten lijden” (Matteüs 16:21). Terwijl bij Jezus’ volgelingen net het kwartje is gevallen dat Hij de Messias is – een kolossale verrassing – wacht hun alweer een volgende, donkerder verrassing. Bij de rol van Messias hoort namelijk onlosmakelijk ook veel lijden. En het lijkt erop dat noch Petrus, noch een van de andere discipelen daarop had gerekend.
Petrus, die net te horen heeft gekregen dat hij een leidende rol krijgt in Jezus’ kerk, neemt zijn Heer apart. Hij begint Jezus fel terecht te wijzen: “U zult helemaal niet lijden, God verhoede het!” Daarop reageert Jezus zeer heftig, want Hij keert Petrus de rug toe en zegt dat Petrus’ protest een valstrik van de duivel is. Ook al heeft Petrus net het gelovigste ooit gezegd (dat Jezus de Messias is), een minuut later zegt hij iets satanisch (dat de Messias niet hoeft te lijden). Zó ondenkbaar is het voor Petrus dat Jezus ooit iets gevaarlijks zou overkomen. Maar hád hij het eigenlijk niet kunnen weten?
De Jezus van ná Pasen
Als hedendaagse christenen lezen we dit soort verhalen vaak hoofdschuddend. Voor, op en in onze kerkgebouwen staat een kruis. Velen van ons hebben een kruisje om de nek hangen. Het kruis hoort dusdanig bij Jezus, dat iedereen meteen weet over wie je het hebt als je je armen wijd uitspreidt in een kruisvorm. Elk protest van Jezus’ leerlingen tegen zijn lijden verrast ons dan ook. Wij kennen alleen een Jezus met littekens, de Jezus van ná Pasen. Maar zij kenden Hem ook als genezende Galileeër.
Daar moeten we misschien wat meer begrip voor hebben. De apostel Paulus heeft Jezus ook alleen als Gekruisigde gekend. Toch snapt hij, die in dezelfde tijd en cultuur leefde als Petrus, wél hoe verrassend het lijden van Jezus is. Hij begint er zijn brief aan de Korintiërs mee: “Wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor Joden aanstootgevend en voor de andere volken dwaas.” Anno 2026 zijn we gewend geraakt aan het idee, maar dat is eigenlijk niet de bedoeling. In Jezus’ lijden zit iets wereldschokkends, iets onacceptabels. Dat ongemak wilde Paulus niet wegpoetsen – hij heeft er zelfs de kern van zijn prediking van gemaakt.
En toch… hadden de Bijbelgetrouwe dienaars van Jezus het niet kunnen weten? Zelf vond Hij van wel. Na zijn kruisiging en opstanding liep Jezus in onherkenbare gedaante een stukje mee met twee van zijn leerlingen, die verslagen over de weg liepen. Ze waren verbijsterd over Jezus’ dood. Toen viel Jezus uit: “Hebben jullie dan zo weinig verstand en zijn jullie zo traag van begrip dat jullie niet geloven in alles wat de profeten gezegd hebben? Moest de Messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?” (Lucas 24:25-26). Jezus begon hun de hele Bijbel opnieuw uit te leggen, van Mozes tot en met de profeten.
Sporen van Christus
Blijkbaar staat het hele Oude Testament óók vol met lijden dat voorafgaat aan verlossing. En inderdaad. De bekendste tekst over een lijdende Messias staat in Jesaja 53: “Hij werd veracht, door mensen gemeden, hij was een man die het lijden kende en met ziekte vertrouwd was, een man die zijn gelaat voor ons verborg en door ons werd verguisd en geminacht. Maar hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam.” Zulke hoofdstukken werden door de eerste christenen algauw herkend als sporen van Christus in de oude teksten (zie bijvoorbeeld Handelingen 8, over Filippus en de Ethiopiër).
De volledige glorie is niet te bereiken zonder lijden
Maar het patroon is veel wijdverbreider dan een aantal geheimzinnige profetieën van grote schrijvers als Jesaja. Denk bijvoorbeeld aan het beloofde land dat voor het eerst aan Gods uitverkorene Abraham werd beloofd. In Genesis 15 zegt God dat er eerst vierhonderd jaar onderdrukking zal zijn voordat Abrahams nakomelingen daarheen zouden mogen. En op het moment dat het Hebreeuwse volk eindelijk aan de slavernij mag ontsnappen en richting een mooier bestaan mag reizen, wacht er eerst nog een woestijntijd die veertig jaar duurt. Elk Bijbelboek dat prachtige verrassingen belooft, van Genesis tot en met Openbaring, voorzegt vóór die tijd ook verrassend veel strijd.
Door merg en been
Petrus had dus met de Bijbel in de hand kunnen begrijpen wat Jezus zei toen Hij over het lijden begon. Dat het hem overviel, was dan ook waarschijnlijk geen verstandelijke verrassing. Het is niet dat hij het een gek idee vond dat Jezus het zwaar zou gaan krijgen. Als visser in een land dat werd overheerst door een vreemde bezetter, had Petrus al genoeg onrecht gezien om ermee vertrouwd te zijn. De verrassing trekt bij hem dus niet door zijn hoofd heen, maar gaat door hart en ziel, door merg en been. Petrus voelt aan dat Jezus gelijk heeft, maar hij wil er niet aan. Alles in hem verzet zich ertegen.
Dat is helemaal niet gek. Zo zitten we allemaal in elkaar. Ik wel, in ieder geval. Een van de mooiste ervaringen in een mensenleven kan zijn dat je een kindje krijgt. Toch kan de aanloop daarnaartoe, de bevalling, ook een van de benauwdste ervaringen in een mensenleven zijn. De meeste mensen zouden hun baby wel op een minder pijnlijke manier willen krijgen, als dat mogelijk was. Zo zou ik ook graag een gezonder gebit willen zonder dat de tandarts daarvoor in mijn kiezen hoeft te boren. Een sterk lijf zonder zware trainingen en spierpijn. Ik wil hartstochtelijk van mijn dierbaren kunnen houden, zonder de rouw die erbij komt kijken als ze overlijden, de zorg als ze ziek zijn, de teleurstelling als ze me kwetsen. Maar de volledige glorie, legt Jezus uit, is niet te bereiken zonder door het lijden heen te gaan.
Alsnog verrast
Op Valentijnsdag vieren we dat je verrast kunt worden door de liefde. Tijdens de lijdenstijd staan we ervoor open om ons te laten schokken door de zelfopoffering van de Messias. Het lijken twee uitersten te zijn, maar als je erover nadenkt, zijn het twee zijden van dezelfde medaille. Ze komen bij elkaar in de woorden van Jezus zelf in Johannes 15:13: “Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden.” Zo worden we dus alsnog verrast door Gods liefde. Alleen blijkt die liefde een veel heftiger, bloederiger en dus ook bredere reikwijdte te hebben dan wij ooit voor mogelijk hadden gehouden. Er is geen omhelzing zo breed als de omhelzing van de gekruisigde Jezus.
Auteurs







