
Wanneer kun je zeggen: ‘ik geloof’? Nathalie gaat op zoek naar het antwoord
Persoonlijk verhaal
Leestijd: 11 min
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Eva.
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Eva.
Journalist Nathalie de Graaf verloor op jonge leeftijd haar vader en is sindsdien op zoek naar rust. Een terloopse opmerking tijdens een interview is voor haar aanleiding om zich te verdiepen in het christelijk geloof. Maar, vraagt zich ze zich af, wanneer kun je zeggen: ‘ik geloof’?
‘Ik doe mijn best en God doet de rest.’ De advocaat die ik interview over de invloed van je geloof op je werk zegt het terloops. Ze is niet zenuwachtig voor een zitting, vertelt ze, want meer dan haar best kan ze niet doen. Haar opmerking triggert me. Het lijkt me heerlijk om op die manier los te kunnen laten. Werkgerelateerde zaken, maar ook issues waar ik in mijn privéleven tegenaan loop.
In de jaren voor het interview heb ik het lastig gehad. Mijn vader overleed aan kanker toen ik tien jaar was en sindsdien ben ik altijd bang om ook ziek te worden. Mijn hypochondrie speelt de ene keer meer op dan de andere keer, maar nu heb ik al een paar jaar last van paniekaanvallen. Ik verlang naar rust. Naar overgave. Ik leef gezond. Meer invloed dan dat heb ik niet. Misschien kan het geloof me helpen om vertrouwen te krijgen?
Mijn vader overleed aan kanker en sindsdien ben ik altijd bang om ook ziek te worden
Van huis uit ben ik katholiek en alhoewel ik gedoopt ben en als kind heilige communie heb gedaan, heb ik in mijn volwassen leven nooit meer iets met het geloof gedaan. Ik ben niet getrouwd in de kerk en mijn kinderen zijn niet gedoopt. Mijn man komt uit een gelovig nest – mijn schoonvader is dominee – maar ook dat heeft bij mij nooit iets getriggerd. Tot dat ene interview. Aan het einde van ons gesprek zeg ik tegen de advocaat dat ik me graag wat meer in het geloof zou willen verdiepen. Heeft zij misschien een tip hoe ik dat kan doen? ‘Je kunt je inschrijven voor een Alpha-cursus’, zegt ze. ‘Dan leer je de basisbeginselen en kun je kijken of het iets voor je is.’
Zoektocht
Ik googel Alpha-cursus en de plaats waar ik woon en kom random uit bij een protestantse kerk op tien minuten fietsafstand. Op de website lees ik dat Alpha een serie bijeenkomsten is waarin je samen met anderen het christelijk geloof ontdekt. Twee weken later starten ze met een cursus. Ik kijk het één avond aan, spreek ik met mezelf af. Als het niets is, dan ben ik weer weg.
Die maandagavond heb ik al fietsend een bepaalde verwachting van de avond. Vooral van de mensen die naar de cursus komen. Christelijke mensen zijn in mijn beleving een beetje degelijk. Ik vraag me af of ik aansluiting heb.
Christelijke mensen zijn in mijn beleving een beetje degelijk
Ik ben dan ook verbaasd als ik binnenkom. Bij de deur word ik begroet door een leuke en vriendelijke man die nonchalant een kop koffie staat te drinken. Binnen zie ik vooral jonge, hippe mensen. Het is 2020 en coronatijd. Iedereen houdt afstand van elkaar, maar ik merk meteen: de vibe is goed. In een zaal van de kerk staan stoelen op anderhalve meter afstand. We kijken met zo’n twintig mensen naar de eerste aflevering van een serie die speciaal voor Alpha is gemaakt. Twee Engelse presentatoren nemen ons op een laagdrempelige manier mee in hun reis in het geloof en de zoektocht naar antwoorden op levensvragen. Het filmpje is zo aansprekend dat het me direct raakt. Na het zien van de filmpjes lijkt het me heerlijk om te geloven. Maar ik kan niet echt in woorden uitdrukken waaróm. Ik voel aan alles: dit was een goed idee.
Ik voel aan alles: dit was een goed idee
Als we later in kleine groepjes worden ingedeeld en verder praten, begin ik echter te twijfelen. Er is één dame die nogal nadrukkelijk aanwezig is en haar ziel en zaligheid uitstort. Ik heb genoeg aan mijn eigen zorgen en niet per definitie zin om dit soort verhalen van anderen te horen. Zeker niet als je elkaar nog niet kent. Ook met de leider van het groepje heb ik geen klik. Als dit de bedoeling is van de Alpha-cursus, dan is het toch niet mijn ding, denk ik. Ik ga weg met het idee niet meer terug te komen, maar in de dagen daarna begint dat besluit te knagen.
Ruimte
Aan alles voel ik dat ik het nog een kans moet geven. Ik besluit de vriendelijke man die in de deuropening stond te bellen. Ik leg hem mijn twijfels uit en hij zegt meteen: ‘O nee, dat is niet de bedoeling van de Alpha-cursus. Het is geen praatgroep over persoonlijke problemen, maar een cursus die meer uitleg geeft over het geloof. Kom volgende week weer en ik deel je in een ander groepje in.’
Vanaf dat moment ben ik verkocht. Ik kom in een leuk groepje met mensen met wie ik een klik heb. Elke week kijken we eerst met z’n allen een aflevering van de Alpha-film en daarna praten we in kleine groepjes verder. Overal is ruimte voor, ook voor vragen en twijfels. Ik ben vooral aan het luisteren, en vind het allemaal ontzettend interessant wat ik hoor. Er ontstaat echter twijfel na het zien van een filmpje over Rwanda. Daarin wordt uitgelegd dat mensen die de meest verschrikkelijke oorlogsmisdaden hebben gepleegd toch in de hemel komen als ze zich bekeren tot God. Lekker makkelijk, denk ik bij mezelf. Dat gevoel wordt versterkt als er op een avond een strenggelovige man wordt uitgenodigd die komt vertellen over zonden. Ik weet zijn verhaal niet meer precies, maar herinner me nog wel mijn ergernis toen hij stellig beweerde dat óók een leugentje om bestwil een zonde is.
Ook zijn er mooie momenten. Zo wordt er in het kleine groepje voor me gebeden als ik vertel – zonder het achterste van mijn tong te laten zien – graag wat meer los te willen laten. Ik wist niet dat het kon, bidden voor een ander. Ik voel me vereerd en vind het ontzettend lief.
Tekst gaat hieronder verder.

Zangeres Eline van Dijk kwam in een geloofscrisis: ‘Voor het eerst in mijn leven mocht er twijfel bestaan’
‘Welkom thuis’
Met de deelnemers van de Alpha gaan we op zondagochtend gezamenlijk naar een dienst. Het valt me op dat deze protestantse kerk een heel andere uitstraling heeft dan de katholieke kerk uit mijn kinderjaren. Het is er een stuk soberder. Dan begint er een band te spelen. Ik weet niet wat ik meemaak. Dit is gewoon een uitje, denk ik lachend in mezelf.
Ook na de afsluiting van de cursus blijf ik naar de kerk gaan. Ik heb inmiddels een goede band opgebouwd met iemand van de Alpha die wél opgegroeid is met het geloof en hij leert me hoe ik me moet gedragen in de kerk. ‘Je moet de mensen om je heen wél een gezegende dienst wensen hoor!’ zegt hij als ik dat vergeet.
Ik mis een familie. En het voelt alsof ik het in de kerk gevonden heb
Voor het eerst hoor ik het liedje ‘Thuis’ van de christelijke muziekgroep Sela. ‘Welkom thuis, voor wie zoek was of op reis, te lang is weggeweest: welkom thuis’, zingen de mensen in de kerk. Ik krijg tranen in mijn ogen. Het voelt inderdaad als thuiskomen. Als een warm bad. Na de dood van mijn vader zijn de verhoudingen in ons gezin zoekgeraakt, waardoor ik al jaren geen goede band heb met mijn moeder en broertje. Ik mis een familie. En het voelt alsof ik het in de kerk gevonden heb.
Levenslessen
Ook de preken raken me. Bij de kerk zijn twee dominees betrokken die heel praktisch preken, waardoor ik het goed kan volgen. Ik haal er levenslessen uit. Bijvoorbeeld hoe belangrijk danken is. Dat je dan een andere perceptie krijgt op dingen.
De jongen van de Alpha vraagt of ik weleens van een huiskring heb gehoord. Hij legt uit dat er elke twee weken groepen mensen bij elkaar thuis komen om over het geloof en de Bijbel te praten. In eerste instantie denk ik: dat is niets voor mij. Maar ik vraag hem of ik een keer met hem mee mag. Om te kijken. Ook nu ben ik tijdens de eerste kringavond verbaasd als de vrouw des huizes opendoet. Want weer had ik stiekem een vooroordeel: vast heel tuttig. De vrouw is verre van tuttig en de eerste kringavond vind ik geweldig. Ik luister met name, want ik heb inhoudelijk nog niet veel toe te voegen. Althans, dat denk ik. Deze mensen hebben allemaal Bijbelkennis. Die verhalen zeggen me niets. Wel stel ik af en toe onzeker een vraag. Niet om alles in twijfel te trekken, maar puur uit interesse. Ik merk dat dat gewaardeerd wordt en dat verrast me. Mijn frisse blik daagt de anderen blijkbaar uit om opnieuw naar bepaalde overtuigingen te kijken. En dat vinden ze leuk.
Mijn frisse blik daagt anderen uit om opnieuw naar bepaalde overtuigingen te kijken
Ik besluit bij de kring te blijven en overtref mezelf. Een paar maanden later is de kringavond bij mij en moet ik voor tien man koken. En koken: dat kan ik niet. Maar ik zet zowaar én een lekkere maaltijd op tafel én ik neem deel aan het gesprek.
Rollerskaten
Aan het einde van het jaar worden alle kringen door elkaar gehusseld en komen de jongen van de Alpha en ik in een nieuwe kring. Naast de gesprekken over het geloof doen we ook andere leuke dingen met elkaar: we gaan dansen, pingpongen in de pingpongclub, rollerskaten en naar de christelijke pinkersterconferentie Opwekking. Ik krijg er een heel sociaal leven bij en geniet met volle teugen.
Ook in de kerk ken ik steeds meer mensen. Qua geloof blijf ik het echter lastig vinden. Ik leer steeds meer en ga trouw elke week naar de kerk en elke twee weken naar kring. Maar wanneer kun je nou zeggen: ik geloof? Ik bid nog niet echt mee en de liedjes die in de kerk gezongen worden, durf ik niet mee te zingen, omdat ik niet zeker weet of ik geloof wat ik zing. Ik ga twijfelen aan mezelf als ik getuigenissen hoor van andere mensen die korter dan ik naar de kerk gaan en al bezig zijn met belijdenis – publiekelijk bevestigen dat je gelooft in God. Het voelt als een race. Een race waarin ik achterop raak. Als ik het bespreekbaar maak, krijg ik van verschillende mensen het advies om gewoon een tijdje tegen mezelf te zeggen: ik geloof. En dan te kijken hoe dat voelt.
Het voelt hypocriet om teksten te zingen waar ik niet volledig achter sta
Ik hoor dat andere mensen óók twijfels hebben. Zelfs als je met het geloof bent opgegroeid. Maar het lukt me niet. Het voelt hypocriet om dat tegen mezelf te zeggen en teksten te zingen waar ik niet volledig achter sta. Ik neem me voor om de Bijbel te gaan lezen – te beginnen met de kinderbijbel – maar ook dat houd ik niet vol. Als ik thuis af en toe uit frustratie vloek, grapt mijn man dat ik een nepchristen ben. Ik moet erom lachen, maar stiekem denk ik: wat als ik dat ben? Want wanneer ben je nu eigenlijk christen?
Nieuw begin
Inmiddels zijn we ruim vijf jaar verder. Veel mensen zijn verhuisd en niet alle vriendschappen bleken even waardevol. Ik heb opnieuw mijn plekje moeten zien te vinden in de kerk.
Er zijn twee nieuwe dominees, die uit een wat strengere gemeente komen en die minder praktisch preken dan hun voorgangers. Dat vereist voorkennis, waardoor ik het niet altijd even goed kan volgen. Toch word ik elke week naar de kerk getrokken. Ik weet niet waarom en door wie, maar ik móét er gewoon naartoe. Ik interviewde laatst een theoloog en hij vertelde me dat hij soms ook moeite heeft met de tekst van een liedje, maar dat hij – ondanks dat hij het misschien niet helemaal gelooft – toch altijd meezingt. Verhelderend om te horen van een theoloog. Dus dat doe ik nu ook. Heel voorzichtig en heel zachtjes, dat dan weer wel.
Toch word ik elke week naar de kerk getrokken
Mijn hypochondrie verdween de afgelopen jaren naar de achtergrond, maar of dat met het geloof te maken heeft of met alle nieuwe indrukken weet ik niet. Ik heb inmiddels andere mensen leren kennen en in mijn nieuwe kring word ik in mijn waarde gelaten. Ik stel nog steeds vrolijk mijn ‘blonde’ vragen en doe daarnaast zo veel mogelijk mee. Tja, wanneer kun je nu zeggen: ik geloof? Ik weet het nog steeds niet. Maar zolang het goed voelt, blijf ik gewoon gaan. Om maar met de advocaat te spreken waar ik mijn zoektocht mee begon: ‘Ik doe mijn best en God doet de rest.’
Tekst: Nathalie de Graaf
Beeld: iStock

Tomas Sjödin: ‘Is het je eerste keer hier?’
Meest gelezen
- Een psychose zette Nienkes leven op haar kop: ‘Stond ik daar verward op Schiphol’

Persoonlijk verhaal
Een psychose zette Nienkes leven op haar kop: ‘Stond ik daar verward op Schiphol’
- Bewust de Stille Week ingaan? Download de Eva-app en doe mee!

Bewust de Stille Week ingaan? Download de Eva-app en doe mee!
- Zangeres Sieneke over het einde van haar huwelijk: ‘Je verliest eigenlijk alles’

Wil je zien
Zangeres Sieneke over het einde van haar huwelijk: ‘Je verliest eigenlijk alles’
Lees ook
- Columnist Miloe kan niet met en niet zonder prikkels: 'Altijd, áltijd moet ik daarna bijkomen, nadenken, verwerken'

Column
Columnist Miloe kan niet met en niet zonder prikkels: 'Altijd, áltijd moet ik daarna bijkomen, nadenken, verwerken'
⭐Premium - Wat is Pasen? ‘Jezus begint een nieuw seizoen’

Essay
Wat is Pasen? ‘Jezus begint een nieuw seizoen’
⭐Premium - Lucinda’s zus werd vermoord door haar huisbaas: ‘De dader heeft nooit spijt betuigd’

Eva in beeld
Lucinda’s zus werd vermoord door haar huisbaas: ‘De dader heeft nooit spijt betuigd’
⭐Premium