
‘Ik wil het goede doen, maar ik doe het niet’
Essay
Leestijd: 13 minDoor Alain Verheij
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Eva.
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Eva.
Iedereen wil graag bij ‘de goeden’ horen. Maar het leven is zelden zwart-wit. Soms moeten we kiezen tussen twee kwaden, soms vallen we tegen in onze eigen ogen. Theoloog en schrijver Alain Verheij onderzoekt: hoe blijf je moreel overeind in een wereld die steeds ingewikkelder voelt?
Mijn hondje Gandalf heeft geen idee wat goed en kwaad is. Ze weet hooguit wat wel en niet gezellig is. Ze weet ook wat wel en niet mag. Wat ze bijvoorbeeld niet mag, is met haar snuit in de rugzak van de tieners in huis zoeken naar oude boterhammen of koekjes. Soms doet ze dat toch. Zo betrapte ik haar een keer met een broodje met chocoladepasta. Ik berispte haar en pakte haar prooi zo snel mogelijk af. Daarna keek Gandalf niet schuldbewust, maar trots naar me. Trots dat ze die lekkere boterham helemaal zelf had opgespoord. Dat is niet omdat mijn hond kwaadaardig is, maar omdat ze geen moreel besef heeft.
Eva en Adam leidden een gelukkig leven zonder moreel besef
Zo leefden de eerste mensen in de Bijbel ook. In harmonie met elkaar, God, zichzelf en de natuur. Eva en Adam leidden een gelukkig leven zonder moreel besef. Net als mijn hondje wisten ze alleen wat er niet mág, en dat was eten van de vruchten van één boom in de tuin. Ik heb niet het idee dat ze wisten waarom het niet mocht. Het was gewoon een regel, zoals we jonge kinderen en huisdieren ook vaak regels opleggen die ze zelf (nog) niet begrijpen.
En toen ging het mis. De eerste mensen lieten zich toch verleiden tot het eten van de verboden vrucht. De eerste happen zullen lekker hebben gesmaakt, maar daarna gebeurde er iets wat ze niet hadden voorzien. In plaats van trots te zijn op hun geslaagde rebellie, begonnen ze zich voor alles en iedereen te schamen. Hun ogen werden geopend. Of, zoals de Bijbel zegt: ‘Toen zei de HEER God: ‘Nu is de mens aan Ons gelijk geworden, nu heeft hij kennis van goed en kwaad.’ Daar werd het morele besef van de mensheid geboren.
Voortaan kregen we oog voor goed en kwaad. En dat betekent ook dat we de hele dag worden geconfronteerd met ethische dilemma’s. ‘Waar doe ik goed aan, wat is wijsheid?’
Zodra je weet hebt van goed en kwaad, is je wereld automatisch minder veilig
Het verhaal vertelt dat Eva en Adam daarna niet meer in het paradijs konden blijven. Zodra je weet hebt van goed en kwaad, is je wereld eigenlijk automatisch minder veilig geworden. Want waar goed is, is ook kwaad. En waar kwaad is, moet je op je hoede zijn. Moet je soms kiezen tussen twee kwaden. Kom je erachter dat je zelf ook niet immuun bent voor slechte neigingen en invloeden – want alle mensen hebben potentieel nare kanten.
Het kwaad zit in ons allemaal en is besmettelijk
Onze eigen kennis van goed en kwaad is in zekere zin groter dan ooit. Dat komt door massamedia en onze smartphone. Je kunt elke ochtend direct na het wakker worden op de hoogte zijn van al het goede en kwade in Israël, Amerika, Oekraïne, Soedan en Den Haag. Eigenlijk is dat heel overweldigend.
Hoe kun je nog naar het goede blijven streven als er zo ontzettend veel gebeurt en verandert?
Hoe kun je nog naar het goede blijven streven als er zo ontzettend veel gebeurt en verandert? Zeker nu onze overheid ons begint te waarschuwen voor noodsituaties en ons land de defensie-uitgaven verhoogt, worden de tijden spannender en de morele uitdagingen groter. Hoe goed kunnen wij blijven leven als er echt iets ernstig misgaat?
De Joodse psycholoog Viktor Frankl werd als jongeman naar een concentratiekamp gevoerd. In zijn boek De zin van het bestaan vertelt hij hoe goed en kwaad in het begin nog duidelijk te onderscheiden categorieën waren. Je wist dat je als gevangene onschuldig was en dat de kampbewakers behoorlijk veel kwaad op hun geweten hadden. Maar er gebeurden twee dingen die die verhoudingen verstoorden.
Ten eerste werden er kampopzichters, zogenoemde kapo’s, gekozen uit de Joodse gevangenen. Die moesten hun medegevangenen bewaken en waren volgens Frankl regelmatig wreder dan de Duitsers. Daarnaast constateerde Frankl dat de overlevingsstrijd binnen het concentratiekamp voor concurrentie zorgde. Je moest als gevangene je ellebogen en slinksheid gebruiken om genoeg eten, een gunstige plek en bruikbare kleding te regelen voor jezelf. ‘De besten onder ons zijn niet teruggekeerd’, zegt hij somber.
Dat is de pest van het kwade: dat het zo besmettelijk is
Dat is namelijk de pest van het kwade: dat het zo besmettelijk is. Het Duitse nazisme maakte niet alleen monsters van voorheen ogenschijnlijk normale mensen. Nee, zelfs de mensen die leden onder dat nazisme, werden er zelf minder mooi van.
‘Het kwaad kneedt zijn slachtoffers naar zijn eigen lelijke beeltenis’, schreef theoloog Miroslav Volf, die als geboren Kroaat veel oorlogsellende heeft gekend eind vorige eeuw. Want door anderen kwaad te doen, dwing je hen in de overlevingsmodus. En door anderen kwaad te doen, kun je wraakgevoelens in hen wakker maken. Daar worden ze allemaal geen mooiere mensen van. Het ene kwaad roept het volgende kwaad op en dat is een cyclus die we moeten leren doorbreken.
Tekst gaat hieronder verder.
Trust the process: Waarom verandering volgens de Bijbel tijd en moeite kost
Hoe perken we het kwaad in?
Hoe doen we dat? Ten eerste door te weigeren om een eindeloze cyclus te maken van het kwaad. Volgens Mozes, de grote man van het Oude Testament in de Bijbel, moeten we altijd met de rem erop reageren als er kwaad gebeurt. ‘Oog om oog, tand om tand’, noemde hij dat. Want hij snapte: als iemand jou een tand uitslaat, wil je misschien wel zijn hele gebit eruit (laten) rammen. Maar als we dat doen, eindigen we in een wereld waarin niemand meer tanden heeft. Het kwaad ontspoort dan.
Dat wilde Mozes inperken, en daarom zei hij: als iemand kwaad doet, moeten we voorkomen dat we doorslaan in wraakzucht. Wraak vermenigvuldigt het kwaad – hooguit moeten we het laten bij gezonde vergelding.
Jezus ging nog verder dan Mozes. Hij sloot zich in eerste instantie aan bij het idee van ‘oog om oog, tand om tand’, maar Hij ging nog verder en zei dat je überhaupt geen kwaad met kwaad moet vergelden. Daar hebben we nog zo’n beroemde zin aan te danken: ‘Als iemand je op je rechterwang slaat, moet je hem je linkerwang toekeren.’ Wonderlijke wijsheid.
Vergeven is de enige manier om vrij te zijn
Filosoof Hannah Arendt, die als Joodse moest vluchten uit nazi-Duitsland, zei dat vergeven de enige manier is om vrij te zijn. Want alleen als je vergeeft, laat je je niet leiden door andermans daden uit het verleden. Daar zit wat in: in een wereld vol kwaad kun je beginnen het goede te doen, door je niet te laten meeslepen door het kwaad dat anderen doen. Ook al zou het nog zo terecht zijn.
Toch blijft het enorm moeilijk. Want als iemand op straat mij een klap geeft, kan ik misschien wel zo grootmoedig zijn om dat te laten gaan en zogezegd mijn linkerwang aan te bieden. Maar wat als iemand mijn vrouw een klap geeft? Wat als ik iemand zijn eigen kind zie mishandelen? En op het grotere politieke toneel: wat als je ziet dat het ene land het andere land probeert te verwoesten?
In zulke gevallen is het niet aan mij om mijn andere wang toe te keren. Maar is het wel aan mij om afzijdig te blijven? Moet ik het laten gaan uit angst om vuile handen te maken, of is het beter om in te grijpen en het kwaad een halt toe te roepen?
Waarom we allemaal vuile handen maken
In de populaire film Oppenheimer volgen we de man die de atoombom ontwierp. Het proces van het uitvinden is fascinerend en indrukwekkend. Terwijl je de film kijkt, vind je het heel spannend om mee af te tellen terwijl de eerste proeven met de bom worden gedaan. Je hoopt ergens dat het lukt. Uiteindelijk zijn er twee grote atoombommen gebruikt in 1945. Niet door de fascisten, maar door hun tegenstanders. Door Amerika, dat de Tweede Wereldoorlog beëindigde met die twee verwoestende bommen.
Dat klinkt niet als iets wat Jezus zou hebben gedaan, atoombommen gooien op steden waar allemaal verschillende mensen wonen. En toch zijn we er daarmee niet. Want als de geallieerden tijdens die oorlog geen geweld hadden gebruikt, zouden Hitler en zijn kompanen misschien wel hebben gewonnen. Ze zouden in ieder geval een heleboel meer tijd hebben gekregen voor hun schrikbewind. Is dat wat je op je geweten wilt hebben, dat tirannen op hun plek blijven zitten omdat jij te vroom was om in opstand te komen?
Jezus zei tegen zijn leerlingen dat ze volmaakt moesten zijn, maar Hij wist allang dat dat niet zou lukken
Nee, de lelijke realiteit is dat we er in dit leven, buiten het paradijs, niet aan ontkomen om soms een imperfecte en zelfs schadelijke keuze te maken. Om erger te voorkomen of om groter kwaad te bestrijden.
Jezus zei tegen zijn leerlingen dat ze volmaakt moesten zijn, maar juist Hij wist allang dat dat helemaal niet zou lukken. De altijd gezellige Bijbelschrijver Paulus zei daarover: ‘Er is geen mens rechtvaardig, zelfs niet één, er is geen mens verstandig, er is geen mens die God zoekt. Allen zijn afgedwaald, allen ontaard. Er is geen mens die het goede doet, zelfs niet één.’
Paulus zelf had daar het meeste last van. Hij klaagde: ‘Ik wíl het goede wel, maar het goede doen kan ik niet. Want ik doe niet wat ik wil, het goede, maar juist wat ik niet wil, het kwade, dat doe ik.’
Ik vind dat heel sterke, herkenbare teksten van tweeduizend jaar geleden. De meeste mensen zullen in hun hartje misschien deugen. Ze staan niet op met het idee om de wereld vandaag eens even goed te verzieken. Maar de meeste mensen leven ook niet onberispelijk. Ze doen dingen die eigenlijk indruisen tegen hun eigen principes en voornemens. Dat is tragisch en verdrietig.
Tekst gaat hieronder verder.
Babette over verlies, vergeving en geloof: ‘Ik vond het tegenstrijdig dat God mijn aardse vader wegnam’
De verleidingen van deze wereld
Een goed voorbeeld van hoe goed en kwaad kunnen werken in een mens is het verhaal van de rijke jongeman die naar Jezus toe kwam. Hij vroeg wat hij moest doen om het eeuwige leven te krijgen. Jezus antwoordde dat de jongen de Tien Geboden vast wel kende: niet stelen, niet moorden, geen overspel… En ja, knikte de jongen, daar had hij zich zijn leven lang aan gehouden. Jezus keek hem liefdevol aan en zei: ‘Eén ding ontbreekt u: ga naar huis, verkoop alles wat u hebt en geef de opbrengst aan de armen, dan zult u een schat in de hemel bezitten; kom daarna terug en volg Mij.’ Dat was het einde van het gesprek, want de jongen had veel bezittingen en kon niet voldoen aan wat Jezus van hem vroeg. Hij liep bedroefd weg.
Alle mensen hebben dingen en gewoonten waaraan ze zo verknocht zijn, dat ze er moeilijk afstand van kunnen doen
Het heeft iets zieligs voor die jongeman, want als Jezus mij zou vragen om al mijn bezittingen weg te doen, zou ik het naar alle waarschijnlijkheid ook niet kunnen.
Alle mensen hebben wel dingen en gewoonten waaraan ze zo verknocht zijn, dat ze er moeilijk of onmogelijk afstand van kunnen doen. Dat is een vorm van verslaving en dus onvrijheid. We kunnen die heel goed maskeren door ons in het leven van alledag fatsoenlijk te gedragen. Maar als het er écht op aankomt, zoals in het verhaal van die rijke jongeman, kunnen we onszelf en anderen nog weleens tegenvallen.
Spirituele oefeningen
Hoe komen we daar vanaf? Ten eerste door te bidden. Jezus leerde zijn discipelen het Onze Vader, een gebed dat veel christenen dagelijks bidden. Daarin zit het zinnetje ‘Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.’ Het is een gebed tegen verleidingen en indirect ook een gebed om kracht zodat we al onze verleidingen kunnen weerstaan.
Naast bidden is regelmatig vasten een goed spiritueel gebruik. Bijvoorbeeld in de veertig dagen voor Pasen of in de adventstijd, de aanloop naar Kerst. Als we ons dan oefenen in het laten staan van dingen die we liever niet laten staan, bereiden we onszelf geestelijk en lichamelijk voor op perioden waarin onze kracht écht getest zal worden.
Wie vergevend probeert te leven, oefent zich in mildheid tegenover andere mensen én tegenover zichzelf
In hetzelfde gebed, het Onze Vader, zit de zin ‘Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaars vergeven.’ Dat is een derde sleutel om liefdevol door het leven te gaan in een wereld vol complexe situaties. Er zit een dubbele laag in het gebed: je bidt om vergeven te worden en je spreekt het voornemen uit om zelf ook vergevingsgezind te zijn.
Wie vergevend probeert te leven, oefent zich in mildheid tegenover andere mensen én tegenover zichzelf. En niet alleen het kwaad is besmettelijk, ook het goede is dat. Liefdevolle daden roepen weer nieuwe liefdevolle daden op. Zo groeit het koninkrijk van God, zo komt Gods nieuwe wereld ten bloei.
Ooit komen we van dat kwaad af
Ten slotte belooft de Bijbel dat we een nieuwe Geest krijgen. Een Geest die ons helpt te onderscheiden wat goed en kwaad is. Want vaak hebben we geen idee. Maar zoals Eva en Adam kennis kregen van goed en kwaad zonder er de weg in te weten, zo zal de Geest van God ons steeds meer de weg wijzen. Zodat we niet alleen weten dat er goed en kwaad is, maar ook wat goed en wat kwaad is.
We zijn hier allemaal voor het eerst en niemand van ons doet alles in één keer perfect
Dat onderscheidingsvermogen krijg je van God, vaak met vallen en opstaan na een levenslange reis met bidden, vasten, Bijbellezen, praten met en leren van andere goedbedoelende mensen – en soms door schade en schande. We zijn hier allemaal ook maar voor het eerst en niemand van ons doet alles in één keer perfect.
Daarnaast zegt de Bijbel nóg iets over de Geest van God die in ons kan werken. De vrucht van die Geest is ‘liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.’ Die belofte is bijzonder hoopvol. Het laat zien dat we niet zijn overgeleverd aan alle donkere krachten op deze aarde. Integendeel. We zullen ervan worden bevrijd. Van het kwaad in onszelf, van het kwaad in andere mensen en van het kwaad dat zo diep in de kosmos lijkt te zijn verankerd, dat het het grootst mogelijke wonder is als het eindelijk een keer verdwijnt.
In precies dat wonder wil ik geloven.
Meer lezen?
In april verschijnt het nieuwe boek van Alain Verheij De prijs van vergeving over dit onderwerp. Hier kun je het alvast pre-orderen.
Esther werd seksueel misbruikt door haar opa – toch kon ze hem vergeven
Auteurs









