
PremiumRachel Rosier: ‘Met ijzeren staf verkondig ik nu het evangelie van streeploze ramen’
Column
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Eva.
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Eva.
Ze dacht altijd dat het haar nooit zou overkomen. Tot vorige week. Columnist Rachel Rosier viel van haar paard en stond op met een schoonmaakdoekje in haar hand.
Een vriendin stuurde mij laatst een Instagramfilmpje waarin een blonde vrouw vertelt over een bezoek aan een vriendin die, ook al was het bezoek aangekondigd, NIET haar huis had opgeruimd. Ze had de boel de boel gelaten: de hondenharen op de bank, vieze macaroniborden nog op tafel. Volgens deze blonde dame was dit het ultieme bewijs dat de vriendschap naar een volgende fase was overgegaan: ook al lagen er gele druppels van hun puberzonen op de bril, zij veroordeelden elkaar daar niet (meer) om.
Waarom stuurde mijn vriendin dit naar mij?
De grote vraag die ik zelf stelde was: waarom stuurde mijn vriendin dit naar mij? Was ik soms zo iemand voor haar? Nou, dan kent ze mij niet. Niet sinds deze week in elk geval. Vorige week was ik misschien nog iemand die, beschaamd als ik daar nu over ben, standaard de rubbers van de koelkast vergat en maling had aan de vingerafdrukken op het ovenraam. De tijd dat ik nog nooit gehoord had van schuimend bleek waarmee je de voegen van je badkamer weer wit tovert als Egyptisch linnen. Mijn lieve moeder riep vroeger, wanneer ze geen stuk hout van mijn slaapkamervloer meer kon onderscheiden vanwege alle boeken, kleding en beschimmelde theemokken die erover waren uitgestort, nog weleens wanhopig uit: komt het dan nooit goed? Wordt ze dan nooit volwassen?
Tekst gaat hieronder verder.
Rachel: ‘Kon het zijn dat ik verslaafd was aan katten?’
Maar na 35 jaar is de ware schoonheid van het huisvrouwenvak op mij nedergedaald. Het Paulusmoment was vorige week. Jaap en ik zouden een weekend weg gaan en met het intimiderende vooruitzicht van mijn immer propere schoonmoeder logerend in mijn huis ging ik aan de slag. Eerst alleen alles op ooghoogte, zoals altijd. Maar er gebeurde iets. Ineens zag ik de keukenkastjes door de ogen van mijn moeder. De ramen door de ogen van mijn schoonmoeder. En toen was het alsof ik van mijn paard viel. O, de schaamte! Maar alles is nu anders. Ik ging aan de slag en geen plint bleef onaangeraakt, zelfs de planten werden afgestoft.
Nu ik schoon ben, zie ik des te beter de vuiligheid van anderen.
Nu ik schoon ben, zie ik des te beter de vuiligheid van anderen: de kinderen en Jaap. Hun vette vingers tegen mijn afgenomen muren, hun snotneuzen begravend in de kussens op mijn bank, vieze borden die voor eeuwig blijven staan. Maar met ijzeren staf verkondig ik het evangelie van streeploze ramen totdat ook zij het licht zullen zien.
Ondertussen zijn we onderweg naar ons hotel, Jaap en ik. Hij zegt niet veel. Hij heeft vandaag lades uitgeruimd, koper gepoetst en voegen uitgekrabd. Hij kijkt als een discipel die door een beproeving gaat. Hij moet nog even wennen. Maar binnenkort zal ook hij het snappen. Hoe groot is zijn geluk dat hij onder tucht mag groeien! Hij gaat nu voor het eerst met zijn volwassen vrouw op vakantie.







