
Hartchirurg Shirin Bemelmans-Lalezari maakte een fatale fout: ‘Hierover praten is niet dapper, het is pure noodzaak’
Persoonlijk verhaal
Leestijd: 12 min
Na een fatale fout aan het begin van haar carrière pleit hartchirurg Shirin Bemelmans-Lalezari voor meer menselijkheid en kwetsbaarheid in de zorg. “Het lijntje tussen alertheid en angst is heel dun’.”
“Het lijntje tussen alertheid en angst is heel dun. Op het moment dat er iets fout gaat, of ergens een onverwachte complicatie optreedt, al dan niet door jouw schuld, kun je enorm schrikken. Zo erg dat je denkt: Ik ga dit nooit meer doen. Hoe jonger je bent, hoe groter denk ik de kans dat je inderdaad stopt. Als je wat ouder bent en meer hebt gezien en meegemaakt, vermoed ik dat je makkelijker in staat bent om te relativeren. Maar dat is een aanname. Want ook bij meer ervaren mensen blijft het heel ingewikkeld om aan jezelf toe te geven dat je het gevoel van falen hebt. Van teleurstelling tot schaamte – met het hele spectrum aan emoties dat erbij komt kijken.”
Fatale fout
Aan het begin van haar carrière maakte hartchirurg Shirin Bemelmans-Lalezari zestien jaar geleden een fatale fout. Bij een relatief eenvoudige ingreep vergat ze een slangetje te controleren. Ze vertelde er drie jaar geleden openhartig over in het tv-programma Over leven van Coen Verbraak.
“Toen ik me drie jaar geleden op televisie liet interviewen over een fatale fout die ik heb gemaakt, kreeg ik alleen maar positieve reacties. Het allermooiste vond ik een e-mail van een familie van wie een naaste was overleden door een fout van een chirurg. Ze zouden de week erna een gesprek hebben in het ziekenhuis. ‘Door wat jij hebt gezegd, is onze boosheid wat meer naar de achtergrond verdwenen en kunnen we veel meer compassie hebben voor de gevoelens van de chirurg’, schreven ze. Nou, dat was natuurlijk niet mijn doel, maar wel de mooiste bijvangst die het interview kon hebben.”
Gevoel wegduwen
“Op het moment dat je een fout maakt, is het heel menselijk om je gevoel weg te duwen. Ik heb de neiging de zweep bij mezelf erover te gooien, gewoon doorgaan. Maar als er iets misgaat, is het ook goed om aandacht te hebben voor wat het met jou als mens doet. Voor veel dokters is het lastig om over gevoelens te praten. Doe iets met je gevoelens. Praat met iemand, schrijf het op of – als dat bij je past – schreeuw het van je af bovenop een berg.
Als er iets misgaat, is het ook goed om aandacht te hebben voor wat het met jou als mens doet
Niemand heeft de intentie om iets fout te doen en dokters al helemaal niet. In het ziekenhuis gaat het vaak, direct of indirect, om leven en dood. De consequenties van een fout zijn dan groot. Als arts moet je de shift maken naar: Oké, wat vreselijk, maar wat kan ik hieruit leren? Al gaat dat natuurlijk niet vanzelf en duurt het een tijdje voordat je dat kunt. Bij de meeste mensen komen tegelijkertijd ook nog een flink aantal dagen of weken – soms wel maanden – emoties en vragen naar boven. ‘Hoe heb ik dit kunnen laten gebeuren?’ Soms zelfs gevolgd door de gedachte dat ze maar beter kunnen stoppen.
Veel vrouwen, maar ook mannen, denken: Zie je nou wel, nu komen ze erachter dat ik het helemaal niet kan. Het ‘imposter syndroom’ komt in volle vaart naar boven. Al die gevoelens, het is volkomen menselijk. Alleen schrikken we daarvan, als mens. Want wat ook lastig is, is dat artsen vaak denken dat het niet bij hun functie past om dat soort dingen te voelen. Mijn pleidooi is om dit allemaal naast elkaar te laten bestaan. Mijn wens voor artsen die dit meemaken, is om ervan te leren en dingen te doen om het een volgende keer te voorkomen – naast je rot, schuldig en ellendig voelen. Het een sluit het ander niet uit, het gaat juist hand in hand.”

'Het duurde zes maanden voordat deze arts weer zelfstandig durfde te opereren'
Witte jas aan
“Wat we vaak vergeten is dat artsen op het moment dat die witte jas aangaat, soms het gevoel hebben ineens iemand anders te zijn. Maar dat zijn ze helemaal niet. Ik heb van veel collega’s gehoord dat ze zich dan anders voelen. Dat die witte jas bijna als een soort schil fungeert. Ik herken dat zelf niet, ik heb dat nooit gehad, ook niet als student. Maar mensen benaderen je dan vaak ook anders.
Wat ik vroeger heel vervelend vond, was als ik op feestjes moest vertellen dat ik hartchirurg was en mensen je vervolgens ongevraagd op een voetstuk plaatsen. Of ze renden weg omdat ze zich geïntimideerd voelden. Maar ik wilde juist ook weten wat zij voor werk deden. Ze kunnen zich dan wel kleiner maken, maar dat is helemaal nergens voor nodig. Dit is gewoon toevallig het werk dat ik heel erg leuk vind.”
Pijn in mijn hart
“In de medische wereld hangen veel artsen hun identiteit op aan hun vak. Ik heb daar veel over nagedacht. Sinds mijn negende wilde ik hartchirurg worden. Maar mijn identiteit is zeker niet hartchirurg. Inmiddels heb ik een half jaar geleden mijn werk als hartchirurg in het ziekenhuis neergelegd, na bijna 25 jaar in dit vak te hebben gewerkt. Ik ben met pijn in mijn hart gestopt.
Opereren vind ik nog steeds het aller- allerleukste wat er is, gelukkiger krijg je me niet
Opereren vind ik nog steeds het aller- allerleukste wat er is, gelukkiger krijg je me niet. Maar de liefde voor het vak compenseerde niet meer voor wat het me allemaal kost. Ik begon een slechte versie van mezelf te worden, met alle slaaptekort, drukke diensten en veel weg van huis. ’s Ochtends vroeg vertrekken en in de avond laat thuis, soms ook midden in de nacht. Ook kreeg ik meer behoefte aan autonomie. Ik had een contract voor drie dagen, maar maakte makkelijk weken van vijftig tot zestig uur. En dan kon ik een bepaalde middag niet vrij nemen, omdat ik volgens het systeem twee uur tekortkwam.
Ik heb wel gemerkt dat ik echt een dokter ben. In de zin dat zodra iemand iets vertelt wat met gezondheid of het lichaam te maken heeft, er bij mij meteen iets ‘aan’ gaat. Dan denk ik meteen mee wat het kan zijn en hoe het opgelost zou kunnen worden. Dat gaat automatisch, het zit denk ik inmiddels in mijn bloed.”
In de spiegel kijken
“Naast mijn werk als hartchirurg coach ik al bijna negen jaar dokters in alle fases van hun carrière. De autonomie die ik over die werkdag had, voelde heel prettig. Misschien is het ook een soort levensfase. Ik merkte dat ik mijn leven anders wilde inrichten. Daar kwam bij dat de jongste van mijn twee kinderen naar de middelbare school is gegaan en ik al wel eerder het gevoel had dat ik daar meer bij wil kunnen zijn. Ik wil niet over tien jaar in de spiegel kijken en denken: was ik er maar vanaf het begin beter bij geweest.
Daar is het eigenlijk mee begonnen, het was zo’n sterfbed-moment. Ik heb me ooit voorgenomen dat ik als ik ooit op mijn sterfbed lig, ik nergens spijt van wil hebben. En ik voelde aan alles dat als ik nú niet een besluit zou nemen, ik spijt zou krijgen. Op die manier knopen doorhakken, is een beetje de besmettelijkheid van mijn man. Die zit heel erg op luisteren naar je gevoel. Dat heeft gemaakt dat ik daar nog meer mee bezig ben dan ik al deed voordat ik hem leerde kennen.”

Josine maakt CT-scans in het ziekenhuis: ‘De samenwerking met verschillende medische disciplines vind ik heel waardevol’
Meer menselijkheid
“Dat ik pleit voor meer menselijkheid en kwetsbaarheid in de zorg komt ook voort uit mijn eigen ervaring. Toen ik als jonge arts een fatale fout maakte, sprak ik daarover met mensen die dichtbij mij stonden, maar niet veel met mensen die in het ziekenhuis werkten. Ik denk dat daar wel mensen waren met wie ik het had kunnen delen, maar ik kon ze op dat moment niet vinden. Ik werkte er ook pas net, dus kende mijn weg ook nog niet.
Mensen vonden het dapper dat ik over die fout praatte. Dat verbaasde mij, want ik kon niet anders. Die constatering en verbazing deden zo veel met me dat ik dacht ‘oké, dit onderwerp is groter dan mijn verhaal’. Want hierover praten is niet dapper, het is pure noodzaak. Dit moet iedereen doen die daar behoefte aan heeft. En je hoeft dat echt niet op televisie te doen bij Coen Verbraak zoals ik heb gedaan, maar al is het maar met een collega. Ik heb besloten in ieder geval mijn best te doen om de bewustwording te creëren dat het niet raar is om die behoefte te hebben en daar iets mee te doen.
Hierover praten is niet dapper, het is pure noodzaak
Het gevoel hebben dat je de enige bent die fouten maakt en dat je eigenlijk heel raar bent als je daarover wil praten – want niemand doet dat eigenlijk– creëert een bepaald systeem. Ik krijg dat echt niet in mijn eentje gekanteld, maar ik wil het niet in stand houden. Zelf realiseerde ik me pas jaren later dat mijn behoefte erover te praten een normale behoefte is. En dat ik blijkbaar niemand om me heen had als voorbeeld hoe je dat kunt doen. Dus toen heb ik besloten zelf diegene te zijn.
Inmiddels zijn er meer mensen in mijn vakgebied en ook in de zorg in het algemeen die opener en communicatiever zijn. Zij begrijpen het belang van de mens achter de dokter zien. Als dokter is het al lastig om zo naar jezelf te kijken, laat staan hoe dat voor patiënten is. Dus we moeten bij onszelf beginnen.”
Spoedoperatie
“Ik heb een keer een patiënt gehad bij wie ik midden in de nacht een spoedoperatie heb gedaan. Tijdens die ingreep heb ik de afweging gemaakt om voor een omleiding twee slagaders te gebruiken in plaats van een ader en een slagader, wat we normaal in zo’n spoedsituatie doen. Maar ik dacht: die man is jong, gezond – allerlei gedachten waardoor ik dacht ‘zo doe ik het’. De volgende ochtend ging ik naar huis, want ik had de hele nacht gewerkt. Toen ik ’s middags inlogde om te kijken hoe het met die man ging, bleek dat hij opnieuw was geopereerd, omdat een van de verbindingen die ik had gemaakt was geknikt. Dat knikje hebben ze eruit gehaald en toen was alles weer goed.
Daar voelde ik me enorm rot over. Als ik een ander besluit had genomen, had deze man niet nog een keer geopereerd hoeven worden. Hij was niet dood en deed het hartstikke goed, maar hij had wel nóg een keer een operatie gehad en dat was helemaal niet de insteek geweest. Dus ik heb hem opgezocht en gezegd dat ik het echt heel erg vond dat hij opnieuw geopereerd had moeten worden. Dat ik ’s nachts met die en die overweging een bepaalde constructie had bedacht, terwijl iedere andere chirurg die andere constructie zou hebben uitgevoerd. Als ik dat had gedaan, had hij waarschijnlijk niet nog een keer geopereerd hoeven worden. Ik heb mijn excuses aangeboden. De man keek mij alleen maar aan en zei toen: ‘Alleen al het feit dat je gelijk naar mij toe bent gekomen om dit aan mij te vertellen, maakt dat wij helemaal oké zijn.’
Ik denk echt dat het iedereen helpt als gevoelstaal meer normale taal wordt
Het is natuurlijk heel fijn als iemand er zo in staat. Ik heb ook echt wel patiënten gehad waarbij dat anders was. Maar ik denk echt dat het tonen van je gevoel, en het tonen van het feit dat het niet je intentie is geweest en dat je het zelf ook heel erg vindt, heel belangrijk is. Dat wordt vaak nagelaten. Meestal is het een technisch verhaal, omdat wij daar ook in het ziekenhuis de meeste tijd aan besteden. Dat moet ook. Dat zijn we de patiënten verplicht. Maar aan alleen het technische stuk hebben de meeste patiënten op dat moment helemaal geen behoefte.
Het eerste dat je in mijn ogen moet doen, is compassie tonen met je patiënt. En als daar ruimte voor is: op gevoelsniveau delen wat het met jou doet. Dan kan het zijn dat iemand zegt dat hem dat helemaal niets interesseert en dat het gewoon nooit had mogen gebeuren. Dat is oké, zo iemand heeft het recht om boos te zijn, tot bepaalde grenzen. Maar ik denk echt dat het iedereen helpt als gevoelstaal meer normale taal wordt. Want dan kunnen we elkaar meer als mensen zien en benaderen, ook met een witte jas aan. Het maakt dat je dokter kunt zijn op een menselijke manier.”
Tekst: Ellen Nap
Beeld: Ivar Pel
Meest gelezen
- David de Vos: ‘De dromen die ik vroeger najaagde heb ik los moeten laten’

David de Vos: ‘De dromen die ik vroeger najaagde heb ik los moeten laten’
- Zanger Elbert Smelt kan niet niets doen: ‘Ik word soms gierend dol van mezelf’

Persoonlijk verhaal
Zanger Elbert Smelt kan niet niets doen: ‘Ik word soms gierend dol van mezelf’
- De gebroken tablet: 'Online is het leven tenminste nog wat'

Column
De gebroken tablet: 'Online is het leven tenminste nog wat'
Lees ook
- Binnen bij Josje (62) : ‘Dankzij mijn camper kom ik op adembenemende plekken’

Eva vandaag
Binnen bij Josje (62) : ‘Dankzij mijn camper kom ik op adembenemende plekken’
⭐Premium - Judith (36) duimt om tot rust te komen: ‘Het is stukken goedkoper dan wijn of snoep’

Eva vandaag
Judith (36) duimt om tot rust te komen: ‘Het is stukken goedkoper dan wijn of snoep’
⭐Premium - Tomas Sjödin: ‘Wanneer staat een mens midden in het leven?’

Column
Tomas Sjödin: ‘Wanneer staat een mens midden in het leven?’
⭐Premium