
'Het duurde zes maanden voordat deze arts weer zelfstandig durfde te opereren'
Waarom artsen wél moeten praten over hun fouten
Leestijd: 9 min
Publiekelijk praten over fouten is in de medische wereld taboe. Natuurlijk is bij een medische fout de patiënt ‘first victim’. “Maar vergeet de betrokken arts niet – de kans is reëel dat die second victim is”, zegt de Belgische gynaecoloog Michel Bafort, oprichter van Arts in Nood.
Praten over fouten in de medische wereld is één ding, maar publiekelijk praten over fouten is nog weer een ander verhaal. Onder de naam Het Foutenfestival organiseert beroepsvereniging De Jonge Specialist regelmatig workshops over het bespreken van fouten onder jonge artsen. Op de vraag van onze redactie of een van de artsen een verhaal wil delen, komt pas na enige tijd antwoord.
Als jij het van je af wil schreeuwen boven op een berg, ga dat doen
Het bestuur laat weten onlangs een vergelijkbare vraag te hebben gekregen. ‘We hebben toen gemerkt dat het niet lukt om iemand vanuit onze achterban te vinden die in het openbaar een verhaal over fouten wil delen’, aldus de reactie per mail. ‘Onze leden bevinden zich over het algemeen in een behoorlijk afhankelijke positie, omdat ze of nog een opleiding willen volgen tot medisch specialist, of in opleiding zijn en nog beoordeeld moeten worden’, luidt de verklaring. ‘Om die reden willen ze hun verhaal niet delen om negatieve gevolgen te voorkomen.’ Dat de jonge artsen tijdens het Foutenfestival wel hun ervaringen delen, is omdat dat ‘in de beschermde context van een medische faculteit onder gelijken plaatsvindt’.
Bloedvat doorgeknipt
Maar ook onder oudere en meer ervaren artsen stuit een vraag om een interview op gesloten deuren. Afgelopen zomer lukte het de Volkskrant wel om de verhalen op te schrijven van drie artsen die het taboe willen doorbreken. Het interview met neurochirurg Peter Willems, dat begint met hoe hij een bloedvat doorknipt waardoor zijn patiënt halfzijdig verlamd raakt, was volgens journalist Wouter Scheepstra geen vanzelfsprekendheid.
Open zijn over onzekerheden maakt het voor jonge dokters makkelijker
In gesprekken voorafgaand aan het interview blijkt de arts wantrouwend tegenover de media te staan. Omdat de neiging bestaat om complexe medische situaties terug te brengen tot een simpel zwart-witverhaal, terwijl dat in de praktijk volgens hem altijd genuanceerder ligt. ‘Dat maak je niet even duidelijk met een paar oneliners aan de keukentafel. Die ruimte in een gesprek moet er wel zijn. Als mijn verhaal uit zijn verband wordt gerukt, doet het meer kwaad dan goed’, zo citeert de Volkskrant de arts. Gevolgd door zijn beweegreden om toch zijn verhaal te vertellen; open zijn over onzekerheden maakt het voor jonge dokters makkelijker.
Fatale fout
Nadat hartchirurg Shirin Bemelmans-Lalezari in het begin van haar carrière zelf een fatale fout maakte, is het bespreekbaar maken van fouten haar persoonlijke missie. Drie jaar geleden vertelde ze op televisie bij Coen Verbraak in alle openheid haar verhaal. Op die uitzending kreeg ze enorm veel reacties. “Eigenlijk allemaal positieve, ook van wildvreemden”, vertelt ze terugkijkend. Nog steeds wordt Bemelmans-Lalezari, tot voor kort hartchirurg en inmiddels coach en adviseur, benaderd om over dit onderwerp te praten. “Onlangs nog heb ik een keynote gegeven op een dag voor chirurgen over de kunst van fouten maken.”
Artsen onder elkaar praten wel over de feiten en procedures, maar nauwelijks over gevoelens
“Mensen worden zich steeds bewuster dat het in de artsencultuur belangrijk is om open te zijn over wat het maken van fouten met je doet”, zegt Bemelmans-Lalezari. Ze pleit voor meer kwetsbaarheid en openheid over fouten. “In de medische wereld is weinig aandacht voor de menselijke kant van artsen. Collega’s onder elkaar praten wel over de feiten en procedures, maar nauwelijks over gevoelens.” Professionele afstand is prima, zegt Bemelmans-Lalezari, zolang je je menselijkheid niet verliest. “Op het moment dat er een fout wordt gemaakt, wordt er inhoudelijk gekeken naar wat er precies is gebeurd. Vaak is dat niet één aantoonbaar iets, maar eerder een opeenstapeling van zaken.”
In de afgelopen jaren heeft ze de blik in de ziekenhuizen meer richting de proceskant zien verschuiven: waar in het proces is het misgegaan en hoe kunnen we dat proces of systeem veranderen. “Dat is natuurlijk een fijne verschuiving, want het haalt de schuldvraag een beetje weg bij de arts. Maar waar op dat moment naar mijn idee nog steeds te weinig aandacht voor is, is wat het met jou als mens doet. Dat is voor veel dokters gewoon best wel lastig.”
Doe er iets mee
Sowieso is het voor veel mensen, los van of je dokter bent of niet, lastig om over gevoelens te praten. “Daar begint het al mee”, zegt Bemelmans. “Mijn pleidooi is ook niet om maar met Jan en alleman over je gevoelens te praten, maar om te doen wat bij jou past. Als jij het van je af wil schreeuwen boven op een berg, ga dat doen. Als het je past om het op te schrijven, doe je dat. Maar doe er iets mee.” Veel mensen zijn op het moment dat er iets gebeurt wat ze niet willen geneigd hun gevoel weg te duwen. “Als een soort bal die onder water wordt gehouden, maar die linksom of rechtsom een keer heel hard omhoogkomt.”
De tekst gaat hieronder verder.

Liesbeth werkt op een ziekenhuisschip in West-Afrika: ‘Ik bezit alleen nog mijn backpack met spullen voor twee jaar’
De reden dat mensen die bal onder water proberen te houden is voor iedereen verschillend. “Voor de een is het puur onvermogen om met de situatie om te gaan. De ander gooit de zweep erover bij zichzelf en blijft doorgaan.” In haar loopbaan als hartchirurg en opleider heeft ze de angst voor fouten leren zien als een overtuiging die groei in de weg zit. “Leren van fouten en het delen van gevoelens van onzekerheid en kwetsbaarheid is, zeker voor specialisten, lastig.”
We moeten ophouden met vingertje wijzen en naming en shaming, schrijft Bemelmans-Lalezari in haar bijdrage aan het boek Van ik naar wij over cultuurverandering in de zorg, dat begin dit jaar verscheen. “Dat is gelukkig al minder gebruikelijk dan vroeger. Ik zie dat er echt wel iets aan het kantelen is en dat steeds meer mensen in de zorg durven opstaan om ervoor uit te komen wat een fout met ze heeft gedaan.”
Second victim
De Belgische gynaecoloog Michel Bafort, tevens oprichter van Arts in Nood, spreekt in dit verband over de arts als ‘second victim’. Bij een medische fout is uiteraard de patiënt ‘first victim’, maar vergeet de arts niet. “De kans is reëel dat die second victim is”, aldus Bafort. De Belgische arts gebruikt liever de meer neutrale term ‘incident’ dan ‘fout’. Dat heeft alles te maken met de juridische context die in België anders is dan in Nederland. “Vanuit verzekeringsmaatschappijen krijgen wij sterk opgedrukt nooit een fout toe te geven in verband met de mogelijkheid tot een schadeclaim.”
Een arts bij wie iets misgaat, is volgens Bafort net zo goed slachtoffer. “Weinig artsen schaden doelbewust een patiënt. Als iets niet gaat zoals het moet, dan heb je daar als arts ook problemen mee. Je kunt daar echt beroerd van zijn en als chirurg durf je daarna misschien niet meer te opereren.” Hij heeft het als gynaecoloog en verloskundige enige tijd geleden meegemaakt met een collega. “Die hebben we na een incident zes maanden moeten begeleiden voordat hij weer zelfstandig durfde te opereren en werken.”
De tekst gaat hieronder verder.

Aissy (35) heeft een passie voor de zorg: ‘Het gaat erom dat je elkaar ziet’
Een bloedvat dat na een operatie begint te bloeden is iets anders dan een kompres laten zitten, maar in alle gevallen is het belangrijk voor artsen om daar wel open over te kunnen praten, stelt Bafort. Vanuit zijn stichting Arts in Nood ziet hij artsen met klachten als burn-out en overbelasting. Meestal gaat het om een opeenstapeling van problemen. “Het kan beginnen met een medisch incident. Vaak zie je daar dan ook een juridisch vraagstuk bijkomen, waardoor artsen hun werk niet meer aankunnen.”
Als chirurg durf je daarna misschien niet meer te opereren
Artsen moeten om twee redenen wél praten over eventuele fouten, zegt Bafort. “Praten helpt om dit onderwerp uit de taboesfeer te halen. En ten tweede: als je erover kunt spreken, kun je ook de arts beter gaan begeleiden in hun schuldgevoel. Net als de patiënt of nabestaande heeft ook de arts een helend moment nodig om effectief te herstellen. Dat vraagt om begeleiding voor beide partijen.”
“Natuurlijk heb je chirurgen of specialisten die zeggen ‘wat kan mij het schelen, ik heb mijn best gedaan en ga verder’. Maar intern werkt dat volgens mij niet. Het is een beeld dat meestal mannelijke chirurgen graag neerzetten, en dat past in de machocultuur die soms heerst in ziekenhuizen.” Toch is het normaal, zegt Bafort, dat artsen zaken missen en fouten maken. “Dit moeten we aanvaarden. Zowel de arts maar ook de patiënt. Het helpt niet als je de arts op een verhoging zet als schipper naast God. De arts heeft zijn kennis en kunde en probeert het zo goed mogelijk te doen.”
De jonge arts en de ervaren arts
Tekst: Ellen Nap
Beeld: Unsplash
Meest gelezen
- Bas: ‘Geef je om de aarde? Krijg dan júist kinderen’

Column
Bas: ‘Geef je om de aarde? Krijg dan júist kinderen’
- Sanne Akkerman: ‘Ik denk niet dat ik ooit van mijn ziektevrees afkom’

Interview
Sanne Akkerman: ‘Ik denk niet dat ik ooit van mijn ziektevrees afkom’
- David de Vos: ‘De dromen die ik vroeger najaagde heb ik los moeten laten’

David de Vos: ‘De dromen die ik vroeger najaagde heb ik los moeten laten’
Lees ook
- Doorzetten of loslaten: hoe weet je waar je goed aan doet?

Eva vandaag
Doorzetten of loslaten: hoe weet je waar je goed aan doet?
⭐Premium - Geen puf, geen plek, geen privacy? Zo wordt jouw zomer tóch zwoel

Geen puf, geen plek, geen privacy? Zo wordt jouw zomer tóch zwoel
⭐Premium - Imke ontwerpt bouwrituelen: ‘Ieder gebouw heeft verhalen’

Imke ontwerpt bouwrituelen: ‘Ieder gebouw heeft verhalen’
⭐Premium