
Premium‘Leer ons onze dagen tellen’ – tegen alle gekte en drukte in
Essay Theanne Boer
gisteren · 10:00| Leestijd:8 min
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Visie.
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Visie.
Het jaar 2026 is begonnen. We mogen, Deo volente, weer 365 dagen leven onder Gods goede zorg. Maar wat doen we met die dagen? Hoe kiezen we elke dag waaraan we onze tijd besteden? Theanne Boer wil dit jaar haar dagen leren tellen: 6+1=7.
Mijn man heeft een agenda voor dit jaar waarin, zo ontdekten wij, bij elke dag geheimzinnige getallen staan. Zo staat er bij 21 april: 111-254 en bij 17 juli: 198-167. Na enig gepuzzel ging ons een licht op: het eerste getal laat zien hoe lang we al onderweg zijn in dit jaar en het tweede getal toont hoeveel dagen er nog resten van dit jaar. Hoe confronterend om elke dag onder ogen te moeten zien hoeveel tijd je nog hebt en hoeveel tijd je al ‘kwijt’ bent!
“Kijk elke dag maar goed naar die kleine cijfertjes”, raadde ik echtgenoot aan, en zoals gewoonlijk was die raad eigenlijk niet zozeer voor hem, als wel voor mijzelf bedoeld. Ik vind het erg lastig om goed met de tijd om te gaan. Er is zoveel wat mijn aandacht vraagt en waar ik uit enthousiasme ‘ja’ tegen zeg, dat ik regelmatig bij de pakken neerzit met een te volle agenda voor m’n neus. Hoe red ik mij hier weer uit? Waarom dacht ik dat ik dit allemaal wel kon combineren? Op zulke dagen wil ik maar één ding: rust en met rust gelaten worden...
Een woedende God
In Psalm 90 bidt Mozes: “Leer ons zo onze dagen te tellen, dat wijsheid ons hart vervult.” Wat betekent dat? Dagen tellen kunnen we allemaal, er is nu zelfs een agenda die dat voor je doet. Maar hoe tel je zo, dat je wijs wordt? Wat tel je dan precies? En wat is die wijsheid die wij zo nodig hebben? Ik voel ergens dat daar de oplossing ligt voor mijn probleem met de tijd.
Ik lees Psalm 90 eerst maar eens in z’n geheel, en ineens valt me op dat Mozes een woedende God neerzet. “Wij komen om door uw toorn, door uw woede bezwijken wij. ... Al onze dagen gaan heen door uw woede.” En: “Wie kent de kracht van uw toorn, wie vreest oprecht uw woede?” Er is, zo beseft Mozes, een verband tussen Gods woede en het feit dat de tijd vliegt, met ons erbij.
Verplichte rust
Het vierde van Gods Tien Geboden gaat over tijd. De Israëlieten moesten elke zevende dag stoppen met alles wat ze aan het doen waren. Er stond zelfs de doodstraf op als je dat niet deed (Exodus 31:12-17). Blijkbaar vindt God regelmatige rust voor mens én dier (!) ontzettend belangrijk. De sabbat is een heilig geschenk en God wil dat je dat cadeau uitpakt. Elke week weer. Dat is geen advies, dat is een gebod. En dat geldt dus ook voor je personeel, je dieren en je land. Als je die verplichte rust serieus neemt, zet je de tijd met regelmaat stil. In die stille tijd kun je genieten van wat er is, zoals God dat deed op die dag: Hij rustte en genoot van alles wat er was. Genieten van wat er ís, zonder nog meer te willen. Ophouden met creëren en nu eens een hele dag alleen maar recreëren. Niet hebben maar zijn.
Als we tot zeven leren tellen, ontdekken we dat we goed genoeg zijn
Stress en burn-out
Hoe moeilijk is dat... Want we leven inmiddels in een 24 uurseconomie. Met een paar muisklikken bestellen we wat we nodig denken te hebben en laten dat komen – uit China of waar dan ook. Zonder erbij na te denken of degene die het gemaakt heeft een eerlijk loon heeft ontvangen en welke schade het milieu daarbij heeft opgelopen. Dankzij onze smartphones zijn we altijd online en altijd bereikbaar. We voelen wel de onrust en de veeleisendheid daarvan, maar onze nieuwsgierigheid, gehechtheid aan comfort en verlangen naar meer winnen het vaker dan goed voor ons is.
Omdat de mens niet van ophouden weet, niet kan genieten van wat hij heeft maar alsmaar meer wil, gaat dat ten koste van de kwetsbare medemens, van het land en van de hele schepping. De natuur wordt ziek van ons en wij worden ziek van onszelf: het aantal mensen met hartklachten, stress en burn-out is hoger dan ooit. Is dat die woede van God uit Psalm 90? Woede omdat wij niet van ophouden weten? Omdat we roofbouw plegen op onszelf en alles om ons heen? Is dát waarom wij ‘weggevaagd worden als slaap’ en onze jaren eindigen ‘in een zucht’?
Met regelmaat en radicaal
Eeuwenlang is gedacht dat de mens de kroon op de schepping is, en daar hebben we dan ook driftig gebruik van gemaakt. Maar in het boek Hemels Groen laten bijbelwetenschappers Cor Hoogerwerf en Matthijs de Jong zien dat niet de mens maar de zevende dag de climax van de schepping vormt. De schepping stopt niet na de zesde dag, maar gaat nog een dag door. De sabbat is de kroon op Gods prachtige werk en die schrijft voor hoe wij over de schepping mogen heersen. Heersen volgens de sabbatsorde, noemen de schrijvers dat. Niet tot zes tellen, maar tot zeven. Leren stoppen. Stilvallen. Rusten en laten rusten. Niet nog meer willen, maar genieten van wat is. Als we van ophouden weten en onszelf, de dieren en de aarde voldoende rust gunnen – met regelmaat en radicaal – leven we zoals God het bedoeld heeft.
Ook verderop in de Bijbel komt die sabbatsorde terug. Het volk Israël moet het land om de zeven jaar rust gunnen en na zeven keer zeven jaar een jubeljaar uitroepen. In dat jaar wordt alles rechtgezet: slaven komen vrij, land wordt teruggegeven, schulden kwijtgescholden. Dat is heersen volgens de sabbatsorde en het is bekend dat het volk Israël daar grote moeite mee had. De profeten wijzen er elke keer weer op dat de armen worden onderdrukt, dat rijken hun huizen en land inpikken, dat weduwen en wezen worden genegeerd: de mens heerst en niet de sabbat. Uiteindelijk leidt dat tot de ballingschap en de schrijver van de Kronieken legt uit waarom die zeventig jaar duurt: “Zeventig jaar bleef het land braak liggen en had het rust, totdat alle niet in acht genomen sabbatsjaren vergoed waren” (2 Kronieken 36:21).
Rust is verzet
Tegen de tijdgeest in, tegen alle gekte, drukte en informatiestromen in, moeten we onze dagen leren tellen: 6+1=7. Hoe moeilijk kan het zijn... En toch is het een gevecht, elke keer weer. Tegen onze angst om tekort te komen, onze onrust, onze prestatiedrang, onze hebberigheid. Op de website van Groene Kerken lees ik in een interview met Carmody Grey, hoogleraar Integrale Ecologie: “We moeten vechten voor onze sabbatten. We mogen niet afwachten tot ze ons worden gegeven. We moeten ervoor vechten. Rust is verzet – verzet tegen een heersend paradigma van hectische activiteit, constante druk om te produceren, te presteren, ergens heen te gaan of iets te doen. We moeten ons realiseren dat het al genoeg is om gewoon een schepsel te zijn. We hoeven onszelf niet te maken. We zijn gemaakt en aan onszelf gegeven. We kunnen dankbaar zijn voor ons geschapen-zijn, voor ons eigen bestaan en dat van alle schepselen om ons heen. Dat kúnnen we niet alleen, dat moeten we ook. Dit is wat actie mogelijk maakt – niet reactie, maar echte actie. Omdat het echte handelingsvermogen geworteld is in vrijheid. De sabbat maakt ons vrij.”
We móéten het geschenk van de sabbat elke keer weer uitpakken
Broodnodige reflectie
Als we tot zeven leren tellen, ontdekken we dat we goed genoeg zijn. Omdat God, toen Hij ons maakte, zag dat het goed was. We kunnen rusten en genieten omdat Hij ons dat geeft. We mogen, nee, móéten het geschenk van de sabbat elke keer weer uitpakken. Want het is een groot cadeau. Voldoende rust op Gods heilige tijd zorgt voor de broodnodige reflectie. Zo kun je jezelf met regelmaat een paar belangrijke vragen stellen: Waar ben ik mee bezig? Waarom en voor wie? Wie ben ik en wie mag ik zijn? Als we zo leren tellen, vervult wijsheid ons hart. Zo beschouwd is Gods woede juist over dit punt heel indrukwekkend en troostend: dat Hij zo hecht aan onze rust en niet alleen aan die van mij of van jou, maar aan rust voor de hele schepping, omdat iedereen, mens en niet-mens, daar wél bij vaart.
Aan het eind van Psalm 90 vraagt Mozes of God het werk van onze handen wil bevestigen. In een bijbelcommentaar lees ik dat dit gebed verbonden kan worden met de herbouw van de tempel, als het volk na zeventig jaar terugkeert uit ballingschap. Het huis van gebed wordt hersteld. De sabbat kan weer gevierd worden. Ik bid met Mozes mee dat God onze huizen van gebed mag herstellen en bevestigen, zodat we daar met regelmaat tot rust kunnen komen –dit jaar en alle dagen, totdat Hij komt.
Tekst: Theanne Boer
Beeld: Gerdien Rebel





