
Emma moet haar vader loslaten. ‘Hij zei ineens: ik heb Jezus gezien vanavond’
Het laatste woord
Leestijd: 6 minDoor Esther Tims-Van Helden
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Visie.
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Visie.
Stoffer, de altijd actieve en gelovige vader van Emma (56), leerde haar op zijn sterfbed nog een waardevolle les. Daardoor veranderde haar kijk op de dood voorgoed. ‘Pap, ga maar. Wij zorgen voor mama. Het komt goed.’
Het laatste woord
‘Hij was echt een lieverd’, vertelt Emma, glimlachend bij de herinnering aan haar vader. ‘Je kon merken dat hij van zijn kinderen en kleinkinderen hield. Je hoefde maar een kik te geven of hij stond voor je klaar. Toen hij 55 was, ging hij met pensioen, na een lange loopbaan bij de post. Daardoor heeft hij gelukkig nog best lang kunnen genieten van zijn vrije tijd en heeft hij al zijn kleinkinderen meegemaakt.’ Stoffer zou 75 worden.
Opgegroeid in een warm gezin
Emma groeide op in Aalsmeer, samen met haar vader, moeder en een oudere broer en zus. ‘Ik kom uit een warm en gelovig gezin. In mijn jeugd gingen we elke zondag naar de kerk. Onze ouders legden ons niets op, maar het geloof was wel onderdeel van het dagelijks leven.’
Emma’s vader hield van de Bijbel. Hij kon er uren over vertellen en las graag Bijbelverhalen voor. Tegelijk was zijn geloof zichtbaar in wie hij was: vrolijk, mild en met een positieve blik op de wereld. Dat vertrouwen en die openheid bleef hij tot het einde uitstralen.
Stoffer was bovendien actief in de kerk. ‘Hij deed vrijwilligerswerk, trok er weleens op uit met mensen die een uitje konden gebruiken en bad met hen.’ Juist omdat haar vaders geloof zo vanzelfsprekend aanwezig was, voelde het voor Emma heel natuurlijk om hem daarin te volgen. ‘Natuurlijk had ik in mijn puberteit periodes waarin het geloof wat meer naar de achtergrond schoof, maar het stootte me nooit af. Mijn vader was een goed voorbeeld voor mij; daar ben ik heel dankbaar voor.’
Gezondheidsproblemen
Voor de buitenwacht was Stoffer actief en betrokken en leek er geen reden tot zorg. Later bleek dat er al langere tijd iets speelde met zijn gezondheid.
‘In 2003 kreeg mijn vader hartproblemen. In 2014 kwam daar longemfyseem bij, een chronische aandoening waardoor ademen moeilijker wordt. Het was niet direct heel ernstig, maar op termijn zou hij misschien zuurstof nodig hebben. We maakten ons er niet veel zorgen om.’ Stoffer bleef intussen van alles doen: autorijden, fietsen; er leek nog steeds niets met hem aan de hand.
Het ging ineens snel
Tot zijn familie eind 2014 aan hem begon te zien dat hij toch echt zieker was dan hij wilde laten merken. ‘We vonden dat hij wat anders liep, een beetje krom. Praten werd lastiger. We schreven dat toe aan zijn longen of aan een terugval.’
In de weken daarna ging het snel. ‘Hij werd misselijk, eten ging slechter. Hij reed nog zelf met de auto naar de dokter.’ De huisarts zei iets wat Emma verraste: hij vermoedde dat er iets neurologisch aan de hand was en verwees Stoffer naar het ziekenhuis, waar hij direct werd opgenomen. Het was onduidelijk wat hij precies had.
Emma: ‘Mijn moeder, broer en zus zaten aan zijn bed en zagen lijdzaam aan hoe hij steeds minder kon; hij kon zich steeds minder goed bewegen. We hadden allemaal het gevoel: “We weten niet hoe dit afloopt, laten we maar bij hem blijven.”’
'Ik heb Jezus gezien vanavond'
Op een zeker moment verslechterde zijn toestand verder, maar hij was nog aanspreekbaar. Emma voelde dat die avond anders was, alsof er iets onomkeerbaars was ingezet.
‘Ik heb het zelf niet gehoord, maar hij zei tegen mijn zus: “Ik heb Jezus gezien vanavond, maar ik moet nog even wachten.”’ Voor Emma was dit een zin die haar tegelijk troostte en ontregelde. Het besef drong door: ze ging haar vader verliezen.
We zeiden: 'Pap, ga maar. We zorgen voor mama. Het komt goed.'
Intensive care
Diezelfde dag nog ging Stoffer naar de intensive care. Uit het hele land kwamen familieleden langs om bij hem te zijn. ‘We wisten niet hoe het zou aflopen, maar het ging steeds slechter met hem. We wilden niet dat mensen achteraf zouden zeggen: “Had ik nog maar afscheid kunnen nemen.”’
Het was een kwestie van uren voordat Stoffer in een coma raakte. De artsen constateerden daarop dat hij hoogstwaarschijnlijk al langere tijd ALS had en dat er geen hoop meer was op genezing. ‘Ze konden hem nog een paar dagen in leven houden door te intuberen, of hem rustig laten gaan. Toen hebben we met z’n allen besloten, hoe verdrietig ook, dat hij rustig mocht inslapen.’
Zingen, bidden, loslaten
Wat er toen gebeurde, noemt Emma nog steeds ‘heel bijzonder’. ‘Op het laatste moment kwam er nog één familielid binnen dat onderweg was geweest. We stonden met 22 mensen op de intensive care, om hem heen.’ Ze zongen voor hem, baden, spraken hem toe. ‘We zeiden: “Pap, ga maar. We zorgen voor mama. Het komt goed.” Dat is misschien wel het mooiste wat je kunt doen als je afscheid moet nemen: iemand de kans geven om los te laten.’
Emma is achteraf dankbaar dat haar vader nooit heeft geweten dat hij ALS had. ‘Als hij dat wist, was hij misschien depressief geworden. Nu had hij hoop dat hij zou herstellen. Uiteindelijk gebeurde dat niet, maar het hielp hem wel om door te gaan.’
Laatste woorden
Emma zal nooit de laatste woorden vergeten die ze haar vader heeft horen zeggen, vlak voordat hij buiten bewustzijn raakte. ‘Hij zei: “Halleluja, ik ga naar de Heer.”’
Zij voelde zich daardoor getroost. Niet omdat het verdriet daarmee weg was, maar omdat het klonk als zekerheid. ‘Wij hadden wel de overtuiging dat hij naar de hemel ging. Maar dat hij dit zélf zo uitsprak en eerder noemde dat hij Jezus had gezien, gaf een vredig gevoel. Alsof hij opgehaald werd. Hij stierf zoals hij leefde: met warmte en vertrouwen.’
Wat haar ook raakt, is het idee dat haar vader ‘nog even moest wachten’. ‘Het voelde echt alsof hij wachtte tot iedereen er was. Alle kinderen, kleinkinderen. Bijna iedereen kon afscheid nemen. Zo wil je toch het liefste sterven: met je geliefden om je heen, in vrede.’
Troost die bleef
Emma vindt dat ze nu anders naar de dood kijkt. ‘Ik ben minder bang geworden. Ik heb het gevoel: het komt goed aan het eind.’
Emma (56) is getrouwd en samen met haar man heeft ze twee kinderen.
Auteurs






