
PremiumWelkom winter! Wat we kunnen leren van de winterslaap
Wil je weten
vandaag · 06:00| Leestijd:12 min
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Eva.
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Eva.
Terwijl de natuur langzaam in winterrust gaat, blijven wij mensen maar doorhollen. Werk, sociale afspraken, sporten, verjaardagen: onze agenda lijkt geen seizoenen te kennen. Journalist Heleen Bastiaanse probeert deze winter wél te vertragen. Maar goed kunnen ‘winteren’ blijkt uitdagender dan verwacht.
Mijn voeten, de hele dag verstopt in sokken, verbleken van zomerbruin naar winterwit. De lichtere lokken in mijn haar verdwijnen. Buiten word ik overvallen door kaalheid: de boom voor mijn huis is zijn bladeren kwijt, vogels en vlinders zijn verdwenen en de lucht is eindeloos grijs en grauw. Op kantoordagen vertrek ik in het donker en kom ik terug in het donker. ‘Hello darkness, my old friend…’, zingen Simon & Garfunkel in mijn oren, maar ik ben niet echt bevriend met het donker.
De winter lijkt daarbij langer te duren dan elk ander seizoen. De koude kaalheid sluipt al in november binnen en sleept zich geniepig voort tot eind maart. En dagenlang sneeuw- of ijspret? Daarvoor zijn onze winters meestal nét te zacht. Natuurlijk, ik kan best uitkijken naar het knusse idee van kaarslicht, chocomel en stoofpotjes, maar na een paar weken in het nieuwe jaar verlang ik alweer naar de lente.
Hop, de winterslaap in. Veel dieren doen het, waarom wíj niet?
Het moge duidelijk zijn: ik ben geen groot fan van de Nederlandse winter. En ik ben niet de enige. Sommige mensen lijden zelfs zo erg onder de winter, dat ze een seizoensgebonden depressie krijgen (Seasonal Affective Disorder, afgekort SAD). Volgens het nieuwsplatform van de ggz lijden zo’n 480.000 Nederlanders daaraan. De één vliegt naar Spanje om te overwinteren, de ander verlangt naar een pauzeknop waarmee je de winter gewoon overslaat. Hop, de winterslaap in. Veel dieren doen het, waarom wíj niet?
Winterslapers
Hoogleraar aan het UMC Groningen Rob Henning bestudeert dieren in winterslaap en gelooft dat mensen deze staat ook kunnen bereiken. “De winterslaap is een toestand waarin de stofwisseling sterk vertraagt. De lichaamstemperatuur daalt bijna tot het vriespunt, de hartslag wordt extreem langzaam, het hele organisme gaat in een soort spaarstand. Na een tijdje warmt het dier weer helemaal op, is kort actief en gaat terug de winterslaap in. Men denkt vaak dat grotere dieren – zoals beren – de hele winter doorslapen. Maar ook zij doorlopen dit ritme. Door hun dikke vacht en vetlaag koelen ze wel minder snel en ver af.”
Mensen houden geen winterslaap, omdat we simpelweg de bouw daarvoor missen, zegt Henning. “Wij hebben niet genoeg vet en geen dikke bontjas zoals een beer. We koelen dus makkelijk af, en door onze grootte kost opwarmen weer bakken energie. Daarom winterslapen wij van nature niet.” Toch ziet Henning mogelijkheden: “Als wij onze mitochondriën – de energiefabriekjes in onze cellen – net zo kunnen tweaken als winterslapers, kunnen we onze stofwisseling sterk verlagen. Lukt dat zonder nevenschade, dan zou het ongelooflijk nuttig zijn, bijvoorbeeld om tijd te kopen voor patiënten die wachten op een donororgaan.”
Rob Henning, hoogleraar UMC Groningen
In een winterslaap daalt de lichaamstemperatuur bijna tot het vriespunt, wordt de hartslag extreem langzaam en gaat het hele organisme in een soort spaarstand.
Winterslapers kunnen in de periodes dat ze warm zijn heel goed schade repareren in hun lichaam. Dat biedt kansen. “Als je mensencellen naar 4 graden koelt, gaan de mitochondriën zuurstofradicalen maken, die schade veroorzaken. Als je cellen van winterslapers naar 4 graden koelt, doen hun mitochondriën dat niet. De truc die winterslapers daarbij gebruiken, hebben we in een medicijn omgezet dat binnenkort bij parkinsonpatiënten getest gaat worden.”
Voor de gezondheidszorg lijkt de winterslaap dus mogelijkheden te bieden. Maar het idee om zelf een winterslaap te houden om de winter door te komen, vind ik niet heel reëel. Er staan te veel praktische (en ethische) bezwaren en wetten in de weg. Bovendien: als we de winter afschrijven door lekker te slapen, besluiten we dat het oké is om alles wat ongemakkelijk en vervelend voelt in ons leven te vermijden.
Het hoge noorden
Beter is het om anders naar de winterperiode te leren kijken. Daarvoor kunnen we terecht bij schrijfster Kari Leibowitz. Zij vertrok naar het hoge Noorwegen, Tromsø om precies te zijn, voor onderzoek naar de geestelijke gezondheid van Noren die in de winter maandenlang geen daglicht zien. Ze was verbaasd: Noren zijn over het algemeen erg gelukkig in de winter. Ze schreef daarover het boek Over winteren.
Juist in de zomer zijn sommige Noren erg chagrijnig, omdat ze zich constant opgejaagd voelen door het licht en het idee iets te moeten.
Alles begint met het veranderen van je mindset rondom de winter, schrijft Kari Leibowitz. De omgeving kan daarbij helpen. Leibowitz: ‘In Tromsø veranderde mijn wintermindset op organische wijze. Ik was omringd door mensen die van het seizoen hielden, zich er fatsoenlijk op kleedden (met kwalitatieve wollen truien die daar betaalbaar zijn en goed schoeisel) en dol waren op winterrecreatie en gezelligheid.’
Haar ‘nieuwe’ mindset werd ondersteund door een omgeving en infrastructuur die is ingericht op de donkere winter, zoals goed verlichte paden voor langlaufers en knus verlichte cafés. Maar het zat ’m vooral in de subtiele dingen: ‘De manier waarop Noren over de winter praten (heel positief, als iets om naar uit te kijken) en de manier waarop mensen hun weekenden en vakanties doorbrengen: in de buitenlucht, wandelen of skiën, gezellig binnen bij het vuur. De culturele neiging is om van de winter te genieten.’ Sterker nog, juist in de zomer zijn sommige Noren erg chagrijnig, omdat ze zich constant opgejaagd voelen door het licht en het idee iets te moeten.
Tekst gaat hieronder verder.
Dit zijn de symptomen van een winterdepressie (en tips hoe daarmee om te gaan)
Wintermindset
Hoe kunnen wij ook zo’n wintermindset krijgen? Volgens Leibowitz begint dat bij jezelf actief en bewust te richten op de positieve dingen. Dit versterkt ons vermogen om mogelijkheden en oplossingen te zien, geeft mentale en emotionele kracht, en kan zelfs leiden tot meer betekenis in ons leven. Grote beloftes.
Nu de praktijk. Leibowitz geeft tips om te voorkomen dat je in een soort onbewuste staat van ‘de winter doorkomen’ terechtkomt:
1. Maak elke dag een foto van iets winters wat je mooi of leuk vindt.
Bijvoorbeeld licht, kleding, kerstversieringen of iets in de natuur. Het belangrijkste is bewust stilstaan bij het moment.
2. Zet vraagtekens bij je negatieve gedachten.
Schrijf negatieve ideeën op en stel vragen als: is dit een overdreven of realistische gedachte? Zoek een milde manier om negatieve gedachten om te buigen.
3. Besteed bewust aandacht aan de natuur
In je omgeving, onderweg of tijdens een wandeling, en let een week lang zo vaak mogelijk op het weer. Vergelijk je waarneming met de weersvoorspelling. Kijk wat uniek is aan de winter en welke emoties dit oproept.
4. Zet je zintuigen aan het werk.
Hoe klinkt, ruikt en voelt de winter? Hoe verschilt dit van andere seizoenen?
5. Schrijf een brief aan een scepticus.
In dit geval iemand die de winter maar niks vindt. Je schrijft alles op wat volgens jou maakt dat de winter juist een geweldig seizoen is.
Om je op weg te helpen, beschrijft Leibowitz positieve dingen van de winter: ‘Hoe fijn is het om (hard) te lopen zonder oververhit te raken? En merk je ook dat je in de winter vaak dieper en beter slaapt – zonder muggen of benauwde hitte? Het donker nodigt uit om ’s avonds met een boek op de bank te kruipen, en een warme kop koffie smaakt extra lekker als het buiten koud is. Hoe knus voelt het om binnen te werken terwijl de regen tegen de ramen slaat of de wind om het huis giert? Denk ook aan het plezier van een geurige pan soep op het fornuis, het aantrekken van een mooie winterjas of het bewonderen van fonkelende kerstlichtjes in de stad.’
Kari Leibowitz, schrijfster
We willen wegblijven bij alles wat ongemakkelijk of onaangenaam voelt.
Warme kriebels
Ik zal eerlijk zeggen dat ik na het lezen van deze passage toch echt een beetje warme kriebels krijg voor de winter. Maar dan nog beklijft mij de gedachte aan de eindeloze donkere avonden, waar ik mezelf doorheen sla met nét iets te vaak een bankhangsessie met een glas wijn of een stuk chocolade. Naar buiten gaan in het donker? Ho maar! Leibowitz schrijft hier scherp over: ‘Dat noemen psychologen vermijdingsmotivatie: de neiging om weg te blijven bij alles wat ongemakkelijk of onaangenaam voelt. Het resultaat? We zitten binnen, terwijl frisse lucht, beweging en daglicht juist precies zijn wat ons lijf en hoofd nodig hebben.’
Wie zichzelf tóch naar buiten duwt, merkt vaak al na een paar minuten dat het helemaal niet zo erg is, ervaart Leibowitz. Sterker nog, de kou voelt verkwikkend, je ademhaling wordt dieper en je hoofd wordt lichter. ‘Onderzoek laat zien dat we ons vaak vergissen in hoe het buiten-zijn zal voelen. Het is die eerste stap die moeilijk is, niet de wandeling zelf. Eenmaal buiten voel je je vaak frisser, vrolijker en meer verbonden met je omgeving.’
Guur = avontuur
Gelukkig kan ik van dat ‘moeten’ een klein feestje maken. De tips die ik hiervoor vind: kleed je in lagen zodat je comfortabel blijft en neem een thermosfles warme thee, koffie of chocolademelk mee. Kies een route die je inspireert: langs het water, door een park of gewoon om de hoek met je favoriete muziek of podcast in je oren. Nodig een vriendin uit om te wandelen of fietsen; samen wordt zelfs guur weer een avontuur. En denk vooruit: hoe heerlijk is het thuiskomen, rode wangen en al, om je weer op te warmen met een zachte deken? ‘Probeer de winter niet langer te zien als een periode om te overleven, maar als een kans om jezelf iets extra’s te geven: frisse lucht, een moment voor jezelf, of juist gezelligheid met een ander’, zegt Leibowitz. ‘Als baby’s in de sneeuw kunnen slapen en kinderen in het donker buiten spelen, kunnen wij volwassenen óók leren dat winterweer niet de vijand is.’
Kari Leibowitz, schrijver
Probeer de winter niet langer te zien als een periode om te overleven, maar als een kans om jezelf iets extra’s te geven: frisse lucht, een moment voor jezelf, of juist gezelligheid met een ander.
Waar de zomer ons vaak meesleept in drukte en activiteiten met een hoge arousalfactor – festivals, sportieve uitdagingen, sociale hectiek – biedt de winter een natuurlijke tegenhanger: momenten van rust, warmte en verwondering. Scandinaviërs laten volgens Leibowitz zien dat ze die uitnodiging bewust omarmen. Ze hebben er zelfs allerlei wereldwijd bekende termen voor: ‘hygge’ en ‘koselig’. Ze kiezen in de winter vaker voor activiteiten die kalmte brengen in plaats van prikkels: lezen, puzzelen, breien, wandelen, mediteren, schilderen of gewoon een avond rustig in bad gaan. Zulke bezigheden vragen weinig van ons zenuwstelsel, maar geven veel terug: tevredenheid, ontspanning en het gevoel echt even tot jezelf te komen.
Overspoeld door licht
Toch is rust nemen en vertragen tegenwoordig minder vanzelfsprekend. Waar onze voorouders nog het ritme van het donker volgden en vaak met de zon naar bed gingen, leven wij in een wereld die permanent verlicht is. Eeuwen geleden werden lange winternachten grotendeels slapend doorgebracht – soms wel veertien uur verdeeld over twee slaapjes, waartussen een wakkere periode was. Onderzoek laat zien dat mensen die wekenlang veertien uur per dag in duisternis leven, spontaan terugvallen in dat oude ritme. Tijdens de korte wakkere periode produceert het lichaam bovendien meer prolactine – een hormoon dat ook vrijkomt bij het geven van borstvoeding – wat een gevoel van zorg en verbondenheid oproept en ons tot rust brengt.
Eeuwen geleden werden lange winternachten grotendeels slapend doorgebracht – soms wel veertien uur verdeeld over twee slaapjes, waartussen een wakkere periode was.
Dat natuurlijke ritme is verdwenen sinds met de industrialisatie kunstlicht en later ook schermlicht ons bestaan binnendrongen. We worden erdoor overspoeld: straatlantaarns, tl-buizen, tv, laptops, telefoons. Comfortabel, ja, maar ze houden ons ook voortdurend ‘aan’, juist in een seizoen waarin ons lichaam eigenlijk vraagt om sluimer, stilte en herstel.
Ons lijf reageert ondanks dat nog steeds op de winter. De donkere dagen stimuleren de aanmaak van melatonine, het hormoon dat ons slaperig maakt. Tegelijkertijd daalt het vitamine D-niveau door het gebrek aan zonlicht, wat kan bijdragen aan gevoelens van vermoeidheid of somberheid. Het is dus geen toeval dat we in de winter vaak behoefte hebben aan meer rust. Een uurtje eerder in bed duiken is misschien geen slecht idee. Net als vitaminetabletten in huis halen.
Ongemak vermijden
Ik merk dat het voor mij tijd is om de rust te omarmen, het donker toe te laten en, zoals Leibowitz eerder zo scherp schreef, niet mijn leven zo in te richten dat ik alles vermijd wat ongemakkelijk of oncomfortabel voelt. Misschien draait mijn weerzin tegen de winter hierom: die drang om me te richten op alles wat vrolijk bloeit en groeit en alles te vermijden wat minder vrolijk en wat ‘kaal’ voelt. De plek binnen in mij waar het altijd winter is.
In het boek Winteren van auteur Katherine May lees ik over de symbolische winter die ze in een tijd van ziekte doormaakte. ‘Er zijn tijden in je leven dat alles van een leien dakje gaat en er zijn tijden waarin alles een zware opgave lijkt. Om daarmee om te kunnen gaan, hoeven we alleen maar te bedenken dat ons heden op een dag ook ons verleden wordt, en onze toekomst het heden wordt. Het leven kronkelt als een pad door het bos. We hebben seizoenen waarin we bloeien en seizoenen waarin de bladeren van ons vallen en onze botten onthullen. Een hoopvolle gedachte: met de tijd groeien die blaadjes weer aan.’
Tekst gaat hieronder verder.
Handige wintertips en -weetjes
Uitdaging
Het omarmen van de winter draait om het omarmen van ons leven, ons hele leven. Zowel de donkere delen als het licht. Misschien is dat wel de kern van een wintermindset: zien dat licht en donker bij elkaar horen, en allebei iets te bieden hebben. Ik ga dit seizoen de uitdaging aan om elke dag iets moois te vinden: de frisse neus, een met rijp bedekte tak, wandelen in de winterzon. En op de donkere avonden niet wegrennen voor mezelf, maar ook die schaduwkanten durven aankijken, echt rust durven nemen. Het zal niet in één winter lukken. Maar ieder jaar weer kan ik leren om de winter steeds meer te vieren. Doe je mee?








