
Sophia raakte in een psychose: ‘Veel mensen denken dat je gestoord bent’
Persoonlijk verhaal
Leestijd: 8 minDoor Maarten Nota
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Eva.
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Eva.
Niets lijkt Sophia (40) in haar jeugd een glansrijke voetbalcarrière in de weg te staan, tot een ernstige blessure haar droom in duigen laat vallen. In de jaren die volgen, gaat het psychisch bergafwaarts en krijgt ze zelfs ernstige psychoses. Een onderwerp waar ze niet met anderen over praat. “Dat dit mij kon overkomen, had ik nooit verwacht.”
De bal móét rollen. Dat neemt Sophia* in haar jeugd heel letterlijk. Altijd en overal voetbalt ze. Dat ze er ook nog eens erg goed in is, motiveert haar om alles op alles te zetten voor de top van het vrouwenvoetbal. Via haar club en de KNVB staat ze op het punt te debuteren bij Jong Oranje, wanneer een hardnekkige scheenbeenblessure roet in het eten gooit. In het ziekenhuis in Groningen volgt het definitieve oordeel: Sophia kan en mag nooit meer op hoog niveau voetballen. Een enorme bom die barst.
Geen ruimte
Thuis lijkt deze heftige wending minder indruk te maken; haar ouders gaan al snel over tot de orde van de dag. “Toen ik voetbalde, brachten ze me overal zonder morren naartoe. Dat deden ze ook voor een van mijn broers, die bij een profclub speelde. Maar toen ik moest stoppen, was er geen ruimte voor verdriet, teleurstelling of woede.” Het typeert het gezin waarin Sophia opgroeit. “Mijn ouders waren betrokken en liefdevol, maar emoties waren lastig. Daardoor dacht ik dat ik alles zelf moest oplossen en mijn gevoelens voor me moest houden.”
Er was geen ruimte voor verdriet, teleurstelling of woede
‘Alles leek goed te gaan’
Zo leert Sophia als teleurgestelde tiener zichzelf aan om haar emoties uit te schakelen, zelf haar zaakjes te regelen en altijd gericht te zijn op de ander – met jaren later grote psychische problemen tot gevolg. Toch lijkt daar in eerste instantie helemaal geen sprake van te zijn. Als haar voetbaldroom voorbij is, volgt ze op aanraden van haar omgeving de opleiding Sociaal Pedagogisch Werk. Tijdens een stage belandt ze in de nachtopvang voor daklozen. Ze voelt zich er als een vis in het water. “Ik kon daar na mijn opleiding blijven werken, had leuke vrienden en kocht al snel mijn eigen huisje. Alles leek heel goed met me te gaan.”
Geweld en machtsmisbruik
‘Leek’, voegt Sophia er bewust aan toe. Onder dat dunne laagje vernis stapelen de psychische problemen zich jaar na jaar op. Toxische relaties met mannen die niet goed voor haar zijn versterken dat patroon. “Ik negeerde mijn eigen behoeften volledig, omdat ik ervan overtuigd was dat ik niet de moeite waard was. Voor anderen zorgen kon ik als geen ander, voor mezelf zorgen had ik nooit geleerd. Daardoor liet ik over me heen lopen, met geweld en machtsmisbruik tot gevolg.”
In die periode ziet Sophia dat zelf nog niet zo. Ze weet niet beter dan dat ze altijd aan anderen denkt. Dat deed ze als kind al, precies zoals haar ouders haar leerden. Bijvoorbeeld door juist de gepeste klasgenoten uit te nodigen voor haar verjaardag. Of door voor haar broertje op te komen als hij geplaagd wordt omdat zijn spraakontwikkeling wat achterloopt. Sophia: “Ik zorg graag voor anderen en als je aan mijn dierbaren komt, dan heb je aan mij een heel lastige klant.”
Tekst gaat hieronder verder.

Hanna Verboom: ‘Iedereen heeft ups en downs. Bij mij kunnen ze extremer zijn’
Gevoel van onbehagen
Zoals dat vaak gaat met kwaliteiten, kan juist daarin ook de valkuil schuilen. Rond haar dertigste loopt Sophia vast, zonder dat haar omgeving – of zijzelf – precies kan benoemen waarom. Al jaren sluimert er een gevoel van onbehagen. In 2016 start ze daarom met therapie. “Ik dacht: als ik leer praten, ga ik me beter voelen. Ik wist toen nog niet dat ik naast ADHD ook autisme had. Wat ik ook niet had voorzien: die gesprekken trokken alles open. Het voelde als een vrije val, die uiteindelijk uitmondde in een depressie.”
De therapeut ziet dat het niet goed gaat met Sophia en schakelt specialistische hulp in. Ook komt ze in de ziektewet terecht en strijdt ze twee jaar lang om terug te keren naar haar baan in de daklozenopvang. “Mijn topsportmentaliteit is vechten tot je erbij neervalt en dat was het enige wat ik kon. Dus legde ik mezelf een gigantische druk op om beter te worden. Dat werkt natuurlijk averechts, weet ik nu. Dus zakte ik er helaas helemaal doorheen en ben ik uiteindelijk zelfs mijn baan kwijtgeraakt.”
‘Alsof een bom explodeerde’
Op een crisisafdeling probeert Sophia onder andere met therapie en stevige medicatie tegen haar angsten beter te worden. In haar groep met lotgenoten heerst een warme en betrokken sfeer. Tegelijk legt Sophia zich ook hier veel druk op en gebeurt iets waar ze tot dan toe geen moment rekening mee heeft gehouden. Tijdens een een-op-een-sessie raakt ze in een psychose. “Ik vind het heel lastig om te omschrijven wat er dan met je gebeurt”, zegt Sophia zoekend. “Sowieso kwamen alle geluiden extreem hard bij me binnen. Het tikken van een klok klonk alsof er dichtbij een bom explodeerde. Daardoor raakte ik volledig overprikkeld en viel ik voortdurend weg.”
Mijn topsportmentaliteit is vechten tot je erbij neervalt, dus legde ik mezelf een gigantische druk op om beter te worden
‘Pak dat mes!’
Ook krijgt Sophia stemmen in haar hoofd die haar opdrachten geven. “Ik heb dit buiten de therapie nog nooit eerder tegen iemand verteld… Maar ik zag beelden van mensen van wie ik hield en hoorde dan dingen als: ‘Pak dat mes!’ Of op straat kreeg ik ineens een opdracht om een willekeurige voorbijganger iets aan te doen. Superheftig natuurlijk. In mijn jeugd had ik je nooit geloofd als je zou zeggen dat mij dit ooit zou overkomen. Want ik was de taaie topsporter die haar zaakjes zelf wel fixte en vooral geen kik gaf als het moeilijk zou worden.”
Wezenloze zombie
Totaal radeloos deelt Sophia haar angstaanjagende ervaringen met haar begeleiders, die haar direct een paardenmiddel geven om tot rust te komen. De stemmen verstommen, alleen ziet Sophia zichzelf ook langzaamaan transformeren in een wezenloze zombie. Ze ziet geen andere oplossing dan zich te laten opnemen in een kliniek die gespecialiseerd is in psychoses. “Ik zag het leven echt totaal niet meer zitten en zat volledig aan de grond. Ineens zat ik op het punt waar sommige daklozen op mijn werk ook zaten. Jaren werkte ik als hun hulpverlener, nu had ik zelf alle hulp van de wereld nodig om te overleven.”
‘Een arm om me heen’
Lange tijd weet haar familie alleen dat Sophia in therapie zit vanwege een depressie. Het valt haar op dat haar moeder nooit vraagt naar de diepere oorzaken. “Zij koppelde mijn klachten aan de slechte invloed van een foute vriend. Dat was haar manier om ermee om te gaan. En dat begrijp ik ook, als je dochter zoiets meemaakt.”
Jaren werkte ik als hun hulpverlener, nu had ik zelf alle hulp van de wereld nodig om te overleven
Wat ze in die tijd mist? “Eerlijk durven delen, een arm om me heen, verdrietig mogen zijn. Daar was bij ons weinig ruimte voor. Mijn moeder zei eens dat ze niet alles wilde weten, omdat ze de pijn niet aankon. Nu zie ik dat ik haar al van jongs af aan heb beschermd. Ze is een lieve moeder, dus ik neem het haar niet kwalijk. Ik ervaar het vooral als een gemis.”
Snel overprikkeld
Het is inmiddels tien jaar geleden dat Sophia haar eerste psychose kreeg en officieel zit ze nu in remissie. Dat betekent dat haar klachten onder controle zijn, zolang ze een rustig leven leidt met zo weinig mogelijk prikkels en stress. Toch heeft Sophia nog veel te dragen. Ze ontwikkelde PTSS, met chronische pijn en vermoeidheid als gevolg. Werken of zelfs vrijwilligerswerk is nu nog te veel. “Mijn zenuwstelsel reageert snel door mijn trauma, waardoor ik snel overprikkeld raak en pijn ervaar. Tegelijk gaat het relatief goed met me, anders had ik dit verhaal niet kunnen delen. Ik moet goed slapen, gezond eten en zorgen voor een veilige omgeving met goede mensen om me heen.”
Taboe doorbreken
Een van die ‘goede mensen’ is haar huidige vriend. “Met hem kan ik praten, zonder dat hij alle details van mijn psychoses kent. En dat is oké. Dat heb ik in traumatherapie geleerd: niet alles hoeft gedeeld te worden. Sommige dingen mag je laten rusten.”
Waarom ze dit verhaal dan tóch vertelt? “Omdat ik het taboe op psychoses wil doorbreken. Veel mensen denken nog steeds dat je ‘gestoord’ bent of dat het alleen heel vreemde mensen overkomt. Misschien dacht ik dat vroeger zelf ook. Je telt ineens niet meer mee, mensen houden afstand. Dat snap ik deels, maar het maakt de pijn voor iemand die het meemaakt alleen maar groter. Oordeel dus niet te snel. Ga in gesprek, luister echt, en besef: dit kan iedereen overkomen. Ik kan het weten.”
*Sophia is een gefingeerde naam. Haar echte naam is bij de redactie bekend.

Een psychose zette Nienkes leven op haar kop: ‘Stond ik daar verward op Schiphol’
Auteurs




