
Waarom hoogbegaafde christenen zich in de kerk soms een vreemde eend in de bijt voelen
Interview
Leestijd: 9 minDoor Esther Tims-Van Helden
Dat hoogbegaafde christenen een bezoek aan de kerk vaak heel anders ervaren dan de gemiddelde kerkbezoeker, weet Suzanne van Bart – zelf hoogbegaafd – als geen ander. Ze deed onderzoek naar de vraag hoe hoogbegaafdheid invloed heeft op geloof én kerkbezoek. “Ik voelde me vaak een vreemde eend in de bijt.”
Het geloof was voor Suzanne van Bart (31) in haar jeugd een belangrijk houvast. Ze was er al vroeg serieus mee bezig en raakte gefascineerd door de vraag hoe verschillend mensen geloof kunnen beleven. Na haar studie theologie deed ze een master religiewetenschappen en besloot ze te onderzoeken welke plek hoogbegaafdheid in de kerk inneemt.
Waarom besloot je juist hier onderzoek naar te doen?
“Dit onderwerp was nog nauwelijks onderzocht en daar wilde ik iets aan doen. Ik zie een geloofsgemeenschap als een mozaïek van veelzijdige mensen. Aandacht voor hoogbegaafden is net zo belangrijk als aandacht voor mensen met bijvoorbeeld autisme of een fysieke of verstandelijke beperking. Voor mijn onderzoek sprak ik met hoogbegaafde mensen over hun ervaringen: hoe zijn ze opgegroeid? Komen ze uit een religieus nest? En hoe kijken zij terug op de rol van hun hoogbegaafdheid in hun geloofsontwikkeling en plek in de kerk?”
Wat was het eerste wat je opviel in het onderzoek?
“In gesprekken met hoogbegaafden viel me vooral de combinatie van autonomie, kritisch denken, intens voelen én een sterk rechtvaardigheidsgevoel op. Dat zag ik bij iedereen terug. Ik hoorde vergelijkbare verhalen: mensen stelden vragen, maar de dominee had geen antwoord, of ze voelden zich buitengesloten tijdens de catechisatie. Voor hoogbegaafden speelt coherentie een belangrijke rol: ze willen zien hoe alles samenhangt en kloppend is. Waarom wordt er in de kerk gepreekt over goed doen, terwijl mensen na de dienst plofkip eten? Over zulke vragen denken ze diep na en ze durven die ook te stellen. Het zit in hun aard om vragen te stellen, en dat kan soms botsen: hoogbegaafden voelen zich niet altijd begrepen en hun vragen worden niet altijd gewaardeerd. Terwijl hun zoeken echt voortkomt uit oprechte nieuwsgierigheid.”
Hoogbegaafdheid gaat niet alleen over denken, maar ook over intens voelen
Gevarenzone
Zelf herkent Suzanne die vragen maar al te goed. “Er was een periode waarin ik merkte dat mijn altijd rotsvaste geloof niet meer hetzelfde was. Ik had veel vragen, en voor sommigen was dat spannend. Ze waren bang dat ik afgleed richting een gevarenzone: wat als je niet meer gelooft wat er in de kerk gepredikt wordt? Het stellen van vragen is cruciaal bij hoogbegaafdheid, maar je omgeving kan de beweging die je maakt niet altijd volgen.”
Die vragen maken geloven voor hoogbegaafden niet per se moeilijker, benadrukt Suzanne. “Maar ze nemen niet zomaar alles aan. Het is voor hen minder vanzelfsprekend om klakkeloos te geloven wat er in de kerk wordt gezegd, of wat een predikant vertelt. Dat iets ‘waar’ is omdat iemand ervoor heeft gestudeerd, voelt niet automatisch betrouwbaar. Hoogbegaafden willen het veelal eerst zelf onderzoeken, voordat ze hun conclusie trekken.”
Tegelijkertijd hoorde Suzanne in haar interviews hoe geloof ook juist zekerheid kan bieden. “Iemand zei tegen mij: ‘Mijn geloof is juist mijn steun als ik dreig te verdrinken in alle vragen die ik stel.’”
Wat ontdekte je nog meer?
“Hoe actief hoogbegaafden soms zijn in de kerk. Ik sprak mensen die ontzettend veel initiatieven nemen en van alles op poten zetten. Geef hun die ruimte. Het zijn bij uitstek mensen die graag meedenken, verbanden leggen en de ins en outs doorgronden.”
Intens voelen
Volgens Suzanne is het een misvatting om te denken dat hoogbegaafden hun geloof vooral intellectueel benaderen. “Hoogbegaafdheid gaat niet alleen over denken, maar ook over intens voelen. Ik sprak mensen die zeiden: ‘Een preek laat ik soms voor wat hij is, maar van samen zingen laad ik op.’ Of: ‘Ik laaf me aan de sacramenten.’ Diegene vóélde bijna het water als er een kind werd gedoopt. Dat raakt diep.”
Welke tips heb je voor de kerk naar aanleiding van je onderzoek?
“Het belangrijkste is een open houding, eigenlijk voor iedereen. Juist bij geloofsovertuigingen die zo fundamenteel zijn, helpt het om nieuwsgierig te zijn naar waar de ander mee worstelt. Het heeft weinig zin om iemand te willen overtuigen van wat hij of zij móét geloven. Ga liever het gesprek aan. Dat kan spannend zijn. Je kunt denken: welk pad ga je op, en waar eindigt dat? Tegelijkertijd is het ook niet erg als een predikant of gemeentelid zegt: ‘Ik weet hier het antwoord niet op.’ Samen zoeken, of het er gewoon over hebben, kan al veel betekenen.”
Leverde het onderzoek jou persoonlijk ook iets op?
“Het heeft me geholpen rust te vinden in het besef dat er niet één juiste manier van geloven is. Mijn relatie met God is in de loop der jaren veranderd – ik stoei nu meer met God – maar ik voel me nog altijd met Hem verbonden. Daarin zie ik een parallel met hoe mensen zich in relaties aan elkaar hechten en soms ook de grenzen opzoeken. Alsof ze willen testen: ben jij te vertrouwen? Ik onderzoek welke ruimte ik bij God heb en daar geniet ik van.”
Een preek laat ik soms voor wat hij is, maar van samen zingen laad ik op
Wat zou je vanuit jouw ervaring en dit onderzoek willen meegeven aan hoogbegaafden?
“Vanuit mijn eigen ervaring weet ik dat het kan helpen om niet met alles mee te doen wat er wordt aangeboden. Misschien passen Bijbelavonden of groepskringen niet bij je, maar zijn een-op-een contacten juist voedend. Ik kom uit een traditionele gemeente, daar is kringwerk en catechisatie in groepsverband aan de orde van de dag. Daar kom je bijna niet onderuit. Maar het kan heel goed zijn dat dit niet bij je past. Terwijl die twee of drie gesprekken met mensen die je echt begrijpen wél voldoening geven. En dat hoeven dan ook niet per se mensen uit je eigen kerkelijke gemeente te zijn.”
Wat is de belangrijkste conclusie van je onderzoek?
“Voor hoogbegaafden is de kerk niet altijd vanzelfsprekend een plek om zich thuis te voelen. Net zoals dat in veel andere sociale situaties binnen de samenleving niet altijd het geval is. Dat is ook niet erg, maar je moet het wel weten. Er mag wat mij betreft ruimte zijn voor die ervaring. Vaak hebben hoogbegaafden net iets meer of iets anders nodig om echt gevoed te worden. Of dat nu is door tijdens de preek iets op te zoeken op hun telefoon, of door zich helemaal te verliezen in het samen zingen of een ritueel. Het gaat erom dat die manier van omgaan met geloof en gemeenschap wordt gezien en geaccepteerd. Dat is de eerste stap.”
Wat is hoogbegaafdheid?
Hoogbegaafdheidsexpert prof. dr. Tessa Kieboom beschrijft hoogbegaafdheid als twee kanten van dezelfde medaille. De ene kant heeft te maken met intellect: een hoog IQ (130 of hoger), veel (mentale) creativiteit en een sterke innerlijke motivatie. De andere kant gaat over wie iemand is. Hoogbegaafde mensen hebben vaak een sterk rechtvaardigheidsgevoel, zijn gevoelig voor indrukken, zijn zeer autonoom en hebben een kritische grondhouding, en leggen de lat voor zichzelf hoog. Niet uit dwang, maar omdat ze het geheel scherp zien.
Een andere beschrijving komt uit het zogeheten Delphi-model. Voor dit model kwamen twintig experts op het gebied van hoogbegaafdheid tot een gezamenlijke omschrijving van hoogbegaafdheid. Het model vat het zo samen: een hoogbegaafde is een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Autonoom, nieuwsgierig en gedreven van aard. Een sensitief en emotioneel mens, intens levend. Hij of zij schept plezier in creëren.
Tips van Suzanne: hoe kan een gemeente omgaan met hoogbegaafden in de kerk?
- Vermijd aannames
‘Intelligent’ betekent bijvoorbeeld niet automatisch ‘rationeel’ of ‘altijd sterk’. Hoogbegaafdheid gaat vaak samen met intensiteit en (tijdelijke) innerlijke ontwrichting. - Stel je als kerk/kerkenraad/oudsten eens de vraag of er voldoende bewustzijn is rondom neurodiversiteit (zoals autisme, ADHD, dyslexie en hoogbegaafdheid)
Het is fijn als een ouderling of jongerenwerker op de hoogte is. Daarnaast kun je als kerk ook een avond rond dit thema organiseren. - Maak ruimte voor vragen en verdieping
Geef tijdens catechese, kringen en preken expliciet ruimte voor doorvragen. Dat kan hoogbegaafden helpen te ervaren dat hun denken of zoeken welkom is. Overweeg een verdiepingskring of themabijeenkomsten als daar animo voor is. Of bied als predikant/voorganger (bijvoorbeeld via een QR code) een aantal bronnen waar mensen naar behoefte nog eens in kunnen duiken. - Pastoraat: kijk breder dan geloofsvragen
Hoogbegaafden kunnen, naast diepe geloofsvragen, worstelen met existentiële vragen, eenzaamheid of hun plek in de kerk. Wees je bewust dat die zaken een rol spelen en durf te luisteren. Realiseer je ook dat een hoogbegaafde misschien meer baat heeft bij gelijkgestemden of een hoogbegaafdheidscoach/-professional die hen echt begrijpt. Wees eerlijk in wat je wel en niet kunt bieden. Een hoogbegaafde doorziet het feilloos als je doet of je het begrijpt, maar het niet echt begrijpt. - Let op oorzaken van afhaken en bouw aan een veilige cultuur
Sommige mensen haken af door zwart-wittaal, snelle antwoorden op complexe vragen, sociale codes (“doe normaal”) of wantrouwen tegenover denken en wetenschap. Zorg voor veiligheid: “We weten niet alles, maar we zoeken samen.” - Een hoogbegaafde leert graag iets nieuws
Denk aan een preek met nieuwe inzichten en veel inhoudelijke kennis. Het is begrijpelijk dat je voor een breed publiek spreekt en dat dit niet altijd mogelijk is. Maar een goede liturgie, een mooi muzikaal intermezzo of een koor of -cantorij kan ook veel voeding bieden.
Wie is Suzanne?
Auteurs





