
Jurjen ten Brinke: ‘Vind je het moeilijk om te leven zoals Jezus vraagt? Begin dan met de ander te zegenen’
De Bijbel Open
Leestijd: 5 minDoor Jurjen ten Brinke
Als je je afvraagt hoe een christelijk leven eruitziet, lees dan de eerste brief van Petrus. Hij maakt eenvoudig duidelijk hoe ‘God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf’ er in de praktijk uitziet.
1 Petrus 3:1-12
U, mannen, moet verstandig omgaan met uw vrouw, die kwetsbaarder is dan u. Behandel haar met respect, want zij deelt samen met u in de genade van het nieuwe leven. Dan staat niets uw gebeden in de weg.
Tot slot, wees allen eensgezind, leef met elkaar mee, heb elkaar lief als broeders en zusters, wees barmhartig en bereid de minste te zijn. Vergeld geen kwaad met kwaad, en als u wordt uitgescholden, scheld dan niet terug; zegen juist, opdat u ook zelf zegen ontvangt, want daartoe bent u geroepen.
Immers: 'Wie het leven liefheeft en goede jaren wil genieten, laat hij zijn tong behoeden voor het kwaad en zijn lippen voor woorden van bedrog, laat hij het kwaad mijden en doen wat goed is, laat hij naar vrede streven en die najagen. Want het oog van de Heer rust op de rechtvaardigen en zijn oor luistert naar hun hulpgeroep, maar Hij keert zich tegen wie kwaad doen.'
Hoewel veel van de richtlijnen voor het leven die hij noemt óók gelden voor de plek van christenen in de samenleving, is het goed te beseffen dat de brief allereerst geschreven is voor gemeenteleden (en echtgenoten) onderling.
Vers 8 raakt de kern. Eensgezind zijn – dat doe je door met elkaar mee te leven en elkaar lief te hebben, waarin ‘barmhartigheid’ en de ‘bereidheid om de minste te zijn’ de sleutels zijn. Juist omdat ze in grote én kleine situaties van toepassing zijn. Ik durf, na twintig jaar voorganger en ruim vijfentwintig jaar getrouwd te zijn, wel te zeggen dat er veel minder ‘gedoe’ zou zijn in kerken en gezinnen als die sleutels toegepast zouden worden. Of het nu gaat om de vraag wie de minder leuke klussen in de kerk oppakt, of om het afruimen van de tafel of inruimen van de vaatwasser: elkaar liefhebben en barmhartigheid (letterlijk: ‘erbarmen’ omgezet in actieve hulp – dus nauw verwant aan naastenliefde) zijn de sleutel.
Wat denk jij? Wat doe jij als je iemand lastig vindt om lief te hebben?
Jezelf hooghouden
Hoe komt het dat het daar (te) vaak aan ontbreekt? Ik denk dat je moet zeggen: door een gebrek aan ‘identiteit in Christus’. Als je onzeker bent over wie je mag zijn als zoon of dochter van de allerhoogste God, moet je jezelf hooghouden. Sterk zijn. Niet toegeven. Of, zoals onze westerse cultuur beoogt: ‘dicht bij jezelf blijven’. Het volgen van Jezus is iets wat daartegen ingaat: het heeft met kruisdragen te maken, terwijl dat (wonderlijk genoeg) mogelijk is zónder dat je over je heen laat lopen of verdrietig door het leven gaat. Kijk maar naar wat Paulus in Galaten 5:22 schrijft over de ‘vrucht van de Geest’; daar gaat het ook over liefde, vreugde, vrede, zachtmoedigheid, goedheid, vriendelijkheid. Stuk voor stuk zijn dat positieve eigenschappen van iemand die als leerling van Jezus doet wat Hij van ons vraagt.
Zegen de ander
Hopelijk roept het Bijbelgedeelte van vandaag herkenning op, of moedigt het je aan om te leven zoals Petrus schrijft en Jezus van ons vraagt. Als je dat moeilijk vindt, begin dan eens met wat vers 9 zegt: zegen de ander. Lukt het nauwelijks om hem of haar lief te hebben (laat staan ‘de minste te zijn’!), spreek dan in je gebed positieve woorden (zegen) uit over die persoon. Het helpt om je eigen hart zachter te maken en om Gods vormende werk in je leven ruimte te geven.
Auteurs







