
PremiumHoe troost je iemand? Manu Keirse geeft de gouden tip: 'Helemaal niets, behalve luisteren'
Achtergrond
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Visie.
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Visie.
Stel, je collega is haar man verloren en start maandag voor het eerst sinds zijn overlijden met werken. Je ziet er als een berg tegen op. Hoe zal het met haar gaan? Wat moet je zeggen, en vooral: wat moet je doen? “Helemaal niets”, adviseert de Vlaamse psycholoog Manu Keirse. “Behalve luisteren.”
Hoe kun je iemand met verdriet troosten? Het is een vraag waar Manu Keirse zich al jaren mee bezighoudt. Inmiddels heeft hij tientallen boeken over het onderwerp geschreven en geeft hij regelmatig lezingen over rouw en verdriet. Zijn missie? Mensen meer kennis bieden over wat verdriet is. “Want pas dan kun je een ander troosten.”
Daarnaast deelt Keirse tips om met mensen met verdriet om te gaan. “Troosten kan heel praktisch van aard zijn. Neem bijvoorbeeld die collega die voor het eerst sinds het verlies van haar man op het werk verschijnt. Haal haar die eerste dag thuis op, zodat ze niet alleen het kantoor binnen hoeft te lopen. Of begin de dag met het halen van een kop koffie in plaats van met het bespreken van werkzaken. Zo geef je haar zelf de kans om erover te beginnen of niet.”
Gouden tip
Troosten is eigenlijk niets anders dan luisteren, gaat Keirse verder. “Maar wat ik vaak zie, is dat mensen direct iets aan het verdriet van de ander willen doen. Ze durven dan niet naar iemand met verdriet toe te gaan, omdat ze niet weten wat ze moeten zeggen. Maar troosten is geen kwestie van de juiste woorden vinden. Het gaat erom dat je luistert naar wat diegene nodig heeft. Mijn gouden tip als het om troosten gaat, is daarom: vergeet de vraag ‘wat moet ik zeggen?’, maar luister naar wat de ander te zeggen heeft.”
Troosten is geen kwestie van de juiste woorden vinden
‘Stomme tafelpoot!’
“Maar vergis je niet”, benadrukt Keirse. “Daarmee bedoel ik wel een bepaalde intensiteit van luisteren: aanwezig blijven bij de emoties van die ander en getuige zijn van zijn of haar verdriet, zónder dat je er direct iets aan wilt doen. En getuige zijn, betekent meer observeren dan doen, meer luisteren dan spreken en meer volgen dan leiden.”
Waarom vinden we troosten zo moeilijk?
“We weten niet goed wat verdriet is en wat het met mensen kan doen. En er bestaan heel wat misvattingen als het om rouw en verdriet gaat. Zo realiseren maar weinigen zich dat mensen hun verdriet vaak in boosheid uiten. Opvallend, want kinderen weten dat wél. Kijk maar eens naar een kind dat zich stoot aan een tafelpoot. ‘Au! Stomme tafelpoot!’ roept hij uit, maar eigenlijk heeft hij pijn. Zo werkt het ook bij volwassenen: wij uiten de pijn van ons verdriet in boosheid. Maar omdat veel mensen dat niet weten, schrikken ze ervan als iemand plotseling erg boos wordt. Soms zelfs zodanig, dat het relaties kan kosten. Wat we niet weten, is dat er achter die boosheid eigenlijk verdriet zit.
Hetzelfde geldt voor schuldgevoelens. Vaak hoor je van mensen met verdriet dat ze zich zo schuldig voelen, ook al is dat niet terecht. Onze standaardreactie is vaak: ‘Nee, je moet je niet schuldig voelen! Je kon er toch niks aan doen?’ Maar daardoor durven mensen niet meer te zeggen dat ze zich schuldig voelen, en kroppen ze hun gevoelens op. Terwijl het juist zo belangrijk is om over je verdriet te praten.”
- Download gratis de nieuwe Visie-app en lees Visie waar en wanneer je wilt!
Download gratis de nieuwe Visie-app en lees Visie waar en wanneer je wilt!
Te druk
Een van de belangrijkste redenen dat we iemand niet troosten, is dat we het te druk hebben, zegt Keirse. “Als ik een lezing geef in een zaal vol met artsen, krijg ik vaak de reactie: ‘Ik zou wel willen luisteren, maar dan moet ik daar wel de tijd voor hebben.’ Maar het gaat niet zozeer om de tijd, maar om de intensiteit waarmee je luistert – en dat geldt eigenlijk voor ons allemaal als het om troosten gaat.”
Wie is Manu Keirse?
Keirse illustreert zijn punt aan de hand van een voorbeeld: “Zet iemand zonder rijbewijs – en dus zonder kennis – achter het stuur van een auto en laat hem rijden. Grote kans dat diegene ontzettend bang wordt. Waarom? Simpelweg omdat hij nooit geleerd heeft hoe hij een auto moet besturen en welke regels er in het verkeer gelden. Zo werkt het ook met verdriet. We moeten eerst leren wat verdriet precies is en wat het met iemand kan doen. Pas dan weten we hoe we ermee kunnen omgaan en hoe we een ander kunnen troosten.”
Dat we te weinig van verdriet weten, ontdekte Keirse al zo’n vijftig jaar geleden. Hij was afgestudeerd als klinisch psycholoog en ging aan het werk in de gezondheidszorg. Op welke afdeling hij ook kwam, overal zag hij hetzelfde patroon: mensen kijken verdriet niet aan, maar lopen er liever voor weg. “Zodra een patiënt slecht nieuws te horen kreeg, gingen verpleegkundigen op zoek naar iemand anders om diegene te troosten. Artsen waren vaak helemaal niet beschikbaar. Terwijl ik dacht: juist nú moet je er toch zijn voor diegene?”
Maar hoe doe je dat goed? Die vraag werd de rode draad in zijn werk. Inmiddels heeft Keirse diverse boeken over rouw en verdriet geschreven en geeft hij regelmatig lezingen over het onderwerp.
Wat bedoelt u daarmee?
“Dat kan ik het beste uitleggen aan de hand van een voorbeeld. Stel, de wachtkamer van een huisarts zit vol met patiënten. Een van die patiënten is Evelien, wier zoon een jaar geleden is overleden. Zodra die arts haar in de wachtkamer ziet zitten, denkt hij: als ze straks maar niet over haar zoon begint, ik heb nog zo veel andere patiënten om te helpen en ik weet niet precies wat ik moet zeggen om haar te troosten. Als ze straks maar niet over haar zoon begint… Wat moet ik zeggen?
Als we iemand vragen hoe het gaat, zijn we geneigd het antwoord er gratis bij te geven: Hoe is het, goed?
Wat deze huisarts béter had kunnen doen, is direct het dossier van Evelien erbij pakken, opzoeken wanneer haar zoon is overleden en hoe hij ook alweer heette en zodra ze in zijn kamer verschijnt, zeggen: ‘Evelien, vandaag is het een jaar geleden dat je zoon Jonas overleed. Weet je dat ik elke keer aan hem denk zodra ik je zie?’ Na een paar minuten kan hij dan zeggen: ‘Ik zou graag de hele middag naar je luisteren, maar ik heb nog zo veel anderen om te helpen.’ Het resultaat? Evelien voelt zich gezien en getroost, omdat hij er meteen over begonnen is, en het kostte die arts maar drie minuten.”
Stap eropaf
Waar Keirse het vaker mis ziet gaan, is bij het beginnen van een gesprek met iemand die verdrietig is. “Als we iemand vragen hoe het gaat, zijn we geneigd het antwoord er gratis bij te geven: ‘Hoe is het, goed?’ Vertel dan maar eens dat het helemaal niet zo goed met je gaat, en dat je je ellendig voelt.”
Wat kun je beter vragen?
“Het is goed om het aan de persoon zelf over te laten of hij over zijn verdriet wil beginnen of niet. Je kunt bijvoorbeeld vragen: ‘Vertel eens, hoe ben je de afgelopen dagen doorgekomen?’ Het staat diegene dan vrij om ook over iets anders te beginnen, bijvoorbeeld iets wat hij laatst heeft meegemaakt.”
“Dus,” vat Keirse samen, “de volgende keer dat je twijfelt om af te stappen op iemand die verdrietig is: doe het toch en vergeet de vraag wat je moet zeggen. Vraag gewoon: ‘Vertel eens, hoe ben je de afgelopen dagen doorgekomen?’”







