
PremiumDruk, druk, druk. Wat zegt de Bijbel over het ideale tempo voor je leven?
Essay Alain Verheij
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Visie.
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Visie.
We rennen van afspraak naar afspraak en noemen dat leven. Maar hoe drukker we worden, hoe minder we soms zien wat er echt toe doet. De Bijbel kent dat spanningsveld en spreekt verrassend genuanceerd over werken, rusten en het tempo van een menselijk leven.
“Hoe gaat het met jou?” “Ja, druk, druk, druk!” Het is een gesprek dat vaak in het voorbijgaan wordt gevoerd bij toevallige ontmoetingen in een winkelcentrum. Het lijkt wel alsof het steeds meer de norm wordt om het druk te hebben. Als je het niet druk hebt, zal er wel iets aan de hand zijn. Dan ben je niet gezond, niet populair of niet succesvol genoeg. Heb je het wel druk, dan vormt dit een geruststellend antwoord voor je gesprekspartner. Een excuus, bovendien, om snel verder te kunnen lopen en het gesprek af te kappen. Je hebt het immers druk.
Een onblusbare scheppingsdrift
Is het eigenlijk goed om het druk te hebben? Onze calvinistische volksaard houdt wel van hard werken. Partijen die campagnevoeren voor de ‘hardwerkende Nederlander’, scoren goed. Het Bijbelse Spreukenboek zegt in hoofdstuk 6 vers 6: ‘Ga naar de mieren, luiaard, kijk hoe ze werken en word wijs.’ En drie verzen verder: ‘Hoe lang nog, luiaard, blijf je slapen, wanneer kom je uit bed? Nog even dan? Nog even slapen, nog een beetje rusten, een ogenblik nog blijven liggen?’ Van de apostel Paulus is bekend dat hij naast al het werk dat hij voor Gods koninkrijk verrichtte, ook nog eens in zijn eigen onderhoud voorzag. Hij was ambachtsman: leerbewerker en tentenmaker.
God is ook van het begin tot het einde druk bezig. Zodra de Bijbel begint, begint Gods scheppingswerk. Hij maakt licht in het donker, spant het hemelgewelf, legt droog land aan te midden van een kolkende oerzee en laat daarop van alles groeien. Hij maakt zon, maan en sterren, laat vogels vliegen en vissen zwemmen en schept ten slotte de landdieren en de mens. Dit alles gebeurt binnen één bladzijde in de Bijbel. Je kunt hieruit concluderen dat God ‘druk, druk, druk’ is: God houdt van creativiteit, heeft een onblusbare scheppingsdrift en roept het ene na het andere wonder tot leven.
God is ook van het begin tot het einde druk bezig
Kroon op de schepping
En toch is daar niet alles mee gezegd. Regelmatig sta ik voor een zaaltje en vertel ik hoe God de hemel en aarde en alles wat daar leeft in zes dagen tijd heeft geschapen. “Hij nam de tijd”, zeg ik daar dan bij. Hier moeten mensen om lachen. Ze zijn gewend dat men zes dagen bizar kort vindt voor het ontstaan voor alles wat er is. Maar de eerste mensen die dit Bijbelverhaal aan elkaar vertelden, vonden het juist kort. Stel je voor dat je een God bent die alles kan. Waarom maak je alles dan niet in één seconde met één knip van je machtige vingers?
Daar zit een belangrijke crux in het scheppingsverhaal. God neemt een werkweek de tijd voor de hele schepping. Bovendien neemt God elke avond en nacht vrij. Na een mooie dag van scheppingswerk zegt Hij hardop dat het zo goed is en neemt Hij rust. Een opvallend ritme voor een God van wie een psalm zegt dat Hij nooit sluimert of slaapt. Maar God zal de rust niet nodig hebben, maar des te meer waarderen. Daarom zien veel uitleggers de zevende scheppingsdag als de kroon op de schepping. Op die dag schept God de sabbat, de verplichte rustdag. De bedoeling is dat mensen zich daar ook aan houden.
Opdracht en belofte
Het is namelijk prima om het druk, druk, druk te hebben, tenzij je het chronisch fulltime druk, druk, druk hebt. Dan heb je nooit de tijd om stil te staan bij de goede (en minder goede) resultaten van wat je hebt gedaan. Als je maar blijft doorjakkeren met oogkleppen op, zul je je ook nooit realiseren waar je het eigenlijk allemaal voor doet. God gaf het goede voorbeeld: een deel van je dag besteden aan hard doorwerken, vervolgens terugblikken op de gedane arbeid en tot slot de rust in gaan. Eens per dag (of nacht) en een etmaal per week.
Volgens de Bijbel is de rust van God niet alleen een goed voorbeeld, maar ook een belofte: ‘Er wacht het volk van God dus nog steeds een sabbatsrust. Want wie Gods rust is binnengegaan, vindt rust na zijn werk zoals God na het zijne’ (Hebr. 4:9-10). Dit doet denken aan de beroemde zin van kerkvader Augustinus: ‘Onrustig is het hart, totdat het rust vindt in U.’ Overdenken we dit alles, dan ontstaat toch de indruk dat het niet optimaal is om alleen maar druk, druk, druk te zijn. We missen dan iets, we zien iets over het hoofd.
Wie maar blijft doorjakkeren, realiseert zich nooit waar hij het allemaal voor doet
Te druk om te helpen
Lang geleden kreeg een groep theologiestudenten de opdracht om te preken over de barmhartige Samaritaan. Deze hoofdpersoon in een verhaal van Jezus reisde langs een gevaarlijke weg, toen hij een dodelijk gewonde man op de grond zag liggen. Hij stapte van zijn rijdier af, verbond de wonden van het slachtoffer en bracht hem in veiligheid. Terwijl de studenten over dit verhaal moesten preken, lag er een acteur op de weg tussen hun school en hun preeklocatie. De acteur deed alsof hij het heel benauwd had en leek in gevaarlijk slechte gezondheid te zijn. Nu wilde men testen of die theologiestudenten oog zouden hebben voor de man in nood…
Dit bleek vaak niet zo te zijn. Terwijl ze op het punt stonden een preek te houden over de barmhartige Samaritaan, negeerden ze zelf een medemens die hulp nodig had. Hoe kwam dat nou? Volgens de onderzoekers was er één duidelijke factor: haast. Tegen sommige studenten zeiden de onderzoekers: ‘Kom, schiet op, de preek moet nu beginnen.’ Tegen andere studenten zeiden ze: ‘Loop maar alvast rustig mee, over een halfuurtje ben je aan de beurt.’ Die laatste groep had meer oog voor de man op de grond. Hoe meer haast de studenten hadden, hoe kleiner de kans dat ze stopten om de acteur te helpen.
Dat is het moment waarop druk, druk, druk niet leuk meer is
Dat is het moment waarop druk, druk, druk niet leuk meer is. Het moment waarop we brokken gaan maken door onze drukte. Veel studenten uit de onderzoeksgroep met de meeste haast gaven aan dat ze de man in nood überhaupt niet hadden opgemerkt. Ze hadden niet de bewuste keuze gemaakt om hem te negeren, hun brein registreerde hem simpelweg niet. Dat is wat haast met ons kan doen. We krijgen minder oog voor de situatie van de mensen om ons heen. Vreemdelingen op straat maar ook onze gezinsgenoten, en uiteindelijk God en onze eigen ziel. Alles en iedereen gaat eronder lijden als we niets anders dan drukte maken.
Jagen en rust vinden
De sabbatsrust is een rode draad door heel het Oude Testament heen. Mozes en de andere profeten bleven er maar op hameren: “Werk nou niet elke dag! Vier naast je rustdagen ook nog genoeg feestdagen. En bouw met elkaar zelfs hele rustjaren in – sabbatsjaren en jubeljaren.” Tijd om te reflecteren, te rusten, plezier te maken, op adem te komen en opnieuw de harmonie te zoeken met jezelf, God, de ander en de aarde. Doen we dat niet, dan gaan we aan elkaar en onszelf voorbij leven. Onze productiviteit, het stroomlijnen van onze alledaagse agenda, wordt onze enige norm. Alles wat ons ophoudt, moet daarvoor wijken. Maar dat is geen leven; het is jagen en opgejaagd worden.
Drukte is dus goed in de Bijbel, zolang deze in een gezonde balans is met je ontspanning, spiritualiteit en solidariteit. Daarnaast is onrust op een andere manier nog heilzaam: als deze leidt tot een goede zoektocht naar echte rust. Zoals de onrust van Augustinus’ hart hem ertoe leidde te gaan kijken naar de oorzaak en remedie.
Het muziekcollectief Schrijvers voor Gerechtigheid schreef het gebed: ‘Maak ons hart onrustig, God.’ Daarin bidden ze om een heilige onrust op momenten dat ze te makkelijk in leugens zouden geloven, de pijn van medemensen zouden negeren en onrecht zouden accepteren.
Goddelijke drukte
Ooit las ik van een kunstenaar die zei: “Mijn kunst moet ontroostbare mensen troosten en te comfortabele mensen oncomfortabel maken.” Die leidraad houd ik ook aan voor mijn werk in de kerk. Als ik Bijbelverhalen vertel, hoop ik dat die rust geven aan mensen die zo hard rust kunnen gebruiken. Maar ik hoop ook dat die Bijbelverhalen iets van onrust, iets van goddelijke drukte, zullen veroorzaken in de harten van alle mensen die zich iets te ontspannen neerleggen bij situaties van onrecht, nood en geweld. Als we onszelf over de kop werken, moet iemand ons rust bieden. Sukkelen we in slaap en laten we onze idealen verwateren en inkakken, dan moeten we juist weer even druk, druk druk worden.






