De ramadan valt dit jaar samen met de veertigdagentijd. Misschien dat ik daarom het verschil zo voel. Christenen vasten ieder voor zich en elk op zijn eigen manier, als je er überhaupt aan doet. De een vast van cola, de ander van koffie. Je kunt ook vasten van social media of van verslavingen waar je toch niet aan vastzat (ik vast deze keer van heroïne, gaat best goed).
Ons vasten is versnipperd en geïndividualiseerd. Het staat symbool voor het westerse christendom: het is privé en niet-collectief en in veel gevallen een beetje halfslachtig. Je drinkt een dag geen koffie, maar de dag erna toch maar wel (je hebt ook zo’n hoofdpijn, dat kan toch niet de bedoeling wezen?!). Je begint stoer aan een vastenkalender, maar loopt na drie weken zó achter, dat je afhaakt. Je rekent één kilo paaseitjes af bij de kassa en dan pas herinner je je dat je wilde vasten van chocolade. Christenen, het zijn net mensen: dubbelhartig, zwak van moed, klein van kracht.
Nee, dan moslims! Die marchanderen niet, doen dit massief en gezamenlijk. Ze vasten braaf én met elkaar, alsof het geen centje pijn is. Toch? Zoals altijd bedriegt de schijn. Doorpratend met moslims in mijn omgeving blijkt dat er geloofsgenoten zijn die stiekem gewoon eten of ‘vasten tussen de eetmomenten’. Ramadanvreters worden ze genoemd, om nog maar te zwijgen van alle tabaksverslaafden die stiekem toch roken (want dat mag tijdens ramadan niet). Wie door de sluier van collectiviteit heen kijkt, ziet flink wat barsten in de gezamenlijkheid.
Als ik later naast een van de Marokkaanse mannen op het voetbalveld sta, vraag ik hem op de man af of hij ook aan het vasten is. “Een beetje”, antwoordt hij besmuikt. Moslims, het zijn net mensen.
Van scrollen naar schuimbekken: TimZingt zag zijn goede voornemen online ontsporen