
Waarom nietsdoen voelt als iets wat eigenlijk niet mag
Wil je weten
Leestijd: 10 min
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Eva.
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Eva.
We hebben allemaal behoefte aan meer rust: een romantisch boek lezen, een simpele Netflix-serie bingen of zomaar wat voor je uit staren met een wijntje in je hand. Maar waarom is dat zo moeilijk zonder je achteraf schuldig te voelen? Waarom voelt nietsdoen als iets wat eigenlijk niet mag?
“Wat goed van je! En wat hoop je dat het je allemaal oplevert?” Ik zit met een collega te lunchen, de broodzakjes liggen verkreukeld voor ons op tafel. Ik heb haar net verteld dat ik morgen twee nachten naar Terschelling ga. Alleen.
Mag ik dat eigenlijk wel, gewoon even niets, zonder reden of doel?
We nemen allebei een hap van onze boterham, en ik kijk uit het raam. Haar vraag was lief bedoeld, maar brengt me toch wat van mijn stuk. Wat het me oplevert? Ik heb daar eigenlijk niet over nagedacht. Moet ik op het eiland tot geweldige inzichten komen? Is het de bedoeling dat het mijn leven verandert? Ik wil vooral even niets.
Maar nu begin ik toch te twijfelen: mag ik dat eigenlijk wel, gewoon even niets, zonder reden of doel? En waarom heb ik ineens het gevoel dat ik iets of iemand toestemming moet vragen?
Nutteloos
We weten allemaal dat rust nemen ontzettend belangrijk is. Onze vierentwintiguurseconomie biedt alleen weinig ruimte voor stilstand. Stilte is vaak een agendapunt: een ingepland yogaklasje, een massage, een bezoek aan de kerk misschien. Maar ook een avond hangen zet ik vaak groot op de familieplanner: twee uur lang niets doen – geen mailtjes beantwoorden, geen huishouden doen, niets. Ik heb het nodig, ik moet opladen, anders kom ik morgen de dag niet door.
Ik kan onwijs uitzien naar zulke momenten. Maar als ik vervolgens een paar uur scrollend door Instagram hebt doorgebracht, onderuitgezakt op de bank, kan ik me behoorlijk schuldig voelen. Weer een avondje ‘weggegooid’. Wat heb ik hier nou aan gehad? Wat heb ik gedaan met mijn one wild and precious life?
Doel
Het is een spagaat waar veel mensen in zitten. Dat je ernaar verlangt om even niet nuttig te hoeven zijn, maar jezelf daar geen toestemming voor kunt geven, omdat je het gevoel hebt dat het eigenlijk niet mag.
Maar is het echt zo erg om dingen te doen waar je helemaal niets aan hebt? De Koreaans-Duitse filosoof Byung Chul-Han stelt dat we tegenwoordig bijna alles wat we doen gebruiken als middel, als manier om tot iets anders te komen. Han noemt dit een verslaving aan het ‘om-te’: iets lezen om iets te leren, op vakantie gaan om je te ontwikkelen of een dutje doen om weer productief te kunnen zijn.
Iedere activiteit wordt zo een reactie op iets wat al is geweest of iets wat nog moet komen. Alles moet nut hebben in de opeenvolging van activiteiten die onze agenda bezet. En als we nadenken over het belang van stilte en rust, komen we vaak uit bij dat het mag, omdat het een doel heeft.
Dat is eigenlijk altijd al zo geweest. De oude kerkvader Augustinus zei bijvoorbeeld al dat al ons gepraat en al ons gewerk uiteindelijk zou moeten leiden naar stilte. Rust is het hoogste doel, schreef hij, omdat God zich dáár bevindt: in het onzegbare, in de pauzes, in de eenvoud. Nietsdoen mag dus omdat het ons iets wezenlijks te zeggen heeft.
Activisme
Ook in deze tijd, waarin geloof een wat minder grote rol speelt, wordt rust vaak gelinkt aan een goed mens zijn. Zo beschouwt de Amerikaanse kunstenaar Jenny Odell stilte als een vorm van activisme. In haar boek De macht van nietsdoen lees ik dat vaker ‘uit’ staan misschien wel de allerbelangrijkste vorm van protest is in deze maatschappij, waarin we altijd maar ‘aan’ moeten staan.
Ik zie dat soort redeneringen steeds vaker. Dat gewoon maar wat rondkijken in de trein, in plaats van mailtjes beantwoorden, een statement is. Dat stil zijn politiek is. Dat je met je neus in een boek en je telefoon in vliegtuigmodus eigenlijk demonstreert. En dat dát dus is waarom je dat allemaal zou moeten doen. Het Amerikaanse tijdschrift The Atlantic noemde in alle rust lezen onlangs zelfs een ‘vice’, een zonde – in de hoop dat het verleidelijker wordt.
Ik kan me best in die redenaties vinden. Tegelijkertijd vraag ik me af: waarom hebben we al die argumenten nodig om ons over te halen? En is het niet juist zo dat al die morele redenen om te rusten de druk om rust te nemen alleen maar vergroten?
Rust voelt vaak als iets wat we moeten verdienen
Want nu ik dit allemaal weet, vind ik het niet alleen stom dat ik weinig stilsta, het is ook nog eens slecht dat ik faal het nuttig in te vullen – want het móét, hierom, en hierom, en goed ook! Net als al het andere in het leven. Net als alle andere dingen waar ik in het jachtige bestaan maar half aan toe kom.
Onderhandelen
Rust voelt namelijk vaak als iets wat we moeten verdienen. Ook ik merk dat ik het vaak met mezelf uitonderhandel: ik mag die Netflix-serie wel kijken, maar alleen als ik vandaag heel hard heb gewerkt.
En wanneer ik mezelf dan die rust toesta, wanneer het moment ein-de-lijk daar is, verwacht ik er veel te veel van. Hoezee, na al die tijd, een heel avondje voor mezelf! Nu ga ik iets bakken, muziek luisteren, de kledingkast leeghalen, die ene brief schrijven, en mijn vakantie plannen.
Je raadt het al: meestal komt daar niets van terecht. Meestal val ik met mijn ene oog op Bridgerton en mijn andere op Vinted en TikTok half in slaap, en voilá, de dag is alweer voorbij. Met als resultaat dat ik, hoe relaxed het ook was, toch balend mijn bed in duik. Waarom heb ik er niet alles uitgehaald wat erin zat?
‘Ontspanningsstress’
Byung-Chul Han, de filosoof die ik al eerder noemde, stelt dat doelloos zijn de meest ultieme vorm van rust is. Hij noemt dit ‘om-niets’: iets doen om … nou, ja … niets, dus. Je leeft niet alleen in het moment, maar doet dat ook nog eens zonder er iets aan over te houden. Je hoeft er geen reden voor te hebben, het hoeft nergens toe te leiden. Je bent gewoon. Meer niet.
Het is een prachtig streven, maar in onze hectische maatschappij kan het erg lastig zijn om rust te zien als moment waarop je écht niets hoeft. Ik kom er zelfs achter dat er een term bestaat voor zó graag tot rust willen komen dat het met geen mogelijkheid lukt. ‘Ontspanningsstress’, heet het. Als je jezelf dwingt op een vast moment te relaxen (het moet nu!) kun je juist angstiger worden, omdat je je zorgen maakt over of je wel efficiënt genoeg ontspant. Sommige mensen lijden onder hun torenhoge verwachtingen van precies datgene waar ze zo enorm behoefte aan hebben.
Hoe drukker we zijn, hoe meer ook onze lijven worstelen met tot rust komen. Schrijver en therapeut Israa Nasir legt in haar nieuwsbrief The Well Guide uit dat chronisch druk zijn onze lichamen eigenlijk herprogrammeert. Het overspoelt ons met cortisol en adrenaline, waardoor we gewend raken constant gestimuleerd te worden. ‘Als we dan eindelijk pauzeren, voelt die dip in stimulans verkeerd. We vervelen ons, raken angstig, worden rusteloos. Dat is waarom stil zitten, rusten en nietsdoen onveilig kan voelen: ons lichaam ziet kalmte als een bedreiging.’
Dat is dus waarom zomaar wat voor je uit staren – hoe graag je het ook wil – niet alleen moeilijk is, maar ook kan voelen als wat je dient te vermijden.
Niksen
Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik vermoed dat we in ons calvinistische landje gewoon geen positief beeld hebben van rust. Kijk eens naar de Nederlandse taal. Een vakantie ‘hebben we verdiend’, pauzes zijn om ‘op te laden’, ‘Werk ze!’ is een van de liefste groeten die er zijn, en wanneer we na de zomer weer aan de slag gaan, zeggen we ‘we mogen weer’. Rust mag, maar moet wel ergens toe dienen.
Des te opvallender is het dan ook dat Nederlanders in de rest van de wereld beroemd zijn om de kunst van het lummelen en lanterfanten. Waar de Denen ‘hygge’ hebben, staan wij namelijk bekend om het concept van ‘niksen’: zomaar iets (of niets) doen, zonder doel.
Dat ‘niksen’ een Nederlands woord is, betekent niet dat we er goed in zijn
Het Amerikaanse Time Magazine noemde niksen in 2019 hét Noord-Europese ‘Lifestyle Concept’ van het jaar, en voorspelde dat het de wereld zou overnemen. Dat klopte behoorlijk: het artikel ging flink viral. De boeken over ‘niksen’, met ondertitels als ‘The Dutch Art of Doing Nothing’, schoten daarna als paddenstoelen uit de grond.
Maar dat ‘niksen’ een Nederlands woord is, betekent niet dat we er goed in zijn. Sterker nog, van alle mensen op de wereld lijken Nederlanders zelfs het allerslechtst in doelloze activiteiten, zo vertelde stressonderzoeker Carolien Hamming in 2024 aan The Guardian.
‘Niksen heeft helemaal niets te maken met onze cultuur. Integendeel, we zijn calvinisten, en vertellen elkaar vooral dat we harder moeten werken.’ Een zin als ‘wat sta je nou te niksen’ is inderdaad meer een vorm van kritiek, geen compliment. Werken is een morele plicht en het grootste geluk.
‘Ma’
Stilstand en nutteloos bestede tijd – we willen het allemaal, maar het blijft voelen als iets wat eigenlijk niet mag. Terwijl we helemaal niet functioneren zonder leegtes, zonder de nietsigheid tussen alles in. Het is iets dat in de Japanse cultuur bekendstaat als ‘ma’: de lege ruimte tussen gebeurtenissen, die betekenis geeft aan alles eromheen.
De Nederlandse spreker en trainer Miriam Evers schreef een boek over dit concept: De Japanse wijsheid van Ma. Op zoek naar de waarde van leegte in een volle wereld. Evers legt uit dat ‘ma’ in allerlei situaties en omgevingen voorkomt, ‘van de stilte in een muziekstuk of in een gesprek, de ruimte tussen mensen, tot een bewust leeggelaten vlak in een schilderij, bloemstuk of gebouw’.
Het zijn ‘tussenruimtes’, waarin niets gebeurt en niets hoeft, en die ook niet gevuld hoeven worden. De leegtes zijn niet negatief, zegt ze, maar juist essentieel om wat er wél is op waarde te kunnen schatten. Er kan iets nieuws ontstaan in zo’n leegte, en zo niet, dan niet.
Stilte is vaak een agendapunt: een massage, een bezoek aan de kerk misschien
Misschien moet ik uitrusten niet langer als activiteit beschouwen, als het volgende met mezelf onderhandelde agendapunt op de waanzinnig gevulde familieplanner in mijn keuken. Misschien moet ik meer denken vanuit ‘ma’, en rust zien als iets wat om alles heen hoort te zitten. Als kleine momentjes, de hele tijd. Niet als één van de vele woorden in een zin, maar als de spaties ertussen, de witruimtes in de dagen.
Golven
Terug naar mijn twee nachtjes Terschelling. Op de boot klinkt de vraag van mijn collega nog altijd door mijn hoofd. Natuurlijk kan het zijn dat dit tripje me niets oplevert. Straks heeft de stilte geen enkele zin, en heb ik bij thuiskomst niets interessants te vertellen. Maar maakt dat écht wat uit?
Ik kijk uit het raam, zie hoe de golven uiteenspatten en twee meeuwen zich laten meevoeren op de wind. Zomaar. Ik richt mijn blik op de vuurtoren, wat langer dan normaal. Ik adem in, houd even pauze, adem uit. Wat ik hieraan heb? Geen flauw idee. Maar fijn voelt het wel.
Auteur: Robin van Deutekom





