
Karim Amghar (37): ‘Lesgeven vind ik het belangrijkste ambacht van ons land’
'Door struggles kun je meer genieten'
Leestijd: 9 minDoor Jeannette Coppoolse
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Eva.
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Eva.
Karim Amghar is programmamaker, schrijver van boeken en columns en staat een aantal dagen voor de klas op het mbo. Hij heeft het vermogen complexe maatschappelijke onderwerpen toegankelijk te maken en mensen met elkaar te verbinden. Karim is een gedreven denker en doener die geen blad voor de mond neemt als het gaat om gevoelige onderwerpen als ongelijkheid.
In de dorpsbakkerij Ammerlaan gonst het van gezelligheid. Mensen staan in de rij voor brood of zitten aan tafeltjes onder het genot van koffie met elkaar te kletsen. Ammerlaan is een van de vier grote families in het dorp Bleiswijk, naast de familie Houweling, Egmond en de familie Amghar. Laatstgenoemde was in de jaren zeventig het enige allochtone gezin toen vader, eerst alleen, naar Nederland kwam om te werken in de kassen. Karim zit ontspannen op een bank en vertelt met trots hierover. Ondanks een gebroken nacht – thuis wisselt hij met zijn vrouw de voedingen van hun pasgeboren baby af – straalt hij energie uit. In zijn ogen brandt vuur, want zodra het over het mbo gaat, voel je zijn overtuiging en betrokkenheid: dit is niet slechts een gespreksonderwerp, dit is zijn missie.
'Spreek voor hen die weerloos zijn, bescherm het recht van de vertrapten' (Spreuken 31:8)
“Dat is wel een uitdaging die ik heel serieus neem: ik spreek namens mensen die letterlijk en figuurlijk arm zijn en de wegen niet kennen. Die ‘geen plek aan tafel hebben’ om hun stem te vertegenwoordigen. Zeker in het afgelopen jaar heb ik gemerkt dat dit niet altijd een dankbare taak is. Het klinkt heel sexy dat je opkomt voor gelijkheid, tot je daadwerkelijk het systeem wilt veranderen. Dan merk je dat mensen het toch ineens ingewikkeld vinden.
Kijk naar ons onderwijssysteem. Lesgeven vind ik het belangrijkste ambacht in ons land, want je leidt daarmee een samenleving op om kritisch te denken, te leiden, te volgen – om mee te doen. Maar het systeem is oneerlijk, want we groeien op met een valse belofte, namelijk dat hard werken loont. Ik zeg niet dat het niet klopt, maar de keerzijde van de belofte is dat als je het niet redt, je niet hard genoeg gewerkt zou hebben. Terwijl er mensen zijn die keihard werken in hun leven, maar het nooit redden, omdat ze opgroeien met generationele armoede en daardoor veel stress ervaren. Het maakt wel degelijk uit waar je wieg heeft gestaan en wie je ouders zijn.
Dus ik spreek voor hen die niet voor zichzelf kunnen spreken. Niet omdat ze niet intelligent zijn, maar omdat wij het ingewikkeld hebben gemaakt met allerlei regels en taalgebruik. Ik heb zelf ervaren dat ik niet kon meepraten toen ik in het dal van mijn leven zat. Ik kende de codes niet, ik wist niet waar ik moest zijn, ik had geen netwerk. Mijn sociaal kapitaal was op dat moment heel arm.”
'Waarom heb ik die wijze lessen verworpen? (…) Waarom heb ik niet geluisterd naar mijn leraren?' (Spreuken 5:12-13)
“Toen ik op de eindtoets op de basisschool havo/vwo haalde, was ik heel blij, want dan kon je naar school in Rotterdam. Daar hoorde ik allerlei toffe verhalen over. Maar toen werd in het adviesgesprek tegen mij gezegd: ‘Ga jij toch maar naar het vmbo, jongen.’ Het zorgde ervoor dat ik in een enorm dal terechtkwam. Ik werd agressief en boos en kwam in aanraking met de politie. Heel veel mensen in dit dorp kennen mij als een lastige jongen die voor overlast zorgde. Hierachter is een klein bruggetje waar mijn vrienden en ik altijd hingen.
Die mevrouw die mij net groette, kent mij alleen als die jongen. Zij denkt nu misschien: what the fuck is er gebeurd met hem? Ik zie hem op tv, ik zie hem schrijven. Wat is dit? Het is een surrealistische werkelijkheid van iemand die een soort gezwel was voor het dorp en nu een ambassadeur is geworden. Ik had ook kunnen denken: ik haat dit dorp, het heeft me uitgekotst. Sommige mensen waren heel veroordelend naar mij en zagen mijn pijn niet.
Toch heeft dit dorp me gemaakt tot wie ik ben. Er was een wijkagent, Hans. Hij is drie, vier jaar geleden overleden aan een hartstilstand. Een grote man van 55. Zijn handdruk vergeet ik nooit meer. Die was stevig en warm. Hij kwam altijd aan met de fiets, ging dan naast me zitten op dat bruggetje en deed een arm om mijn schouder. Dan wist ik hoe laat het was, want dan was hij langs school geweest en zei hij tegen me: ‘Karim, wat is er nou weer gebeurd, joh? Je hebt zoveel meer in je mars.’ Hij veroordeelde me niet, maar zag iets goeds in me en plantte een soort zaadje van schuldgevoel, dat anderen dan weer water konden geven.
Hans en mijn broer waren de enige twee die mij konden raken. Daardoor ging ik in mezelf geloven. Mijn broer vond bijvoorbeeld de hbo-opleiding Communicatie en Media echt iets voor mij. Omdat hij bang was dat hij me anders aan de straat zou kwijtraken, heeft hij er alles aan gedaan om mij op die opleiding te krijgen – en dat lukte! Ik denk dat mijn leven daardoor, zonder te overdrijven, in één maand compleet veranderde: ik schreef me in bij de plaatselijke atletiekvereniging, ik ging salades eten en water drinken. Eerder deed ik dat niet, want waarom zou je voor jezelf zorgen als de verwachtingen laag zijn en je toch niet belangrijk bent? Dat heeft geen nut. Waarom heb ik me vandaag geschoren, een mooi pak aangedaan en parfum opgespoten om hiernaartoe te komen? Omdat ik het gevoel heb dat ons gesprek ertoe doet, dus ik zit hier met hoge verwachtingen.”
'Want hun lessen [van je vader en je moeder] zijn een lamp, hun richtlijnen geven je licht, hun waarschuwingen wijzen de weg naar het leven' (Spreuken 6:23)
“Veel mensen vragen mij wat de reden is van mijn succes. Succes is relatief hè? Maar dan kijken ze dus met name naar de dingen die de uitkomst zijn van mijn harde werken: de boeken en columns die ik schrijf, prijzen die ik heb gewonnen. Mijn antwoord is dan: ik ben een product van mijn ouders én van al mijn broers en zussen. Ik heb eigenlijk van alle twaalf puzzelstukjes gepakt en daar mijn eigen puzzelstukje bijgevoegd. Mijn ouders zijn analfabeet, maar ik doe ze tekort als ik ze zo noem, want ze zijn de meest intelligente mensen in mijn leven. Ik geloof dat als zij de mogelijkheid hadden gehad om te leren, ze mij allang voorbijgevlogen waren. Mijn vader heeft mij altijd geleerd om nederig te blijven en hard te werken. Terwijl mijn moeder altijd zei: ‘Head high, schouders naar achteren, borst naar voren. Laat zien wie je bent.’ Mijn moeder was ook heel goed in het lezen van een ruimte vol mensen. Ze begreep de sociale codes en paste die toe. De combinatie van hen twee heeft me gevormd tot wie ik ben.”
'Hoogmoed leidt tot schande, wijsheid maakt een mens bescheiden' (Spreuken 11:2)
“Ik ben kwetsbaar genoeg om te zeggen dat ik echt wel hoogmoed heb gekend, hoor. Met name in de mediawereld wordt op een gegeven moment je ego zo gevoed, dan betrap je jezelf erop dat je denkt dat jij dit allemaal zelf hebt geregeld. Voor het eerst in mijn leven hoef ik me geen zorgen te maken om geld en dat is best gek, want ik heb eigenlijk een hekel aan geld. Het geeft mensen onnodig status en maakt dat ze zich anders gedragen. Dus geld moet dienstbaar zijn aan wat je wilt doen. Ik bedoel niet: haal het weg, want ik ben superdankbaar dat ik het heb. Maar het feit dat ik vijf keer per dag mijn hoofd op de grond plaats om Iemand te eren en te danken voor wat ik heb, herinnert mij er vijf keer per dag aan dat niets van mij is of door mij komt. Ook mijn broers kunnen me heel goed terugfluiten: ‘Doe normaal, gast. Je bent gewoon een mens die ook bruin poept.’ Mijn broers zorgen er ook voor dat er voldoende wijsheid is om bescheiden te blijven.
Sommige mensen doen er alles aan om ervoor te zorgen dat hun kinderen niet op dezelfde manier opgroeien als zijzelf, maar ik denk eigenlijk het tegenovergestelde. Ik ga er alles aan doen om ervoor te zorgen dat mijn kinderen hetzelfde opgroeien als ik: dat ze ook struggles ervaren en denken: dit is uiteindelijk goed voor me. Want ik geloof dat je door struggles te ervaren meer het genot van het leven ervaart, dichter bij jezelf komt en dichter bij God, waardoor je enorm groeit.”
Wat is jouw lijfspreuk?
'Toon genade aan hen op aarde en Degene in de hemel zal jou genadig zijn.'
“Deze hadith, een uitspraak van de profeet Mohammed, raakt precies aan hoe ik in het leven wil staan. Met zachtheid, met rechtvaardigheid en met oog voor de ander. Een andere uitspraak die ik dicht bij me draag is: de beste mensen zijn zij die het beste voorhebben met de ander. Alleen samen kunnen we problemen aanpakken en de wereld een mooiere plek maken. Dat begint altijd bij jezelf.”
Bio
Gezinssituatie: getrouwd en heeft vier kinderen
Beroep: schrijver, programmamaker en mbo-docent
Levensloop: Karim schrijft voor De Correspondent en Trouw en is auteur van de boeken Van radicaal naar amicaal en Hoor mij, zie mij!, waarin hij thema’s behandelt als polarisatie, kansenongelijkheid, identiteit en onderwijs. Als programmamaker en presentator ontwikkelt en presenteert hij televisieseries voor Human en NTR. Hij is bekend van onder andere Geloof in het onderwijs en De Maastrichtse droom. Zijn inzet op het gebied van maatschappelijke betrokkenheid en verbinding is erkend met verschillende prijzen, waaronder de Compassieprijs in 2018 en de titel Jonge Toezichthouder van het jaar in 2024.
Auteurs






