
Hanneke Groenteman: ‘Toen mijn ouders me na de oorlog ophaalden, was ik vergeten wie ze waren’
Persoonlijk verhaal
Leestijd: 8 min
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Eva.
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Eva.
Presentator Hanneke Groenteman (86) moest als Joods meisje onderduiken in de Tweede Wereldoorlog. Daar heeft ze eigenlijk alleen maar goede herinneringen aan. “Ik begreep wel dat ik niet de straat op mocht. Waarom dat zo was, wist ik niet precies.”
“Ik wilde bij mijn pleeggezin blijven”, vertelt Groenteman over haar onderduikverleden. Een baby was ze toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Op 2,5-jarige leeftijd ging ze naar het eerste van ongeveer vier adressen waar ze tijdens de oorlog is geweest. “Ik kan me dat niet zelf herinneren, maar het verhaal is dat ik steeds werd verraden. Of dan had ik op straat staan praten met een buurman die fout was. Dan moest ik daar direct weg.” Haar verhaal is nog “goedaardig” vergeleken bij wat anderen hebben meegemaakt, zegt Groenteman.
Over Hanneke Groenteman
Uiteindelijk kwam ze bij het laatste gezin, in Rijnsburg in Zuid-Holland. “Daar heb ik veel goede herinneringen aan. Ongeveer 4,5 jaar was ik, en 6 toen ik er aan het einde van de oorlog wegging.” Het was een groot gezin, met een zusje net iets jonger dan zijzelf, twee oudere broers en nog een klein zusje. “Heel gezellig vond ik het. Er waren altijd mensen om me heen. Mijn pleegvader, oom Kees, was vaak aan het werk. Hij deed iets in de kassen met bloembollen. Tussen de middag kwam hij thuis warm eten. En ik was de hele dag thuis met tante Cor en de baby – die er toen net was – want de andere kinderen gingen naar school. Mijn pleegmoeder was erg lief, ik was dol op haar.”
Niet naar buiten
Doordeweeks mocht de kleine Hanneke niet naar buiten. Maar op zondag ging het gereformeerde gezin naar de kerk en mocht ze mee. Als ze naar buiten ging, moest ze een hoedje op. “Er zaten waarschijnlijk veel onderduikers in Rijnsburg. Het was ook vanuit de kerk geregeld dat ik bij dit gezin was ondergebracht.” Op de vraag of ze niet ook naar school wilde, net als de andere kinderen in het gezin, zegt Groenteman: “In die tijd had je als 4-jarige niets te willen. Daar vond je niks van.”
In die tijd had je als 4-jarige niets te willen. Daar vond je niks van.
“Ik wist wel dat ik ‘anders’ was”, zegt ze. “Ik begreep wel dat ik niet de straat op mocht. Waarom dat zo was, wist ik niet precies. De hele situatie van de oorlog was mij niet duidelijk.” Ze heeft in die tijd dan ook geen spanning ervaren. “Ik heb er alleen maar goede herinneringen aan.”
Weerzien
“Het klinkt misschien gek, maar de meest verdrietige herinnering is het weerzien met mijn ouders. Toen ze me na de oorlog kwamen ophalen, was ik vergeten wie ze waren. Opeens stonden daar een onbekende meneer en mevrouw met wie ik mee moest.” De kleine Hanneke zette het op een lopen. “Ik heb me verstopt achter het huis, in de kassen. Ik wilde bij tante Cor en oom Kees blijven.” In haar hoofd had ze het idee dat haar vader geen bril had en haar moeder wel. “Ik weet ook dat ik dat steeds heb gezegd. Maar toen stonden ze daar en was het opeens omgekeerd. Die man had een bril en die vrouw niet. Ik dacht: dat zijn ze gewoon niet. Toen ben ik weggelopen. Natuurlijk vonden ze me meteen en moest ik gewoon mee.”
Mijn vader heeft altijd gezegd dat ik meteen bij hem op schoot klom. Ik zei dan altijd: ‘Nee, ik ben weggelopen’. Later, toen mijn vader al dood was, heeft een van mijn broers – een objectieve getuige dus – gezegd dat ik direct wegliep toen zij er waren. Maar mijn vader wilde natuurlijk graag dat ik hem om de hals was gevlogen.”
Tekst gaat hieronder verder.
Het weerzien met je ouders als verdrietigste herinnering aan de Tweede Wereldoorlog, Groenteman vermoedt dat het geen uniek verhaal is. “Ik denk dat het eigenlijk voor meer mensen geldt, zeker voor onderduikkinderen. Stel dat je het goed hebt gehad en dat je opeens terug moet naar je ouders die je helemaal niet kent. En dan hebben die ouders ook nog eens schade opgelopen en moeten ze proberen hun leven weer op te pakken.”
Schuldig heeft ze zich nooit gevoeld over het feit dat ze haar ouders niet herkende, zegt ze desgevraagd. “Ik heb gewoon, laat ik zeggen, medelijden met ze gehad. Ik was ook helemaal niet boos op ze. Maar ik had graag nog meer begrip voor ze willen hebben en ik zou willen dat ik niet zo korzelig met ze was omgegaan, zeker in de puberteit.” Ze was braaf hoor, zegt ze. “Maar ik heb ook niet ten volle van ze gehouden, denk ik.”
Ik had graag nog meer begrip voor mijn ouders willen hebben.
Niet genoeg bevraagd
De tijd na de oorlog was voor haar geen gelukkige tijd. Haar ouders leefden, maar haar grootouders en al hun vrienden en kennissen waren vermoord. “Hun huis in Amsterdam was ingenomen door anderen. Logisch, het was een huurhuis dus toen dat leegstond zijn er andere mensen ingetrokken.” Haar ouders moesten een ander huis regelen. In de tussentijd dat ze op een nieuw huis wachten, woonden ze in bij het gezin in Zeist waar haar ouders ondergedoken hadden gezeten.
Tenminste, dat denkt ze. “Ik weet dat niet zeker. En ik kan het mijn ouders niet meer vragen. Ik heb ze nooit iets gevraagd.” Het was niet dat ze de oorlog verzwegen, zegt Groenteman. “Maar mijn ouders hadden het er nooit over en ik had niet het geduld of de knowhow hoe daarnaar te vragen. En nu zijn ze er niet meer en heb ik ze dus eigenlijk niet genoeg bevraagd.” Ze heeft er spijt van dat ze dit niet heeft gedaan, zegt Groenteman ook in Een buitengewoon gesprek. “De relatie met je ouders is vaak complex. Pas als ze grootouders worden, leer je ze waarderen. In mijn geval dan.”
Ze had onder meer willen weten hoe het leven van haar ouders was in de aanloop naar de oorlog. “Ik had mijn vader willen vragen hoe het voor hem was om te zien hoe zijn ouders in een vrachtwagen werden geladen. Je stond daar in de straat. Wat voelde je toen eigenlijk? Dat heb ik nooit gevraagd.” Op de vraag wat dat haar zou brengen, reageert ze ietwat geïrriteerd: “Dat klinkt zo… nou ja… Het brengt me dat ik de mensen van wie ik hou in hun hele context leer kennen en niet alleen maar het stukje waarin ik met ze ben opgetrokken.”
Tekst gaat hieronder verder.

Bianca en Bo over Srebrenica: ‘Ik was het onbedoelde slachtoffer van mijn moeders trauma’
‘Interview je ouders’
In de interviewcursus die ze geeft, komt dit onderwerp ook aan de orde. “Aan het einde van zo’n dag geef ik altijd mee: ‘Jongens, ga je ouders interviewen. Zeg maar dat het moet van de juf, dan heb je een goed excuus want anders willen ze misschien niet. Ga een uur zitten – neem het op met je mobiel of wat dan ook – en zeg dat je wil weten hoe ze elkaar precies hebben ontmoet, hoe ze het vonden om vader en moeder te worden van jou en hoe jij als kind was.”
Op latere leeftijd heeft ze haar moeder weleens gevraagd hoe het was dat ze haar als klein meisje op een avond moest meegeven, aan een wildvreemde mevrouw van het verzet. “Mijn zoon Gijs was drie jaar en mijn moeder had hem al een tijdje niet gezien. ‘Jeetje, wat is hij gegroeid, dat is mijn Gijs niet meer’, zei ze. Toen ontglipte mij de vraag: ‘Maar wat vond je dan toen je mij weer zag na drie jaar?’” Haar moeder gaf antwoord, vertelt Groenteman. “Maar ze heeft ook meteen gezegd: ‘Wil je dat nooit meer aan me vragen? Het was of ik je in het water gooide en je onder water hield.’”
Toen ontglipte mij de vraag: ‘Maar wat vond je dan toen je mij weer zag na drie jaar?’
Kleinkinderen
Hannekes kleinkinderen kennen haar verhaal en met hen praat ze er zeker over. “Ze hebben er ook echt naar gevraagd. Mijn kleinzoon Benjamin is bovenmatig geïnteresseerd in de Tweede Wereldoorlog.” Met alle vier is ze naar het Holocaust Namenmonument in Amsterdam geweest. “Dat was zo leuk, want ze hebben er gewoon een speurtocht van gemaakt. Ze gingen al hun naam- en leeftijdsgenoten opzoeken. Dat is toch fantastisch? In hun hoofd leeft zo’n kind dan even. Dat is precies waar het monument naar mijn idee voor is bedoeld.”
Een buitengewoon gesprek
Een buitengewoon gesprek met Hanneke Groenteman is te zien op NPO Start.
Tekst: Ellen Nap
Meest gelezen
- Maaike kwam er op 42-jarige leeftijd achter dat ze autisme heeft: ‘Alles viel ineens op z’n plek’

Maaike kwam er op 42-jarige leeftijd achter dat ze autisme heeft: ‘Alles viel ineens op z’n plek’
- Terugblik 40 dagen dankbaar: 'Alles in dit leven is een geschenk'

Terugblik 40 dagen dankbaar: 'Alles in dit leven is een geschenk'
- Dag 40: Een tijd van rouw en een tijd van vreugde

40 dagen dankbaar
Dag 40: Een tijd van rouw en een tijd van vreugde
Lees ook
- Wanneer kun je zeggen: ‘ik geloof’? Nathalie gaat op zoek naar het antwoord

Wanneer kun je zeggen: ‘ik geloof’? Nathalie gaat op zoek naar het antwoord
⭐Premium - Columnist Miloe kan niet met en niet zonder prikkels: 'Altijd, áltijd moet ik daarna bijkomen, nadenken, verwerken'

Column
Columnist Miloe kan niet met en niet zonder prikkels: 'Altijd, áltijd moet ik daarna bijkomen, nadenken, verwerken'
⭐Premium - Wat is Pasen? ‘Jezus begint een nieuw seizoen’

Essay
Wat is Pasen? ‘Jezus begint een nieuw seizoen’
⭐Premium
