
Froukje de Both: ‘Het gaat allemaal wat meer hangen en zakken, maar je staat ook steviger in je schoenen’
Interview
Leestijd: 14 min
Wie Froukje de Both kent als presentatrice zou kunnen denken dat ze blaakt van zelfvertrouwen. Nu is dat ook zo, maar ze moest van ver komen. Van een onzeker en gevoelig meisje, is Froukje uitgegroeid tot iemand die zichzelf goed kent en nu als coach andere mensen helpt bij het opbouwen van hun zelfvertrouwen of het overwinnen van hun perfectionisme.
Froukje houdt van de zomer. “Iedereen is weer uit z’n holletje gekropen en gaat lekker naar buiten. Ik woon aan een natuurgebied, ik vind het heerlijk om te wandelen en af en toe hard te lopen. De zomer is voor mij niet zozeer een moment van reflectie en bezinning, maar vooral een periode van terrasjes, interactie en gezelligheid. Reflecteren en terugkijken vind ik meer iets voor het einde van het jaar, als het vroeg donker is. Kaarsjes aan en lekker cocoonen. In die tijd van het jaar kan ik een beetje melancholisch worden en kijk ik terug. Waar ben ik? Hoe ben ik hier gekomen? In de zomer ga ik er juist op uit.
Als jong meisje was ik behoorlijk onzeker en volgzaam. Ik durfde niet zo goed op mijn eigen gevoel te vertrouwen en vond het belangrijk wat anderen deden en dachten. Daarnaast had ik ook een andere kant: ik vond het heel leuk om expressieve dingen te doen, zoals dans en toneel. Ik liet dat ook graag zien. Op een verjaardagsfeestje stapte ik gerust naar voren, of mensen er nou op zaten te wachten of niet, en kondigde mijn optreden aan. Heel ongemakkelijk, als ik er nu over nadenk. Maar op dat moment voelde dat helemaal niet zo.”
Als kind gepest
“Toen ik vijf was, gingen mijn ouders uit elkaar. Vanaf die tijd woonde ik bij mijn moeder, eens in de twee weken ging ik naar mijn vader. Anders dan nu was co-ouderschap in die tijd nog helemaal niet aan de orde. Omdat mijn moeder werkte, ging ik als enige uit mijn klas naar ‘de overblijf’. Andere kinderen gingen tussen de middag naar huis om een boterham te eten. Als kind voelde ik me best vaak alleen, ik was een gevoelig meisje. Ik werd ook gepest. Vooral op de middelbare school. Ik deed in die tijd modellenwerk voor bladen als de Hitkrant en de Tina. Dat had ik helemaal zelf geregeld. Dat was weer die expressieve kant in mij die naar boven kwam. Ik had misschien weinig zelfvertrouwen, maar ik was bepaald niet verlegen. Dat modellenwerk was echt mijn eigen ding. Ik kreeg er nauwelijks voor betaald: vijftig gulden en een bon van de Peek & Cloppenburg of zo, haha! Ik vond het vooral heel tof om te doen. Op school vertelde ik hier niets over, maar natuurlijk kwamen mijn klasgenootjes erachter doordat zij die bladen lazen. En om de een of andere reden werd het niet echt geaccepteerd dat ik daarin stond. Als je je kop boven het maaiveld uitstak, als je opviel, ‘dan moest je vooral je bek houden’. En ‘wie dacht ik wel niet dat ik was?’
Als je je kop boven het maaiveld uitstak, als je opviel, ‘dan moest je vooral je bek houden’.
Er waren twee meiden die me het leven echt heel zuur hebben gemaakt. Ik liet me enorm door hen intimideren. Ze duwden tafels omver, riepen lelijke dingen over me. Het pesten werd zo erg, dat ik thuis huilend op de bank zat en niet meer naar school durfde. Ik voelde me enorm ellendig. In de derde ben ik naar een andere school gegaan. Dat pakte gelukkig heel goed uit. Ik gedijde daar veel beter en maakte er nieuwe vriendinnen. De meiden van de oude school heb ik nooit meer gesproken. Er is ook nooit een gesprek over geweest. Nu zouden docenten, ouders en leerlingen met elkaar om de tafel gaan, maar hé, het waren de eighties. In die tijd gebeurde dat niet. Wat dat betreft leven we nu – thank God – gelukkig echt in een ander tijdperk. Dat merk ik ook aan mijn dochter, die nu zestien is. Kinderen uit haar klas spreken elkaar erop aan als ze iets niet vinden kunnen. Ze zijn zich ervan bewust wat het effect van hun gedrag op de ander is. Empathie is veel meer onderdeel van de cultuur dan toen ik tiener was.”
Niet gezien voelen
“In mijn coachingspraktijk zie ik veel vrouwen van mijn leeftijd die herkennen dat er vroeger niet werd gepraat over wat je voelt en wat belangrijk voor je is. De mentaliteit was vooral: ‘Loop niet zo te klagen en te zeuren. Hup, weer in de pas. Kom op!’ Als opgroeiend kind heb je dat natuurlijk niet zo door. Waar je in leeft, is op dat moment je enige werkelijkheid. Als je ouder wordt en terugkijkt, kan je referentiekader veranderen. Je ziet hoe het er bij anderen aan toegaat, of hoe je met je eigen kinderen omgaat. Zo kan het gebeuren dat er later gevoelens naar boven komen waar je nog wat mee moet. Als je jezelf vroeger nooit hebt afgevraagd wat je leuk of belangrijk vindt, dan zijn dat later heel moeilijke vragen om te beantwoorden.
Als ik met de kennis van nu terugkijk, denk ik dat ik me vooral niet zo gezien heb gevoeld.
Als ik met de kennis van nu terugkijk, denk ik dat ik me vooral niet zo gezien heb gevoeld. Ook niet in de periode dat ik op mijn negentiende mijn eerste grote liefde verloor. We waren drie jaar samen en zouden net in een nieuw huis gaan wonen toen hij plotseling overleed. Dat was natuurlijk heel heftig. Ik besloot terug te gaan naar mijn moeder, maar ik kan me niet herinneren dat we er ooit heel uitgebreid over gepraat hebben. Rouwen? Ik wist niet hoe dat moest. Het zorgde ervoor dat ik in een soort overlevingsstand ging en niet echt stilstond bij wat er was gebeurd. Ik denk dat mijn moeder en ik allebei niet zo goed wisten hoe we hiermee om moesten gaan. Ik ging op een heel praktische manier verder met mijn leven, dat was een soort copingmechanisme. Voor even kan dat heel prettig zijn, maar als je hierdoor een heleboel stappen overslaat, haalt het je op een gegeven moment een keer in natuurlijk. Ik heb jaren later niet voor niets therapie gevolgd.”
Tekst gaat hieronder verder.

Froukje de Both verloor haar eerste grote liefde Olivier: ‘Ik stond er alleen voor’
Leren voelen
“Ik vond die zelfontwikkeling zo interessant, dat ik in 2020 ben begonnen met een coachingsopleiding. Mensen zijn echt fascinerend! Een van de leukste dingen in mijn werk als presentatrice vind ik om met mensen op pad te gaan en even in hun wereld te duiken. Een televisieprogramma maken is alleen heel resultaatgericht: je gaat op pad met het doel om bepaalde dingen te laten zien. Als je dat hebt gedraaid, ga je weer weg. In coaching is dat heel anders, je gaat langere tijd samen op zoek naar iets waarvan je het bestaan misschien nog helemaal niet kunt doorgronden. Dat is echt een heel andere insteek. In mijn opleiding heb ik echt moeten leren om dat resultaatgerichte denken los te laten. Ik leerde dat ik als coach ‘in de hangmat moest gaan liggen’. Dat wil zeggen: achteroverleunen en de ander zelf te laten zoeken. In plaats van zelf heel hard te werken, is het mijn rol om de juiste vragen te stellen, te sturen en mee te denken. Natuurlijk heb je daar bepaalde methodes en structuren voor waar je mee werkt. En die hangmat helpt me enorm om het los te laten. Ik ga als coach echt sámen met mijn cliënt op zoek, in plaats van dat ik degene ben die oplossingen biedt.
Met jezelf aan de slag
Tijdens een opleiding tot coach ga je ook flink met jezelf aan de slag. Dat had ik natuurlijk al gedaan, maar hier werd dat nog wel een stukje intenser. Dit heeft mij veel inzichten gegeven. Een van mijn grootste lessen ging over die copingstrategie van mij waarin ik in de praktische stand ga als het te emotioneel of te kwetsbaar wordt, zoals ik deed toen mijn vriend overleed. Door mijn schouders eronder te zetten en maar door te gaan, ging ik juist weg bij mijn gevoel. Ik moest leren stil te staan en te voelen. Dat kan al door heel eenvoudige oefeningen te doen. Als ik ’s ochtends wakker word, spring ik bijvoorbeeld niet gelijk uit bed om mijn to do’s af te vinken, maar blijf ik een paar minuten liggen om heel bewust mijn lijf te voelen. Waar zitten mijn voeten? Waar voel ik mijn handen? Wat doet mijn ademhaling? Het maakt me heel bewust van mezelf. Als je leert om echt te voelen wat je zelf wilt, ben je niet langer een willoos slachtoffer van het leven, maar kom je erachter dat je zelf de regie mag pakken.”
Ik moedig mijn cliënten aan om het drempeltje over te gaan.
“Als coach help ik veel mensen op het gebied van zelfvertrouwen. Dat is natuurlijk niet helemaal toevallig, dat heeft alles met mijn eigen proces te maken. Ik heb ontdekt dat er magie zit in dingen doen die je eigenlijk heel spannend vindt. Daarmee bouw je aan je zelfvertrouwen. Ook als iets niet lukt. Geef niet op. Misschien lukt het de tweede keer wel. Of de vijfde keer. Of de tiende keer. Ik moedig mijn cliënten aan om het drempeltje over te gaan.”
De mening van anderen
“Het helpt je verder in het leven om te leren omgaan met wat andere mensen vinden. Wat de ander vindt, hoort bij de ander, dat hoort niet bij jou. Vraag in plaats daarvan aan jezelf: wat vind ík? Natuurlijk maakt het heel erg uit wie iets zegt en wat diegene zegt. Als je je toch laat raken, ga dan bij jezelf na waarom dat zo is. Misschien gaat het wel over iets wezenlijks. Het is nooit verkeerd om dat een beetje te ontrafelen. Als bekende Nederlander kreeg en krijg ik via social media ook de nodige dingen over me heen. Het heeft wel even geduurd voordat ik dat uit kon zetten, of in ieder geval kon dempen. Het is toch iedere keer weer een aanval op je zelfvertrouwen. Nu kan ik dat veel beter in perspectief plaatsen dan jaren geleden.
Een ander groot thema dat veel voorbijkomt in mijn praktijk is perfectionisme. Ik herken mezelf vreselijk in alle onderwerpen waar ik mensen mee help. Mijn coachingspraktijk is eigenlijk een grote zelfhulporganisatie, haha! Nog elke dag ben ik aan het oefenen dat niet alles af en perfect hoeft te zijn aan het einde van de dag, dat het pas goed zou zijn als ik mijn hele to-dolijst heb afgevinkt. Rustig met een boek op de bank zitten vind ik heel lastig. Ik heb dan voortdurend het gevoel dat ik nog van alles moet, want ik voel me dan niet nuttig. Dat is echt een thema voor mij. De laatste tijd probeer ik mezelf de vraag te stellen: Waar komt die onrust vandaan? Waarom wil ik altijd nuttig zijn?”
Het perfecte plaatje
“Tijdens mijn opleiding kreeg ik ook meer inzicht welke invloed dat gevoel van alleen-zijn heeft gehad op de keuzes die ik heb gemaakt. Ik verlangde bijvoorbeeld heel sterk naar een traditioneel gezin. Waar kwam die behoefte vandaan? Bij mij thuis was het anders dan bij andere kinderen, omdat mijn ouders uit elkaar waren. Ik zat alleen met mijn moeder aan de keukentafel. Dat klopte niet. Dat hoorde niet zo. Dat gaf me, onbewust, een gevoel van minderwaardigheid. Het traditionele gezin – vader, moeder, kind – was voor mij het perfecte plaatje geworden. Ik had mezelf wijsgemaakt dat het pas goed was als ik dat had. En ik was in mijn eigen verhaal gaan geloven. Het lukte ook om dat voor mezelf te creëren. Maar toen mijn dochter drie was, gingen mijn ex en ik uit elkaar. Natuurlijk vond ik dat heel lastig. Mijn perfecte plaatje viel in duigen. Mijn leven klopte niet meer met hoe ik dacht dat het zou zijn. Het voelde enorm als falen.
Anders dan mijn ouders, besloten mijn ex en ik voor co-ouderschap te gaan, omdat we ervan overtuigd zijn dat dat het beste voor onze dochter is. Ik vond dat wel een uitdaging, hoor. Zeker in het begin. Vooral omdat ik haar niet de hele tijd zie. Ik probeer me te focussen op de tijd die ik wél met haar heb. Hoe kunnen we die we zo goed mogelijk indelen? Dat co-ouderschap maakt haar heel flexibel. Bij haar vader heeft ze een gezin met jonge kinderen, bij mij is de dynamiek heel anders. Ik koester de tijd die ik met haar heb en ik weet dat ze het bij haar vader heel goed heeft. Dat neemt niet weg dat ik haar af en toe echt kan missen. Soms heb ik gewoon even zin om met haar te knuffelen, dan vind ik het echt stom dat ze er niet is. Ik ben veel alleen of met mijn dochter. Soms is mijn vriend er ook, dan zijn we met z’n drietjes of ik ben alleen met hem. Hij is piloot en we wonen niet samen. Dus het is heel onregelmatig op dat gebied. Het traditionele plaatje is ver te zoeken bij mij thuis. Ik heb echt moeten leren om me niet heel erg te conformeren aan ‘hoe het hoort’, maar om mijn leven in te richten zoals ik dat prettig vind. In die zin ga ik misschien tegen de stroom in, maar ik ben heel blij met hoe het nu is. Ik ga mijn eigen pad en dat is oké.”
Ik heb echt moeten leren om me niet heel erg te conformeren aan ‘hoe het hoort’.
Erop uit
“Met mijn dochter heb ik een heel goede, warme band. Al kan ik niet ontkennen dat er nog steeds de nodige uitdagingen zijn. Bijvoorbeeld in de zomervakanties. Dan is het echt zoeken naar iets wat we allebei leuk vinden. Ik heb het allemaal uitgeprobeerd: op zo’n schreeuwerig park, alleen in een huis op een berg, alleen dingen doen die zij leuk vindt, alleen dingen doen die ik leuk vind… Soms doen we ‘de-grote-aanhaak-show’, dan komen verschillende mensen een paar dagen langs. Ik heb alle paden denk ik wel bewandeld. Ik heb haar ook altijd aangemoedigd om contact te maken. Het is misschien even spannend om op andere kinderen af te stappen, maar het alternatief is dat je alleen zat. En dus ging zij naar andere kinderen toe: ‘Hi, I am Emma from Holland, do you want to play?’ Dit heeft haar enorm geholpen en nog steeds zie ik dat ze heel makkelijk contact maakt. Nu ze zestien is, wordt het steeds makkelijker natuurlijk. Dit jaar neemt ze een vriendin mee, dat is ook heel gezellig.”
Kostbare momenten
“De opleiding tot coach heeft mij veranderd. Het heeft me zachter gemaakt als moeder, als partner, als mens. Ik kan beter loslaten en heb minder de behoefte om de controle te willen houden. Ik vind het supertof om me naast mijn presentatiewerk hiermee bezig te houden. De mediawereld blijf ik heel leuk vinden, ik vind dit dan ook een heel leuke combi. Ik ben me ervan bewust dat coaching niet voor iedereen toegankelijk is, want er hangt een prijskaartje aan. Daarom ben ik bezig met een boek waarin ik de stappen beschrijf die je helpen om je zelfvertrouwen te ontwikkelen. Het zijn vaardigheden die je gewoon aan kunt leren. Je kunt het oefenen. Dat heb ik zelf ook ervaren.
Het is daarbij misschien ook iets waar je beter in wordt naarmate je ouder wordt. Het maakt dat ik bewuster in het leven sta. Nu ik aan de andere kant van de vijftig ben, ben ik me ervan bewust dat ik steeds minder leven overhoud. Ik vind ouder worden geen ding, hoor. Ja, het gaat allemaal wat meer hangen en zakken, maar je staat ook steviger in je schoenen. Naarmate je ouder wordt, kun je beter keuzes maken en is het makkelijker om het kaf van het koren te scheiden. Mijn tijd is kostbaarder en die wil ik zo goed mogelijk besteden. Als iemand jarig is, dan geef ik liever een belevenis cadeau, iets samen doen, dan een bon of zoiets. Samen tijd doorbrengen met de mensen van wie je houdt, is het meest dierbare wat er is. Daar moeten we van genieten.”
Froukje de Both
Tekst: Francien van der Valk
Beeld: Moon Jansen
Styling: Patty Zomer
Visagie: Hulya Kandeviz
Locatie: Paviljoen 't Twiske
Met dank aan: Church of Labels | Elisabetta Franchi | King Louie | Speezys | Voorwinden Mode Mall





