
Anneke (64) zocht een leven lang naar veiligheid: ‘Ik heb vijf dagen een moeder gehad’
Persoonlijk verhaal
Leestijd: 14 minDoor Heleen Bastiaanse
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Eva.
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Eva.
Haar emotioneel afwezige moeder zette bij Anneke van Kasteel (64) een levenslange zoektocht naar veiligheid in gang. Die hunkering bleef, ook toen haar leven ogenschijnlijk glansrijk werd. “Ik sliep nauwelijks meer en kreeg steeds grotere, allesomvattende angsten.”
Je hebt in Zwitserland gewoond met je man, twee zoons en de hond. Wat bracht jullie daar?
“Het werk van mijn man. Hij reisde voor zijn werk de hele wereld over en in Zwitserland zat het hoofdkantoor, dus het leek logisch om daar te gaan wonen. Het leven daar was geweldig. Ik keek elke dag uit het raam naar de Mont Blanc. Die berg gaf me rust. Als de zon onderging leek het alsof de hele top in vuur en vlam stond. Prachtig vond ik het. Onze twee zoons vertrokken elke dag met het bergtreintje naar school. En ook ik had van alles te doen: ik volgde lessen Frans, deed vrijwilligerswerk, las peuters voor en werkte in een tweedehands kledingzaakje. Weekenden bestonden uit skiën en uit eten gaan. Het kon niet op.”
Onze weekenden bestonden uit skiën en uit eten gaan
Toch kwamen jullie na een paar jaar terug naar Nederland.
“We hebben daar zes jaar gewoond, maar echt thuis voelen deed ik me daar niet. De Zwitserse cultuur is vrij gesloten en we kwamen er niet goed tussen. Dan kan zo’n prachtig huis met zwembad en uitzicht op het meer van Genève en de Mont Blanc nog zo mooi zijn, toch begon het aan me te knagen: wat doe ik hier? Ik sta stil, en ik voel nauwelijks verbinding met de mensen hier. Daarnaast: het idee was dat Marcel en ik meer tijd samen zouden doorbrengen daar. Maar hij was voor mijn gevoel vaker weg dan ooit en ik voelde totaal geen verbinding meer met hem. Ik wist: als we niet naar Nederland gaan, is het over tussen Marcel en mij.
Tijdens een bergwandeling streken we neer op een boomstam en ik zei: ‘Ik weet niet wat jij gaat doen, maar ik ga naar huis. Ik ben er helemaal klaar mee. Met jou. En met Zwitserland.’ Gelukkig zei hij toen wel: ‘Dan ga ik mee terug, want ik wil bij jou en de kinderen zijn.’ Dat hij voor ons koos, betekende toen heel veel voor mij.”
Tekst gaat hieronder verder.

Wat als je partner verandert? ‘Het is belangrijk telkens opnieuw voor elkaar te kiezen’
Was het moeilijk om uit te spreken dat je ‘er klaar mee was’?
“Ja joh, ik was de beste pleaser van de wereld, en ook meegaan naar Zwitserland deed ik vooral voor mijn man. Als iemand mij iets vroeg, dan zei ik instinctief ja, zonder ook maar te voelen of bedenken wat ik er eigenlijk van vond. Ik maakte zelden de slag naar binnen: wat vind ik echt? Wat voel ik hierbij? Dus dat ik eerlijk moest zijn en mijn hart moest laten zien aan Marcel was best een ding. Ik wist: er moet iets veranderen, en daarvoor is het nodig dat ik me uitspreek.”
En is het daarna goedgekomen tussen Marcel en jou?
“We hebben besloten dat we altijd bij elkaar blijven, omdat we ondanks onze verschillen ongelofelijk veel van elkaar houden en samen willen zijn. Relatietherapie heeft ons enorm geholpen om inzicht te krijgen in onze emoties en de dynamiek in onze relatie.”
Tekst gaat hieronder verder.
Je zei dat je de beste pleaser van de wereld was. Waar is dat pleasen ontstaan?
“Dat heb ik thuis geleerd. We moesten mijn moeder tevreden houden en zorgen dat ze niet boos werd.”
Hoe hield je je moeder tevreden?
“Door niet te veel van haar te vragen en vooral niet in de weg te lopen. Toen ik vijf was, ging ik uit school elke dag naar de buurvrouw. Het voelde een beetje alsof ik bij haar woonde, ik was zo graag daar. Zij leerde me zingen, borduren, koekjes bakken en later heb ik zelfs voor haar baby’s gezorgd. Mijn moeder vond het wel prima dat ik niet thuis was: dan kon ze haar eigen ding doen. Ze was vooral met vistuigen in de weer, dat was haar werk. Ik hoor haar nog de slagen tellen. ‘Eenentwintig, tweeëntwintig.’ ‘Mam?’ ‘Nee! Nu niet!’, riep ze dan fel, ze had een bepaalde felheid in zich waar ik bang voor was.
Ik herinner me dat er overal dobbers lagen, die moesten netjes in dat vistuig hangen, een heel precies werkje. Ze was er goed in. Ze was altijd bezig en onrustig, mijn moeder. Dan hoefde ze niet te denken aan wat haar was overkomen in haar eigen jeugd, denk ik achteraf. Ze heeft – ik weet er niet alles van, en ik ben hier ook pas heel laat achter gekomen – een misbruikverleden.”
Ik dacht: ik word nooit een moeder zoals jij
Wat voor moeder was zij, mogelijk daardoor, voor jou?
“Een onvoorspelbare moeder. Zo kon heel boos en ongeduldig zijn en ik voelde me onveilig bij haar. Als ik bijvoorbeeld viel en een bloedende knie had en naar haar toe rende, dan werd ze kwaad. Want mijn bloedende knie stoorde haar in haar ‘programma’. Wat me verwarde was: ze kon ook lief en grappig zijn, gek doen, ineens gaan zingen. Ze was heel gastvrij als er vriendinnen langskwamen en die mochten altijd komen logeren. Verjaardagen waren echt een feestje en Sinterklaas ook. Daar zorgde zij voor. Maar ik ben niet aan mijn moeder gehecht. Al heel vroeg merkte ik bij haar: hier valt niks te halen, geen liefde, geen geborgenheid. Ik dacht: ik word nooit een moeder zoals jij.”
Hoe ging het moederschap jou af?
“Ik wilde altijd moeder worden en vond het heerlijk toen onze oudste zoon kwam. Ik nam me voor de allerliefste moeder te zijn, wilde het beter doen dan mijn eigen moeder. Op de dagen dat ik werkte als verpleegkundige, bracht ik hem bij mijn ouders. Maar ik was er niet gerust op dat het goed zou gaan daar, ook al was mijn lieve vader thuis. Ik wilde zelf voor onze zoon zorgen, dus stopte ik met werken. Toen mijn tweede zoon geboren werd, kon ik niet gelukkiger zijn. Ik was zo trots op ‘mijn’ jongens.
Tekst gaat hieronder verder.
Bas: ‘Ik haat de kwetsbaarheid van het (kinder)leven’Bas: ‘Ik haat de kwetsbaarheid van het (kinder)leven’
Na een paar jaar verhuisden we van Gouda naar Amerongen. We woonden daar aan de bosrand en namen een hond. In die periode vloog het me enorm aan om moeder te zijn. Ik werd bang: doe ik het wel goed? Ben ik wel een lieve moeder? Ik twijfelde enorm. Ik sliep nauwelijks meer en kreeg ’s avonds en ’s nachts steeds grotere, allesomvattende angsten. Alles vloog mij aan, oude trauma’s kwamen bovendrijven. Ik raakte uitgeput.”
Hoe ben je daaruit gekomen?
“Ik werd bijna gek van slapeloosheid en in overleg met mijn man trok ik aan de bel bij de huisarts. Die verwees me meteen door naar de psychiater. Een psychiater?! Dat vond ik echt heftig. Ik was toch niet gek of zo? De psychiater gaf me slaapmedicatie en Seroxat, medicatie waardoor ik minder angsten had en weer zou gaan slapen.
De psychiater zei: wil je me alsjeblieft wat minder intens aankijken?
Ik werd rustig, sliep goed en werkte aan mijn kindtrauma’s. Seroxat heb ik jarenlang geslikt. Ik durfde die eerste jaren ook niet te stoppen, want ik was bang dat ik weer in die put van angst zou zakken. Die was zo diep, daar wilde ik nooit meer naar terug. Ik moet nog weleens lachen, want de arts zei in het eerste gesprek tegen me dat hij ongemakkelijk werd van mijn intense blik. Hij tipte me om af en toe ook eens naar iemands oor te kijken, of even in de lucht, maar niet de hele tijd diep in iemands ogen te staren.”
Je vertelt heel open over je angsten. Waar denk je dat die vandaan komen?
“Ik denk dat het ontbreken van veiligheid en geborgenheid thuis hierin een grote rol speelt, ik had daardoor geen fundament om moeilijke dingen te dragen. Als peuter lag ik zes weken in het ziekenhuis met paratyfus. Ik was 2 jaar oud, vrijwel de hele dag alleen, en vastgebonden in mijn bedje. En er was al die tijd alleen maar leegte. Mijn ouders kwamen elke dag maar kort langs.
Marcel schrok zich wild de eerste keer, maar troostte me en stelde me gerust
Na die ziekenhuisperiode begonnen de nachtmerries. Mijn ouders negeerden het en dachten dat het vanzelf wel over zou gaan. Maar nee, ik ontwikkelde een angststoornis. Ik was bang om verlaten te worden, bang om alleen te zijn, bang dat alles donker zou worden – dat waren de thema’s in mijn nachtmerries. Een keer gilde ik zo hard dat de buren de politie belden omdat ze dachten dat er iemand werd vermoord. De nachtmerries zijn gebleven tot ver in mijn huwelijk. Marcel schrok zich wild de eerste keer, maar troostte me en stelde me gerust. Dat heeft me geholpen. Het beertje, Bruno, wat ik in het ziekenhuis kreeg, heb ik nog steeds. Het staat nu op het kamertje waar mijn kleindochter slaapt als ik oppas.”
Je bent uiteindelijk de opleiding tot psychosociaal therapeut gaan volgen. Hoe was dat?
“Door die opleiding leerde ik veel over hoe ik nu eigenlijk in elkaar zit. De eerste cliënt ben je namelijk zelf. Ik leerde beter omgaan met mijn angsten door het overweldigende gevoel kleiner te kunnen maken. Wat me daarbij helpt, is bedenken dat niet mijn hele ‘zijn’ angstig is, maar een deel van mij. Met de andere delen gaat het misschien wel prima. Ik zeg dan: ‘iets’ in mij is angstig. En dat kleine deel heeft mijn zorg en aandacht nodig. Als ik herken dat er weer zo’n deel is in mij dat zich niet fijn voelt en me naar beneden trekt, dan stel ik mezelf nu nog steeds de vragen: Wat heb ik nu nodig? Waar heb ik behoefte aan? Wat helpt mij? Zo heeft de opleiding mij enorm gevormd.”
Tekst gaat hieronder verder.

Tomas Sjödin: ‘Draag je angst als een kroon’
In 2018 verloor je in een week tijd je moeder, je baan en bijna ook Marcel door een dubbele longembolie. Hoe overleef je zo’n week?
“Die week was helend en verschrikkelijk tegelijk. Ik was veel bij mijn moeder in het hospice in de dagen voor ze overleed. Ze was heel kwetsbaar en lief die laatste dagen. Ik zat op een dag bij haar bed en ze zei tegen me: ‘Anneke, ik denk dat ik ga sterven.’ Ik vroeg haar: ‘Hoe vind je dat?’ Na een tijdje nadenken zei ze: ‘Dat is goed, want dan ga ik naar papa.’ Ze bedoelde mijn vader.
De volgende dag was ik in het hospice bezig om schilderijtjes op te hangen en de kamer een beetje eigen te maken. En toen stelde ze de vraag die me zo heeft ontroerd: ‘Wat denk jij, zou papa het wel leuk vinden als ik in de hemel kom?’ Ze realiseerde zich natuurlijk dat ze een liefdeloze echtgenoot was geweest. Ze dacht waarschijnlijk: straks kom ik daar in de hemel en dan denkt-ie: ‘Help, heb je die ook weer!’ Ik weet nog dat ik bij haar zat en zei: ‘Mam, weet je, papa hield echt heel veel van jou. Dus ik denk dat hij straks, als wij jou loslaten, klaarstaat om jou bij de Here Jezus te brengen.’ Mijn moeder kwam tot rust.
Mijn moeder was stervende en vroeg aan mij: ‘Zou papa het wel fijn vinden als ik straks ook in de hemel kom?'
Na dat gesprek voelde ik voor het eerst in mijn leven liefde voor mijn moeder. Ik kon dicht bij haar zijn en realiseerde me: ze heeft gegeven wat ze kon geven, meer zat er niet in. Ook zij heeft veel geleden en gestreden, zich alleen gevoeld. De tranen welden in me op en ik legde huilend mijn hoofd op haar arm. Dat had ik nog nooit in mijn leven gedaan, dicht bij haar zijn en bij haar huilen. Het was helend. Ik heb haar altijd afgewezen en wilde een andere moeder, een lieve moeder. Maar ik voelde toen zo diep: en tóch ben jij mijn moeder. En ik ben jouw dochter. Ik heb vijf dagen lang een moeder gehad, en daar ben ik dankbaar voor.”
En Marcel?
“Marcel lag een paar dagen later voor dood op de grond, helemaal grijs. Hij ging door het oog van de naald. Hij had een dubbele longembolie. Dat betekent dat er weinig tot geen bloed meer door de longen stroomt door een bloedstolsel en het lichaam geen zuurstof meer krijgt. In het ziekenhuis kreeg hij bloedverdunners en was het gevaar meteen geweken. Wel moest hij een jaar revalideren. Natuurlijk was ik geschrokken en besefte ik: het had ook anders kunnen aflopen. Marcel kon niet bij de begrafenis van mijn moeder zijn, maar ik was vooral dankbaar en opgelucht. Hij was er nog!
In een week verloor ik mijn baan, overleed mijn moeder én kreeg mijn man een dubbele longembolie
Toen ik daarna ook nog mijn baan verloor als zorgdocent op een bijbelschool, ging het licht uit en stortte ik in. Ik was helemaal stuk en heb zeker een jaar nodig gehad om er weer bovenop te komen. Alle oude thema’s en pijnen werden opnieuw geraakt en kwamen opnieuw tot leven. Ik voelde me weer afgewezen, alleen en in de steek gelaten. Ik luisterde in die tijd de hele dag naar het nummer ‘You say’ van Lauren Daigle: ‘I keep fighting voices in my mind that say I’m not enough…’ Het was opnieuw een moeilijke tijd voor ons samen. Marcel snapte niet dat het licht bij mij uitging omdat ik mijn baan verloor. Ik had twee jaar daarvoor borstkanker gehad, mijn moeder was overleden, Marcel zelf was er bijna niet meer geweest en ik had het maar over ‘de baan’ die ik niet meer had. Uiteindelijk mocht ik alsnog gastlessen komen geven bij de opleiding, en dat doe ik nu nog steeds, daar ben ik heel gelukkig mee.”
Toen jullie zoons uit huis gingen, zijn Marcel en jij minimalistischer gaan leven. Wat heeft dat jullie gebracht?
“Wat ik in Zwitserland leerde, is dat ik alles kan bezitten en dat ik me toch heel alleen en ongelukkig kan voelen. Veiligheid of geluk zit voor mij dus niet in spullen of geld. We werden door onze beide ziektes geconfronteerd met de eindigheid van het leven.
Als ik in verbinding ben met mezelf, Marcel, God en de ander, kan ik alles aan
Na Marcels dubbele longembolie en mijn borstkanker trokken we de conclusie: een van ons had er niet meer kunnen zijn. We besloten alles wat we hadden te verkopen, ons huis in Nederland en ook ons huis in Zwitserland. We wonen nu kleiner. Marcel kon daardoor stoppen met werken. Voorheen leefden we in ons huwelijk langs elkaar, deden we echt helemaal ons eigen ding. Nu hebben we tijd samen en gaan we samen helemaal voor onze relatie. Daardoor ervaar ik echte veiligheid en geluk. Als ik in verbinding ben met mezelf, Marcel, God en de ander, kan ik alles aan.”

Deborah leerde God van dichtbij kennen tijdens haar ziekte: ‘Hij haalde mij uit het donker’
Auteurs

Meest gelezen
- Terugblik 40 dagen dankbaar: 'Alles in dit leven is een geschenk'

Terugblik 40 dagen dankbaar: 'Alles in dit leven is een geschenk'
- Dag 40: Een tijd van rouw en een tijd van vreugde

40 dagen dankbaar
Dag 40: Een tijd van rouw en een tijd van vreugde
- Dag 39: Gewonnen of verloren?

40 dagen dankbaar
Dag 39: Gewonnen of verloren?
Lees ook
- Wanneer kun je zeggen: ‘ik geloof’? Nathalie gaat op zoek naar het antwoord

Wanneer kun je zeggen: ‘ik geloof’? Nathalie gaat op zoek naar het antwoord
⭐Premium - Columnist Miloe kan niet met en niet zonder prikkels: 'Altijd, áltijd moet ik daarna bijkomen, nadenken, verwerken'

Column
Columnist Miloe kan niet met en niet zonder prikkels: 'Altijd, áltijd moet ik daarna bijkomen, nadenken, verwerken'
⭐Premium - Wat is Pasen? ‘Jezus begint een nieuw seizoen’

Essay
Wat is Pasen? ‘Jezus begint een nieuw seizoen’
⭐Premium