
Kees van Ekris over de zeven kruiswoorden en Pasen: 'God bestóókt ons met geluk'
Interview
Leestijd: 13 minDoor Gert-Jan Schaap
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Visie.
Lees gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Visie.
Als kind had paasmorgen voor hem iets magisch: een zindering in de ochtend, alsof Jezus zojuist was opgestaan. Theoloog en PKN-scriba Kees van Ekris (53) neemt ons mee langs de zeven kruiswoorden. “Als ik die huppel van toen weer in mijzelf herken, kan ik daar nog steeds vrolijk van worden.”
“Hier, in de kruiswoorden, betreed je heilige grond”, zegt Kees in zijn kantoor op het Landelijk Dienstencentrum van de PKN in Utrecht. Het is de dag na Aswoensdag. Gisteravond stond hij – met honderden anderen, opvallend veel twintigers en dertigers – in de Domkerk in de rij om het askruisje te ontvangen. Twee vegen as op zijn voorhoofd, terwijl die eeuwenoude woorden klonken: ‘Stof ben je, en tot stof zul je terugkeren.’ “Juist daarom vond ik het zo’n heerlijke vraag,” zegt hij opgewekt, “om in gesprek te gaan over de zeven kruiswoorden. Ik ben er weer helemaal in gedoken.”
Wie is Kees van Ekris?
Een theologisch fris mens
In zijn nieuwe functie is het voor hem voortdurend zoeken naar tijd voor theologische verdieping, geeft hij aan. “Een scriba moet een theologisch fris mens zijn, vind ik. Maar die frisheid staat onder druk. De energie die dit bestuurlijke werk vraagt, gaat voor je het weet ten koste van je intellectuele en creatieve energie. Dus je moet een manier van werken vinden waarin je dat blijft voeden. Anders word je vlak. Daarom dacht ik direct, toen ik dit verzoek kreeg: heerlijk, verdieping! Door die kruiswoorden voel je de hele diepte van wie Christus is, als Zoon van God en als medemens. Zullen we ze langslopen?”
‘Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen’ (Lucas 23:34a)
“Hiermee worden we meteen de intimiteit van de Drie-eenheid in getrokken”, zegt Kees, die de kruiswoorden uitgeprint voor zich heeft. “Een woord tussen de Zoon en de Vader, en het gaat over vergeving. Dit kruiswoord brengt ons in het innerlijk van God. Vergeving is Gods creatieve kracht. Het is wat Hij doet met vuil materiaal: de zonde. Hier zie je vergeving gevraagd worden, terwijl Jezus die vuilheid wordt aangedaan: Hij wordt veracht, bespuugd, gemarteld en gedood. In de traditie zie je vaak afbeeldingen van het houten kruis dat op paaszondag bloeit. In de kunst is dat een diepe intuïtie: wat hier op Golgota gebeurt, leidt tot iets fris. Iets wat je leven tot bloei brengt.”
Kees legt de vinger bij ‘Ze weten niet wat ze doen’. Bij het kruis is er dus sprake van verblinding, zegt hij. “Mensen hebben geen idee Wíé ze kruisigen. Door de zonde ontstaat verblinding en verdwazing. En juist dáárdoorheen klinkt deze mildheid: ‘Ze hebben geen idee…’ Dat verontschuldigt niet, maar er zit een verzachting in. Dat is wat ook wij kunnen leren. Dat verzachting een weg naar vergeving is: ‘Je hebt geen idee. Geen idee wat dit met mij doet. Jij bent vatbaar voor verblinding, net als ik.’”
Kees wijst naar zijn voorhoofd. “Aan het begin van de veertigdagentijd word je op Aswoensdag letterlijk aangeraakt, krijg je een askruisje. Een moment waarop je beseft: ik ben zondaar, sterveling. Ook ik doe dingen waarvoor ik vergeving nodig heb. Dat is mijn dagelijkse realiteit. Maar God schenkt vergeving, en Hij geneest mijn verblinding.” Bijna vrolijk: “Zo’n jaarlijks, oeroud ritueel dat je tot zelfreflectie brengt, is gezond voor een mens.”
Onze diepste angst is: doet mijn leven er wel toe?
‘Ik verzeker je: nog vandaag zul je met Mij in het paradijs zijn’ (Lucas 23:43)
“Wat mij steeds weer raakt, is dat elk kruiswoord een minidrama is rond een veel groter element van het christelijk geloof. Dit is geen ‘onderonsje’ tussen een individuele boef en Christus. Dit kruiswoord laat ons zien dat het eeuwig leven in de buurt van Jezus gebéúrt, in het hier en nu. Het eeuwige leven is, zoals het Johannesevangelie zegt, niet alleen iets voor ná dit leven. Als die misdadiger het paradijs wordt beloofd, lijkt het alsof er in hemzelf direct een werkelijkheid gecreëerd wordt waarin hij de zekerheid heeft: ik zal met Jezus zijn. Dat is een paradijselijke vrijheid. Een medicijn tegen de angst voor de dood, angst voor vereenzaming. En tegen zelfhaat.”
Verwonderd: “God bestóókt ons met geluk. En hier, aan het kruis, zie je dat het de Vader en de Zoon alles kost. En dan krijgt die ene mens, een moordenaar nota bene, deze schitterende verzekering: ‘Het is voor jou!’ Geen algemene waarheid, maar een persoonlijke toezegging. Zoals bij de eucharistie in de katholieke traditie: ‘Lichaam van Christus, voor jóú.’ Dat raakt me. Want onze levens zijn zo vluchtig. En onze diepste angst is: doet mijn leven er eigenlijk wel toe?”
Na een korte stilte: “Die diepmenselijke vraag is groots: ‘Denk aan mij wanneer U in uw koninkrijk komt.’ Op de een of andere manier wist deze man: door U herinnerd worden, zal mijn grote geluk zijn. Elke kerkdienst weer doen we alles om dat besef levend te houden: er is Iemand die zich mij herinnert, mij niet zal vergeten. Dat verandert alles, tot over de grens van de dood. God breekt het gesprek niet af. Dat is troost als je de dood onder ogen moet zien: er is Iemand die met mij zal blijven spreken. Als ik geloof in Wie mij eeuwig leven toezegt, heb ik toekomst. Ook als ik sterf. Een seculier leven leiden, deze diepte missen? Juist het dogma, de geloofsleer, creëert diepte in de ziel. Hoe vlak kan je ziel blijven als nooit iemand een askruisje op je voorhoofd tekent, je herinnert aan je sterfelijkheid, en aan God.”
‘Vrouw, dat is uw zoon, [zoon,] dat is je moeder’ (Johannes 19:26-27)
“Net als bij andere kruiswoorden weten we niet exact wat hier gebeurt. De kerk denkt al eeuwenlang na over zulke flarden… Op Goede Vrijdag dreigt de gemeenschap van Jezus’ volgelingen uit elkaar te vallen. Wat Hij geprobeerd heeft op te bouwen, blijkt breekbaar. En dan dit moment: Jezus’ moeder en zijn geliefde leerling worden aan elkaar geschonken. Vanaf het kruis.”
Download gratis de nieuwe Visie-app en lees Visie waar en wanneer je wilt!Download gratis de nieuwe Visie-app en lees Visie waar en wanneer je wilt!
Misschien, peinst Kees, ontluikt hier de kerk: op Golgota. “Niet pas op Pinksteren. Al in zo’n flard, dit kruiswoord, wordt zichtbaar: met Christus in het midden kun je met elkaar leven. Zo kunnen nieuwe verhoudingen ontstaan tussen wie geen bloedverwanten zijn maar wel tot elkaar behoren. Dat vind ik een prachtige definitie van kerk-zijn: je wordt aan elkaar verbonden door Christus, je wordt onderdeel van een gezin. De ander noem je broer of zus. Woorden met een diepe betekenis. We kunnen zo veel moeite met elkaar hebben, dat we liever breken of kappen. Maar dat is onmogelijk: want Christus verbindt ons.”
Als ik niet naar de kerk ga, verhard ik, merk ik
Ferm: “Denk alsjeblieft nooit minnetjes over de samenkomst van de christelijke gemeente. Op een stil, diep niveau gebeuren daar grootse dingen. Als ik niet naar de kerk ga, verhard ik, merk ik. Dan herhaal ik in mijn hoofd nog eens waarom ik iemand verafschuw. Of waarom mij zo veel onrecht wordt aangedaan. Door naar de kerk te gaan, wordt dat doorbroken. Elke zondag weer merk ik dat mijn perspectief verandert als ik in de kerk ben, tussen mijn broers en zussen zit. Ja, dat kan me ontroeren.”
‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten? (Matteüs 27:46)
“Spreken over woorden die zo heilig en zo groot zijn? Je moet er eigenlijk lang mee bezig zijn voordat je er, misschien, voorzichtig een paar dingen over kunt zeggen. Je wordt er als vanzelf stil van, zoals wanneer je voor een groot kunstwerk staat. Bij dit kruiswoord voel ik bij uitstek: dit is heilig terrein.”
Kees vist een boekje van de Amerikaanse theoloog Stanley Hauerwas uit zijn tas, The cross-shattered Christ (‘De door het kruis verbrijzelde Christus’). “Hauerwas schrijft dat wij dit vaak het meest herkenbare kruiswoord vinden, omdat we denken te weten wat horror en wat lijden is. De gaskamers van Auschwitz, de killing fields van Cambodja, de Chinese revolutie: al die miljoenen zinloos vermoorde mensen. Dat velen van hen deze kreet uit Psalm 22 op de lippen namen, maakt het woord heel diep. En toch, waarschuwt Hauerwas: kijk uit dat je dit kruiswoord niet veralgemeniseert. Christus is ingedaald in onze schreeuw tot God en tegelijkertijd gebeurt hier nog meer.”
Stilte.
Dit kruiswoord brengt ons in het innerlijk van God
“Dit kruiswoord is het diepste wat wij uit God horen. Hier gebeurt iets in God en vanuit God. De Zoon van God was bereid om zonder God te zijn en tot deze diepte van verlatenheid te gaan. Christus ‘ontledigt’ zichzelf, uit liefde, om ons een houvast te geven in onze duisternis: zó is God. In onze schreeuw wil Hij komen. Hij komt bij ons en gaat dieper. Dat verdiept je bewondering voor Christus, en voor wat hier gebeurt. Juist op het punt van deze machteloosheid wordt duidelijk wie God is. Dat bevraagt dus ook onze definitie van macht. Wij denken: macht is met een vingerknip dingen kunnen veranderen, of geweld gebruiken om ze naar je hand te zetten. Maar hier zien we Christus’ machteloosheid. En terwijl Hij dit uitroept, wordt tegelijkertijd de grootste vorm van liefde en kracht zichtbaar. Dat kan ons iets leren over hoe en waar wij God kunnen ontdekken. Misschien wel juist op die plekken waar alles je ontvalt. Als alleen God overblijft.”
‘Ik heb dorst’ (Johannes 19:28)
“Dit is best een vreemd woord. Waarom is het ons overgeleverd? De fysieke ontberingen aan het kruis waren enorm. Waarom staat er niet iets als: ‘Ik stik’? Dat weten we niet. Zo’n kruiswoord moet je niet benaderen als een raadsel dat je oplost. Maar als een mysterie waarin je, jaar in jaar uit, vertoeft. Aan het kruis daalt Gods Zoon af in de diepste, drie uur durende duisternis én in deze dorst.”
Achteroverleunend: “Christus verschijnt in het evangelie niet alleen als koning en broeder, maar ook als bedelaar. Hij kijkt mij aan en vraagt: ‘Kun jij mijn dorst lessen?’
Wat betekent het dat ík gevraagd word om de dorst van Christus te lessen? Daar kan ik dagenlang over nadenken. Dan kijk ik thuis een van mijn tienerzoons in de ogen, zie ik iets wat er in zijn binnenste leeft en denk ik: misschien ben ik geroepen om er meer voor jou te zijn. Misschien les ik daarin wel Christus’ dorst naar mensen die naar elkaar omzien en elkaar genadig zijn. Dit kruiswoord kan je stilzetten, het wordt een levenslange vraag: hoe kan ik Christus’ dorst lessen? Waar zie ik die dorst? Wat doe ik?”
‘Het is volbracht’ (Johannes 19:30)
“Dit vind ik het mooiste van alle kruiswoorden”, zegt Kees. “In het Grieks is het één woord: tetelestai. Een overwinningsroep. Een cry of victory. Ik heb altijd een sterk besef gehad van duister, van kwaad. Van kinds af aan. Onze mensheidsgeschiedenis is een aaneenschakeling van ontladingen van duister, die steeds weer gebeuren. Het is naïef om te denken dat dit niet doorgaat. In het Johannesevangelie staat dat ‘de heerser van deze wereld’ wordt uitgedreven als Jezus verheven wordt. Dat gebeurt hier, aan het kruis. ‘Het is volbracht’: het kwaad wordt ontmaskerd en verdreven.”
Voor Kees heeft dit alles te maken met waarom het christelijk geloof hem zo gegrepen heeft. “Niet omdat ik intellectuele redenen kan aandragen die bewijzen dat er een God móét zijn. Maar omdat ik iets geproefd heb van de Persoon en de plek waar het kwaad gebroken is. Van daaruit wil ik leven. Dicht bij en vanuit de Gekruisigde, Hem vertrouw ik volledig. In Christus’ nabijheid verliest het duister zijn greep. ‘Het is volbracht’: je hoeft niets meer.”
Christus verschijnt ook als bedelaar
‘Vader, in uw handen leg Ik mijn geest’ (Lucas 23:46)
“Dit zijn woorden uit Psalm 31. Ik moet denken aan een gesprek dat ik in januari tijdens een werkbezoek in Jeruzalem had met theoloog Geert Cohen Stuart, die daar woont. Op het graf van zijn vrouw, vertelde hij, staat: ‘In Uw handen beveel ik mijn geest.’ Volgens hem waren dat in de Joodse traditie heel lang de woorden waarmee stervenden heengingen. Pas later werd dat het Sjema: ‘Hoor, Israël, de HEER onze God is één.’ Als dit klopt, bidt Jezus aan het kruis dus het traditionele avondgebed waarmee Joden destijds stierven.”
De traditie reikt ons woorden aan om mee te leven én te sterven
Als het zover is, hoopt Kees eveneens te sterven met woorden uit zijn eigen traditie. “Dat zou ditzelfde gebed kunnen zijn. Een overgave waarmee eeuwenlang mensen zich aan God toevertrouwden. Maar misschien – ook mooi – is er een jongere collega in de buurt die dan met mij Luthers avondgebed bidt: ‘Blijf bij ons, Heer, want het is avond en de nacht gaat komen.’ Als je zelf geen taal meer hebt, is het zo’n zegen dat je mag leven in een beproefde traditie met woorden die dit moment aankunnen. Daarop terugvallen is geen zwakte, maar kracht. De traditie reikt ons woorden aan om mee te leven én te sterven.”
Kees vervolgt: “Jezus staat hier op de drempel van de dood, met déze woorden. Evenals in het eerste kruiswoord klinkt de Vadernaam. Opnieuw: wat er precies gebeurt, blijft een mysterie. Maar hiermee zegt Hij: ‘Wat er ook komt, Ik doorsta het. Omdat Ik van U ben. En blijf.’ In de sterfliturgie is dat een enorme troost. Omdat Jezus zulke menselijke woorden kiest om die drempel over te gaan, mogen wij Hem daar misschien ook in volgen? Sterven is een van de grootste sprongen in ons leven. En dan met Jezus durven zeggen: ‘Ik zal niet in het niets zijn, maar in uw handen.’”
Kindertijd
Voor we afscheid nemen, denkt hij nog even terug aan de paasmorgens in zijn kindertijd. “Pasen beleefde ik altijd als magisch”, zegt hij met een grote glimlach. “Alsof Jezus’ opstanding niet tweeduizend jaar geleden, maar nog diezelfde ochtend was gebeurd. Pasen is voor mij lichtvoetigheid. Huppelen. Als ik die huppel van toen weer in mijzelf herken als het Pasen wordt, kan ik daar vrolijk van worden. Nog steeds. In de voorbereiding op Pasen, ruim zes weken, lees ik over de theologie van het kruis, is er veel stilte en muziek. En op paasmorgen? Iets lekkers bij het ontbijt met mijn gezin, zoals mijn moeder dat vroeger bij ons thuis ook deed, muziek aan, en iets aan mijn jongens laten voelen. Dit is alles wat je nodig hebt om te leven: dat het Pasen is. Die ‘huppel’ van de kerk op zo’n hoogtijdag gaat voor mij dieper dan de grootste kunst. Omdat ik het dan weer in elke vezel van mijn lijf voel: Hij leeft!”
Kees presenteert de EO-podcast 'Moderne Profeten'; zondag 29 maart begint de tv-serie van deze podcast.

Wat klopt er van ons beeld van Golgota? 'Opvallend dat Jezus een rotsgraf kreeg'
Auteurs

Meest gelezen
- Waarom hoogbegaafde christenen zich in de kerk soms een vreemde eend in de bijt voelen

Interview
Waarom hoogbegaafde christenen zich in de kerk soms een vreemde eend in de bijt voelen
- Stuur je vraag in: EO lanceert podcast 'Vraag het Jurjen' over geloof en alledaagse levensvragen

Luistertip
Stuur je vraag in: EO lanceert podcast 'Vraag het Jurjen' over geloof en alledaagse levensvragen
- 'We zullen altijd zielsveel van Yoran blijven houden’: de familie Krol over liefde na verlies

Interview
'We zullen altijd zielsveel van Yoran blijven houden’: de familie Krol over liefde na verlies
Lees ook
- Elles verloor haar moeder na tien jaar kanker: ‘Ze heeft zo lang voor ons gevochten’

Het laatste woord
Elles verloor haar moeder na tien jaar kanker: ‘Ze heeft zo lang voor ons gevochten’
⭐Premium - Anita Brand worstelde met suïcidale gedachten: 'Zonder God was ik er niet meer geweest'

Interview
Anita Brand worstelde met suïcidale gedachten: 'Zonder God was ik er niet meer geweest'
⭐Premium - Dit woord dat je nooit gebruikt gaat over de belangrijkste vraag van je leven: soteriologie.

Theologisch tussendoortje
Dit woord dat je nooit gebruikt gaat over de belangrijkste vraag van je leven: soteriologie.
⭐Premium