Herman Wegter: 'Mijn tijd bij de EO was een fantastisch avontuur'
Hoe is het nu met?
gisteren · 10:40| Leestijd:8 min
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Log in en probeer Visie digitaal 2 weken gratis. (De proefperiode stopt automatisch.)
Start nu je gratis proefperiodeHeb je al een abonnement?
Gratis inloggen
Praat mee op onze sites, beheer je gegevens en abonnementen, krijg toegang tot jouw digitale magazines en lees exclusieve verhalen.
Door in te loggen bevestig je dat je de Algemene Voorwaarden en Privacyverklaring van de EO hebt gelezen en begrepen.
Hulp nodig?
Check de veelgestelde vragen.
De jonge Herman Wegter hing aan de lippen van zijn meester als hij voorlas in de klas. Herman raakte al vroeg gefascineerd door verhalen en wat die met mensen kunnen doen. Deze passie kon hij kwijt in zijn werk als EO-presentator van onder meer de tv-programma’s 'BlinQ', 'Omega Code' en 'De Kist'. Als expert in storytelling helpt hij nu organisaties en mensen om op zoek te gaan naar hun eigen verhaal.
“Ik heb een fijn leven”, reageert Herman op de vraag hoe het met hem gaat. “Ik woon in Brabant, waar ik me heel erg thuis voel, ondanks dat ik daar niet vandaan kom. Van mijn vijf kinderen zijn er twee inmiddels volwassen, eentje bijna. Dat is heel erg leuk. En qua werk doe ik eigenlijk alleen dingen die ik leuk vind. Kortom, het gaat goed!”
Hoe is het nu met?
Waar komt jouw passie voor verhalen vandaan?
“Dat begon al toen ik als klein jongetje merkte wat verhalen met je doen. Toen meester Potstra in de klas voorlas uit het boek Holland onder het hakenkruis, werd ik helemaal in het verhaal meegezogen. Het voelde alsof ik op dat moment letterlijk daar was, met al mijn zintuigen. Ik zag dat hetzelfde gebeurde met de kinderen om mij heen. Dat vond ik razend interessant. In mijn christelijke opvoeding kreeg ik ook veel verhalen voorgeschoteld uit de Bijbel. Gaandeweg werd ik me er steeds meer van bewust dat alles om verhalen draait. Verhalen zorgen voor verbinding en helpen ons om de wereld te begrijpen. Ze kunnen iets teweegbrengen.”
Is dat waarom je bij de EO bent gaan werken: verhalen vertellen?
“Ja, ik wilde journalist worden, maar ik merkte dat ik niet zo aanging van nieuws. Tijdens mijn studie deed ik wat losse klusjes voor Floor Koomen, die toen eindredacteur was bij de EO. Hij vroeg of ik me op wilde geven voor de talentenpool. Ik was bijna klaar met mijn studie en dit was een enorme kans. Ik was pas 22 en had geen enkele ervaring, maar ik werd geselecteerd en mocht gelijk tv-programma’s maken en presenteren. We werden met een heel clubje behoorlijk voor de leeuwen gegooid, haha!
We moesten onder valse voorwendselen het land in zien te komen
Het was een heel mooie tijd, waarin we enorm veel leerden. Mijn idee was om een jaar of vier bij de EO te werken en daarna weer verder te gaan. Maar het werden er 23. Mijn tijd bij de EO was een fantastisch avontuur. Elke keer kwam er weer iets nieuws. Ik heb op zo veel plekken verhalen mogen vertellen! Ik denk dat ik wel tien- tot twintigduizend interviews heb gedaan, waarin ik veel levenswijsheden heb meegekregen.”
Welke momenten uit jouw EO-tijd zullen je altijd bijblijven?
“Ik werkte veel samen met Manuel Venderbos, ik zag hem meer dan mijn eigen vrouw. We deden zulke leuke dingen: samen naar Amerika om daar de artiesten van de EO-Jongerendag te interviewen bijvoorbeeld. We maakten een radioprogramma op 3FM. Het was een jongensboek! Ik heb veel mogen reizen in mijn tijd bij de EO. Ik weet nog dat ik met een cameraman naar Zimbabwe ging voor EO Metterdaad. We moesten onder valse voorwendselen het land in zien te komen, anders kwamen we niet binnen.
Even later stonden we ons te vergapen aan de Afrikaanse sterrenhemel. Het verhaal dat we daar maakten, ging over een arts in een missiepost die kinderen met aids hielp. Er waren te weinig middelen om alle kinderen te kunnen helpen. Daarom trok hij een cirkel om zijn missiepost: mensen binnen de cirkel konden medicijnen krijgen, mensen die daarbuiten woonden hadden pech.
En we maakten een reportage over een jongetje dat geen medicijnen had gekregen. Het was hartverscheurend, want het jongetje zou het niet redden. Maar doordat we zijn verhaal vertelden, werd er iets teweeggebracht. Er werden geld en middelen opgehaald, waardoor de arts zijn cirkel kon vergroten, meer patiënten kon helpen en meer mensen kans op leven kregen. Verhalen kunnen positieve verandering brengen.”
Heb je je altijd thuis gevoeld in het verhaal van de EO?
“Toen ik bij de EO kwam, was het echt nog een heel andere organisatie dan toen ik decennia later wegging. Er werden in die tijd veel inhoudelijke theologische discussies gevoerd. Ik heb de transformatie gezien van een behoudende club naar een professioneel mediabedrijf. Die behoudende kant heb ik altijd wel ingewikkeld gevonden. Er was een deel van de achterban dat vond dat alle programma’s heel expliciet over God en Jezus moesten gaan. Ik, en de club met wie ik werkte trouwens ook, zat wat meer aan de progressieve kant. Gedurende de jaren heeft er een enorme omslag plaatsgevonden. De EO werd veel inclusiever en ik veranderde mee, alleen misschien wel sneller dan de omroep.
Naarmate ik ouder werd en me verder ontwikkelde, kwam ik qua geloof steeds verder van ‘het gemiddelde EO-geloof’ af te staan. Het standaard christelijke verhaal ging steeds meer bij me schuren. Tegelijkertijd ontdekte ik dat ik niet de enige was. Ik kwam in aanraking met mensen als Rob Bell, een Amerikaanse voorganger en schrijver die er wat controversiële ideeën op nahield. Ik mocht hem interviewen. Wat ik heel mooi vond van de EO, is dat ik de ruimte kreeg om mijn eigen proces vorm te geven. Bijvoorbeeld door met een paar vrienden het programma '7keer7' te maken. Daarin gingen we de kroeg in om samen met andere mensen te proberen een antwoord te vinden op de vraag: wat nou als we helemaal opnieuw zouden beginnen met het christelijk geloof in Nederland, wat moeten we dan achterlaten en wat nemen we mee?
Ik was niet langer onderdeel van hetzelfde verhaal
Ook in het opzetten van het platform Lazarus, waar geloofsvragen en -twijfel werden besproken, kreeg ik alle ruimte. Ondertussen ging mijn eigen proces door, totdat ik op een punt kwam dat ik dacht: als je me nu vraagt of ik christen ben, dan weet ik niet wat het antwoord is. Ik vind het heel logisch dat ik uiteindelijk weg ben gegaan bij de EO, ik was niet langer onderdeel van hetzelfde verhaal.”
Jij komt uit een gereformeerd nest, hoe kijk je daarop terug?
“Ik ben heel dankbaar voor wat ik heb meegekregen. Bijvoorbeeld het feit dat het niet om jezelf draait in het leven. Je hebt wat te geven aan de wereld om je heen, dat vind ik heel mooi en zie ik ook terug bij veel christenen: echte liefde voor de mensen in hun omgeving. Maar er zijn ook dingen die ik moeilijk vind. Ik heb me bijvoorbeeld altijd opgewonden over het oordeel. Toen ik in 2016 ging scheiden, heb ik zowel de mooie als de lelijke kant van het christendom gezien. Er waren mensen die er onvoorwaardelijk voor me zijn geweest, maar ik heb ook veel veroordeling ervaren en ben vrienden kwijtgeraakt.”
Hoe was dat voor je?
“Ik denk in verhalen. En als ik terugkijk, voelt mijn eigen verhaal als een logisch narratief. Alles heeft met elkaar te maken. Mijn vader overleed plotseling toen ik 29 was. Geconfronteerd worden met de dood, raakte aan mijn belangrijkste waarde: autonomie. Door deze gebeurtenis werd ik als het ware wakker gekust. Ik kon niet anders dan daarin trouw zijn aan mezelf. Er zit voor mij een logisch verband tussen het overlijden van mijn vader, mijn scheiding en dat ik wegging bij de EO. Het heeft alles met mijn drijfveren te maken. Dat ik zo lang bij de EO heb gewerkt, is te danken aan het feit dat ik daar zo veel ruimte heb gekregen.”
Jij citeerde eens Kierkegaard: ‘Het leven kan alleen achterwaarts begrepen worden, maar het moet voorwaarts worden geleefd.’ Heb je het idee dat je een en ander begrijpt als je terugkijkt?
“Ja, heel erg. Het is superoneerlijk om met de kennis van nu terug te kijken op een beslissing uit het verleden. Mijn eerste vrouw en ik zijn veel te jong getrouwd. Dat was vrij normaal in de christelijke cultuur waarin we zaten. We hadden geen idee. Als ik het vanuit dat perspectief bekijk, vind ik het niet gek dat we dat deden. Ik geloof dat ik op dat moment de best mogelijke beslissing heb genomen met de kennis die ik toen had. Ik kijk dan ook niet terug met gevoelens van ‘had ik maar’. We hebben samen drie prachtige dochters en onze band is heel goed.”
Waar ga jij je de komende tijd op richten?
“Mijn hobby is kleinkunst. Ik maak op dit moment een voorstelling: ‘En ze leefden nog lang en gelukkig’. Lang en gelukkig leven willen we allemaal graag, maar dat is niet hoe het echte leven werkt. Het leven zit vol tegenstellingen. Een goed verhaal heeft beide elementen in zich. Daarnaast heb ik net een boek over storytelling afgerond. Dat was superleuk om te creëren en smaakt wel naar meer. Maar eerst wil ik me verder verdiepen, keynotes geven en organisaties helpen met het uitwerken van hun strategie. Klinkt misschien heel saai, maar dat is het absoluut niet! Wat ik namelijk telkens boven tafel moet zien te krijgen is: wat is het verhaal van jouw bedrijf? En dat is precies wat ik het leukste vind om te doen.” .
Tekst: Francien Valk