
Ayaan Abukar: ‘Ik zei tegen mijn familie: “Nederland is af, het heeft mij niet nodig”’
Interview
28 mei 2025 · 10:21| Leestijd:7 min
Lees nu gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Eva.
AanmeldenLees nu gratis verder
Meld je nu aan en krijg 3 maanden gratis onbeperkt toegang tot alle artikelen en digitale magazines van Eva.
Ayaan Abukar verruilde in 2014 het veilige Amsterdam voor haar geboortestad Mogadishu, waar ze als adviseur van de Somalische kustwacht werkte. In haar boek Hotel Mogadishu beschrijft ze haar maanden in een stad vol gevaar en geeft ze het voor velen ongrijpbare Somalië een menselijk gezicht.
Je schrijft in je boek: ‘Mogadishu en ik hebben een liefdesaffaire waarin we het beste en het slechtste in elkaar naar boven halen.’ Waarom wilde je hier in 2014 naartoe verhuizen?
“Ik ben in Somalië geboren en halverwege de jaren negentig aangekomen in Nederland. In 2013 ging ik voor het eerst terug. Een halfjaar daarvoor was er – zoals ik het zie – een einde gekomen aan de lange burgeroorlog in Somalië. Het parlement koos toen voor het eerst een president. Het precieze einde van de burgeroorlog is fluïde, maar laten we aannemen dat er toen een nieuwe fase aanbrak.
Ik werd verliefd op de chaos van de stad en de energie van de mensen.
Ik bezocht een conferentie van de nieuwe regering in Hotel Mogadishu. In die bubbel voelde ik een enorme energie van mensen die met elkaar wilden bouwen. Het was voor mij – als afgestudeerd politicoloog – een paradijs. Ik werd verliefd op de chaos van de stad en het commitment en de energie van de mensen. Het was een cocktail. Ik had het gevoel dat alles wat ik deed relevant en tastbaar was.
Ik zei tegen mijn familie: ‘Nederland is af, het heeft mij niet nodig. Maar alles wat ik in Somalië doe, heel kleine beetjes, kan ervoor zorgen dat kinderen later misschien een beter leven hebben, of dat vrouwen meer rechten krijgen.’ Dat trok me enorm aan. Een jaar na de conferentie kreeg ik de kans om te werken bij de Somalische kustwacht, dus verhuisde ik van Amsterdam naar Mogadishu.”
‘Mijn missie is groter, krankzinniger dan de vorige. Mijn moeder noemt me naïef – ik geef haar geen ongelijk’, schrijf je hierover. Wat vond je familie ervan dat je naar Mogadishu verhuisde?
“Ze vonden het natuurlijk heel spannend. Ondanks een indirect gekozen regering speelde terrorisme nog steeds een belangrijke rol. Terroristische organisaties waren ook echt actief in de stad. Het voelde onwerkelijk voor mijn familie. ‘Ga je echt terug? Hoe zit het met je veiligheid?’ Wat ik niet kon beschrijven is dat als je hier landt, het gevoel van onveiligheid verdwijnt. Dan ga je gewoon op in de menigte. Het klonk voor mijn familie alsof ik gek was. Ze zetten de tv aan en zagen aanslagen. Ze bleven het al die maanden heel spannend vinden. Het ging nooit echt weg, de angsten die ze hadden.”
Voelde je zelf geen angst op bepaalde momenten?
“Als je hier bent, leer je dat mensen die hier wonen niet de luxe hebben om na te denken of ze angst voelen. Ik heb een aantal aanslagen meegemaakt en daar had ik de dag erna altijd veel last van. Alsof je ziel uit je lichaam wordt gezogen. Ik was doodop. Een dag later zag ik dat de straten waren geveegd, de laatste restjes van een bomaanslag waren opgeruimd en de stad weer verderging. Ik vond het lastig om veel bij mijn angsten stil te staan. Ik kon op elk moment vertrekken met mijn Nederlandse paspoort, maar de miljoenen mensen die hier wonen niet.
Ik vond het lastig om bij mijn angsten stil te staan.
Ik heb veel bewondering voor hun moed, weerbaarheid en wil om elke dag weer op te staan en verder te gaan. De mensen hier hebben een enorme doorzettingskracht.”
Je verhuisde na een aantal maanden terug naar Amsterdam. Waarom?
“Ik begon te twijfelen; ben ik hier in Somalië aan het doen waarvoor ik ben weggegaan uit Amsterdam? Ik had veel opgegeven en houd van Amsterdam, van mijn leven daar en van de vrijheid die je letterlijk kunt proeven als je wandelt op de Dam met een cappuccino in je hand. Ik wilde, op z’n Amsterdams, van alles doen in Mogadishu, maar ik had onderschat hoe ingewikkeld het is om met alle goede bedoelingen een systeem dat al dertig jaar niet functioneerde opnieuw te starten. Zoiets heeft veel meer aanlooptijd en geduld nodig. Daarom ben ik teruggegaan, om goed na te denken over wat ik echt wil bijdragen daar.”
Eva nieuwsbrief
Schrijf je in voor de Eva nieuwsbrief en ontvang elke vrijdag een selectie van levensverhalen, artikelen over (mentale) gezondheid en liefde & relaties in je inbox.
Lees onze privacyverklaring.
Je bent op dit moment opnieuw in Mogadishu voor onderzoek voor een nieuw boek. Wat kunnen we hiervan verwachten?
“Ik verzamel verhalen over het Mogadishu van de negentiende en begin twintigste eeuw. Om deze interviews te kunnen doen, vind ik het belangrijk om eerst een goede vertrouwensband op te bouwen en mensen echt te leren kennen in plaats van alleen maar verhalen te halen. Daarom zal ik de komende periode vaker in Mogadishu zijn.
Mijn moeder vertelde me vroeger altijd verhalen over haar jeugd in Mogadishu in de jaren zeventig. Nog steeds voel je die magie in de stad. Er is geen manier om dat te beschrijven. Als je om je heen kijkt, zie je kapotgeschoten huizen en ingestorte gebouwen, maar er is iets met het licht. Het licht in Mogadishu is heel wit. De stad is langs de oceaan gebouwd, waardoor bijna alle wijken dicht bij zee liggen. Mogadishu heeft een bepaalde magie, en de oorlog heeft dat niet kunnen onderdrukken.”
Mogadishu heeft een bepaalde magie, en de oorlog heeft dat niet kunnen onderdrukken.
Hoe is de situatie daar nu, tien jaar later?
“Er is veel veranderd. De hoofdstraten zijn geasfalteerd, er is verlichting en er zijn veel meer gebouwen, cafés en restaurants. Veel mensen zijn teruggekomen en ik voel een stuk meer vrijheid. Toen ik hier tien jaar geleden woonde, was de terreurorganisatie Al-Shabaab nog actief in de stad. Ze zijn er waarschijnlijk nog steeds, maar de invloed is nu veel minder. Dat zie je ook aan de manier waarop vrouwen zich bewegen en kleden, veel kleurrijker. Wat onveranderd is, zijn de discussies over politiek. Er wordt hard gewerkt aan nieuwe verkiezingen, en men hoopt dit keer op directe verkiezingen.”
Wat heeft je het meest gevormd op persoonlijk gebied?
“Dat is mijn moederschap. Ik ben jong moeder geworden van een dochter. Ik heb, door haar op te voeden, veel geleerd over mezelf. Als je wilt dat het goed gaat met je kind, moet je altijd naar jezelf kijken. Kinderen zijn een projectie van wie je bent.”
Wat is de meest leerzame les die je hebt geleerd?
“Met vallen en opstaan heb ik geleerd dat het belangrijk is om mensen mee te nemen in je visie, waar je naartoe wilt. Als je duidelijk weet wat je wilt, en je bent ervan overtuigd, dan kun je voor de troepen uit gaan lopen en denken: ik weet het wel, hier moeten we met z’n allen naartoe.”
Ayaan
Tekst: Joëlle Baelde
Foto: Elisabeth Ismaïl Photography